Genealogische website van Cees Hagenbeek
Aeltje Jansdr van der Marel
Aeltje Jansdr van der Marel, geb. 's-Gravenzande in 1610, ovl. waarschijnlijk Maasland in 1676.

tr. 's-Gravenzande circa 1638
met

Arij Cornelis Suijderent, zn. van Cornelis Willems Suijderent (leenman in 1625) en Belitgen Ariensdr, geb. Maasland circa 1610, landbouwer in de Zouteveens Polder, ovl. waarschijnlijk Zouteveen na 1670,
, landbouwer, ingeland van de Commandeurspolder, wonend aan de Commandeurspolderkade, nam de pacht over van zijn vader, diaken 1670, 1671, 1672, 1673, ouderling 1679, 1680, 1681 te Maasland. Verschillende leden van de familie Suijderent in de zeventiende eeuw waren schepen in het Westland, zoals in Maasland, Schipluiden, Vlaardingen en Kethel. De meesten onderschreven met een goed geschreven handtekening. Sommigen ondertekenden met een kruis met licht gebogen uiteinde, waarschijnlijk een rudimentaire weergave van een ankerkruis, zoals ook is afgebeeld op de grafzerk van Arij's zoon Ary Aryenz Zuyderent in de kerk van Maasland. Arij's andere zoon Cornelis Suijderent, wagenmaker, gildedeken, lid van de vroedschap der stad Vlaardingen 1701/07, voerde het ankerkruis in zijn wapen. Hij trouwde met Aaltje Jansdr van der Marel, getrouwd ca. 1638 waarsch. in 's-Gravenzande, geb. ca. 1610 in 's-Gravenzande, (dochter van Jan Adriaansz van der Marel, procureur, rentmeester, baljuw te `s-Gravenzande, en Maartje Clasen) ovl. 1676 waarsch. in Maasland.

Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arij~1646 Maasland    
Cornelis~1651  †1707  56


Jan Adriaensz van der Marel
Jan Adriaensz van der Marel, geb. Maasland in 1575, ovl. 's-Gravenzande tussen 1658 en 1665,
, procureur, rentmeester, baljuw te `s-Gravenzande.

tr.
met

Maartje Claassen, dr. van Claas Cornelisz en Jannetje Willemsdr, geb. circa 1580, ovl. 's-Gravenzande tussen 1622 en 1629.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aeltje*1610 's-Gravenzande †1676 Maasland 66



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw (NL), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006


Maartje Claassen
Maartje Claassen, geb. circa 1580, ovl. 's-Gravenzande tussen 1622 en 1629.

tr.
met

Jan Adriaensz van der Marel, zn. van Adriaan Adriaensz op het Slop (timmerman, schepen van 's Gravenzande 1586 en 1603) en Grietje Leenderts, geb. Maasland in 1575, ovl. 's-Gravenzande tussen 1658 en 1665,
, procureur, rentmeester, baljuw te `s-Gravenzande.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aeltje*1610 's-Gravenzande †1676 Maasland 66


Claas Cornelisz
Claas Cornelisz, geb. Zouteveen circa 1550, ovl. Zouteveen voor 1642.

tr.
met

Jannetje Willemsdr, geb. Zouteveen circa 1550, ovl. Zouteveen voor 1642.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maartje*1580  †1622 's-Gravenzande 42


Jannetje Willemsdr
Jannetje Willemsdr, geb. Zouteveen circa 1550, ovl. Zouteveen voor 1642.

tr.
met

Claas Cornelisz, geb. Zouteveen circa 1550, ovl. Zouteveen voor 1642.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maartje*1580  †1622 's-Gravenzande 42


Adriaan Adriaensz op het Slop
Adriaan Adriaensz op het Slop1,2,, Jrg. 1974, pag. 132, geb. 's-Gravenzande circa 1545, Jrg. 1985, pag. 553, timmerman, schepen van 's Gravenzande 1586 en 1603 gildemeester 1588, kerkmeester 1588, ovl. 's-Gravenzande tussen 1605 en 1606,
, procureur, heilige geestmeester 1616, schepen van Zandambacht 1618/20, substituut-schout van 's-Gravenzande en Zandambacht 1641/45, baljuw van 's-Gravenzande 1640, rentmeester kerk- en gasthuisgoederen, ouderling 's-Gravenzande 1656/58. Dit geslacht van der Marel, dat zich later van der Maarel noemt en schrijft, is in 's-'s-Gravenzande tot in de 15e eeuw te volgen, waar zij in het stadbestuur zaten. Ze voerden 3 qruttows (=rnarets] in hun wapen, terwijl de Wateringse familie van der MareI 3 merels of maarlen voerde. Een verwantschap met de Wateringse familie kon to nu toe niet
bewezen worden.

tr.
met

Grietje Leenderts, geb. 's-Gravenzande circa 1545, ovl. 's-Gravenzande tussen 1625 en 1630.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1575 Maasland †1658 's-Gravenzande 83



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw (NL), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006


Grietje Leenderts
Grietje Leenderts, geb. 's-Gravenzande circa 1545, ovl. 's-Gravenzande tussen 1625 en 1630.

tr.
met

Adriaan Adriaensz op het Slop1,2,, Jrg. 1974, pag. 132, zn. van Adriaan op het Slop, geb. 's-Gravenzande circa 1545, Jrg. 1985, pag. 553, timmerman, schepen van 's Gravenzande 1586 en 1603 gildemeester 1588, kerkmeester 1588, ovl. 's-Gravenzande tussen 1605 en 1606,
, procureur, heilige geestmeester 1616, schepen van Zandambacht 1618/20, substituut-schout van 's-Gravenzande en Zandambacht 1641/45, baljuw van 's-Gravenzande 1640, rentmeester kerk- en gasthuisgoederen, ouderling 's-Gravenzande 1656/58. Dit geslacht van der Marel, dat zich later van der Maarel noemt en schrijft, is in 's-'s-Gravenzande tot in de 15e eeuw te volgen, waar zij in het stadbestuur zaten. Ze voerden 3 qruttows (=rnarets] in hun wapen, terwijl de Wateringse familie van der MareI 3 merels of maarlen voerde. Een verwantschap met de Wateringse familie kon to nu toe niet
bewezen worden.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1575 Maasland †1658 's-Gravenzande 83



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw (NL), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006


Weyntje Ariensdr
Weyntje Ariensdr.

tr. circa 1560
met

Maerten van Ruijven, zn. van Jan van Ruijven en Margaretha Nicolaasdr van Clapwijck, geb. circa 1534 met Pinksteren, ovl. in 1594, tr. (2) met Maertgen Pietersdr. Uit dit huwelijk 2 kinderen.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maertge*1561  †1636  75


Adriaan op het Slop
Adriaan op het Slop.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adriaan*1545 's-Gravenzande †1605 's-Gravenzande 60


Belitgen Ariensdr
Belitgen Ariensdr, geb. Maasland circa 1575.

tr.
met

Cornelis Willems Suijderent, zn. van Willem Jorisz (timmerman te Delft, later bouwman, molenmeester, ambachtsbewaarder te Maasland) en Neeltje Cornelisdr, geb. circa 1580, leenman in 1625, ovl. Maasland in de kerk in apr 1650,
, bouwman, ingeland van de Commandeurspolder, woonde aan de Commandeurspolderkade op het Zuideinde van Maasland, alwaar hij 7 morgen land pachtte in de 22e hoefslag, 8e weer (leen 53d, grafelijke lenen Maasland, pachtvoorganger is Jan Gerritsz Patijn, pachtopvolger is Arij Cornelisz Suijderent). Neemt als eerste de naam Suijderent aan, kennelijk omdat hij op het Zuideinde van het dorp Maasland woonde. Schepen van Maasland 1630, diaken aldaar 1628, leenman 1625 als hij wordt beleend met 3 morgen land en een half huis, gelegen in de Langtaem te Maasland gemeen met Jan van Hodenpijl (leen 85 Hofstad Honingen, leenvoorganger is Maerten Cornelisz. van Dorp, leenopvolger is Willem Cornelisz Zuyderent), Hij krijgt geen kinderen.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arij*1610 Maasland †1670 Zouteveen 60
Maritje*1615     


Willem Jorisz
Willem Jorisz, geb. Maasland circa 1520, timmerman te Delft, later bouwman, molenmeester, ambachtsbewaarder te Maasland,
, aanvankelijk timmerman van Delft, neemt waterbouwkundige werken aan te Maasland. Wordt daar landbouwer in het gebied van zijn voorouders en zijn familie. Had vrij veel land in eigendom en pacht in de Aalkeetpolder in de Zuidbuurt van Maasland. Gebruiker van ca. 19 morgen land in de Aalkeetpolder van Louris Pietersz Caescooper 1549, pachter van 16 morgen land in de Aalkeet-buiten polder van de abt van Egmond. Ambachtsbewaarder en molenmeester van Aelkeet 1562. Hij trouwde met Neeltje Cornelis, ca. 1578. Weduwe bij haar huwelijk met Willem. Zij bewoont bij haar overlijden een huis met erf en boomgaard aan de noordzijde van de Waal te Vlaardingen en is gehuwd met Willem Jansz. Bredervliet, een korenkoper, een vermogend man.

tr.
met

Neeltje Cornelisdr, ovl. Vlaardingen in 1625.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelis*1580  †1650 Maasland 69


Neeltje Cornelisdr
Neeltje Cornelisdr, ovl. Vlaardingen in 1625.

tr.
met

Willem Jorisz, zn. van Joris Claes Allertszn (gezworen bode van het Hoogheemraadschap Delfland), geb. Maasland circa 1520, timmerman te Delft, later bouwman, molenmeester, ambachtsbewaarder te Maasland,
, aanvankelijk timmerman van Delft, neemt waterbouwkundige werken aan te Maasland. Wordt daar landbouwer in het gebied van zijn voorouders en zijn familie. Had vrij veel land in eigendom en pacht in de Aalkeetpolder in de Zuidbuurt van Maasland. Gebruiker van ca. 19 morgen land in de Aalkeetpolder van Louris Pietersz Caescooper 1549, pachter van 16 morgen land in de Aalkeet-buiten polder van de abt van Egmond. Ambachtsbewaarder en molenmeester van Aelkeet 1562. Hij trouwde met Neeltje Cornelis, ca. 1578. Weduwe bij haar huwelijk met Willem. Zij bewoont bij haar overlijden een huis met erf en boomgaard aan de noordzijde van de Waal te Vlaardingen en is gehuwd met Willem Jansz. Bredervliet, een korenkoper, een vermogend man.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelis*1580  †1650 Maasland 69


Joris Claes Allertszn
Joris Claes Allertszn, geb. tussen 1470 en 1480, gezworen bode van het Hoogheemraadschap Delfland, ovl. Delft in 1537,
, ook bekend als Joris Claesz in de Sonne. Hij voerde een proces tegen zijn broers over de erfenis van hun vader voor de Grote Raad der Nederlanden te Mechelen. Hij was getrouwd met NN. Hij wordt uitvoerig beschreven in het boek Geschiedenis van de familie Zuiderent. Een oer-Vlaardings geslacht uit Maasland, zijnde ‘van den wapene van Oestgeest’.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1520 Maasland    


Claes Allertszn
Claes Allertszn, geb. Maasland in 1431, Welgeboren man ‘van den wapene van Oestgeest’, ovl. Maasland in 1513,
, boer in de Aalkeetpolder. Leenman van Honingen en Hodenpijl. Welgeboren man ‘van den wapene van Oestgeest’. Hij had een vrij groot landbouwbedrijf in Maasland in de Aalkeetpolder met minstens 38 morgen land. Leenman van Honingen (drie lenen) en van Hodenpijl; de kern van zijn bedrijf bestond uit een leen met 5 morgen land, strekkende van de Kerkweg tot aan de Bommeer. Aanwezig bij het proces betreffende de welgeborenen voor het Hof van Holland op 17 december 1468.

tr.
met

Hillegont Willemsdr,
, vermeld 10 jan 1482.

Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Joris*1470  †1537 Delft 67


Hillegont Willemsdr
Hillegont Willemsdr,
, vermeld 10 jan 1482.

tr.
met

Claes Allertszn, zn. van Allaert Willemsz en Liedewij , geb. Maasland in 1431, Welgeboren man ‘van den wapene van Oestgeest’, ovl. Maasland in 1513,
, boer in de Aalkeetpolder. Leenman van Honingen en Hodenpijl. Welgeboren man ‘van den wapene van Oestgeest’. Hij had een vrij groot landbouwbedrijf in Maasland in de Aalkeetpolder met minstens 38 morgen land. Leenman van Honingen (drie lenen) en van Hodenpijl; de kern van zijn bedrijf bestond uit een leen met 5 morgen land, strekkende van de Kerkweg tot aan de Bommeer. Aanwezig bij het proces betreffende de welgeborenen voor het Hof van Holland op 17 december 1468.

Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Joris*1470  †1537 Delft 67


Allaert Willemsz
Allaert Willemsz, geb. tussen 1400 en 1414, ovl. tussen 1474 en 1485,
, welgeboren man 'van den wapene van Oegstgeest', vermeld 1474. Aanwezig bij het proces betreffende de welgeborenen voor het Hof van Holland op 17 december 1468. Leenman van Hodenpijl, beleend vóór 5 juni 1462, met leen 4 van Hodenpijl, 2½ morgen land in Sarienhove (Sarijnenhove, Sarijnenhoeve), waarvan een gedeelte overgaat op zijn zoon Claes Allaertsz. Hij gebruikt 18 morgen in het 8e (Sarijnenhove) en 9 morgen in het 18e hoefslag te Zuid-Maasland in 1460. Verder is hij rond 1460 eigenaar van ruim 7 morgen in het 4e hoefslag in Zuid-Maasland.

tr.
met

Liedewij ,
, hij trouwde vermoedelijk met Liedewij, haar naam wordt vermoed op grond kleinkindervernoeming.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Claes*1431 Maasland †1513 Maasland 82



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 297)


Liedewij
Liedewij ,
, hij trouwde vermoedelijk met Liedewij, haar naam wordt vermoed op grond kleinkindervernoeming.

tr.
met

Allaert Willemsz, zn. van Willem Allaertszn en Lijsbette , geb. tussen 1400 en 1414, ovl. tussen 1474 en 1485,
, welgeboren man 'van den wapene van Oegstgeest', vermeld 1474. Aanwezig bij het proces betreffende de welgeborenen voor het Hof van Holland op 17 december 1468. Leenman van Hodenpijl, beleend vóór 5 juni 1462, met leen 4 van Hodenpijl, 2½ morgen land in Sarienhove (Sarijnenhove, Sarijnenhoeve), waarvan een gedeelte overgaat op zijn zoon Claes Allaertsz. Hij gebruikt 18 morgen in het 8e (Sarijnenhove) en 9 morgen in het 18e hoefslag te Zuid-Maasland in 1460. Verder is hij rond 1460 eigenaar van ruim 7 morgen in het 4e hoefslag in Zuid-Maasland.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Claes*1431 Maasland †1513 Maasland 82


Willem Allaertszn
Willem Allaertszn1, geb. circa 1375, ovl. in 1437,
, leenman van Hodenpijl als opvolger van zijn vader. Beleend 21 januari 1411 vermeld 5 juni 1435. Hij was pachter van de tiende in Zuid-Maasland. Tussen zijn zoon Jacob en diens vrouw met hun 'evenknieën' en de buren van Maeslant was er een kwestie in 1448 voor de baljuw van Delfland, waarbij zij het bewijs leverden van edele afkomst te zijn ('vonnis gewijst was dat zij wettig hun edeltuig hadden gedaan’), ‘zijnde van den wapene van Oestgeest'. Dit gegeven wordt bij het welgeborenenproces voor het Hof van Holland op 17 december 1468 als grond voor hun welgeborenschap aangevoerd en geaccepteerd.

tr.
met

Lijsbette 1, ovl. op 21 jan 1411,
, vermeld in het Leenregister Hodenpijl op 21 januari 1411: Willem Allaertsz, gehuwd met Lijsbette en hun kinderen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Allaert*1400  †1474  74



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 297)
2.De Nederlandsche Leeuw (NL), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
3.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 286)
4.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 295)


Allaert Heynensz
Allaert Heynensz1,2,3,, Jrg. juli 2018, Heinensz, geb. circa 1335, ovl. in 1410, begr. in 1411,
, het leen van Hodenpijl heeft Allaert niet geërfd maar gekocht, volgens de leenbrief van Jan van Hodenpijl, en wel van de dochter van zijn leenvoorganger Ghibe Aerntsz
Leenman van Hodenpijl. Inwoner van Maasland 1369, waarbij ook een Jan en een Willem Heynenz. vermeld worden, mogelijk broers van Allaert, alsmede een Willem en een Lam Pietersz, mogelijk neven van Allaert. Allaert Heynenz wordt op 13 augustus 1370 als pachter vermeld te Maasland (Ons Voorgeslacht 1991, p. 47]. Het betreft 19 hond land in het weer, waarop Maertijn Woutersz woont, belend ten noorden: Jan Bogghe en Dirc van Hoeyliede. Verpachters zijn tot dan Jonkvrouwe Lysebet van Bennebroec en Ghereit van Bennebroec, die het land schenken aan Pieter den Hoesschen ten behoeve van een kanunnikprebende in de Sint Pancraskerk te Leyden. Jonkvrouwe Lysebet van Bennebroec was weduwe van Jan Arent van Bennebroec, die het huis Ten Waerde te Leiderdorp overnam van jonkvrouwe Willem Mabelie van Oestgheest Jansdr uten Waerde en haar zoon Jan uten Waerde, en zich eveneens Jan uten Waerde ging noemen  In 1387 pacht Allaert het genoemde land niet meer.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1375  †1437  62



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw (NL), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 286)
3.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 295)
4.Gens Nostra (GN), Nederlandse Genealogische Vereniging, Amsterdam, van 1946 tot 1995
5.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 121)
6.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 294)


Boudewijn van Petegem
Boudewijn van Petegem, vermeld 962,
, als stamvader van dit nobel geslacht begonnen met (de hypothetische) Boudewijn van Peteghem, die in 962 vermeld werd als voogd van de Gentse St.-Pietersabdij[7]. Te Petegem bewoonde hij voor die tijd een grote burcht (thans: terrein Golf & Country club Oudenaarde). Reeds vroegtijdig werd deze burcht uitgekozen als plaats van samenkomst voor belangrijke onderhandelingen. Tussen 854 en 860 had  er een vergadering plaats in verband met de teisteringen van de Noormannen in Vlaanderen. In een afschrift van een brief laat de bisschop Immo van Noyon-Doornik zich verontschuldigen voor het
feit, dat hij tijdens deze vergadering - voorzien van een maaltijd - niet aanwezig kon zijn door de dreiging van de Noormannen[.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Engelbert I  †982