Genealogische website van Cees Hagenbeek
Pieter Allertsz van der Houff
Pieter Allertsz van der Houff, geb. van 1571 tot 1572, ovl. na 1631,
, ambachtsbewaerder van Vlaerdingerambacht (1619), bouman in Vlaerdingerambacht (1622), woont te Vlaardingen (1631).

otr. op 19 aug 1593 huw. voorw. Delft 19-8-159
met

Neeltge Andriesdr, geb. voor 1570,
, Attestatie d.d. 29-11-1619 Ten versoucke van Cornelis Jacobsz Bieman woonende tot Naeldwijc: Hebben Pieter Allertsz van der Houve out 47 jaeren jegenwoordich ambachtsbewaerder van Vlaerdinger ambacht ende Engel Engelsz out 50 jaeren, volger geweest zijnde van de ambachtsbewaerder van den voorsz ambachte, verclaert ende bij solemnelen eede getuijcht wel te weten dat den Ommering van de dijck, gelegen in den ambachte voorsz omt Carckiecx lant, streckende vande Schutkoeij tot aende jegenwoordige Maesdijc toe, bij heemraeden van Delflant is geconsenteert af te haelen ende te brengen op de voorsz Maesdijc ende dat uijt crachte van dien, niemant en vermach eenige aerde daer van haelen om op de voorsz Maesdijc te brengen van die daer eertijds gehouffslaecht zijn geweest, dan met consent van den gerechten van Vlaerdinger ambacht voorsz Verclaeren noch dat sij deposanten den voorsz ambachte lange tijt hebben gedient, maer dat sij noeijt en hebben gehoort dat de here van Arenberch daer eenich recht op heeft. Verclaeren sij deposanten noch datter eenen ouden ouden dijck is leggende int Nijeuwelant ontrent ten halff wegen tusschen dese stadt Vlaerding ende de Ketel, die gebruijckt werdt bij Cornelis Corsz, in welcke voorsz Nijeuwelant den ambachtsheer van Vlaerdingen sijn gerechticheijt van de thijenden heeft. Widers nijet getuijgende. Soo waerlic most hen Godt almachtich helpen. Actum den 20 Novembris 1619. Was getekend: Jan Heijndricxz Versijde.
Attestatie d.d. 29-5-1622 Ten versoucke van Adriaen Jansz Vonck metselaer als getrout hebbende Maritgen Claes weduwe was van Claes Jansz Coe (sic!): Compareerde Cornelis Meesz bijgenaemt tManneken inde Maen bouman, woonende opte Souteveen out ontrent 57 iaeren. Ende verclaerde bij eede dat hij als debiteur van de custingbrieff, bij hem den 1e Meij 1611 ten behouve van de voorsz Maritgen Claesdr verleden voor de gerechte van Vlaerdinger ambacht, houdende drije duijsent tachtich gulden, over de coope van de landen ende wooninge daerin verhaelt, in volle voldoeninge van de gereede penningen, alle ontrent binnen acht weecken nae date vant verlij betaelt heeft verscheijde partijen aen Pieter Allersz van der Houve bouman in Vlaerdinger ambacht als stijefvader ende gecoren voocht van de voorsz Maritgen Claes, de somme van seventien hondert gulden ende niet aende voorsz Maritgen off ijemant anders. Mitsgaders dienvolgende d'selve betaelde alsdoen gedaen teijckenen te hebben op ten rugge vande voorsz brieff. Gevende voor redenen van wetenschappe dat hij all voor date vant voorsz verlij ten huijse van sijn swager Vrijes Jansz hem Pieter Allersz in minderinge en ter goeder reeckenen van de voorsz gereede penningen, teender somme aentaelde drije hondert gulden ende weijnich dagen daer nae noch twee hondert gulden, seggende bij de selve betalenden geen penningen te willen tellen voort dat hem deposant gelevert soude sijn behoorlijcke opdrachtbrieff. Twelcke eenige dagen daerna geschiede, dat hij dienvolgende op ten dach vant verlij hem Pieter Allersz noch telde soo veel penningen datter noch aende gereede termijn bleef staen ontrent 120 gulden. Verclarende voorts gesien te hebben dat hij Pieter Allersz wtte ontfange penningen datelijck aentaelde eene Grietgen Centen weduwe, ontrent seven hondert gulden ende de resterende 120 gulden daer na betaelt te hebben. Zulcx dat alle de penningen binnen 8 weecken als vooren waren betaelt. Actum ten overstaen van de schout ende ondergeteijckende schepen den 29-5-1622. Was getekend: bij mij Frans Dircxz.
Attestatie d.d. 28-9-1631 Ten versoucke van de Cathuijsmeesteren der stede Schiedam: heeft Pieter Allertsz van der Houve wonende binnen deser stede, verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn dat hij getrout hebbende Neeltgen Aertsdr doenmaels weduwe van Claes Jansz Vercroft, met de selve weduwe te huwen heeft gehadt seeckere woninge ende landen in Vlaerdinger ambacht ende onder de selve drije margen lants geleegen op Vlaerdinger woutt, van outs genaempt het Cruijselant. Welcke drije margen lants hij comparant daer naer heeft vercocht aen Joris Arijensz, vleeshouwer tot Delft, vrij ende sonder eenige belastinge. Doch dat hij getuijge de naem vant voorsz Cruijselant alleen heeft van hooren seggen tott oude persoonen die daer bij seijden dat het voorsz lant de naem voorsz hadde becomen tot oirsaecke dat voor haer tijden opt selve lant was begaen een nederlage, ende dat daeromme opt voorsz lant ware gestelt een cruijs, ende daer naer geheeten t'Cruijselant. Verclaert mede dat hij getuijge aende voorn. requirant wel heeft betaelt een rente van drije ponden Hollants siaers, maer dat hem getuijge niettemin is onbekent dat de deselve rente is verseeckert op de voorsz drije morgen, alsoe hij de voorsz rente met de woninge ende landen indistinctelijcken hadde genomen tot sijnen laste. Actum coram Mr. Jeremias Noijkens schepen. Was getekend: J. Noijkens, tr. (1) met Claes Jan Vercroft. Uit dit huwelijk een dochter


Jan Janssone van Waesberghe de Oude
Jan Janssone (Joannes) van Waesberghe de Oude, geb. Breyvelde (Grootenberge) onder Zottegem [BelgiŽ] in 1528, ovl. Rotterdam op 9 apr 1590, begr. Rotterdam in het hooge koor der Grote Kerk op 11 apr 1590,
, boekdrukkersleerling bij Jan Verwithaghe (ca 1553), poorter van Antwerpen 5-7-1555 als boekdrukker en verkoper van Breyvelde (Beervelde), vrijmeester in de boekhandel en boekdrukkunst, lid van het St. Lucasgilde (mei 1557), boekverkoper en boekdrukker op Onser Liever Vrouwen Kerckhof en op de Lijnwaetmerct in "Het Schildt van Vlaenderen". In januari 1569 wordt hij gevangen genomen in verband met het drukken en verkopen van verboden psalmboeken en het bijwonen van de predikatien der Hervormden. In mei 1570 wordt hij op borgtocht vrijgelaten na een request van zijn vrouw aan het Hof te Brussel. In 1583 koopt hij de drukkerij vanouds genaamd "Roodenborg" in de Korte Cammerstraat. Hij vestigde zich in 1588 te Rotterdam na de verovering van Antwerpen in 1585 door Parma. Hij gaf in zijn Antwerpse tijd ruim 50 boeken uit.
Op 13-1-1569 wordt Jan van Waesberghe door de schout van Antwerpen ervan beschuldigd "overmits hy nyettegenstaende den eet die hij solemnelijck gedaen heeft in handen mijns Heere den Marckgraef (..) van getrouwe te syne den Heyligen Catolycken geloove der Roomsche Kercke, ende besunders in alle diligentie hem te wachtene in eenige overtredinge van de placcaeten op stuck van boeckprinters, boeckvercoopers oft boeckbinders gemaeckt (..), duerende de predicatie van de Sectarissen derselver faveur ende assistentie te dragen ende te doene, ende dat doende huer sermoonen te frequenteren ende oyck te printen ende te vercoopen verboden psalmboecken". Jan van Waesberghe ontkent echter "pure et simpliciter, ende bysondere dat hy eenige continuatie van verboden predicatien gedaen te hebbene, dan dat hij in 't passeren ende voerby gaen de predicatie forte fortuna, gelyck meer andere, die gehoort heeft sonder dat hy met opsetten wille om die te hooren derwaerts gegaen is, ontkennende oyck eenige Psalm van Datenus gedruckt te hebbene oft oyck eenige andere verbode boecken". Hij zal bovendien tonen een goed katholiek te zijn .
Op 27-7-1570 verschijnt hij te Antwerpen voor Plantijn, die verklaart dat "Jehan van Wassemberghe, demourant en ceste ville d'Anvers, s'estant comparu devant moy, m'a premiŤrement monstre de lectres d'admission (..) et davantage autres lectres d'attestation de son absolution et reabilitation selon la grace du St. Siege Apostolique, de sa bonne fame, renommee et foy catholique (..). Et estant examine, a dict avoir aprins chez Jan Verwithaghe environ deux ans en l'an 1553 et ensuivant.
In 1576/77 verklaart Jan van Geelen, gesworen boeckprinter ende boeckvercoopere, Deken van den boeckprinters, dat zijn mede-Deken Dierick Vander Linden "is vermoort geweest van Spaenschen soldaten". Hij verzoekt het Stadsbestuur een nieuwe Deken te benoemen uit de volgende kandidaten: Daniel Vervloet, Anthoni Thielens, Peeter Beelaerts en Jan van Waesbergen.
Op 17-4-1594 bekennen Willem Pietersz, schoemaecker, en Maeycken Roelants wonende te Rotterdam, schuldig te zijn "aen Elisabeth Roelants weduwe van wijlen Jan van Waesberge wonende nu buyten Rotterdam" 90 Car. gld. aan penningen, geleend onder verband van 10 Car. gld. aan lijfrente op naam van Maeycken Roelants, met als onderpand een huis en erf toebehorend de weduwe van Adriaen van Breusegem te Antwerpen, genaamd Mayken de Meire, en aan haar gelegateerd door Pieter van Breusegem de Oude.
Op 17-2-1598 compareren "Jan van Waesberghe, boekverkooper ende Margrieta van Bracht, zijne vrouw, Philips de Grave, boeckverkooper, met Barbara van Bracht, zijne vrouw, ende Jan van den Velde, schoolmeester, met Maria van Bracht, allen woonende tot Rotterdam voor henselven ende hen sterck makende voor Pieter van Bracht, haer broeder, alle kinderen van Pieter van Bracht ende Heyltgen Matheusdr. van Postele, ende oversulcx erffgenamen van Goyvaert van Postele, haer grootvader". Zij machtigen Jan van Eijck, wonende in de Vryheyt van Thurnhout, om voor hen over te nemen het hun competerende gedeelte "in de hoeve, landen, heyde ende weyde daaraen behoorende, genaempt de groote Hoeve, gelegen bij Thurnhout".
Op 8-11-1600 zijn Mr. Hans van den Velde en Philips de Grave "geordonneert voochden over de naegelatene kinderen van Margriete van Bracht, daer vader aff is Jan van Waesbergen, boeckvercoeper alhier".

tr. Antwerpen [BelgiŽ] voor 1556
met

Elisabet Jansdr Roelandts, dr. van Jan Roelants Janssone alias van den Langenberghe en Maria Gielis, geb. voor 1535, begr. Rotterdam in het hooge koor der Grote kerk op 17 sep 1595.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1556 Antwerpen [BelgiŽ] 1626 Rotterdam 70


Elisabet Jansdr Roelandts
Elisabet Jansdr Roelandts, geb. voor 1535, begr. Rotterdam in het hooge koor der Grote kerk op 17 sep 1595.

tr. Antwerpen [BelgiŽ] voor 1556
met

Jan Janssone (Joannes) van Waesberghe de Oude, zn. van Jan van Waesberghe, geb. Breyvelde (Grootenberge) onder Zottegem [BelgiŽ] in 1528, ovl. Rotterdam op 9 apr 1590, begr. Rotterdam in het hooge koor der Grote Kerk op 11 apr 1590,
, boekdrukkersleerling bij Jan Verwithaghe (ca 1553), poorter van Antwerpen 5-7-1555 als boekdrukker en verkoper van Breyvelde (Beervelde), vrijmeester in de boekhandel en boekdrukkunst, lid van het St. Lucasgilde (mei 1557), boekverkoper en boekdrukker op Onser Liever Vrouwen Kerckhof en op de Lijnwaetmerct in "Het Schildt van Vlaenderen". In januari 1569 wordt hij gevangen genomen in verband met het drukken en verkopen van verboden psalmboeken en het bijwonen van de predikatien der Hervormden. In mei 1570 wordt hij op borgtocht vrijgelaten na een request van zijn vrouw aan het Hof te Brussel. In 1583 koopt hij de drukkerij vanouds genaamd "Roodenborg" in de Korte Cammerstraat. Hij vestigde zich in 1588 te Rotterdam na de verovering van Antwerpen in 1585 door Parma. Hij gaf in zijn Antwerpse tijd ruim 50 boeken uit.
Op 13-1-1569 wordt Jan van Waesberghe door de schout van Antwerpen ervan beschuldigd "overmits hy nyettegenstaende den eet die hij solemnelijck gedaen heeft in handen mijns Heere den Marckgraef (..) van getrouwe te syne den Heyligen Catolycken geloove der Roomsche Kercke, ende besunders in alle diligentie hem te wachtene in eenige overtredinge van de placcaeten op stuck van boeckprinters, boeckvercoopers oft boeckbinders gemaeckt (..), duerende de predicatie van de Sectarissen derselver faveur ende assistentie te dragen ende te doene, ende dat doende huer sermoonen te frequenteren ende oyck te printen ende te vercoopen verboden psalmboecken". Jan van Waesberghe ontkent echter "pure et simpliciter, ende bysondere dat hy eenige continuatie van verboden predicatien gedaen te hebbene, dan dat hij in 't passeren ende voerby gaen de predicatie forte fortuna, gelyck meer andere, die gehoort heeft sonder dat hy met opsetten wille om die te hooren derwaerts gegaen is, ontkennende oyck eenige Psalm van Datenus gedruckt te hebbene oft oyck eenige andere verbode boecken". Hij zal bovendien tonen een goed katholiek te zijn .
Op 27-7-1570 verschijnt hij te Antwerpen voor Plantijn, die verklaart dat "Jehan van Wassemberghe, demourant en ceste ville d'Anvers, s'estant comparu devant moy, m'a premiŤrement monstre de lectres d'admission (..) et davantage autres lectres d'attestation de son absolution et reabilitation selon la grace du St. Siege Apostolique, de sa bonne fame, renommee et foy catholique (..). Et estant examine, a dict avoir aprins chez Jan Verwithaghe environ deux ans en l'an 1553 et ensuivant.
In 1576/77 verklaart Jan van Geelen, gesworen boeckprinter ende boeckvercoopere, Deken van den boeckprinters, dat zijn mede-Deken Dierick Vander Linden "is vermoort geweest van Spaenschen soldaten". Hij verzoekt het Stadsbestuur een nieuwe Deken te benoemen uit de volgende kandidaten: Daniel Vervloet, Anthoni Thielens, Peeter Beelaerts en Jan van Waesbergen.
Op 17-4-1594 bekennen Willem Pietersz, schoemaecker, en Maeycken Roelants wonende te Rotterdam, schuldig te zijn "aen Elisabeth Roelants weduwe van wijlen Jan van Waesberge wonende nu buyten Rotterdam" 90 Car. gld. aan penningen, geleend onder verband van 10 Car. gld. aan lijfrente op naam van Maeycken Roelants, met als onderpand een huis en erf toebehorend de weduwe van Adriaen van Breusegem te Antwerpen, genaamd Mayken de Meire, en aan haar gelegateerd door Pieter van Breusegem de Oude.
Op 17-2-1598 compareren "Jan van Waesberghe, boekverkooper ende Margrieta van Bracht, zijne vrouw, Philips de Grave, boeckverkooper, met Barbara van Bracht, zijne vrouw, ende Jan van den Velde, schoolmeester, met Maria van Bracht, allen woonende tot Rotterdam voor henselven ende hen sterck makende voor Pieter van Bracht, haer broeder, alle kinderen van Pieter van Bracht ende Heyltgen Matheusdr. van Postele, ende oversulcx erffgenamen van Goyvaert van Postele, haer grootvader". Zij machtigen Jan van Eijck, wonende in de Vryheyt van Thurnhout, om voor hen over te nemen het hun competerende gedeelte "in de hoeve, landen, heyde ende weyde daaraen behoorende, genaempt de groote Hoeve, gelegen bij Thurnhout".
Op 8-11-1600 zijn Mr. Hans van den Velde en Philips de Grave "geordonneert voochden over de naegelatene kinderen van Margriete van Bracht, daer vader aff is Jan van Waesbergen, boeckvercoeper alhier".

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1556 Antwerpen [BelgiŽ] 1626 Rotterdam 70


Jan van Waesberghe
Jan van Waesberghe, ovl. in 1564.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1528 Breyvelde (Grootenberge) onder Zottegem [BelgiŽ] Ü1590 Rotterdam 62


Jan Roelants Janssone alias van den Langenberghe
Jan Roelants Janssone alias van den Langenberghe, geb. voor 1510, ovl. Antwerpen [BelgiŽ] in de gevangenis in apr 1570 in 1569 wordt Jan Roelants, libraire te Antwerpen, tesamen met zijn schoonzoon Jan van Waesberghe gevangen genomen door de Markgraaf van Antwerpen, waarna worden geconfisqueerd de "goeden, boecken ende druckerye, toebehoirende Lysbeth, huysvrouwe van Jan Roelants, boeckverkoopere, gebannen ende daernaer deselve Jan geapprehendeert synde, gestorven syns selffs doot opt gevancknisse",
, wordt als Jan Roelants alias van den Langenberghe poorter van Antwerpen 20-10-1536 als boekverkoper van Zundert,boekdrukker te Antwerpen op de Lomabaerde Veste in "Onser Liever Vrouwen Thoren" (1554-1558), in die Cammerstraat teghen over den Witten Valck, in onser Vrouwen Thoren (1558), op onser Liever Vrouwen Kerckhof, onder den grooten Thoren (1566), vermeld vanaf 1559 als Jan Roelants Janssone alias van den Langenberghe boecverkooper en vrijmeester in het St.-Lucasgilde te Antwerpen, publiceerde Roelants tussen 1540 en 1567 een veertigtal werken in de Nederlandse volkstaal: godsdienstige verhandelingen, didactische boeken, ordonnantiŽn, muntboeken, de "costuymen" van Mechelen, een bundel volksliederen en traktaatjes, wordt met zijn echtgenote Elisabeth ervan beschuldigd verboden boeken verkocht te hebben (rekening van de Markgraaf d.d. 5-5-1570) en bij verstek uit stad en markgraafschap verbannen, werd echter achterhaald en in handen geleverd der Korte Roede en opgesloten in de staatsgevangenis het Steen, waar hij nog datzelfde jaar overleed.

tr. (1) voor 1535
met

Maria Gielis, ovl. voor 1569.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabet*1535  1595 Rotterdam 60

tr. (2) voor 1569
met

Elizabeth Dijckstrate, ovl. na 1570


Maria Gielis
Maria Gielis, ovl. voor 1569.

tr. voor 1535
met

Jan Roelants Janssone alias van den Langenberghe, zn. van Jan Roelants van den Langenberghe, geb. voor 1510, ovl. Antwerpen [BelgiŽ] in de gevangenis in apr 1570 in 1569 wordt Jan Roelants, libraire te Antwerpen, tesamen met zijn schoonzoon Jan van Waesberghe gevangen genomen door de Markgraaf van Antwerpen, waarna worden geconfisqueerd de "goeden, boecken ende druckerye, toebehoirende Lysbeth, huysvrouwe van Jan Roelants, boeckverkoopere, gebannen ende daernaer deselve Jan geapprehendeert synde, gestorven syns selffs doot opt gevancknisse",
, wordt als Jan Roelants alias van den Langenberghe poorter van Antwerpen 20-10-1536 als boekverkoper van Zundert,boekdrukker te Antwerpen op de Lomabaerde Veste in "Onser Liever Vrouwen Thoren" (1554-1558), in die Cammerstraat teghen over den Witten Valck, in onser Vrouwen Thoren (1558), op onser Liever Vrouwen Kerckhof, onder den grooten Thoren (1566), vermeld vanaf 1559 als Jan Roelants Janssone alias van den Langenberghe boecverkooper en vrijmeester in het St.-Lucasgilde te Antwerpen, publiceerde Roelants tussen 1540 en 1567 een veertigtal werken in de Nederlandse volkstaal: godsdienstige verhandelingen, didactische boeken, ordonnantiŽn, muntboeken, de "costuymen" van Mechelen, een bundel volksliederen en traktaatjes, wordt met zijn echtgenote Elisabeth ervan beschuldigd verboden boeken verkocht te hebben (rekening van de Markgraaf d.d. 5-5-1570) en bij verstek uit stad en markgraafschap verbannen, werd echter achterhaald en in handen geleverd der Korte Roede en opgesloten in de staatsgevangenis het Steen, waar hij nog datzelfde jaar overleed, tr. (2) met Elizabeth Dijckstrate. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabet*1535  1595 Rotterdam 60


Elizabeth Dijckstrate
Elizabeth Dijckstrate, ovl. na 1570.

tr. voor 1569
met

Jan Roelants Janssone alias van den Langenberghe, zn. van Jan Roelants van den Langenberghe, geb. voor 1510, ovl. Antwerpen [BelgiŽ] in de gevangenis in apr 1570 in 1569 wordt Jan Roelants, libraire te Antwerpen, tesamen met zijn schoonzoon Jan van Waesberghe gevangen genomen door de Markgraaf van Antwerpen, waarna worden geconfisqueerd de "goeden, boecken ende druckerye, toebehoirende Lysbeth, huysvrouwe van Jan Roelants, boeckverkoopere, gebannen ende daernaer deselve Jan geapprehendeert synde, gestorven syns selffs doot opt gevancknisse",
, wordt als Jan Roelants alias van den Langenberghe poorter van Antwerpen 20-10-1536 als boekverkoper van Zundert,boekdrukker te Antwerpen op de Lomabaerde Veste in "Onser Liever Vrouwen Thoren" (1554-1558), in die Cammerstraat teghen over den Witten Valck, in onser Vrouwen Thoren (1558), op onser Liever Vrouwen Kerckhof, onder den grooten Thoren (1566), vermeld vanaf 1559 als Jan Roelants Janssone alias van den Langenberghe boecverkooper en vrijmeester in het St.-Lucasgilde te Antwerpen, publiceerde Roelants tussen 1540 en 1567 een veertigtal werken in de Nederlandse volkstaal: godsdienstige verhandelingen, didactische boeken, ordonnantiŽn, muntboeken, de "costuymen" van Mechelen, een bundel volksliederen en traktaatjes, wordt met zijn echtgenote Elisabeth ervan beschuldigd verboden boeken verkocht te hebben (rekening van de Markgraaf d.d. 5-5-1570) en bij verstek uit stad en markgraafschap verbannen, werd echter achterhaald en in handen geleverd der Korte Roede en opgesloten in de staatsgevangenis het Steen, waar hij nog datzelfde jaar overleed, tr. (1) met Maria Gielis. Uit dit huwelijk een dochter


Jan Roelants van den Langenberghe
Jan Roelants van den Langenberghe, woont vermoedelijk Zundert.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1510  Ü1570 Antwerpen [BelgiŽ] 60


Pieter van Bracht
Pieter van Bracht, woont vermoedelijk Turnhout, Antwerpen, BelgiŽ voor 1598.

tr.
met

Heyltgen Matteusdr van Postelle, dr. van Mattheus van Postelle.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marguerite Turnhout, West-Vlaanderen, BelgiŽ Ü1600 Rotterdam  


Heyltgen Matteusdr van Postelle
Heyltgen Matteusdr van Postelle.

tr.
met

Pieter van Bracht, woont vermoedelijk Turnhout, Antwerpen, BelgiŽ voor 1598.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marguerite Turnhout, West-Vlaanderen, BelgiŽ Ü1600 Rotterdam  


Mattheus van Postelle
Mattheus van Postelle, woont vermoedelijk Turnhout, Antwerpen, BelgiŽ circa 1550.

een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Heyltgen     


Goyvaert van Postelle
Goyvaert van Postelle, woont vermoedelijk Turnhout, Antwerpen, BelgiŽ circa 1525.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Mattheus     


Christoffel van Langerak
Christoffel van Langerak, goudsmid (1535, 1542), woont te Leiden in 1585, ovl. na 1560,
, Christoffel van Langerak wordt vermeld in het morgenboek van Zoeterwoude van 1542. Hoewel hij, getrouwd zijnde met Lijsbeth Schrieckendochter, op 13-12-1555 van zijn broer Jan van Langerak, getrouwd met Clemens van de Weede, een huis en hofstede met daarachter twee 'cameren', gelegen aan de westzijjde van de Oudegracht op de zuidhoek van de 'Brantstege', heeft gekocht lijkt het er op dat hij daar met zelf heeft gewoond. Want op 15-2-1560 verkopen Christoffel van Langerak en zijn vrouw Elisabeth Adriaensdr Schrieck voornoemd huis a1 weer aan Hendrick Roelofsz, kistenmaker.
In 1585 blijkt hij een huis, gelegen aan de westzijde van de 'Nieuvvensteech', in Leiden te bezitten, dat hij omstreeks 1590 heeft doorverkocht aan Pieter van Heussen, goudsmid. Hij wordt genoemd op 29-3-1586 in een belending van een tuin, gelegen bij de 'Naakte sluis' te Zoeterwoude. Het ziet er dus naar uit, dat hij op jonge leeftijd Utrecht heeft verlaten en zich in Zoeterwoude of Leiden heeft gevestigd.

tr. voor 13 dec 1555
met

Elisabeth Adriaensdr Schrieck.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Machtelt*1565  Ü1611  46


Elisabeth Adriaensdr Schrieck
Elisabeth Adriaensdr Schrieck.

tr. voor 13 dec 1555
met

Christoffel van Langerak, zn. van Gerard Gijsbertszn van Langerak en Mechtelt Hubertsdr van Batenburch, goudsmid (1535, 1542), woont te Leiden in 1585, ovl. na 1560,
, Christoffel van Langerak wordt vermeld in het morgenboek van Zoeterwoude van 1542. Hoewel hij, getrouwd zijnde met Lijsbeth Schrieckendochter, op 13-12-1555 van zijn broer Jan van Langerak, getrouwd met Clemens van de Weede, een huis en hofstede met daarachter twee 'cameren', gelegen aan de westzijjde van de Oudegracht op de zuidhoek van de 'Brantstege', heeft gekocht lijkt het er op dat hij daar met zelf heeft gewoond. Want op 15-2-1560 verkopen Christoffel van Langerak en zijn vrouw Elisabeth Adriaensdr Schrieck voornoemd huis a1 weer aan Hendrick Roelofsz, kistenmaker.
In 1585 blijkt hij een huis, gelegen aan de westzijde van de 'Nieuvvensteech', in Leiden te bezitten, dat hij omstreeks 1590 heeft doorverkocht aan Pieter van Heussen, goudsmid. Hij wordt genoemd op 29-3-1586 in een belending van een tuin, gelegen bij de 'Naakte sluis' te Zoeterwoude. Het ziet er dus naar uit, dat hij op jonge leeftijd Utrecht heeft verlaten en zich in Zoeterwoude of Leiden heeft gevestigd.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Machtelt*1565  Ü1611  46


Gerard Gijsbertszn van Langerak
Gerard Gijsbertszn van Langerak, geb. voor 1468 bastaard, ovl. in 1564, begr. Utrecht Geertekerk (grafzerk) in 1564 "Item ontfangen van Jacop de Rijck (zijn schoonzoon) twalef stuvers van Gherits van Langeraecks grafstede te openen onder een serck, facit .. XII St.",
, burger van Utrecht 8-8-1506, kistenmaker (1507, 1513), houtkoper (1516, 1519), schuytemaker (1528).

tr, zij lijftochtten elkaar in 1507
met

Mechtelt Hubertsdr van Batenburch, dr. van Hubert Wijnantsz van Batenburch (kassemaer in 1511) en Deliana van Wyckersloot, ovl. in 1507.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Christoffel  Ü1560   


Mechtelt Hubertsdr van Batenburch
Mechtelt Hubertsdr van Batenburch, ovl. in 1507.

tr, zij lijftochtten elkaar in 1507
met

Gerard Gijsbertszn van Langerak, zn. van Gijsbert Joosten van Langerak en Cely van Colen, geb. voor 1468 bastaard, ovl. in 1564, begr. Utrecht Geertekerk (grafzerk) in 1564 "Item ontfangen van Jacop de Rijck (zijn schoonzoon) twalef stuvers van Gherits van Langeraecks grafstede te openen onder een serck, facit .. XII St.",
, burger van Utrecht 8-8-1506, kistenmaker (1507, 1513), houtkoper (1516, 1519), schuytemaker (1528).

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Christoffel  Ü1560   


Gijsbert Joosten van Langerak
Gijsbert Joosten van Langerak, ovl. circa 1500,
, woont te Utrecht, raad aldaar (1484)
In 1505 transporteert Alith, toen zij ziek zijnde, de helft van een huis op den noordhoek van de Smeesteech aan de oostzijde van de Oude Gracht, aan haar schoonzoon Hendrick van Heusden en haar dochter Hadewich, weduwe van Gijsbert van Langheraec. [323]
Op 6-10-1506 draagt Joncfr. Hase Tyman Cloetincksdr, weduwe van Ghijsbert van Langeraeck, over: haar halve hoeve lands weer aan haar leenheer, den Domproost van Utrecht. [324]
Op 19-3-1510 compareerden voor schout en schepenen der stad Utrecht joncfrou Hadewich Ghijsberts weduwe van Langheraeck ende Henrick van Amerongen met Margriet van Heusden, de dochter van Heinrick van Heusden en Heinrick van Heusden met joncfrou Alijd en sijnen wive (dochter van Tyman Cluetinck en Alith) ende gaven over den Prior en ghemeen Convent der reguliere Canoniken binnen Utrecht, elks haer aendeel aen den thien gouden Iohannes Beyersche guldens siaers erffelijke oude renthen, gaende wter husinghe ende hoffstede ghelegen bij die Smeebrug. Item noch hair aendeel aen drie gouden Ioh. Beyersche gld. wt eenre husinghe ende hoffstede ghelegen in die Vuylsteghe.

relatie (1)
met

Cely van Colen.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerard*1468  Ü1564 Utrecht 96

tr. (2) voor 1491
met

Haze (Hadewich, Haas) Cluetinck, dr. van Tijmen Cluting en Alith


Cely van Colen
Cely van Colen.

relatie
met

Gijsbert Joosten van Langerak, zn. van Joost Gijsbertsz van Langerak (schout van Haastrecht (1436), burger van Utrecht (1450)) en Jkvr Geertuijt Jansdr, ovl. circa 1500,
, woont te Utrecht, raad aldaar (1484)
In 1505 transporteert Alith, toen zij ziek zijnde, de helft van een huis op den noordhoek van de Smeesteech aan de oostzijde van de Oude Gracht, aan haar schoonzoon Hendrick van Heusden en haar dochter Hadewich, weduwe van Gijsbert van Langheraec. [323]
Op 6-10-1506 draagt Joncfr. Hase Tyman Cloetincksdr, weduwe van Ghijsbert van Langeraeck, over: haar halve hoeve lands weer aan haar leenheer, den Domproost van Utrecht. [324]
Op 19-3-1510 compareerden voor schout en schepenen der stad Utrecht joncfrou Hadewich Ghijsberts weduwe van Langheraeck ende Henrick van Amerongen met Margriet van Heusden, de dochter van Heinrick van Heusden en Heinrick van Heusden met joncfrou Alijd en sijnen wive (dochter van Tyman Cluetinck en Alith) ende gaven over den Prior en ghemeen Convent der reguliere Canoniken binnen Utrecht, elks haer aendeel aen den thien gouden Iohannes Beyersche guldens siaers erffelijke oude renthen, gaende wter husinghe ende hoffstede ghelegen bij die Smeebrug. Item noch hair aendeel aen drie gouden Ioh. Beyersche gld. wt eenre husinghe ende hoffstede ghelegen in die Vuylsteghe, tr. (2) met Haze (Hadewich) Cluetinck. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerard*1468  Ü1564 Utrecht 96


Hadewich Cluetinck
Haze (Hadewich, Haas) Cluetinck.

tr. voor 1491
met

Gijsbert Joosten van Langerak, zn. van Joost Gijsbertsz van Langerak (schout van Haastrecht (1436), burger van Utrecht (1450)) en Jkvr Geertuijt Jansdr, ovl. circa 1500,
, woont te Utrecht, raad aldaar (1484)
In 1505 transporteert Alith, toen zij ziek zijnde, de helft van een huis op den noordhoek van de Smeesteech aan de oostzijde van de Oude Gracht, aan haar schoonzoon Hendrick van Heusden en haar dochter Hadewich, weduwe van Gijsbert van Langheraec. [323]
Op 6-10-1506 draagt Joncfr. Hase Tyman Cloetincksdr, weduwe van Ghijsbert van Langeraeck, over: haar halve hoeve lands weer aan haar leenheer, den Domproost van Utrecht. [324]
Op 19-3-1510 compareerden voor schout en schepenen der stad Utrecht joncfrou Hadewich Ghijsberts weduwe van Langheraeck ende Henrick van Amerongen met Margriet van Heusden, de dochter van Heinrick van Heusden en Heinrick van Heusden met joncfrou Alijd en sijnen wive (dochter van Tyman Cluetinck en Alith) ende gaven over den Prior en ghemeen Convent der reguliere Canoniken binnen Utrecht, elks haer aendeel aen den thien gouden Iohannes Beyersche guldens siaers erffelijke oude renthen, gaende wter husinghe ende hoffstede ghelegen bij die Smeebrug. Item noch hair aendeel aen drie gouden Ioh. Beyersche gld. wt eenre husinghe ende hoffstede ghelegen in die Vuylsteghe, relatie (1) met Cely van Colen. Uit deze relatie een zoon


Tijmen Cluting
Tijmen Cluting.

tr.
met

Alith .

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Haze