Genealogische website van Cees Hagenbeek
Cornelia Anthonisdr Juist
Cornelia Anthonisdr Juist, geb. Brouwershaven circa 1560, ovl. Haarlem in 1602.

tr. Delft in 1582, Prins Willem van Oranje was aanwezig op hun huwelijksfeest
met

Jan Michielsz de Wael, zn. van Michiel Jacobsz de Wael (laken- en graanhandelaar) en Anna Coensdr Hasselaer, geb. Amsterdam in 1557, bierbrouwer, ovl. Haarlem op 2 sep 1618,
, vroedschap, schepen en burgemeester van Haarlem 1588-1610.
Hij was een van de investeerders in de ontwikkeling van de uitbreiding van Amsterdam, bekend als de Lastage (nu Nieuwmarkt).

Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1594 Haarlem †1663 Haarlem 69
Michiel*1596 Haarlem    


Michiel Jansz de Wael
Michiel Jansz de Wael, geb. Haarlem op 9 mei 1596,
, samen met zijn oudere broer Jan was hij eigenaar van de brouwerijen De Son en 't Roode Hart.
Frans Hals schilderde hem tijdens zijn carrière driemaal.


Jan Jacobsz de Wael van Anckeveen
Jan Jacobsz de Wael van Anckeveen, geb. Haarlem in 1594, Heer van Anckeveen, ovl. Haarlem op 23 nov 1663,
, samen met zijn jongere broer Michiel was hij eigenaar van de brouwerijen De Son en 't Roode Hart.
hij was Heer van Anckeveen
Jan de Wael nam in 1622 deel, als hopman van 1 der Vaandels, die naar Hasselt trokken ter afleiding van de Spanjaarden die Bergen op Zoom belegerden.
Jan de Wael was Magistraat en 19 maal burgemeester van Haarlem vanaf 1627.
Hij was namens Haarlem lid van de Staten van Holland en was samen met 5 andere leden (Amsterdam, Dordrecht, Delft, Hoorn en Medenblik) tegen de toenemende macht van de Stadhouder (Willem II).
Willem II liet hem daarop in 1650 gevangen zetten op slot Loevestein samen met admiraal Witte de With, de burgemeester van Dordrecht Jacob de Witt (vader van de latere raadspensionaris van Holland Johan de Witt) en de burgemeesters van Delft, Hoorn en Medemblik en op 13 augustus 1650 werden ze ontheven van al hun functies.
Na de dood van Willem II op 6 november 1650 werden ze in ere hersteld.
Jan de Wael liet in 1661 het hofje van zijn achternicht Guertje (Guurtje) de Wael vergroten.
Jan sterft kinderloos.


Coen Gerritsz Hasselaer
Coen Gerritsz Hasselaer, ovl. Haarlem.

tr.
met

Guertje Dircksdr van Texel, ovl. Schoten in 1540.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna*1532  †1558 Haarlem 26


Guertje Dircksdr van Texel
Guertje Dircksdr van Texel, ovl. Schoten in 1540.

tr.
met

Coen Gerritsz Hasselaer, zn. van Gerrit Pauwelsz Hasselaer, ovl. Haarlem.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna*1532  †1558 Haarlem 26


Gerrit Pauwelsz Hasselaer
Gerrit Pauwelsz Hasselaer.

2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Coen   Haarlem  
Simon     


Simon Gerritsz Hasselaer
Simon Gerritsz Hasselaer, brouwer.

een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Kenou*1526 Haarlem †1589 Haarlem 63


Kenou Simonsdr Hasselaer
Kenou Simonsdr Hasselaer, geb. Haarlem in 1526, ovl. Haarlem in 1589,
, Kenau Simonsdochter Hasselaer (1526-1588/1589) was een scheepsbouwer en houthandelaar die vooral bekend is geworden door haar felle verzet bij de verdediging van Haarlem tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1572/73).
Toen Kenau geboren werd, was haar vader, Simon Gerritszoon Brouwer, burgemeester van Haarlem. Haar zwager was Hadrianus Junius, de lijfarts van Willem van Oranje.
Tijdens het 'Beleg van Haarlem' leverde ze scheepshout voor schepen die via het Haarlemmermeer in verbinding stonden met de Prins. Haar neef Pieter Hasselaer diende als boodschapper voor de prins.
Rijksmuseum Amsterdam.
Barend Wijnveld en Johannes Hinderikus Egenberger: Kenau Simons Hasselaer op de wallen van Haarlem, 1854, olieverf op doek, 359 x 451 cm. Frans Halsmuseum.
Anoniem, mogelijk Pieter Hendricksz. Schut, Kenau Simonsdochter Hasselaer, 1573, ets op papier, tussen 1600 en 1699. Rijksmuseum Amsterdam.
Romeyn de Hooghe, Belegering der Spaensen / Vicit constantia fatum / van 1572 en 1573, 1690
Kenava in Famiano Strada: Histoire de la guerre des Païs-Bas, 1727
Kenau Simonsdochter Hasselaer (1526-1588/1589) was een scheepsbouwer en houthandelaar die bekend is geworden door de legende over haar verzet bij de verdediging van Haarlem tijdens de Tachtigjarige Oorlog.
Hoewel Kenau bekend geworden is onder de naam Kenau Simons Hasselaer, gebruikte zij die naam zelf niet. In authentieke stukken komt zij slechts voor als Kenau Simonsdochter. De naam Hasselaer komt van moederszijde. Haar moeder was Guerte Coenen, dochter van Coen Hendricksz Hasselaer. De vader van Kenau was Simon Gerritsz, brouwer te Haarlem aan het Donkere Spaarne. Hoewel in sommige publicaties wordt vermeld dat Kenaus vader burgemeester van Haarlem was, is dit onjuist. Hij komt als zodanig niet in de Haarlemse archieven voor. Haar zwager was Hadrianus Junius, de lijfarts van Willem van Oranje. Tijdens het Beleg van Haarlem leverde ze scheepshout voor schepen die via het Haarlemmermeer in verbinding stonden met de Prins. Haar neef Pieter Hasselaer diende als bode van de prins.
Tijdens het beleg van Haarlem hielpen alle inwoners van de stad (mannen, vrouwen en kinderen) mee aan de reparaties aan de stadswallen die door Spaans kanonvuur waren beschadigd, aldus de ooggetuigenverslagen van tijdgenoten. Een in het Latijn geschreven ooggetuigenverslag uit Delft maakte in het bijzonder melding van een zekere Kenau die uitblonk in haar inzet om aarde naar de stadswallen te dragen om deze te repareren. Het anonieme Delftse verslag beschreef daarnaast dat de bevolking van Haarlem vanaf de wallen met brandend stro en kokende pek (zogenaamde teerkransen) de Spaanse belegeraars bevochten. Na verloop van tijd doken verhalen op dat het Kenau was geweest die met teerkransen tegen de Spanjaarden had gevochten.
Na afloop van het verloren beleg mocht een groot deel van de Haarlemse bevolking onder betaling aan de Spanjaarden de stad verlaten. Kenau verliet Haarlem om haar handel voort te zetten. Zo sloot zij een contract met de Delftse bierbrouwer David Jansz, waarna zij in september 1574 een lucratieve positie wist te bekleden in de stad Arnemuiden.[1] In 1577 was zij volgens documenten inmiddels inwoner van Leiden. Hierna keerde zij terug naar Haarlem, waar zij in 1579 weer in documenten opduikt, zonder vermelding van enige heroïsche status.
Tijdens haar leven had ze al een slechte bijnaam onder de Haarlemmers. Dit kwam vooral door haar moeilijke karakter. Uit verschillende rechterlijke bronnen is op te maken dat ze voortdurend procedeerde. Bijna twintig jaar na haar dood werd ze zelfs nog uitgemaakt voor een tovenares. Ze procedeerde in 1585 ook tegen de stad Haarlem, die nooit had betaald voor het hout dat zij had geleverd. Pas na haar dood werd het geld aan haar erfgenamen uitbetaald. Haar naam werd uiteindelijk gebruikt als scheldwoord voor manwijven. Soms wordt met 'Kenau' echter ook een moedige, doortastende en zelfstandige vrouw bedoeld.
Het einde van Kenau is een mysterie. Tijdens een zeereis naar Noorwegen waar zij hout zou inkopen, werd zij volgens haar dochters vermoord door zeerovers. Haar dochters spanden daarop een proces aan tegen de eigenaar van het schip waarop zij meevoer. Anderen beweerden dat Kenau zou zijn gevlucht vanwege financiële problemen.

tr.
met

Nanninck Gerbrandsz Borst, geb. Haarlem in 1525, ovl. Haarlem op 22 apr 1562


Nanninck Gerbrandsz Borst
Nanninck Gerbrandsz Borst, geb. Haarlem in 1525, ovl. Haarlem op 22 apr 1562.

tr.
met

Kenou Simonsdr Hasselaer, dr. van Simon Gerritsz Hasselaer (brouwer), geb. Haarlem in 1526, ovl. Haarlem in 1589,
, Kenau Simonsdochter Hasselaer (1526-1588/1589) was een scheepsbouwer en houthandelaar die vooral bekend is geworden door haar felle verzet bij de verdediging van Haarlem tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1572/73).
Toen Kenau geboren werd, was haar vader, Simon Gerritszoon Brouwer, burgemeester van Haarlem. Haar zwager was Hadrianus Junius, de lijfarts van Willem van Oranje.
Tijdens het 'Beleg van Haarlem' leverde ze scheepshout voor schepen die via het Haarlemmermeer in verbinding stonden met de Prins. Haar neef Pieter Hasselaer diende als boodschapper voor de prins.
Rijksmuseum Amsterdam.
Barend Wijnveld en Johannes Hinderikus Egenberger: Kenau Simons Hasselaer op de wallen van Haarlem, 1854, olieverf op doek, 359 x 451 cm. Frans Halsmuseum.
Anoniem, mogelijk Pieter Hendricksz. Schut, Kenau Simonsdochter Hasselaer, 1573, ets op papier, tussen 1600 en 1699. Rijksmuseum Amsterdam.
Romeyn de Hooghe, Belegering der Spaensen / Vicit constantia fatum / van 1572 en 1573, 1690
Kenava in Famiano Strada: Histoire de la guerre des Païs-Bas, 1727
Kenau Simonsdochter Hasselaer (1526-1588/1589) was een scheepsbouwer en houthandelaar die bekend is geworden door de legende over haar verzet bij de verdediging van Haarlem tijdens de Tachtigjarige Oorlog.
Hoewel Kenau bekend geworden is onder de naam Kenau Simons Hasselaer, gebruikte zij die naam zelf niet. In authentieke stukken komt zij slechts voor als Kenau Simonsdochter. De naam Hasselaer komt van moederszijde. Haar moeder was Guerte Coenen, dochter van Coen Hendricksz Hasselaer. De vader van Kenau was Simon Gerritsz, brouwer te Haarlem aan het Donkere Spaarne. Hoewel in sommige publicaties wordt vermeld dat Kenaus vader burgemeester van Haarlem was, is dit onjuist. Hij komt als zodanig niet in de Haarlemse archieven voor. Haar zwager was Hadrianus Junius, de lijfarts van Willem van Oranje. Tijdens het Beleg van Haarlem leverde ze scheepshout voor schepen die via het Haarlemmermeer in verbinding stonden met de Prins. Haar neef Pieter Hasselaer diende als bode van de prins.
Tijdens het beleg van Haarlem hielpen alle inwoners van de stad (mannen, vrouwen en kinderen) mee aan de reparaties aan de stadswallen die door Spaans kanonvuur waren beschadigd, aldus de ooggetuigenverslagen van tijdgenoten. Een in het Latijn geschreven ooggetuigenverslag uit Delft maakte in het bijzonder melding van een zekere Kenau die uitblonk in haar inzet om aarde naar de stadswallen te dragen om deze te repareren. Het anonieme Delftse verslag beschreef daarnaast dat de bevolking van Haarlem vanaf de wallen met brandend stro en kokende pek (zogenaamde teerkransen) de Spaanse belegeraars bevochten. Na verloop van tijd doken verhalen op dat het Kenau was geweest die met teerkransen tegen de Spanjaarden had gevochten.
Na afloop van het verloren beleg mocht een groot deel van de Haarlemse bevolking onder betaling aan de Spanjaarden de stad verlaten. Kenau verliet Haarlem om haar handel voort te zetten. Zo sloot zij een contract met de Delftse bierbrouwer David Jansz, waarna zij in september 1574 een lucratieve positie wist te bekleden in de stad Arnemuiden.[1] In 1577 was zij volgens documenten inmiddels inwoner van Leiden. Hierna keerde zij terug naar Haarlem, waar zij in 1579 weer in documenten opduikt, zonder vermelding van enige heroïsche status.
Tijdens haar leven had ze al een slechte bijnaam onder de Haarlemmers. Dit kwam vooral door haar moeilijke karakter. Uit verschillende rechterlijke bronnen is op te maken dat ze voortdurend procedeerde. Bijna twintig jaar na haar dood werd ze zelfs nog uitgemaakt voor een tovenares. Ze procedeerde in 1585 ook tegen de stad Haarlem, die nooit had betaald voor het hout dat zij had geleverd. Pas na haar dood werd het geld aan haar erfgenamen uitbetaald. Haar naam werd uiteindelijk gebruikt als scheldwoord voor manwijven. Soms wordt met 'Kenau' echter ook een moedige, doortastende en zelfstandige vrouw bedoeld.
Het einde van Kenau is een mysterie. Tijdens een zeereis naar Noorwegen waar zij hout zou inkopen, werd zij volgens haar dochters vermoord door zeerovers. Haar dochters spanden daarop een proces aan tegen de eigenaar van het schip waarop zij meevoer. Anderen beweerden dat Kenau zou zijn gevlucht vanwege financiële problemen


Volckert Erckelens
Volckert Erckelens, geb. circa 1580, ovl. vanaf 1660.

een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Machtelt*1615  †1676 Maassluis 61


Willem Breur
Willem Breur, geb. voor 1555,
, vooralsnog alleen bekend uit het patroniem van zijn zoon.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adriaen*1577  †1658  81


Arijen Areins Schram
Arijen Areins Schram, geb. voor 1550, ovl. circa 1597,
, woonde te Maassluis.
Op 21-9-1614 wordt Adriaen Willemss Breur, wonend te Maassluis, gemachtigd door de erfgenamen van Maertgen Dircxdr zaliger, anders genaemt Maertgen Jans. Als erfgenamen worden genoemd: Adriaen Willemss Breur (nomine uxoris), Claes Meess (nomine uxoris), Corn. Corneliss Reus (nomine uxoris) en Corn. Adriaenss.
Op 26-4-1615 wordt hij wederom gemachtigd, als gehuwd met Willemijntge Adriaens, door de erfgenamen van Maertgen Dircxdr zaliger, anders genaemt Maertgen Jans. Als erfgenamen worden genoemd: Cornelis Adriaenss Schram, Willemijntge Adriaens, Maertgen Adriaens, geh. met Claes Meess, Neeltge Adriaens, geh. met Corn. Corneliss Reus.
Op 20-9-1643 wordt een getuigenis afgelegd over Arijen Arienss Schram gewoond hebbend te Maassluis, overleden ca. 1597, vader van Willemtge Adriaensdr en Maertgen Adriaensdr.

tr. voor 1574
met

Maertgen Dircxdr, ovl. kort voor 1614.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willemijntgen*1573  †1643  70


Maertgen Dircxdr
Maertgen Dircxdr, ovl. kort voor 1614.

tr. voor 1574
met

Arijen Areins Schram, geb. voor 1550, ovl. circa 1597,
, woonde te Maassluis.
Op 21-9-1614 wordt Adriaen Willemss Breur, wonend te Maassluis, gemachtigd door de erfgenamen van Maertgen Dircxdr zaliger, anders genaemt Maertgen Jans. Als erfgenamen worden genoemd: Adriaen Willemss Breur (nomine uxoris), Claes Meess (nomine uxoris), Corn. Corneliss Reus (nomine uxoris) en Corn. Adriaenss.
Op 26-4-1615 wordt hij wederom gemachtigd, als gehuwd met Willemijntge Adriaens, door de erfgenamen van Maertgen Dircxdr zaliger, anders genaemt Maertgen Jans. Als erfgenamen worden genoemd: Cornelis Adriaenss Schram, Willemijntge Adriaens, Maertgen Adriaens, geh. met Claes Meess, Neeltge Adriaens, geh. met Corn. Corneliss Reus.
Op 20-9-1643 wordt een getuigenis afgelegd over Arijen Arienss Schram gewoond hebbend te Maassluis, overleden ca. 1597, vader van Willemtge Adriaensdr en Maertgen Adriaensdr.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willemijntgen*1573  †1643  70


Gerrit Rochus
Gerrit Rochus, kuiper.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Rochus*1580  †1631  51


Pelle Jacobsz
Pelle Jacobsz, ovl. tussen 1623 en 1640,
, parentatie niet bewezen.
tierman wonende te Vlaardingen (1599), poorter van Vlaardingen (1623)
Vertichtingsboek van Vlaardingen 1594-1614:
Meye 1596:
Pelle Jacopsz, Michiel Cornelisz ende Goolte Jacopsdr, wede. van Gerrit Ariensz Cruyck, vertyen van t verlies van de zelven Gerrit Ariensz
Goolte Jacopsdr, wede. v. Gerrit Ariensz Cruyck, vertyt van t verlies van haer man ende versouckt boelhoudt.
Aelgen Ariensdr ende Myngen Ariensdr vertyn van t verlies van den zelven Gerrit Ariensz, haer broeder.
Op 31-1-1599 constitueren Pelle Jacobsz, stierman wonende te Vlaardingen en zijn gemene reders, Cornelis Joorisz van Schiedam burger en inwoner van de stad Embden, om aldaar te vernemen naar 11 netten, welke door de voorn. stierman in zee zijn verloren.
Attestatie d.d. 29-3-1623 Ten versoucke van Louris ende Dirck Ariensz van der Houve cum socijs: Compeerde Aeltgen Arents Cruijck out ontrent 78 iaren, iegenwoordich huijsvrouwe van Pelle Jacobsz poorter deser stede. Ende verclaerde bij hare vrouwe waerheijt in plaets van eede, waerachtich te zijn dat deposante ontrent negen jaren in wettelijcke huijshoudinge heeft geleeft met Jasper Cornelisz haer vorige man. Twelcke was een broeder van zaliger Maritgen Aelbrechts dije een soon hadde genaemt Pieter Meesz. Verclaerde voorts overzulcx mede wel te weten, dat de voorsz. hare zaliger mans als Maritgen Aelbrecht moeder noijt geen heele noch halve broeders off zusters heeft gehadt, noch oock d'gemelde hare zaliger mans moeder immermeer ijets daervan horen vermanen te hebben, niettegenstaende sij deposante inde sieckte daer in sij ontrent anderhalff iaer was, haer continuelijcken gedient ende hantreijckinge gedaen heeft tottet overlijden toe. Affirmeerde mede sij deposante sedert de bevestinge vant huwelick tusschen haer ende dvoorsz. Jasper Cornelisz, altijts goede ende familiare kennisse gehouden te hebben met desselffs moeder ende Maritgen Aelbrechts, beijden voorgeroert. Ende mitsdien vant voorsz. gedeposeerden goede kennisse te hebben. Actum den 29 Martij 1623. Was getekend: Lambrecht Christoffelsz Waelwijck.

tr. voor 1590
met

Aeltgen Arentsdr Cruijck, geb. circa 1545, ovl. na 1623, tr. (2) met Jasper Cornelisz. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aeltie*1590  †1638  48


Aeltgen Arentsdr Cruijck
Aeltgen Arentsdr Cruijck, geb. circa 1545, ovl. na 1623.

tr. (1) voor 1590
met

Pelle Jacobsz, ovl. tussen 1623 en 1640,
, parentatie niet bewezen.
tierman wonende te Vlaardingen (1599), poorter van Vlaardingen (1623)
Vertichtingsboek van Vlaardingen 1594-1614:
Meye 1596:
Pelle Jacopsz, Michiel Cornelisz ende Goolte Jacopsdr, wede. van Gerrit Ariensz Cruyck, vertyen van t verlies van de zelven Gerrit Ariensz
Goolte Jacopsdr, wede. v. Gerrit Ariensz Cruyck, vertyt van t verlies van haer man ende versouckt boelhoudt.
Aelgen Ariensdr ende Myngen Ariensdr vertyn van t verlies van den zelven Gerrit Ariensz, haer broeder.
Op 31-1-1599 constitueren Pelle Jacobsz, stierman wonende te Vlaardingen en zijn gemene reders, Cornelis Joorisz van Schiedam burger en inwoner van de stad Embden, om aldaar te vernemen naar 11 netten, welke door de voorn. stierman in zee zijn verloren.
Attestatie d.d. 29-3-1623 Ten versoucke van Louris ende Dirck Ariensz van der Houve cum socijs: Compeerde Aeltgen Arents Cruijck out ontrent 78 iaren, iegenwoordich huijsvrouwe van Pelle Jacobsz poorter deser stede. Ende verclaerde bij hare vrouwe waerheijt in plaets van eede, waerachtich te zijn dat deposante ontrent negen jaren in wettelijcke huijshoudinge heeft geleeft met Jasper Cornelisz haer vorige man. Twelcke was een broeder van zaliger Maritgen Aelbrechts dije een soon hadde genaemt Pieter Meesz. Verclaerde voorts overzulcx mede wel te weten, dat de voorsz. hare zaliger mans als Maritgen Aelbrecht moeder noijt geen heele noch halve broeders off zusters heeft gehadt, noch oock d'gemelde hare zaliger mans moeder immermeer ijets daervan horen vermanen te hebben, niettegenstaende sij deposante inde sieckte daer in sij ontrent anderhalff iaer was, haer continuelijcken gedient ende hantreijckinge gedaen heeft tottet overlijden toe. Affirmeerde mede sij deposante sedert de bevestinge vant huwelick tusschen haer ende dvoorsz. Jasper Cornelisz, altijts goede ende familiare kennisse gehouden te hebben met desselffs moeder ende Maritgen Aelbrechts, beijden voorgeroert. Ende mitsdien vant voorsz. gedeposeerden goede kennisse te hebben. Actum den 29 Martij 1623. Was getekend: Lambrecht Christoffelsz Waelwijck.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aeltie*1590  †1638  48

tr. (2) voor 1580, met wie zij "ontrent negen jaren in wettelijcke huijshoudinge heeft geleeft"
met

Jasper Cornelisz


Jasper Cornelisz
Jasper Cornelisz.

tr. voor 1580, met wie zij "ontrent negen jaren in wettelijcke huijshoudinge heeft geleeft"
met

Aeltgen Arentsdr Cruijck, geb. circa 1545, ovl. na 1623, tr. (1) met Pelle Jacobsz. Uit dit huwelijk een dochter


Claes Jan Vercroft
Claes Jan Vercroft, ovl. tussen 15 jan 1593 en 24 feb 1593 ,
, bouwman aan de Holyweg in Vlaardingerambacht, waar hij in 1568 een huis met 14 morgen 5 hond eigen land en ca. 24 morgen bruikwaar gekocht had.

tr. (1) voor 1590
met

Neeltge Andriesdr, geb. voor 1570,
, Attestatie d.d. 29-11-1619 Ten versoucke van Cornelis Jacobsz Bieman woonende tot Naeldwijc: Hebben Pieter Allertsz van der Houve out 47 jaeren jegenwoordich ambachtsbewaerder van Vlaerdinger ambacht ende Engel Engelsz out 50 jaeren, volger geweest zijnde van de ambachtsbewaerder van den voorsz ambachte, verclaert ende bij solemnelen eede getuijcht wel te weten dat den Ommering van de dijck, gelegen in den ambachte voorsz omt Carckiecx lant, streckende vande Schutkoeij tot aende jegenwoordige Maesdijc toe, bij heemraeden van Delflant is geconsenteert af te haelen ende te brengen op de voorsz Maesdijc ende dat uijt crachte van dien, niemant en vermach eenige aerde daer van haelen om op de voorsz Maesdijc te brengen van die daer eertijds gehouffslaecht zijn geweest, dan met consent van den gerechten van Vlaerdinger ambacht voorsz Verclaeren noch dat sij deposanten den voorsz ambachte lange tijt hebben gedient, maer dat sij noeijt en hebben gehoort dat de here van Arenberch daer eenich recht op heeft. Verclaeren sij deposanten noch datter eenen ouden ouden dijck is leggende int Nijeuwelant ontrent ten halff wegen tusschen dese stadt Vlaerding ende de Ketel, die gebruijckt werdt bij Cornelis Corsz, in welcke voorsz Nijeuwelant den ambachtsheer van Vlaerdingen sijn gerechticheijt van de thijenden heeft. Widers nijet getuijgende. Soo waerlic most hen Godt almachtich helpen. Actum den 20 Novembris 1619. Was getekend: Jan Heijndricxz Versijde.
Attestatie d.d. 29-5-1622 Ten versoucke van Adriaen Jansz Vonck metselaer als getrout hebbende Maritgen Claes weduwe was van Claes Jansz Coe (sic!): Compareerde Cornelis Meesz bijgenaemt tManneken inde Maen bouman, woonende opte Souteveen out ontrent 57 iaeren. Ende verclaerde bij eede dat hij als debiteur van de custingbrieff, bij hem den 1e Meij 1611 ten behouve van de voorsz Maritgen Claesdr verleden voor de gerechte van Vlaerdinger ambacht, houdende drije duijsent tachtich gulden, over de coope van de landen ende wooninge daerin verhaelt, in volle voldoeninge van de gereede penningen, alle ontrent binnen acht weecken nae date vant verlij betaelt heeft verscheijde partijen aen Pieter Allersz van der Houve bouman in Vlaerdinger ambacht als stijefvader ende gecoren voocht van de voorsz Maritgen Claes, de somme van seventien hondert gulden ende niet aende voorsz Maritgen off ijemant anders. Mitsgaders dienvolgende d'selve betaelde alsdoen gedaen teijckenen te hebben op ten rugge vande voorsz brieff. Gevende voor redenen van wetenschappe dat hij all voor date vant voorsz verlij ten huijse van sijn swager Vrijes Jansz hem Pieter Allersz in minderinge en ter goeder reeckenen van de voorsz gereede penningen, teender somme aentaelde drije hondert gulden ende weijnich dagen daer nae noch twee hondert gulden, seggende bij de selve betalenden geen penningen te willen tellen voort dat hem deposant gelevert soude sijn behoorlijcke opdrachtbrieff. Twelcke eenige dagen daerna geschiede, dat hij dienvolgende op ten dach vant verlij hem Pieter Allersz noch telde soo veel penningen datter noch aende gereede termijn bleef staen ontrent 120 gulden. Verclarende voorts gesien te hebben dat hij Pieter Allersz wtte ontfange penningen datelijck aentaelde eene Grietgen Centen weduwe, ontrent seven hondert gulden ende de resterende 120 gulden daer na betaelt te hebben. Zulcx dat alle de penningen binnen 8 weecken als vooren waren betaelt. Actum ten overstaen van de schout ende ondergeteijckende schepen den 29-5-1622. Was getekend: bij mij Frans Dircxz.
Attestatie d.d. 28-9-1631 Ten versoucke van de Cathuijsmeesteren der stede Schiedam: heeft Pieter Allertsz van der Houve wonende binnen deser stede, verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn dat hij getrout hebbende Neeltgen Aertsdr doenmaels weduwe van Claes Jansz Vercroft, met de selve weduwe te huwen heeft gehadt seeckere woninge ende landen in Vlaerdinger ambacht ende onder de selve drije margen lants geleegen op Vlaerdinger woutt, van outs genaempt het Cruijselant. Welcke drije margen lants hij comparant daer naer heeft vercocht aen Joris Arijensz, vleeshouwer tot Delft, vrij ende sonder eenige belastinge. Doch dat hij getuijge de naem vant voorsz Cruijselant alleen heeft van hooren seggen tott oude persoonen die daer bij seijden dat het voorsz lant de naem voorsz hadde becomen tot oirsaecke dat voor haer tijden opt selve lant was begaen een nederlage, ende dat daeromme opt voorsz lant ware gestelt een cruijs, ende daer naer geheeten t'Cruijselant. Verclaert mede dat hij getuijge aende voorn. requirant wel heeft betaelt een rente van drije ponden Hollants siaers, maer dat hem getuijge niettemin is onbekent dat de deselve rente is verseeckert op de voorsz drije morgen, alsoe hij de voorsz rente met de woninge ende landen indistinctelijcken hadde genomen tot sijnen laste. Actum coram Mr. Jeremias Noijkens schepen. Was getekend: J. Noijkens, tr. (2) met Pieter Allertsz van der Houff. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maritge*1590  †1622  32

tr. (2)
met

Maritgen Jorisdr, ovl. kort voor 25 jan 1587


Neeltge Andriesdr
Neeltge Andriesdr, geb. voor 1570,
, Attestatie d.d. 29-11-1619 Ten versoucke van Cornelis Jacobsz Bieman woonende tot Naeldwijc: Hebben Pieter Allertsz van der Houve out 47 jaeren jegenwoordich ambachtsbewaerder van Vlaerdinger ambacht ende Engel Engelsz out 50 jaeren, volger geweest zijnde van de ambachtsbewaerder van den voorsz ambachte, verclaert ende bij solemnelen eede getuijcht wel te weten dat den Ommering van de dijck, gelegen in den ambachte voorsz omt Carckiecx lant, streckende vande Schutkoeij tot aende jegenwoordige Maesdijc toe, bij heemraeden van Delflant is geconsenteert af te haelen ende te brengen op de voorsz Maesdijc ende dat uijt crachte van dien, niemant en vermach eenige aerde daer van haelen om op de voorsz Maesdijc te brengen van die daer eertijds gehouffslaecht zijn geweest, dan met consent van den gerechten van Vlaerdinger ambacht voorsz Verclaeren noch dat sij deposanten den voorsz ambachte lange tijt hebben gedient, maer dat sij noeijt en hebben gehoort dat de here van Arenberch daer eenich recht op heeft. Verclaeren sij deposanten noch datter eenen ouden ouden dijck is leggende int Nijeuwelant ontrent ten halff wegen tusschen dese stadt Vlaerding ende de Ketel, die gebruijckt werdt bij Cornelis Corsz, in welcke voorsz Nijeuwelant den ambachtsheer van Vlaerdingen sijn gerechticheijt van de thijenden heeft. Widers nijet getuijgende. Soo waerlic most hen Godt almachtich helpen. Actum den 20 Novembris 1619. Was getekend: Jan Heijndricxz Versijde.
Attestatie d.d. 29-5-1622 Ten versoucke van Adriaen Jansz Vonck metselaer als getrout hebbende Maritgen Claes weduwe was van Claes Jansz Coe (sic!): Compareerde Cornelis Meesz bijgenaemt tManneken inde Maen bouman, woonende opte Souteveen out ontrent 57 iaeren. Ende verclaerde bij eede dat hij als debiteur van de custingbrieff, bij hem den 1e Meij 1611 ten behouve van de voorsz Maritgen Claesdr verleden voor de gerechte van Vlaerdinger ambacht, houdende drije duijsent tachtich gulden, over de coope van de landen ende wooninge daerin verhaelt, in volle voldoeninge van de gereede penningen, alle ontrent binnen acht weecken nae date vant verlij betaelt heeft verscheijde partijen aen Pieter Allersz van der Houve bouman in Vlaerdinger ambacht als stijefvader ende gecoren voocht van de voorsz Maritgen Claes, de somme van seventien hondert gulden ende niet aende voorsz Maritgen off ijemant anders. Mitsgaders dienvolgende d'selve betaelde alsdoen gedaen teijckenen te hebben op ten rugge vande voorsz brieff. Gevende voor redenen van wetenschappe dat hij all voor date vant voorsz verlij ten huijse van sijn swager Vrijes Jansz hem Pieter Allersz in minderinge en ter goeder reeckenen van de voorsz gereede penningen, teender somme aentaelde drije hondert gulden ende weijnich dagen daer nae noch twee hondert gulden, seggende bij de selve betalenden geen penningen te willen tellen voort dat hem deposant gelevert soude sijn behoorlijcke opdrachtbrieff. Twelcke eenige dagen daerna geschiede, dat hij dienvolgende op ten dach vant verlij hem Pieter Allersz noch telde soo veel penningen datter noch aende gereede termijn bleef staen ontrent 120 gulden. Verclarende voorts gesien te hebben dat hij Pieter Allersz wtte ontfange penningen datelijck aentaelde eene Grietgen Centen weduwe, ontrent seven hondert gulden ende de resterende 120 gulden daer na betaelt te hebben. Zulcx dat alle de penningen binnen 8 weecken als vooren waren betaelt. Actum ten overstaen van de schout ende ondergeteijckende schepen den 29-5-1622. Was getekend: bij mij Frans Dircxz.
Attestatie d.d. 28-9-1631 Ten versoucke van de Cathuijsmeesteren der stede Schiedam: heeft Pieter Allertsz van der Houve wonende binnen deser stede, verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn dat hij getrout hebbende Neeltgen Aertsdr doenmaels weduwe van Claes Jansz Vercroft, met de selve weduwe te huwen heeft gehadt seeckere woninge ende landen in Vlaerdinger ambacht ende onder de selve drije margen lants geleegen op Vlaerdinger woutt, van outs genaempt het Cruijselant. Welcke drije margen lants hij comparant daer naer heeft vercocht aen Joris Arijensz, vleeshouwer tot Delft, vrij ende sonder eenige belastinge. Doch dat hij getuijge de naem vant voorsz Cruijselant alleen heeft van hooren seggen tott oude persoonen die daer bij seijden dat het voorsz lant de naem voorsz hadde becomen tot oirsaecke dat voor haer tijden opt selve lant was begaen een nederlage, ende dat daeromme opt voorsz lant ware gestelt een cruijs, ende daer naer geheeten t'Cruijselant. Verclaert mede dat hij getuijge aende voorn. requirant wel heeft betaelt een rente van drije ponden Hollants siaers, maer dat hem getuijge niettemin is onbekent dat de deselve rente is verseeckert op de voorsz drije morgen, alsoe hij de voorsz rente met de woninge ende landen indistinctelijcken hadde genomen tot sijnen laste. Actum coram Mr. Jeremias Noijkens schepen. Was getekend: J. Noijkens.

tr. (1) voor 1590
met

Claes Jan Vercroft, ovl. tussen 15 jan 1593 en 24 feb 1593 ,
, bouwman aan de Holyweg in Vlaardingerambacht, waar hij in 1568 een huis met 14 morgen 5 hond eigen land en ca. 24 morgen bruikwaar gekocht had, tr. (2) met Maritgen Jorisdr. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maritge*1590  †1622  32

otr. (2) op 19 aug 1593 huw. voorw. Delft 19-8-159
met

Pieter Allertsz van der Houff, geb. van 1571 tot 1572, ovl. na 1631,
, ambachtsbewaerder van Vlaerdingerambacht (1619), bouman in Vlaerdingerambacht (1622), woont te Vlaardingen (1631)


Maritgen Jorisdr
Maritgen Jorisdr, ovl. kort voor 25 jan 1587.

tr.
met

Claes Jan Vercroft, ovl. tussen 15 jan 1593 en 24 feb 1593 ,
, bouwman aan de Holyweg in Vlaardingerambacht, waar hij in 1568 een huis met 14 morgen 5 hond eigen land en ca. 24 morgen bruikwaar gekocht had, tr. (1) met Neeltge Andriesdr. Uit dit huwelijk een dochter