Genealogische website van Cees Hagenbeek
Beatrix van der Dussen
Beatrix van der Dussen.

tr.
met

Arnt (Arnoldus, Arnoud) van Herlaer en Ameide, zn. van Dirk (Theodoricus) van Herlaer.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Agnes     


Theodoricus van Herlaer
Dirk (Theodoricus) van Herlaer, geb. circa 1218,
, vermeld 1246-1282.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnt     


Dirk van Herlaer
Dirk van Herlaer, ovl. voor 1227.

tr. circa 1217
met

Petronella vrouwe van Herlaer, dr. van Theodericus van Herlaer en Udehilde .

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Godefridus*1225  †1281  56
Dirk*1218     


Udehilde
Udehilde , ovl. na 1140.

tr.
met

Theodericus (Dirck) van Herlaer, zn. van Dirk (Theodericus) van Herlaer Herenthout en Poppo van Orthen, geb. Sint-Michielsgestel in 1085,
, vermeld 1107-1167.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Petronella     


Poppo Dirk van Herlaer
Poppo Dirk van Herlaer (Herenthout), geb. circa 1105,
, vermeld 1076-1099.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Otto*1150     


Theodericus van Herlaer Herenthout
Dirk (Theodericus) van Herlaer Herenthout (van Looz), geb. Loon [België] voor 1065, ovl. Herlaar circa 1110,
, Vermeld 1087/1125, heer van Herlaer, stamvader van het geslacht van Herlaer, in 1087 tot voogd aangesteld van de St. Servaaskerk te Maasstricht. Is 27-04-1076 en 14-04-1099 getuige bij een schenking aan de St. Maartenskerk en bisschop Koenraad in Utrecht. Op 26-06-1108 is Theodricus de Herlaer aanwezig bij de teruggave door bisschop Burchard van de kerk te Aalburg aan de abdij van St. Truiden. Komt in akten voor als "Theodericus frater comitis Arnulphi", hij was een broer van graaf Arnold van Loon (die door huwelijk burggraaf van Mainz was). Dirk noemt zich afwisselend naar zijn verschillende bezittingen van Herlaer of van Loon.
Oud-Herlaar (ook: Oud-Herlaer) was een kasteel aan de Dommel, gelegen in het westen van de Nederlandse plaats Sint-Michielsgestel, vrijwel tegenover het zich in Vught bevindende Kasteel Maurick.
Het kasteel verkreeg de naam Oud-Herlaar pas toen een kilometer stroomopwaarts opnieuw een kasteel verrees, dat Nieuw-Herlaar werd genoemd.
Eens was dit kasteel de zetel van de belangrijke heerlijkheid Herlaar (Herlaer), die zelf ook weer leengoederen uitgaf. De Lijst van heren en vrouwen van Herlaar omvat een aantal aanzienlijke adellijke geslachten. Uiteindelijk werd de heerlijkheid bezit van de markiezen van Bergen op Zoom, die nog tal van andere bezittingen hadden. Door dit alles werd het kasteel verwaarloosd en uiteindelijk gesloopt.
in een oorkonde tussen 1076-1099 zijn Theodoricus en Poppo getuigen en worden genoemd in een oorkonde van gravin Adelheid, een dochter van graaf Everhard waarin zij voor haar zieleheil en dat van haar echtgenoot graaf Hendrik goederen schenkt.

  • Vader:
    Emmo III van Loon1, zn. van Giselbert I dit de Duras 'd Orchimont en Erlande de Jodoigne, geb. Borgloon [België] in 1025, graaf van Loon 1046, ovl. Borgloon [België] op 17 jan 1078,
    , Emmo [Immo], son of Giselbert Comte de Looz & his wife Liutgarde de Namur (-17 Jan 1078). The Vita Arnulfi names "Emmonem et Ottonem fratrem eius" as sons of Liutgarde, daughter of Albert [I] Comte de Namur. From a chronological point of view, it is not possible for Emmo and his brother to have been the children of Otto de Looz who, as stated above, is recorded in another source as the husband of Liutgarde de Namur. No primary source has been identified which confirms that Emmo and Otto were the sons of Comte Giselbert, although this suggested parentage would fit the chronology of the family. Comte de Looz. ?..Ottonis advocati et fratris eius Emmonis comitis de Los, Alberti comitis de Musal..? signed the charter dated 1059 under which ?Fredericus..Lothariencium dux? donated a serf to Saint-Trond. The necrology of Liège Saint-Lambert records the death "XVII Kal Feb" of "Emononis comitis".
    m ---. The identity of the wife of Comte Emmo has not been established beyond doubt. The Annalista Saxo names "Bertrada, soror Suanehildis comitisse de castro quod dicitur Lon in Hasbania, cuius filius fuit Arnoldus comes Mogotiensis prefectus" as wife of Graf Dietrich (identified as Dietrich I Graf von Katlenburg). As noted in the document HOLLAND, no primary source has been identified which indicates that Bertrada was the daughter of Dirk III Count of Holland. Nevertheless, from a chronological point of view Count Dirk is the most likely father, assuming that Bertrada was a member of that family. "Arnoldus comes Mogotiensis prefectus" in this passage must be identified as Arnaud [I] Comte de Looz, who is recorded as the son of Emmo Comte de Looz. If that is correct, the wife of Emmo was Suanehildis of Holland, daughter of Dirk III "Hierosolymita" Count of Holland & his wife Othelindis [von Haldensleben] (-31 Mar [1100]). From a chronological point of view, the suggestion is feasible: the birth of the children of Count Dirk III must be dated to [1010/35], while Comte Emmoþs children were probably born in [1040/60]. The necrology of Liège Saint-Jacques points to this being the correct solution when it records the death 31 Mar of ?Spannehildis comitissima de Los? and her donation. Verdonk indicates that she died in 1100 on a pilgrimage to Rome. [The Vita Andreæ, first abbot of Averboden, in the Chronicle written by Nicolas Hogeland Abbot of Middelburg, records that "comitis Arnoldi Lossensis" descended "ex parte matris" from "Cliviæ comitibus", which would be inconsistent with this hypothesis but, as pointed out below, Klaversma notes that this source is a 17th century forgery and is therefore unreliable. [The dubious late-18th century Recueil généalogique de familles originaires des Pays-Bas indicates that Comte Emmo married ?Ermingarde, fille héritière de Conrard sire de Hornes et de Machtilde de Juliers, laquelle fit de belles donations à St. Barthelemi de Liège et à notre Dame de Hui?. No primary source is cited to confirm this statement and no reliable reference has been found to any such early family of Heren van Horne (see the document DUTCH NOBILITY). Possibly the statement is linked to the 17th century forgery which suggests that Horne was inherited by Emmo's son Thierry, as noted below. The reference to the ?donations à St. Barthelemi de Liège? suggests that this person was identified as "Ermengardis comitissa" whose donation is dated 1078, and presumably also as "Ermengardis" who made similar donations to the churches of Sainte-Marie et Saint-Lambert de Liège by charter dated 5 Feb 1078. No primary source has been found which links Ermengarde to Looz while Daris, in his mid-19th century Histoire de Looz, indicated that the idea had no foundation. It is suggested elsewhere in the present document that the donor in question was the widow of Gozelon Comte de Montaigu.], tr. (1) voor 1055 met Ermengarde (Irmengard) van Horn, dr. van Conrad van Horn en Mathilde de Juliers,
    , De stelling dat Emmo trouwde met een erfdochter van Horne is al lang achterhaald;[2] intussen staat vast dat hij trouwde met Swanhilde, dochter van de Friese graaf Dirk III. Uit dit huwelijk geen kinderen, relatie (2).
 

tr.
met

Poppo van Orthen, geb. 's-Hertogenbosch circa 1050.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Poppo*1105     
Theodericus*1085 Sint-Michielsgestel    



Bronnen:
1.Maison de Hornes, Horn, Horne, Hoerne, Huerne, Hoorne, etc. (B 014), Etienne Patou, 2014 (blz. 1)


Johanna van Cuyk Herpen
Johanna van Cuyk Herpen, jonkvrouw van Meerwijc,
, haar overlijden staat vermeld in het obituarium van de Sint - Jan te ’s-Hertogenbosch als volgt: Albert Heer van Herpen en Vrouwe Hadewig zijn vrouw, en Johanna de jonkvrouw van Meerwijc hun dochter en Albert van Herpen haar broer.

tr. tussen 1300 en 1305
met

Jan van Meerwijck gezegd van Herlaer,
, In het zgn."Spechtboek"  wordt vermeld dat Gerard (Jan) van Meerwijc, dit de Herlaer, van hertog Jan III van Brabant in leen houdt (anno 1374) zekere goederen bij Empel en Meerwijk "hofgoet" geheten en verder nog de tienden van beide genoemde dorpen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1330     
Gerartken     


Hendrik van Herpen
Hendrik van Herpen, ovl. in 1268,
, Heer van Herpen, vermeld 1260-1268, ridder.

Hij krijgt 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Albert I  †1288   
Rutger II  †1301   


Hadewig
Hadewig .

tr.
met

Albert I van Kuyc ridder, van Cuyk, zn. van Hendrik van Herpen, heer van Herpen, ovl. circa 1288,
, vermeld 1228-1308, Hij krijgt geen kinderen.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna     
Albert II  †1313   
Rutger     
Maria     


Albert van Herpen
Albert van Herpen, Domkannunik te Munster 1278, ovl. in 1279,
, vermeld 1268-1279.


Gerard van Loon
Gerard (Gerhard) van Loon (Gerard van Werence-van Loon en Ammerzoden) ridder (van Loon heer van Herlaer),
, vermeld 1306-1315, heer van Herlaer, Ameide en Ammerzoden, Zuilichem, Berkel en Rodichem.
17 april 1307: De officiaal van Leodium bericht aan de diaken van het dekenaat van Beke (Hilvarenbeek), dat naar aanleiding van de aanklacht van Lambertus, investiet van Hedichusen, dat nl. Gerardus van Herlaer, ridder, en zijn medeplichtigen zich de novale tienden in Buchoven wederrechtelijk hebben toegeëigend, dat hij, de officiaal, beveelt in het dekenaat over hen de excommunicatie af te kondigen, op alle zondagen en feestdagen, met brandende kaarsen en klokgelui, en bij volharding langer dan 14 dagen ook hun echtgenoten en gezinnen uit de kerk te weren.
1 september 1309: Gerard van Loon, heer van Herlaer verkoopt met toestemming van zijn vrouw Aleid, zijn oudste zoon Gerard, ridder, en zijn erfgenamen aan Reinoud graaf van Gelre tegen een zekere som geld zijn rechten die hij heeft te Zuilichem, Driel en Mook.
Gerard van Loon verkoopt op 30 maart 1314 het goed van Herlaer aan Heer Geraert van Hoerne, van Altena en Perwijs.119 Gerard van Hoerne doet in 1315 leenverhef te Brussel voor de bisschop van Luik van de heerlijkheid, de hoge en lage justitie van de huizen Herlaer en Outherlaer met de daarbij behorende villis.

tr. circa 1282
met

Aleid van Herlaer, dr. van Dirk (Theodoricus) van Herlaer van Ameide en Sophie van Stein.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dirk*1273  †1341  68


Aleid van Herlaer
Aleid van Herlaer.

tr. circa 1282
met

Gerard (Gerhard) van Loon (Gerard van Werence-van Loon en Ammerzoden) ridder (van Loon heer van Herlaer), zn. van Willem van Herlaer,
, vermeld 1306-1315, heer van Herlaer, Ameide en Ammerzoden, Zuilichem, Berkel en Rodichem.
17 april 1307: De officiaal van Leodium bericht aan de diaken van het dekenaat van Beke (Hilvarenbeek), dat naar aanleiding van de aanklacht van Lambertus, investiet van Hedichusen, dat nl. Gerardus van Herlaer, ridder, en zijn medeplichtigen zich de novale tienden in Buchoven wederrechtelijk hebben toegeëigend, dat hij, de officiaal, beveelt in het dekenaat over hen de excommunicatie af te kondigen, op alle zondagen en feestdagen, met brandende kaarsen en klokgelui, en bij volharding langer dan 14 dagen ook hun echtgenoten en gezinnen uit de kerk te weren.
1 september 1309: Gerard van Loon, heer van Herlaer verkoopt met toestemming van zijn vrouw Aleid, zijn oudste zoon Gerard, ridder, en zijn erfgenamen aan Reinoud graaf van Gelre tegen een zekere som geld zijn rechten die hij heeft te Zuilichem, Driel en Mook.
Gerard van Loon verkoopt op 30 maart 1314 het goed van Herlaer aan Heer Geraert van Hoerne, van Altena en Perwijs.119 Gerard van Hoerne doet in 1315 leenverhef te Brussel voor de bisschop van Luik van de heerlijkheid, de hoge en lage justitie van de huizen Herlaer en Outherlaer met de daarbij behorende villis.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dirk*1273  †1341  68


Theodoricus van Herlaer van Ameide
Dirk (Theodoricus) van Herlaer van Ameide.

tr. circa 1252
met

Sophie van Stein.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aleid     


Sophie van Stein
Sophie van Stein.

tr. circa 1252
met

Dirk (Theodoricus) van Herlaer van Ameide.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aleid     


Willempje Jans
Willempje Jans.

tr. Moordrecht op 9 mrt 1653
met

Abraham Gerretsz Bijlevelt.

Uit dit huwelijk 7 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Martijntje~1654  †1660  5
Gerrit~1656 Moordrecht †1658  1
Erckje~1658 Moordrecht †1667  8
Gerrit~1658 Moordrecht    
Marritjen~1659 Moordrecht    
Martijntje~1664 Moordrecht    
Erckje*1667 Moordrecht    


Arnt de Rover
Arnt de Rover ridder, geb. circa 1320, schepen in 1349, 1353, 1355, 1371 en 1378 van 's-Hertogenbosch, ovl. 's-Hertogenbosch in 1384,
, Aernt die Roever was ridder en schepen van Den Bosch in de jaren 1349, 1353, 1355, 1371 en 1378. Hij is overleden in 1384. Aernt erfde van Willem van den Bosch de tiende van Hilvarenbeek en wordt als eigenaar vermeld in het leenboek van hertog Jan III van Brabant. Aernt die Roever was een zoon van Dieric die Roever, ridder en in 1315-1328 Hoogschout van Den Bosch en van Juutta die Cock Van Weerdenburch. Dierck en zijn broer ridder Edmond de Roever (schepen van Den Bosch in 1320-1328) die door Willem van den Bosch testamentair als zijn erfgenamen waren aangewezen waren zonen van ridder Aert de Roever, schepen van Den Bosch in 1277-1297. De tiende van Hilvarenbeek viel na het overlijden van Arnt Rover (1384) in drie delen uiteen. In het hertogelijke leenboek van 1440 worden als leenhouders Willem van den Rode, Aert van Vorsselare en het kapittel van Hilvarenbeek genoemd, elk voor een deel. Aert van Vorsselare had zijn deel in 1406 of 1407 verworven van zijn vader Jan bastaard Gerarts van Vorselaar en Willem van Roede had zijn part verworven van zijn grootmoeder Aleyt Rover (Sroevers), dochter van Arnt Rover uit zijn eerste huwelijk. Hoewel de leenboeken anders suggereren waren de drie parten niet even groot. Het kapittel en Jan van Vorselaar bezaten elk een derdedeel, maar Aleyt Sroevers en haar nakomelingen bezaten slechts een kwart. Het resterende twaalfdedeel duikt pas op in 1469, als de Bossche koopman en schepen Arnt Stamelaert Henricx van Uden het nalaat aan de tafel van de Heilige Geest te Hilvarenbeek.
Arnt (ThK een andere Aernt dus, een zoon?) had in 1442 van Willem Bruystens van Langelaer een ander deel van de tiende gekocht. Een memorie "aengaende den Xde van Beeck" van rond 1500 zegt duidelijk dat de riddertiende was verdeeld in twee delen. De helft was nog in particuliere handen en had de naam riddertiende aangenomen. Van de rest was een kwart van de cantor en bezaten de heilige-geesttafel van Hilvarenbeek en de kerkfabriek van de Sint-Janskerk te Den Bosch elk een achtste deel. Deze verhoudingen wijken af van wat in de leenboeken is geregistreerd. Om het nog ingewikkelder te maken waren de onderhoudslasten van kerk en toren van Hilvarenbeek weer anders verdeeld: de proost, de kapitteldeken met de plebaan en het kapittel van Hilvarenbeek moesten elk 20% opbrengen, de eigenaars van de riddertiende eveneens 20%, de cantor van Hilvarenbeek 10% en de Sint-Jansfabriek en de Beekse armentafel elk 5%. De dekanale tienden waarvan ook de plebaan profiteerde, waren echter de nieuwe tienden. Er werd dan ook veel geruziet tussen de eigenaars van de tienden over hun bijdragen aan het kerkonderhoud.

tr. (1)
met

Catharina van Berlaer, dr. van Lodewijk III Berthout gezegd van Berlaer en Johanna van Dinter-Benthem.

Uit dit huwelijk een kind.

tr. (2)
met

Maria Gerrits van Leyenberg


Catharina van Berlaer
Catharina van Berlaer.

tr.
met

Arnt de Rover ridder, zn. van Dirck (Arentsz Jansz) ridder de Roever (heer van Aerle Rixtel, Beek en Stiphout) en Jutta de Cocq van Waardenburg, geb. circa 1320, schepen in 1349, 1353, 1355, 1371 en 1378 van 's-Hertogenbosch, ovl. 's-Hertogenbosch in 1384,
, Aernt die Roever was ridder en schepen van Den Bosch in de jaren 1349, 1353, 1355, 1371 en 1378. Hij is overleden in 1384. Aernt erfde van Willem van den Bosch de tiende van Hilvarenbeek en wordt als eigenaar vermeld in het leenboek van hertog Jan III van Brabant. Aernt die Roever was een zoon van Dieric die Roever, ridder en in 1315-1328 Hoogschout van Den Bosch en van Juutta die Cock Van Weerdenburch. Dierck en zijn broer ridder Edmond de Roever (schepen van Den Bosch in 1320-1328) die door Willem van den Bosch testamentair als zijn erfgenamen waren aangewezen waren zonen van ridder Aert de Roever, schepen van Den Bosch in 1277-1297. De tiende van Hilvarenbeek viel na het overlijden van Arnt Rover (1384) in drie delen uiteen. In het hertogelijke leenboek van 1440 worden als leenhouders Willem van den Rode, Aert van Vorsselare en het kapittel van Hilvarenbeek genoemd, elk voor een deel. Aert van Vorsselare had zijn deel in 1406 of 1407 verworven van zijn vader Jan bastaard Gerarts van Vorselaar en Willem van Roede had zijn part verworven van zijn grootmoeder Aleyt Rover (Sroevers), dochter van Arnt Rover uit zijn eerste huwelijk. Hoewel de leenboeken anders suggereren waren de drie parten niet even groot. Het kapittel en Jan van Vorselaar bezaten elk een derdedeel, maar Aleyt Sroevers en haar nakomelingen bezaten slechts een kwart. Het resterende twaalfdedeel duikt pas op in 1469, als de Bossche koopman en schepen Arnt Stamelaert Henricx van Uden het nalaat aan de tafel van de Heilige Geest te Hilvarenbeek.
Arnt (ThK een andere Aernt dus, een zoon?) had in 1442 van Willem Bruystens van Langelaer een ander deel van de tiende gekocht. Een memorie "aengaende den Xde van Beeck" van rond 1500 zegt duidelijk dat de riddertiende was verdeeld in twee delen. De helft was nog in particuliere handen en had de naam riddertiende aangenomen. Van de rest was een kwart van de cantor en bezaten de heilige-geesttafel van Hilvarenbeek en de kerkfabriek van de Sint-Janskerk te Den Bosch elk een achtste deel. Deze verhoudingen wijken af van wat in de leenboeken is geregistreerd. Om het nog ingewikkelder te maken waren de onderhoudslasten van kerk en toren van Hilvarenbeek weer anders verdeeld: de proost, de kapitteldeken met de plebaan en het kapittel van Hilvarenbeek moesten elk 20% opbrengen, de eigenaars van de riddertiende eveneens 20%, de cantor van Hilvarenbeek 10% en de Sint-Jansfabriek en de Beekse armentafel elk 5%. De dekanale tienden waarvan ook de plebaan profiteerde, waren echter de nieuwe tienden. Er werd dan ook veel geruziet tussen de eigenaars van de tienden over hun bijdragen aan het kerkonderhoud, tr. (2) met Maria Gerrits van Leyenberg. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een kind.


Lodewijk III Berthout gezegd van Berlaer
Lodewijk III Berthout gezegd van Berlaer, geb. circa 1300, ovl. circa 1346.

tr.
met

Johanna van Dinter-Benthem, van Benthem, dr. van Walraven van Benthem en Agnes van Heeswijk, geb. circa 1297, ovl. circa 1357, tr. (2) met Lodewijk III van Berlaer. Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Catharina     



Bronnen:
1.Gens Nostra (GN), Nederlandse Genealogische Vereniging, Amsterdam, van 1946 tot 1995


Johanna van Dinter-Benthem
Johanna van Dinter-Benthem, van Benthem, geb. circa 1297, ovl. circa 1357.

tr. (1)
met

Lodewijk III Berthout gezegd van Berlaer, zn. van Jan I Jr Berthout gezegd van Berlaer (heer van Helmond en Keerbergen) en Elisabeth van den Berghe, geb. circa 1300, ovl. circa 1346.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Catharina     

tr. (2)
met

Lodewijk III van Berlaer, heer van Helmond, ovl. in 1346.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Walram  †1362   
Catharine*1330  †1380  50


Edmond de Rover
Edmond de Rover (Roever), schepen van den Bosch in 1277-1297.