Cees Hagenbeek
Alubuga d'Albanie
Alubuga d'Albanie, geb. circa 881.

tr.
met

Pressiana Kubratos, dr. van Petrislav Kometopulo en Marija Irina Lekapenos, geb. circa 907.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Melusine*928     


Pressiana Kubratos
Pressiana Kubratos, geb. circa 907.

tr.
met

Alubuga d'Albanie, zn. van Oleg I De Wijze de Kiev, geb. circa 881.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Melusine*928     


Petrislav Kometopulo
Petrislav Kometopulo, geb. circa 892, ovl. in 970.

tr. Constantinopel in 927
met

Marija Irina Lekapenos, dr. van Christophe Lécapène (keizer van Constantinopel) en Sophie Nikétas, geb. Constantinopel.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pressiana*907     


Marija Irina Lekapenos
Marija Irina Lekapenos, geb. Constantinopel.

tr. Constantinopel in 927
met

Petrislav Kometopulo, geb. circa 892, ovl. in 970.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pressiana*907     


Christophe Lécapène
Christophe Lécapène, geb. circa 895, keizer van Constantinopel.

tr.
met

Sophie Nikétas.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marija Constantinopel    


Sophie Nikétas
Sophie Nikétas.

tr.
met

Christophe Lécapène, zn. van Romain I de Byzance Lekapeinos en Maria (Arménie) Hayastani, geb. circa 895, keizer van Constantinopel.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marija Constantinopel    


Oleg I De Wijze de Kiev
Oleg I De Wijze de Kiev, geb. in 879, ovl. in 912.

Oleg I De Wijze de Kiev.
Oleg de Wijze (879-912) veroverde in 882 Kiev, de belangrijkste stad van de Poljanen en tot dat moment een buitenpost van het rijk der Chazaren. Kiev had een zeer gunstige strategische ligging aan de Dnjepr op de grens van de steppe en het bosgebied. Het werd zijn nieuwe hoofdstad en vormde een belangrijke schakel in de export van slaven, barnsteen en bosproducten als bont, bijenwas en honing. Olegs uitgestrekte rijk werd bewoond door oostelijke Slaven, Finnen en Balten, naast Iraanse en Turkse stammen.

Ruriks zoon Igor (912-945) wist na een nieuwe aanval op Constantinopel in 944 een gunstig handelsverdrag met het Byzantijnse rijk af te dwingen. De contacten met het hoog ontwikkelde Constantinopel leidden tot sterkere christelijke invloeden in het Kievse Rijk, naast die van het door de Chazaren omarmde joodse geloof, de islam en het traditionele sjamanisme. In 945 werd Igor vermoord. Hij werd opgevolgd door zijn vrouw Olga. Omstreeks 955 bekeerde ze zich tot het christendom en veranderde haar naam in Helena. In 962 gaf ze de macht aan haar zoon Svjatoslav I.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Alubuga*881     


Rurik I de Kiev
Rurik I de Kiev.

Rurik I de Kiev.
Vanaf de late 8e eeuw ontstond de handelsroute van de Varjagen naar de Grieken, een handelsroute die vrijwel geheel over water ging en die Scandinavië met het Byzantijnse Rijk verbond. De route stelde de oorspronkelijk uit Zweden stammende Varjagen in staat om een profijtelijke handel met het Byzantijnse Rijk op te zetten. Een andere route was de handelsroute over de Wolga naar het Kalifaat van de Abbasiden.

De Varjagen hadden in 860 hun militaire kracht al gedemonstreerd met een felle aanval op Constantinopel. De Varjagen ondernamen, in samenwerking met de Chazaren, ook plundertochten naar de zuidkust van de Kaspische Zee. De verhoudingen tussen de belangrijkste machten in Oost-Europa, het Byzantijnse rijk, de Chazaren, de Wolga-Bulgaren aan de bovenloop van de Wolga, de Petsjenegen op de steppen van Oekraïne en de Varjagen waren wisselvallig van karakter. Strijd en samenwerking volgden snel op elkaar. De krijgshaftige Varjagen maakten de groeiende boerenbevolking in de bosgebieden schatplichtig.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Oleg I*879  †912  33


Romain I de Byzance Lekapeinos
Romain I de Byzance Lekapeinos (Lekapeinos, Lekapenos, Lécapène), geb. circa 870, ovl. in 948.

tr.
met

Maria (Arménie) Hayastani, dr. van Christoforos Rancabe (Domestique des Scholes de l'armée byzantine dans les années 870) en Anastasie de Byzance (Princesse byzantine).

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Christophe*895     


Maria (Arménie) Hayastani
Maria (Arménie) Hayastani.

  • Vader:
    Christoforos Rancabe, geb. circa 845, Domestique des Scholes de l'armée byzantine dans les années 870, ovl. na 885, tr. met

tr.
met

Romain I de Byzance Lekapeinos (Lekapeinos, Lekapenos, Lécapène), zn. van Théophilacte Abatistos Lekapeinos, geb. circa 870, ovl. in 948.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Christophe*895     


Christoforos Rancabe
Christoforos Rancabe, geb. circa 845, Domestique des Scholes de l'armée byzantine dans les années 870, ovl. na 885.

tr.
met

Anastasie de Byzance, dr. van Basilios Autokrator ton Rhomaion (Empereur byzantin de la dynastie macédonienne ( 867-886 )) en Maria Maniakes Major (Macédonienne), geb. circa 860, Princesse byzantine.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria     


Anastasie de Byzance
Anastasie de Byzance, geb. circa 860, Princesse byzantine.

tr.
met

Christoforos Rancabe, geb. circa 845, Domestique des Scholes de l'armée byzantine dans les années 870, ovl. na 885.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria     


Eudokia Baiana
Eudokia Baiana, ovl. in 900.

tr.
met

Leo VI Autokrator ton Rhomaion (Leon VI le Sage - le Philosophe de Byzance) (Léon VI le Sage Empereur de Byzantin), zn. van Michel III Byzantin en Eudocie Ingérina Impératrice Byzantine (Maîtresse van keizer Michaël III), geb. Constantinopel op 1 sep 866, keizer van van Constantinopel, ovl. Constantinopel op 11 mei 912, tr. (1) met Zoe Karbonophina (Zoé Tzaouzina de Macedoine), dr. van Stylianos Tzaoutzes de Macedoine (Magistros & Basileopator) en Anna Pordayrogenitus. Uit dit huwelijk een zoon, tr. (2) met Zoé Tzaoutzina. Uit dit huwelijk een dochter.

Zoé Tzaoutzina.
Ze was een Byzantijnse keizerin-gemalin als tweede vrouw van de Byzantijnse keizer Leo VI de Wijze. Ze was de dochter van Stylianos Zaoutzes, een hooggeplaatste bureaucraat tijdens het bewind van haar echtgenoot. .

Het werk Theophanes Continuatus was een voortzetting van de kroniek van Theophanes de Belijder door andere schrijvers, actief tijdens het bewind van Constantijn VII. Volgens deze kroniek was Zoe eerst getrouwd met Theodore Gouniazizes, een verder onbekend lid van het hof. Na de dood van haar echtgenoot werd ze minnares van de keizer. Theophanes meldt dat Theodore vergiftigd werd, waarbij Leo VI wordt verdacht van betrokkenheid bij zijn vroege overlijden. Symeon de Metaphrast vermeldt dat Leo verliefd op haar werd in het derde jaar van zijn regering, wat hun ontmoeting rond 889 plaatst. Op dat moment was Leo getrouwd met Theophano, de dochter van Constantijn Martiniakos. Dat huwelijk was gearrangeerd door zijn vader Basil I. Ze hadden een dochter, maar het huwelijk tussen Leo VI en Theophano leek liefdeloos.

In het zevende jaar van zijn regering (ca. 893) trok Theophano zich terug in een klooster in de wijk Blachernae in Constantinopel. Ze werd beschouwd als bijzonder toegewijd aan de kerk gedurende haar leven. Of haar terugtrekking vrijwillig was, blijft onduidelijk volgens zowel Theophanes als Symeon. Zoe nam haar plaats in binnen het paleis en het hofleven. Er is onduidelijkheid over haar status van ca. 893 tot 897. Volgens Symeon werd het huwelijk tussen Leo VI en Theophano officieel ongeldig verklaard, waardoor Leo en Zoe binnen dat jaar konden trouwen. Volgens Theophanes was het oorspronkelijke huwelijk nog geldig en bleef Zoe de koninklijke minnares. Beide bronnen zijn het er echter over eens dat haar vader, Stylianos Zaoutzes, naar de top van de paleishiërarchie steeg en zelfs de nieuwe titel basileopator (“vader van de keizer”) kreeg, die hij tot zijn dood in 899 droeg. Theophano stierf in haar klooster op 10 november 897. Volgens Theophanes trouwden Leo en Zoe vervolgens. Zowel Symeon als Theophanes zijn het erover eens dat Zoe pas tot Augusta werd gekroond na het overlijden van haar voorgangster. .

Zoe zelf stierf in 899. Volgens De Ceremoniis van Constantijn VII had ze minstens twee dochters gekregen. Toch had Leo VI nog steeds geen zoon en was zijn opvolging onzeker. Symeon vermeldt dat ze werd begraven in de tempel die haar naam droeg, Hagia Zoe. De Ceremoniis vermeldt echter dat ze werd begraven in de Kerk van de Heilige Apostelen, waar Leo VI, Theophano en zijn derde vrouw Eudokia Baïana ook werden begraven. Als beide vermeldingen accuraat zijn, zouden haar stoffelijke resten zijn verplaatst van de oorspronkelijke begraafplaats naar die van haar echtgenoot.

Zoé Carbonopsina (Zoe Karbonopsina), "met de vurige ogen," was de vierde vrouw van de Byzantijnse keizer Leo VI de Wijze. .

Ze was familie van de kroniekschrijver Theophanes de Belijder en de nicht van admiraal Himérios. Ze was een tijdlang de minnares van Leo VI en trouwde pas met hem nadat ze hem in 905 een zoon had geschonken, de toekomstige Constantijn VII. Dit was echter Leo’s vierde huwelijk, wat voor de Orthodoxe Kerk gelijk stond aan bigamie. Leo had al grote moeite gehad om zijn derde huwelijk met Eudoxia Baïana in 901 erkend te krijgen.

Patriarch Nicolaas Mystikos doopte met tegenzin Constantijn, maar verbood de keizer streng om opnieuw te trouwen. Leo negeerde dit verbod en liet zijn huwelijk in het geheim inzegenen in de privékapel van het paleis, door een eenvoudige priester. De voortdurende tegenstand van Nicolaas leidde tot zijn arrestatie en hij werd in 907 gedwongen af te treden. De nieuwe patriarch, Euthymios, erkende het huwelijk.

In 912 stierf Leo en werd hij opgevolgd door zijn jongere broer Alexander. Die bracht Nicolaas terug en stuurde Zoé uit het paleis. Ze keerde in 913 terug na de dood van Alexander, maar Nicolaas dwong haar een klooster in te gaan nadat hij de steun van de senaat en de kerk had gekregen om haar niet als keizerin te accepteren. .

De concessies die Nicolaas datzelfde jaar deed aan de Bulgaren maakten hem echter impopulair, waardoor Zoé in 914 in staat was om hem te vervangen als regentes. Nicolaas bleef patriarch nadat hij haar als keizerin erkende.

Zoé regeerde met steun van de keizerlijke bureaucratie en de invloedrijke generaal Leo Phokas, haar favoriet. Haar eerste daad was het intrekken van de concessies aan Simeon van Bulgarije, waaronder de erkenning van zijn keizerlijke titel en het gearrangeerde huwelijk tussen zijn dochter en Constantijn. Dit herstartte de oorlog tussen Byzantium en Bulgarije. .

In 919 greep admiraal Romanos Lekapenos, gebruikmakend van de groeiende oppositie tegen Zoé en Leo Phokas, de macht. Hij huwde zijn dochter Helena met Constantijn VII en beschuldigde Zoé in 920 van poging tot vergiftiging, waarna hij haar terugstuurde naar het klooster.

Leo VI Autokrator ton Rhomaion (Léon VI le Sage Empereur de Byzantin).
869 Mitkaiser, 886 Kaiser, (Vater: Michael III.?) filiation? Keizer van het Byzantijnse Rijk van 886 tot 912.

Leo was een zoon van keizerin Eudokia Ingerina; zijn vader was ofwel haar man Basileios I, ofwel haar minnaar Michaël III. Hij wordt beschouwd als een groot wetgever en de schrijver van een aantal stukken religieuze poëzie, waarmee hij zijn erenaam de Wijze verdiende. Hij hervormde het staatsbestel dat steeds meer gecentraliseerd en autocratisch werd.

In de buitenlandse politiek was hij echter minder gelukkig. Hij kon zich niet langer alleen op de Abbasiden concentreren, want de Bulgaren werden onder hun khan Simeon I weer een ernstige bedreiging. Leo deed daarom een beroep op de Magyaren (Hongaren) die het gebied tussen de Dnjepr en de Donau in bezit genomen hadden om de Bulgaren in de rug aan te vallen. Hiermee werden de Magyaren voor het eerst een belangrijke mededinger op de Balkan. De Byzantijnen werden verslagen in de Slag bij Bulgarophygon (896) en de keizer moest zware schatting betalen en grote delen gebied afstaan.

Ook op Sicilië ging het mis. In 902 namen de Arabieren Taormina in, waardoor ze na 75 jaar strijd eindelijk het hele eiland in handen kregen. Zij vielen ook Thessaloniki aan en richtten er een verschrikkelijk bloedbad aan. Daarna begon Leo meer aan de verdedigingswerken te doen en in 905 werd de Arabische vloot in de Egeïsche Zee verslagen, maar een expeditie naar hun uitvalsbasis Kreta liep weer op een ramp uit.

Al Leo's moeite was uiteindelijk min of meer voor niets. Een lichtpuntje was echter dat er voor het eerst contacten gelegd werden met het Kievse Rijk: in 911 werd er een handelsovereenkomst gesloten, nadat eerst prins Oleg de Wijze vreedzaam maar dreigend zijn grote vloot in de Bosporus vertoond had.

Leo had ook problemen met zijn diverse echtgenotes en met de kerk. Hem werd zelfs de toegang tot de Hagia Sophia ontzegd, maar Leo wist wel wat hem in zo'n geval te doen stond. Hij deed een beroep op de paus, die altijd graag zijn rivaal de patriarch het leven zuur maakte.

Leo stierf na een leven vol zorg op 12 mei 912 en liet het rijk na aan zijn zesjarige zoontje Constantijn VII onder voogdijschap van zijn broer Alexander. Deze had al eerder de troon met hem gedeeld, maar hij gaf niets om regeren en des te meer om plezier maken.

In het Oosters Christendom worden zowel hij als zijn vrouw Theophano Martinakia als heiligen vereerd.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Basilios     


Maria Maniakes Major
Maria Maniakes Major, geb. Constantinopel circa 830, Macédonienne.

tr. circa 845
met

Basilios (Basilos) Autokrator ton Rhomaion (Basile Empereur de Byzance, Basile I le Macédonien de Constantinople), zn. van Bardas Constantin Mamikonian en Pancalo d'Arménie Bagratid, geb. Skopje [Macedonia] circa 813, Empereur byzantin de la dynastie macédonienne ( 867-886 ), ovl. op 29 aug 886, tr. (1) met Eudocie Ingérina Impératrice Byzantine. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Basilios Autokrator ton Rhomaion (Basile Empereur de Byzance, Basile I le Macédonien de Constantinople).
der Macedone, 26.5.866 Mitkaiser, 23.9.867 Kaiser.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anastasie*860     


Basilios Ingerina
Basilios Ingerina.


Constantin de Byzance
Constantin (Constantin V Copronyme et aussi « Caballinos ») de Byzance, geb. Constantinopel in 718, Empereur de 741 à 775, ovl. in 775.

Constantin de Byzance.
Constantijn V wordt traditioneel "Copronyme" genoemd, wat betekent "met de naam van stront" of "wiens naam stront is", van het Oudgriekse (uitwerpselen), een bijnaam die hij definitief kreeg na het Tweede Oecumenische Concilie van Nicea (787), dat de iconoclastische ketterij, waarvan hij een van de meest fervente propagandisten was, plechtig veroordeelde. Een andere bijnaam die hij kreeg was "Caballinos" (de "paardachtige"), wat verwijst naar zijn vermeende buitensporige liefde voor paarden en wagenrennen in het hippodroom. Constantijn V, geboren in juli 718 in Constantinopel en overleden op 14 september 775, was Byzantijnse keizer van 741 tot 775. Hij was de zoon van Leo III de Isauriërs en zijn vrouw Maria, en werd door zijn vader in augustus 720 uitgeroepen tot medekeizer.

Constantijn V is een van de meest belasterde figuren door latere kroniekschrijvers en historici: als belangrijkste promotor van het iconoclasme en vervolger van monniken, werd hij systematisch beschreven als een afschuwelijke tiran door de latere Byzantijnse geschiedschrijving, die voornamelijk clericaal en monastiek van aard was en iconodule van aard. Wat betreft de literatuur van de iconoclasten zelf, is er niets van bewaard gebleven. Het is dus belangrijk te zeggen dat hij een slecht begrepen figuur blijft en dat een objectieve evaluatie van zijn persoonlijkheid en daden alleen kan worden gemaakt door een zeer kritische lezing van de bronnen, waarbij zijn aanzienlijke rol in de geschiedenis van het Byzantijnse Rijk wordt hersteld. Constantijn kreeg zijn bijnaam "Copronyme" naar aanleiding van een belachelijke anekdote verspreid door kwaadaardige kroniekschrijvers: tijdens zijn doop door patriarch Germanus I zou hij in het doopwater hebben gepoept, wat een walgelijke geur veroorzaakte, en de patriarch zou toen "profetisch" hebben gezegd: "Dit kind zal de Kerk vervullen met zijn stank". Zijn andere gebruikelijke bijnaam "Caballinos" verwijst naar zijn vermeende overmatige liefde voor paarden en wagenrennen in het hippodroom. Hij wordt ook vaak beschuldigd van losbandigheid en homoseksualiteit in de monastieke literatuur (hoewel hij drie keer getrouwd was en zes kinderen had bij zijn derde vrouw, wat hem ook werd aangewreven, aangezien derde huwelijken in principe verboden waren). .

Constantijn werd geboren in Constantinopel in juli 718, aan het einde van een jaarlange blokkade van de hoofdstad door de Arabieren (die half augustus het kamp verlieten), en een jaar na de verovering van de keizerlijke troon door zijn vader Leo de Isauriër (maart 717). Hij werd gedoopt in de Hagia Sophia op Eerste Kerstdag, samen met zijn moeder Maria, die tot keizerin werd gekroond. Leo's bondgenoot in zijn machtsovername was de Armeense generaal Artavasde, strateeg van de Armeniakken, aan wie Leo zijn oudste dochter Anna (geboren rond 705) had uitgehuwelijkt en die hij benoemde tot curopalates (commandant van de paleiswacht) en graaf van de Opsikion. Van meet af aan ontstond er een misverstand over de opvolging van Leo. Constantijn werd in augustus 720 uitgeroepen tot medekeizer. In 732 liet zijn vader hem trouwen met prinses Tzitzak, dochter van de khagan van de Chazaren, die werd gedoopt onder de naam Irene. Zij moet jonger zijn geweest dan hij, aangezien ze pas in 750 hun eerste kind kregen. Constantijn was aanwezig bij de slag bij Akroinon in mei 740, en de glorie van deze overwinning op de Arabieren viel ook hem ten deel. .

Leo III stierf op 18 juni 741, toen Constantijn bijna drieëntwintig jaar oud was. Hij liet zich kronen tot keizer door patriarch Anastasius en besloot een week later om op veldtocht te gaan in Klein-Azië tegen de Arabieren. Hij vertrouwde de hoofdstad toe aan magister Theophanes Monotios. Eenmaal in Bithynië moest hij zijn zwager Artavasde, nog steeds graaf van de Opsikion, ontmoeten, maar hun legers botsten onmiddellijk, en het leger van Constantijn werd verslagen. De jonge keizer vluchtte naar het zuiden. Artavasde trok naar Constantinopel en kondigde de dood van Constantijn aan. Theophanes Monotios liet de poorten voor hem openen. De getrouwen van Constantijn, die niet geloofden in zijn dood, werden gearresteerd, en Artavasde werd gekroond door patriarch Anastasius. Maar Constantijn bereikte Amorium, waar hij de steun won van het thema van de Anatoliërs, en later ook van dat van de Thraciërs. In de herfst van 741 leidde hij zijn leger naar de Bosporus, maar hij had geen vloot om over te steken en moest terugkeren naar Amorium voor de winter. Artavasde riep een van zijn zonen, Nicephorus, uit tot medekeizer en benoemde de andere, Nicetas, tot opperbevelhebber (monostratêgos) in Klein-Azië. In de lente van 742 leidde Artavasde zelf een leger naar het thema van de Thraciërs. Hij en Constantijn botsten in de buurt van Sardes, en deze keer was het Constantijn die zegevierde. Artavasde keerde terug naar Constantinopel. Nicetas, die zich in het thema van de Armeniakken bevond, rukte met zijn leger op om Constantijn te ontmoeten, en de twee vochten in augustus in de bloedige slag bij Môdrinê (waarschijnlijk het huidige Mudurnu); Nicetas werd verslagen. In september stak Constantijn de Bosporus over, terwijl Sisinnios, strateeg van de Thraciërs, de Hellespont overstak. De twee vochten samen om de hoofdstad te belegeren, waar Artavasde nu opgesloten zat. Het beleg van Constantinopel duurde meer dan een jaar. Artavasde probeerde een vloot door de Hellespont te sturen om voorraden te verkrijgen, maar deze werd bij Abydos gevangengenomen door de Cibyrrhioten. Hij probeerde een uitval aan land te doen, maar moest met zware verliezen terug de stad in, waaronder Theophanes Monotios. Ondertussen had Nicetas zijn leger in Klein-Azië hersteld en probeerde hij zijn vader te hulp te komen, maar hij werd definitief verslagen en gevangen genomen in de buurt van Nicomedië door Constantijn. In de lente van 743, toen er hongersnood uitbrak in de hoofdstad, moest Artavasde een groot deel van de inwoners laten vertrekken. Op 2 november veroverde Constantijn de stad door een verrassingsaanval. De overwinnaar toonde clementie jegens de vele aanhangers van Artavasde: hij, zijn twee zonen en slechts enkele van hun naasten werden blind gemaakt en opgesloten in een klooster (Sint-Sauveur-in-Chora voor Artavasde); patriarch Anastasius werd gegeseld en publiekelijk vernederd op een ezel, maar behield zijn ambt; enkele anderen werden alleen hun bezittingen ontnomen. Het te machtige thema van de Opsikion, dat de basis van de macht van Artavasde was geweest, werd verdeeld.

Constantijn voerde een belangrijke militaire hervorming door: de oprichting van een tak van het leger die losstond van de themata, bekend als de tagmata ("de regimenten"), waarschijnlijk grotendeels gevormd uit het voormalige Opsikion. Dit was een permanent leger van 18.000 man dat was gestationeerd in en rond Constantinopel, in Europa en Azië. De zes afdelingen droegen de namen van oude eenheden van de wacht of het garnizoen van de hoofdstad. De twee belangrijkste afdelingen waren de Scholes en de Excubites, die elk een cavalerie-eenheid van vierduizend man werden, waarvan de soldaten aan weerszijden van de Bosporus waren verdeeld om militaire samenzweringen moeilijker te maken. Een andere afdeling van vierduizend man, de Vigla (van het Latijnse vigiliae), was speciaal belast met het bewaken van het paleis en leverde tijdens militaire veldtochten de kampwachten. Er waren ook de Optimates, een korps van tweeduizend muildierdrijvers die verantwoordelijk waren voor het vervoer van bagage, en die halfweg tussen een tagma en een thema in zaten. Dit leger stond dus permanent ter beschikking van de keizer, rondom de hoofdstad, en diende voor snel besliste kleine militaire veldtochten en als ruggengraat voor grotere expedities. Daarnaast maakte de verspreiding van de troepen in de regio rond de hoofdstad over verschillende eenheden, zowel van de themata als van de tagmata, militaire complotten minder waarschijnlijk. Ten slotte stelde de aanwezigheid van de soldaten van de tagmata in Thracië Constantijn in staat om vanaf het begin van zijn regering het gebied waarover het keizerlijke gezag zich uitstrekte in Europa uit te breiden ten koste van de "sklaviniën". .

Militaire Expedities .

In 746 gebruikte Constantijn waarschijnlijk voor het eerst de tagmata in een expeditie naar moslimgebied, gebruik makend van de onrust die het einde van het Omajjaden-kalifaat in Damascus begeleidde. Hij veroverde Germanicia, de geboorteplaats van zijn vader, en de nabijgelegen steden Doliche en Sozopetra. Hij probeerde deze steden niet te behouden, maar vestigde hun christelijke inwoners als kolonisten in Thracië. In 747 werden alle operaties echter opgeschort door een bijzonder hevige terugkeer van de pest: in de herfst van 745 in Sicilië en Calabrië, in 746 in Griekenland en de eilanden van de Egeïsche Zee, en begin 747 bereikte deze Constantinopel en woedde er een jaar lang, met zeer zware verliezen. De keizerlijke hofhouding werd verplaatst naar Nicomedië. Patriarch Nikephoros vermeldde in zijn Breviarium dat de stad Constantinopel tijdelijk praktisch leeg was. Toen de plaag afnam in 748, herbevolkte Constantijn zijn hoofdstad met inwoners uit Griekenland en de eilanden van de Egeïsche Zee. In 751 profiteerde de keizer van de omverwerping en dood van Marwan II, de laatste van de Omajjaden van Damascus, terwijl Al-Saffah, de eerste Abbasied, bezig was zijn macht te vestigen, om een andere expeditie te leiden naar moslimgebied. Hij belegerde en veroverde de vesting van Melitene, vernietigde deze volledig en transporteerde opnieuw de christelijke inwoners naar Thracië. Deze verplaatsingen, samen met versterkingswerken aan de steden in de regio, stelden het rijk in staat om zijn soevereiniteit daar te herstellen. Vermoedelijk werd de stad Adrianopel, die lang verloren was, in deze jaren weer Byzantijns. Anderzijds verloor het Byzantijnse Rijk in 751 definitief Ravenna, dat werd veroverd door de Lombardische koning Aistulf. Voortaan had het Rijk in het Italiaanse schiereiland alleen Calabrië en min of meer Venetië. Constantijn had tijdens zijn regering veel diplomatieke uitwisselingen met het pausdom, de Lombarden en de Frankische koning Pepijn de Korte (onder meer met de aanwezigheid van Byzantijnse ambassadeurs bij de plaid van Gentilly met Pasen 767), maar ondernam nooit enige militaire operatie in het Westen. Zijn twee interventiegebieden waren de Balkan en het oosten van Klein-Azië. .

In 752 startte Constantijn een campagne door het hele rijk om de geldigheid van het verbod op de beeldenverering, uitgevaardigd door Leo III in januari 730, te herbevestigen. Het moet worden benadrukt dat tussen deze twee data geen enkele actie van de twee opeenvolgende keizers in verband met deze kwestie bekend is. Hooguit zijn er enkele toespelingen op het feit dat Artavasde, om steun te verwerven, mogelijk de iconen opnieuw had toegestaan, maar er is niets dat erop wijst dat hij het decreet van Leo III formeel had ingetrokken. Toch bleef de kwestie zeker aan de orde, aangezien de kerken die niet onder controle van het rijk stonden (met name het pausdom) het iconoclasme weigerden en theologen, zoals Johannes van Damascus in Palestina, de controverse in stand hielden. Echter, sinds het begin van zijn regering had Constantijn andere dringende zorgen. Gezanten werden door het hele rijk gestuurd om de bisschoppen aan te moedigen synodes en openbare bijeenkomsten over deze kwestie te organiseren; de tekst getiteld "Waarschuwing van een Ouderling over de Heilige Beelden" (Nouthesia gerontos) laat een van deze synodes zien, bijeengeroepen door bisschop Cosmas in Cilicië, waar hij de iconodule monnik George van Cyprus moest confronteren; de vele schriftuurlijke en patristische verwijzingen die de bisschop aandroeg, wijzen erop dat de theologen van het Paleis argumenten hadden samengesteld om te circuleren. Constantijn zelf, een groot liefhebber van theologie, schreef verhandelingen zoals de Peuseis ("Vragen"), waarvan we gedeeltelijk de tekst hebben bewaard in de weerlegging die patriarch Nikephoros I ervan maakte (Antirrhetici I en II). Deze campagne leidde tot de bijeenkomst van het concilie van Hiéreia van 10 februari tot 8 augustus 754. Dit concilie bracht 338 bisschoppen bijeen gedurende zes maanden en was een groot evenement. De bewering van de keizer dat het een oecumenisch concilie was, is echter zeer merkwaardig: noch het pausdom, noch de oosterse patriarchaten van Alexandrië, Antiochië en Jeruzalem waren vertegenwoordigd; bovendien was patriarch Anastasius van Constantinopel in januari overleden en stelde Constantijn zijn opvolger, die hij zelf had gekozen, pas aan tijdens de slotzitting van het concilie op 8 augustus, zodat geen van de vijf traditionele patriarchen van de Kerk in dit concilie verscheen. Geen enkel vorig oecumenisch concilie was zo'n puur machtsmiddel van het keizerlijke gezag geweest. Het lijkt erop dat het belangrijkste voordeel dat Constantijn uit deze hele campagne haalde, een versterkte autoriteit over de geestelijkheid van het rijk en religieuze kwesties was. Maar na het concilie van Hiéreia lanceerde hij geen vervolging tegen de iconodules, denkend waarschijnlijk dat hij hen definitief had onderworpen.

In 755 ondernam Constantijn een nieuwe expeditie naar moslimgebied, dit keer meer naar het noorden: hij veroverde het grensfort Camachum, dat hij behield, en daarna de Armeense stad Theodosiopolis, waarvan hij, zoals in de twee eerdere expedities, de christelijke inwoners naar Thracië stuurde om daar te koloniseren. De Byzantijnse expansie in Thracië leidde overigens tot een aanval van de Bulgaren in 756. Na hen onder de muren van Constantinopel te hebben verslagen, lanceerde de keizer een militaire veldtocht in Thracië en versloeg het Bulgaarse leger bij de slag om Marcellae.

In 757 voerde hij een veldtocht bestaande uit onbesliste schermutselingen in Cilicië, wat de keizer ertoe bracht een wapenstilstand en een gevangenenruil met de Arabieren te accepteren, waardoor hij zich vervolgens tegen de Bulgaren en de Slaven kon richten. In 759 werd een expeditie georganiseerd tegen de Slaven van Macedonië, waarvan een deel van het grondgebied werd veroverd.

In 760 vond een grootschalige veldtocht plaats tegen het Bulgaarse kanaat: een vloot werd langs de kust van de Zwarte Zee gestuurd, en de troepen landden in de regio van de Donaudelta, die ze plunderden; intussen rukte de keizer zelf met een landleger op en ontmoette de Bulgaren bij het fort van Markellai (in de buurt van de huidige stad Karnobat in het zuiden van Bulgarije); hij dwong de Bulgaren zich terug te trekken, maar ten koste van zware verliezen aan beide kanten. Uiteindelijk accepteerde hij een wapenstilstand zonder verder op te rukken, omdat een Arabisch leger het grondgebied van het thema van de Armeniërs was binnengevallen en hun strateeg had gedood. .

In 762 werd khan Vineš, die de wapenstilstand met de keizer had ondertekend en gijzelaars had gestuurd, omvergeworpen en blijkbaar gedood door Teletz, die vastbesloten was de oorlog te hervatten (maar de interne gebeurtenissen in de Bulgaarse staat van die tijd zijn zeer onzeker, zowel wat betreft de chronologie als de incidenten zelf). Deze machtsgreep leidde tot de vlucht naar Byzantijns grondgebied van een deel van het Slavische element van het Bulgaarse kanaat; de vluchtelingen werden in Bithynië gevestigd, onder de Optimaten.

In het voorjaar van 763 lanceerde Constantijn een nieuwe veldtocht volgens hetzelfde principe als de vorige: hij stuurde een vloot met negen duizend soldaten die landden bij de Donaudelta, terwijl hijzelf op 16 juni te land naar het noorden marcheerde. De confrontatie met Teletz vond plaats op 30 juni in de buurt van Anchialos; de Byzantijnen waren de overwinnaars, maar met zware verliezen aan beide kanten. Bij zijn terugkeer in Constantinopel vierde de keizer een triomf. In juni 766 lanceerde Constantijn opnieuw een aanval op de Bulgaren volgens hetzelfde systeem: een vloot langs de kust en een landleger dat hij zelf aanvoerde. Maar deze keer had hij minder geluk: in juli werd de vloot getroffen door een storm en grotendeels vernietigd, waarbij veel soldaten verdronken. De keizer liet de lichamen bergen en begraven, en keerde terug naar Constantinopel na deze mislukking. .

In de zomer van 763, na zijn overwinning bij Anchialos, liet Constantijn de kluizenaar Stefanus de Jonge arresteren, die gevestigd was op de berg Sint-Auxentius en grote invloed had verworven; zijn redenen waren dat Stefanus weigerde het decreet van het concilie van Hiéreia te ondertekenen en het middelpunt was van een beweging van onrust over deze kwestie onder de monniken, maar vooral dat hij een invloed uitoefende die als schadelijk werd beschouwd voor leden van de aristocratie, inclusief officieren en hoge dignitarissen van het Paleis, onder wie hij ervan werd beschuldigd een lastercampagne tegen de keizer te voeren en hen tot het monastieke leven te bekeren. Stefanus, na een periode van verbanning op het eiland Proconnèse en vervolgens gevangenschap in Constantinopel, werd op 20 november 765 gelyncht door soldaten van de tagmata, verontwaardigd over de als provocatief beschouwde houding van de kluizenaar tegenover de keizer. Dit voorval zou binnenkort een ongemak binnen de entourage van Constantijn onthullen.

In augustus 766, na zijn mislukte expeditie in Bulgarije, organiseerde de keizer, geïrriteerd door de stilzwijgende vijandige houding van een deel van de monastieke gemeenschap, een bespottingsvoorstelling in het hippodroom: monniken en nonnen in seculiere kleding moesten voor het publiek paraderen terwijl ze elkaar bij de hand hielden. Enkele dagen later werden negentien zeer nauwe medewerkers van de keizer gearresteerd en beschuldigd van samenzwering; de twee belangrijkste waren twee broers, Constantijn Podopagouros, logotheet van de dromos, en Stratégios, Domesticos van de Excubitors (dus commandant van een van de twee belangrijkste afdelingen van de tagmata); de twee werden er met name van beschuldigd samenzweringen tegen de keizer te hebben gesmeed met Stefanus de Jonge. Onder de andere samenzweerders waren Antiochos, strateeg van Sicilië en voormalig logotheet van de dromos, Ikoniates, strateeg van Thracië, de graaf van de Opsikion, en verschillende andere iets minder belangrijke figuren. .

Op 25 augustus vond in het hippodroom een bespottingsvoorstelling van de samenzweerders plaats, en op 26 augustus werden Podopagouros en zijn broer onthoofd, terwijl de anderen werden geblinddoekt. In de dagen daarop werd de eparch van Constantinopel, Procopius, gearresteerd en gegeseld, en op 30 augustus werd patriarch Constantijn II gearresteerd en ondergebracht in het paleis van Hiéreia; hij werd officieel afgezet in november en in oktober 767 geëxecuteerd. Deze gebeurtenissen leidden tot een radicalisering van het binnenlands beleid, met name het religieuze beleid van Constantijn.

Hij gaf het leger nu een vooraanstaande plaats in zijn regering en vertrouwde vooral op de elite-afdeling van de Scholae. Hij benoemde een reeks nieuwe verantwoordelijken in wie hij volledig vertrouwde: Antonios, Domesticos van de Scholae, Michael Melissenos, strateeg van de Anatoliërs, Michael Lachanodrakon, strateeg van de Thraciërs, Manes, strateeg van de Bucellariërs. De religieuze boodschappen werden geradicaliseerd, aangezien de verering van relikwieën en gebeden tot de Maagd en de heiligen ook werden veroordeeld, wat het concilie van Hiéreia had geweigerd, en er werd een repressief beleid gevoerd tegen vijandige monniken. .

Dit beleid raakte niet het hele Byzantijnse monastieke leven, en het werd meer of minder gegeneraliseerd hier en daar afhankelijk van de ijver van de medewerkers: in zijn provincie gaf Michael Lachanodrakon de monniken en nonnen de keuze tussen trouwen of blindheid en ballingschap, en vóór 772 zou hij het monastieke leven hebben uitgeroeid. Geconfisqueerde kloosters werden toegewezen aan het huisvesten van soldaten. Maar andere voorbeelden tonen aan dat dit beleid niet systematisch was: zo stichtte Sint Anthousa rond 740 een dubbelklooster voor mannen en vrouwen in Mantinee, in Paphlagonië; zij kreeg bezoek van de keizer en zijn derde vrouw Eudocia tijdens een moeilijke zwangerschap van laatstgenoemde rond 757, en daarna werd haar stichting overladen met weldoenerijen door de keizerin, die haar zelfs grote landgoederen schonk; het klooster, zeer welvarend, telde tegen het einde van Constantijns regering negenhonderd monniken. Dit is zeker geen geïsoleerd geval, en men moet zich realiseren dat niet alle monniken tegenstanders waren van het concilie van Hiéreia. Einde van de Regering.

In 770, na tien jaar zonder noemenswaardige incidenten, hervatten de Arabieren hun invallen in Klein-Azië; ze bereikten zelfs Laodicea Combusta in Lycaonië, plunderden de stad en deporteerden de bevolking. Het jaar daarop werden er andere invallen georganiseerd op Grieks grondgebied en brachten de Arabieren nog meer gevangenen mee, terwijl de Byzantijnen hun grondgebied aanvielen aan de Armeense kant. In 772 waren ze terug, belegerden de versterkte stad Syke in Pamphylië. Constantijn beval toen een leger, gevormd door de themata van de Anatoliërs, de Bucellariërs en de Armeniërs, om hun terugtocht te blokkeren, maar dit leger werd verslagen, en de Arabieren keerden triomfantelijk terug naar huis. De keizer vroeg toen om een wapenstilstand aan kalief al-Mansur, maar hij kreeg geen positieve reactie.

Constantijn V trouwde drie keer:.

In 732 met de Chazaarse prinses Tzitzak, gedoopt als Irène, die waarschijnlijk stierf tijdens de bevalling van: Leo IV (25 januari 750 - 8 september 780) .

Met Maria, zijn vrouw in 751, die waarschijnlijk in hetzelfde jaar stierf zonder kinderen.

Met Eudocia, zijn partner na de dood van Maria, getrouwd op een onbekende datum (vóór 768) ondanks het verbod op derde huwelijken, gekroond tot Augusta op 1 april 768, overleden op een onbekende datum. Samen hadden zij de volgende kinderen: .
Christophoros (geboren rond 755).
Nikephoros (geboren rond 757) .
Anthousa (waarschijnlijk de tweelingzus van Nikephoros).
Nicetas.
Eudokimos .
Anthimos .

Kinderen van Eudocia en Constantijn V.

Nikephoros:.
Benoemd tot Caesar in 769. Theophanes vermeldt dat hij betrokken was bij samenzweringen tegen verschillende keizers. Hij samenzweerde eerst tegen zijn halfbroer Leo IV en probeerde vervolgens de troon te grijpen onder de heerschappij van zijn neef Constantijn VI en diens moeder Irène. Geblinddoekt en verbannen naar een klooster, stierf hij op het eiland Aphousia kort na 812. .

Christophoros: .
Tweede zoon, verondersteld van Eudocia en Constantijn. Benoemd tot Caesar in 769. Theophanes vermeldt dat hij zijn broer in verschillende samenzweringen steunde. Verbannen naar een klooster in 780, zijn tong werd afgesneden in 792 en later werd hij geblinddoekt in 799.

Nicetas: Derde zoon, verondersteld van Eudocia en Constantijn. Benoemd tot nobellissime in 769. Hij steunde ook zijn broer in verschillende samenzweringen. Verbannen naar een klooster in 780, zijn tong werd afgesneden in 792 en later werd hij geblinddoekt in 799.

Anthimos: Vierde zoon, verondersteld van Eudocia en Constantijn. Benoemd tot nobellissime door zijn halfbroer Leo IV in 775. Verbannen naar een klooster in 780, zijn tong werd afgesneden in 792 en later werd hij geblinddoekt in 799.

Eudokimos: Vijfde zoon, verondersteld van Eudocia en Constantijn. Benoemd tot nobellissime door zijn halfbroer Leo IV in 775. Verbannen naar een klooster in 780, zijn tong werd afgesneden in 792 en later werd hij geblinddoekt in 799. .

Sint Anthousa de Jongere (757-809): Zij werd non en weigerde het aanbod van Irène om het regentschap te delen in afwachting van de meerderjarigheid van Constantijn VI.

 

tr. (1) in 732
met

Irène (Irène Tzitzak) Tzitzak.

Irène Tzitzak.
De Chazaren (Hazarlar in het Turks, in het Hebreeuws, in het Russisch, Xäzärlär in het Tataars, Hazarlar in het Krim-Tataars,  in het Grieks,  in het Arabisch,  in het Perzisch, Cosri in het Latijn) waren een semi-nomadisch Turks volk uit Centraal-Azië; hun bestaan wordt bevestigd tussen de 6e en 13e eeuw na Christus.

In de 7e eeuw vestigden de Chazaren zich in Ciscaukasus nabij de Kaspische Zee, waar ze hun Khaganate stichtten; een deel van hen bekeerde zich toen tot het jodendom, dat als staatsgodsdienst werd gevestigd. Op hun hoogtepunt controleerden de Chazaren en hun vazallen een uitgestrekt gebied dat overeenkomt met het huidige zuiden van Rusland, West-Kazachstan, Oost-Oekraïne, de Krim, het oosten van de Karpaten, evenals verschillende andere regio's in Transkaukasië zoals Azerbeidzjan en Georgië. .

De Chazaren behaalden verschillende militaire successen tegen de Sassaniden, een zoroastrische dynastie. Ze vochten ook met succes tegen het Kalifaat, dat zich vestigde onder Ciscaukasus, waardoor een Arabisch-islamitische invasie van Zuid-Rusland werd verhinderd. Ze sloten een alliantie met het Byzantijnse Rijk tegen de Sassaniden en de Kievse Rus. Toen het Khaganate een van de belangrijkste regionale machten werd, verbraken de Byzantijnen hun alliantie en sloten zich aan bij de Rus en de Petsjenegen tegen de Chazaren. Tegen het einde van de 10e eeuw begon het Chazarische rijk geleidelijk uit te doven en werd het een van de onderdanen van de Kievse Rus. Dit ging gepaard met bevolkingsverplaatsingen, veroorzaakt door opeenvolgende invasies van de Rus, de Koemanen en waarschijnlijk de Mongoolse Gouden Horde. De Chazaren verdwenen toen uit de geschiedenis en werden niet meer vermeld in historische verslagen.

Tzitzak (Irène) Tzitzak (Turks: Çiçek; overleden ca. 750), gedoopt als Irène, was een Chazaarse prinses, dochter van Khagan Bihar. Ze werd keizerin van het Oost-Romeinse Rijk na haar huwelijk met keizer Constantijn V (die regeerde van 741 tot 775).

In 732, onder de dreiging van een invasie door het Omajjaden-kalifaat, zocht de Byzantijnse keizer Leo III de Isauriër bondgenoten en stuurde een ambassade naar keizer Bihar, Khagan van de Chazaren. De alliantie werd bezegeld door een huwelijk tussen Tzitzak en Constantijn V, de zoon van Leo III die samen met hem het rijk regeerde.

Tzitzak werd naar Constantinopel geëscorteerd om het huwelijk te vieren. Constantijn was toen ongeveer veertien jaar oud. Tzitzak was blijkbaar nog jonger, aangezien ze pas beviel op achttienjarige leeftijd. Tzitzak bekeerde zich tot het christendom en liet zich dopen onder de naam Irène. Na het huwelijk werd de trouwjurk van Irène snel beroemd, wat leidde tot een nieuwe mode voor jurken in Constantinopel genaamd tzitzakia.

Irène als Keizerin .

De kronieken van Theophanes de Belijder vermelden dat Irène leerde de heilige teksten te lezen. Hij beschrijft haar als vroom, in tegenstelling tot haar schoonvader en echtgenoot die volgens hem onvroom waren. De keizers Leo III en Constantijn V stonden bekend als iconoclasten, terwijl Theophanes een iconodule monnik was, wat zijn kritiek op hen verklaart. Keizerin Irène deelde echter dezelfde opvattingen als Theophanes, wat zijn lof voor haar verklaart. .

Het is onduidelijk of Maria, de stiefmoeder van Irène, nog steeds de senior keizerin was ten tijde van het huwelijk van Irène en Constantijn V. Leo III, de vader van Constantijn V, stierf op 18 juni 741. Constantijn V volgde hem op met Irène als keizerin-gemalin. Er brak echter bijna onmiddellijk een burgeroorlog uit toen Artabasdos, de zwager van Constantijn, de troon opeiste. De burgeroorlog duurde tot 2 november 743. De rol van Irène in de oorlog wordt niet vermeld in de geschriften van Theophanes.

Op 25 januari 750 schonk Irène het leven aan een zoon, Leo, die zijn vader zou opvolgen als Leo IV, bekend als "Leo de Chazaar". De geboorte van Leo is de laatste vermelding van Irène in de historische verslagen. Het jaar daarop trouwde Constantijn met zijn tweede vrouw Maria. Onderzoekster Lynda Garland suggereert dat Tzitzak tijdens de bevalling is overleden. .

Het woord tzitzak zou een vergriekste versie zijn van het Turkse woord çiçek, wat "bloem" betekent.

Constantijn V trouwde drie keer:.

In 732 met de Chazaarse prinses Tzitzak, gedoopt als Irène, die waarschijnlijk stierf tijdens de bevalling van Leo IV (25 januari 750 - 8 september 780). .

Met Maria, die zijn vrouw was in 751, maar waarschijnlijk in hetzelfde jaar stierf zonder kinderen. .

Met Eudocia, zijn partner na de dood van Maria, getrouwd op een onbekende datum (voor 768), ondanks het verbod op derde huwelijken, gekroond als Augusta op 1 april 768, overleden op een onbekende datum. Ze kregen de volgende kinderen: Christopher (geboren rond 755), Nikephoros (geboren rond 757), Anthousa (waarschijnlijk de tweelingzus van Nikephoros), Niketas, Eudokimos, Anthimos.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Léon IV*750     
Irène*735     

tr. (2)
met

Eudoxie de Byzance.

Eudoxie de Byzance.
Eudoxie (in het Grieks: ??d???a) was een Byzantijnse keizerin en de derde vrouw van Constantijn V van het Romeinse Rijk. Volgens de kronieken van Theophanes de Belijder was Eudoxie de schoonzus van Michael Melissenos, strateeg van het thema (regio) van de Anatoliërs. Haar zus en zwager waren de ouders van Theodotos I Cassiteras.

De echtgenoot van Eudoxie, Constantijn V, was keizer sinds 741. Zijn eerste vrouw, Tzitzak, had op 25 januari 750 hun enige bekende zoon, Leo IV de Chazaar, gebaard. Daarna wordt zij niet meer genoemd in de historische geschriften. Lynda Garland veronderstelt daarom dat zij tijdens de bevalling is overleden. Het jaar daarop trouwde Constantijn met zijn tweede vrouw, Maria. .

Maria stierf kinderloos kort na hun huwelijk. Hoewel het jaar van het huwelijk van Constantijn en Eudoxie niet bekend is, schat men dat de ceremonie plaatsvond tussen eind 751 en 769. Volgens Theophanes verleende Constantijn Eudoxie de titel van Augusta op 1 april 769. De dag erna werden twee van zijn zonen tot Caesars benoemd en een derde werd nobelissimo gemaakt, wat erop zou wijzen dat het huwelijk enkele jaren eerder plaatsvond.

Theophanes merkt op dat het ongebruikelijk was voor een keizer om voor de derde keer te trouwen. Toen keizer Leo VI de Wijze in 899 trouwde met zijn derde vrouw, Eudoxia Baïana, merkt George Alexandrovich Ostrogorsky op dat dit derde huwelijk technisch gezien illegaal was volgens de Romeinse wet en in strijd met de gebruiken van de oosters-orthodoxe kerk van die tijd. Deze verschillende elementen hebben waarschijnlijk de legaliteit van het huwelijk tussen Eudoxie en Constantijn ter discussie gesteld. .

Constantijn was een fervent iconoclast. Tijdens zijn regering viel hij met name de kloosters aan die bekend stonden als bolwerken van de iconodulen. Echter, zijn vrouw Eudoxie wordt vermeld als een genereuze weldoenster van het klooster van Sint-Anthousa van Mantineon, wat aangeeft dat Eudoxie waarschijnlijk niet dezelfde opvattingen had als haar man. In 775 lanceerde Constantijn een militaire campagne tegen Telerig van Bulgarije, maar bij zijn aankomst in Arcadiopolis werd hij overvallen door een hevige koorts en stierf onderweg op 14 september 775. Eudoxie overleefde hem waarschijnlijk nog enkele jaren, maar daar is geen zekere bron voor. .

Eudokia, dochter van ---. Theophanes vermeldt dat "Eudociam tertiam coniugem" werd gekroond als Augusta in april, gedateerd op [768/69]. De geschiedenis van patriarch Nikephoros vermeldt de kroning van "Constantinus Eudociam coniugem" als "Augusta" op "indictione 7, mense Aprili, sabbato sancto", gedateerd op 768 in de geraadpleegde editie. Ze was verwant aan Theodotos Melissenos, die in 815 door keizer Leo V tot patriarch van Constantinopel werd benoemd.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Christophore*729  †812  83


Théophilacte Abatistos Lekapeinos
Théophilacte Abatistos Lekapeinos.

Théophilacte Abatistos Lekapeinos.
Paysan arménien, puis drongaire de la flotte.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Romain I*870  †948  78


Ingvar Ruriksson de Lethra des Varegues
Ingvar Ruriksson de Lethra des Varegues.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Rurik I     


Rurik ll (III) Haraldsson de Varegues
Rurik ll (III) Haraldsson de Varegues.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ingvar     


Harald Ruriksson de Varegues
Harald Ruriksson de Varegues.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Rurik