tr. (1) Nijmegen op 10 jun 1759
met
Uit dit huwelijk 3 kinderen:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Claas | ~1763 | Arnhem | †1840 | Arnhem | 77 | 1 | 1 |
2 | Adriana | ~1773 | Arnhem | 0 | 0 | |||
3 | Evert | ~1782 | Arnhem | 0 | 0 |
tr. (2)
met
Anthonij Cornelis van Senis, ovl. voor 1759.
tr. Utrecht op 23 dec 1885
met
Caroline Marie Charlotte Einthoven, dr. van Dr. Jacob Einthoven (arts, stadsgeneesheer) en Louisa Marie Mathilde Caroline de Vogel, geb. Semarang (IND) [Indonesië] op 1 sep 1857.
Uit dit huwelijk een dochter:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Louise | *1891 | Semarang (IND) [Indonesië] | 1 | 3 |
tr. Utrecht op 23 dec 1885
met
Dr. Pieter Brooshooft, zn. van Cornelis Marius Brooshooft (notaris) en Josina van der Hoeven, geb. Giessendam op 18 okt 1845, ovl. Den Haag op 15 aug 1921.
Dr. Pieter Brooshooft.
Pieter Brooshooft is een van de bekendste voorgangers van de koloniale hervormingspolitiek, de zogenaamde 'ethische richting'. In 1877 wordt hij benoemd tot hoofdredacteur van de Samarangsche Courant, die hij in 1880 verlaat voor de Soerabaya Courant.
Van 1887 tot 1895 en van 1898 tot 1903 treedt hij op als hoofdredacteur van het Semarangse dagblad De Locomotief, dat hij tot grote bloei weet te brengen.
Werken.
Academische dissolving-views (1878).
De kinderen van Baron van Batenberg (1880).
Gedenkt te sterven! Tafereel uit den Indischen choleratijd (1884).
Zijn meisje komt uit! (1884).
Plicht (1886).
Secundaire literatuur in de dbnl.
W.J.A. Jonckbloet, ?X. De tooneel-litteratuur.? In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 6: De twee laatste eeuwen (2) (1892).
Rob Nieuwenhuys, ?2. De ethici? In: Oost-Indische spiegel. (1972).
http://www.dbnl.nl/auteurs/auteur.php?id=broo004.
[Mr. Pieter Brooshooft].
Brooshooft (Mr. Pieter), geb. te Giessendam 18 Oct. 1845, prom. in 1874 te Leiden, was als student twee jaar medewerker aan het Leidsche Dagblad, van 1874 tot Dec. 1875 hoofdred. van Onze Tolk, sedert Juli 1876 hoofdred. van het weekblad: De Liberaal en een tijdlang hoofdred. van de Samarangsche Courant. Na eenigen tijd hier te lande te hebben doorgebracht, is hij thans weder als red. van De Locomotief in Indië werkzaam.
Hij schr.: Beschouwingen over Thorbecke, naar aanleiding van zes volksgesprekken op 5 Juni 1872, psd. Pébé, Leiden, 1872; Multatuli, de Natie en Thorbecke, overdruk uit Vox Studiosorum; Acad. Dissolving-Views, Leid, 1874-'77; Herinneringen in proza en poëzie aan het 300-jarig gedenkfeest van de stichting der Leidsche Acad, Arnh, 1875; Geeft Indië wat Indië's is. De ?bijdrage? als sluitpost verdwijne van de Indische begrooting, het Indisch ?batig slot? uit de Nederl. schatkist. Koloniaalstaatk. beschouwingen, Samarang, 1878, overdr. uit de Sam. Ct.; De kinderen van baron van Batenberg, roman, 2 dln. Arnh, 1880; Zijn meisje komt uit, oorspr. Ind. blijsp, 's-Grav, 1883; Gedenkt te sterven, tafer. uit den Ind. Choleratijd, Utr, 1884; Plicht, roman, Amst, 1886; voorts losse gedichten en stukken als bijdragen in verschillende tijdschriften, dagbladen, enz.
http://www.dbnl.nl/tekst/bran038biog01_01/bran038biog01_01_0654.htm.
Brooshooft, Pieter.
Nederlands journalist en schrijver (Giesendam 18.10.1845-'s-Gravenhage 15.8.1921). Na rechtenstudie werkzaam in de journalistiek, vanaf 1877 in Nederlands-Indië waar hij o.a. hoofdredacteur van De Locomotief was. Hij was een der bekwaamste voorgangers van de koloniale hervormingspolitiek, de zgn. `ethische richting'. Hiermee in verband staat ook zijn beste literaire werk: Gedenkt te sterven! Tafereel uit den Indischen choleratijd (1884), een vinnige maar ook geestige satire op de Europese samenleving in Indië.
Werken:.
Academische dissolving-views (1878); De kinderen van Baron van Batenberg, 2 dln. (1880); Zijn meisje komt uit! (1884); Plicht (1886).
http://www.dbnl.nl/tekst/bork001nede01/broo004.htm.
BROOSHOOFT, Pieter (1845-1921).
Brooshooft, Pieter (ps. mr. P.B. of Pébé) journalist-letterkundige (Giessendam 18-10-1845 - 's-Gravenhage 15-8-1921). Zoon van Cornelis Marius Brooshooft, notaris, en Josina van der Hoeven. Gehuwd sinds 23-12-1885 met Caroline Marie Charlotte Einthoven. Uit dit huwelijk werden 3 zoons en 2 dochters geboren.
Brooshooft, die in Gouda en Nijmegen het gymnasium bezocht, wilde officier worden maar werd afgekeurd voor de KMA te Breda. Na zijn eindexamen ging hij in 1864 te Leiden rechten studeren. Hier combineerde hij een uitbundig studentenleven met literaire en - als medewerker van het Leidsch Dagblad - journalistieke activiteiten. In 1874 promoveerde hij, na verblijf van een jaar te Parijs, in Leiden op stellingen.
Als redacteur van het letterkundig tijdschrift Onze Tolk (1874-1875), Nijmeegsche Nieuwsbode [ca. 1875] en De Liberaal [ca. 1876] bleef hij van de pen leven. Zijn studententijd inspireerde hem tot enkele romans, o.a. Academische Dissolving Views [ca. 1875]. Op grond hiervan werd hij in 1877 benoemd tot hoofdredacteur van de Semarangsche Courant, die hij in 1880 verliet voor de Soerabaja Courant. Een oogziekte dwong Brooshooft in 1883, begin 1884 en van 1885 tot 1887 tot verblijf in Nederland. Als redacteur in Nederland van de Soerabaja Courant bleef hij echter in contact met de Indische journalistiek.
Van 1887 tot 1895 trad hij op als hoofdredacteur van het Semarangse dagblad De Locomotief, dat hij tot grote bloei wist te brengen. Voor letterkundige activiteiten zou voorlopig de tijd ontbreken. In Nederland kreeg Brooshooft in 1888 bekendheid door zijn adres, getekend door 1255 Indische ingezetenen, aan 12 Nederlanders met het verzoek een Indisch Comité te vormen. Het Comité zou dienen te streven naar financiële en gedeeltelijk wetgevende zelfstandigheid van de kolonie (in navolging van Brits-Indië) en moeten opkomen voor andere meer algemene belangen. Brooshooft deed het adres vergezeld gaan van een Memorie over den toestand in Indië . . , dl. I, waarin hij de belastingdruk op Javaan en Europese ondernemer analyseerde. Het Indisch Comité ging echter niet in op zijn voorstel tot oprichting van een Indische kiesvereniging en bundelde haar activiteiten in 1889 met die van het Indisch Genootschap. Hiermee was de, in aanhang, doel en middelen puur Europees-liberale, poging tot politieke beïnvloeding van het moederland mislukt.
De in 1895 na afloop van zijn contract volgende Nederlandse jaren liepen op een teleurstelling uit. Van het in 1897 door hem opgerichte, wat studentikoze, weekblad Ernst en Humor verschenen slechts enkele nummers. Een korte poos in dat zelfde jaar voerde hij de redactie over De Nederlander, het weekblad van de linkervleugel der Liberale Unie. Tot zijn vreugde kon Brooshooft in 1898 echter zijn oude functie bij De Locomotief weer opnemen. In 1901 vatte hij zijn standpunten ten aanzien van de koloniale verhouding samen in zijn brochure De ethische koers in de koloniale politiek, waarmee hij de nieuwe richting ten doop hield. Van het gematigd optimisme, dat hieruit sprak, was bij zijn vertrek uit Indië in 1904 echter weinig over. Als officieel redacteur van De Locomotief in Nederland, in artikelen in De XXe Eeuw, De Beweging en De Telegraaf toonde hij zich nadien een steeds kritischer opponent van het koloniale bewind. Ondanks zijn socialistische opvattingen over staatsland- en -mijnbouw sloot hij zich nooit aan bij de SDAP. Een kamerzetel als 'Indisch specialiteit' ambieerde hij niet. Hij schuwde de partijdwang, miste het geduld en de diplomatie, leed bovendien in later jaren onder ziekte en toenemende depressiviteit. Om deze redenen bleef hij buiten de koloniaal-politieke discussie in de 20ste-eeuw.
Brooshoofts literaire werk, romans en toneelstukken, is door de romantische gegevens en moraliserende tendens van middelmatige kwaliteit. Zijn heldere stijl, zaakgerichte benadering en persoonlijke moed om tegen de publieke opinie in te gaan en zijn privé-enquêtes naar sociale misstanden stempelden hem echter tot een der beste en meest hoogstaande journalisten in de Indische perswereld. Zijn adres en Memorie . . . verhoogden de publiciteit over Indische zaken in het moederland en oefenden hierdoor invloed uit, onder andere op vervanging van de opiumpacht door de opiumregie. Ook aan gouverneur-generaal mr. C. Pijnacker Hordijk (1888-1893), homo novus in de Indische politiek, gingen Brooshoofts opvattingen niet onopgemerkt voorbij, terwijl mr. C.Th. van Deventer een aantal denkbeelden aan hem heeft ontleend.
In zijn persoonlijke ontwikkeling illustreert Brooshooft de overgang van puur-liberaal naar ethische richting. Land en volk van Indië waren hem in 1877 geheel vreemd. Verontwaardiging over de financiële verhouding tussen moederland en kolonie (het Batig Slot) vormde voor hem een ingang tot de koloniale problematiek. Dit inspireerde hem in 1887-1888, ten tijde van bezuiniging en landbouwcrisis, tot zijn streven naar groter zelfstandigheid van Indië tegenover het moederland. In deze jaren ging hij zich meer voor de Javaan interesseren, getuige de Memorie . , maar ook deze zou hij beschouwen vanuit financieel-economisch standpunt. Pas in zijn laatste Indische periode ontwikkelde Brooshooft zich tot ethicus in de ware zin des woords, vanuit het plichtsbesef van sterke tegenover zwakkere opkomend voor de (economische) ontwikkeling van de Javaan. Nederland diende dit als financiële last te aanvaarden. Zijn motivatie lag, als in 1888, niet in liefde voor het Javaanse volk, niet in het hervormde godsgeloof van zijn jeugd, maar in het geabstraheerde godsbegrip van een trancendentaal recht. Dit besef van recht en rechtvaardigheid naast eigen ontoereikendheid heeft zijn leven en werk gedragen.
A: Geïnventariseerde Collectie-Brooshooft aanwezig in het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde te Leiden (K.I.T.L.V.).
P: Volledige bibliografie in F.G.P. Jaquet, Inventaris van de Collectie-Brooshooft ([Leiden], 1966). Uitg. K.I.T.L.V.
L: Zie inl. in bovenvermelde inventaris; G.H. von Faber, A short history of journalism in the Dutch East Indies (Sourabaya, [1930]) 65-67; R. Nieuwenhuys, Oost-Indische Spiegel (Amsterdam, 1972) 312-314; E.B. Locher-Scholten, 'Mr. P. Brooshooft. .' in Bijdragen tot de taal-, land- en volkenkunde 132 (WS) 306-349.
I: Elsbeth Locher-Scholten, Ethiek in fragmenten. Vijf studies over koloniaal denken en doen van Nederlanders in de Indonesische Archipel 1877-1942 (Utrecht 1981) 13 [Brooshooft in 1878].
Mw. E.B. Locher-Scholten.
Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979).
Laatst gewijzigd op 13-03-2008.
Uit dit huwelijk een dochter:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Louise | *1891 | Semarang (IND) [Indonesië] | 1 | 3 |
tr. Bergen op Zoom op 23 sep 1885
met
Anna Maria Elisabeth Fles, dr. van Charles Jacob Fles (boekhouder, fabrikant) en Agneta Maria Elisabeth Muller, geb. Maastricht op 26 nov 1858.
Uit dit huwelijk 3 zonen:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Walther | *1886 | Bergen op Zoom | †1964 | 77 | 1 | 3 | |
2 | Boet | 0 | 0 | |||||
3 | Max | *1901 | Utrecht | 1 | 3 |
tr. Bergen op Zoom op 23 sep 1885
met
Antonius Hendrikus van Alphen de Veer, zn. van Hendrik van Alphen de Veer (eerste luitenant bij de Infanterie 1856) en Adriana Johanna van der Beek, geb. Bergen op Zoom op 14 mei 1859, 2e luitenant.
Uit dit huwelijk 3 zonen:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Walther | *1886 | Bergen op Zoom | †1964 | 77 | 1 | 3 | |
2 | Boet | 0 | 0 | |||||
3 | Max | *1901 | Utrecht | 1 | 3 |
tr. Maastricht op 3 jun 1851
met
Agneta Maria Elisabeth Muller, dr. van Pieter Lodewijk Muller (deurwaarder van de Provincie) en Elisabeth Mechtels Helena Kraals, geb. Ravenstein circa 1825.
Uit dit huwelijk een dochter:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Anna | *1858 | Maastricht | 1 | 3 |
tr. Maastricht op 3 jun 1851
met
Charles Jacob Fles, zn. van Jacob Alexander Fles en Anna Maria Elisabeth Heer, geb. Breda op 21 feb 1821, boekhouder, fabrikant.
Uit dit huwelijk een dochter:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Anna | *1858 | Maastricht | 1 | 3 |
tr. Breda op 28 jul 1828
met
Anna Maria Elisabeth (Maria Anna Elisa) Heer, dr. van Willem Heer en Anna Maria van Os, geb. Parijs [Frankrijk] op 9 feb 1782, RK, ovl. waarschijnlijk Breda op 26 jan 1864.
Jacob Alexander Fles en Anna Maria Elisabeth Heer
dat, ofschoon des Bruijdegoms Besnijdenisakte, de namen en toenamen zijner ouders niet voorkomen, eene gewoonte onder de Joden, hij echter is eenen wettigen zoon van voornoemden Alexander Jacob Fles en van Carolina Oliva.
Uit dit huwelijk 4 zonen:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Joseph | *1819 | Breda | 0 | 0 | |||
2 | Charles | *1821 | Breda | 1 | 1 | |||
3 | Eduard | *1823 | Breda | 0 | 0 | |||
4 | Frederik | *1827 | Breda | 0 | 0 |
tr. Breda op 28 jul 1828
met
Jacob Alexander Fles, zn. van Alexander Jacob Fles Dayan (winkelier) en Carolina Benjamin Benjamin Oliva, geb. Amsterdam 1794 of 1795.
Jacob Alexander Fles en Anna Maria Elisabeth Heer
dat, ofschoon des Bruijdegoms Besnijdenisakte, de namen en toenamen zijner ouders niet voorkomen, eene gewoonte onder de Joden, hij echter is eenen wettigen zoon van voornoemden Alexander Jacob Fles en van Carolina Oliva.
Uit dit huwelijk 4 zonen:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Joseph | *1819 | Breda | 0 | 0 | |||
2 | Charles | *1821 | Breda | 1 | 1 | |||
3 | Eduard | *1823 | Breda | 0 | 0 | |||
4 | Frederik | *1827 | Breda | 0 | 0 |
tr. Grave op 12 jun 1811
met
Elisabeth Mechtels Helena Kraals, dr. van mr. Wilhelm Kraals (schoolmeester in Grave) en Gerharda van Hall, ged. Deventer op 1 feb 1795, ovl. 's-Hertogenbosch op 29 nov 1846.
Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Agneta | *1825 | Ravenstein | 1 | 1 |
tr. Grave op 12 jun 1811
met
Pieter Lodewijk Muller, zn. van Isaac Elisa Muller (barbier) en Helena Sibilla Nolbeek, ged. Grave op 10 nov 1776, deurwaarder van de Provincie.
Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Agneta | *1825 | Ravenstein | 1 | 1 |
tr. Gouda op 20 aug 1817
met
Neeltje Lefebre (Lafeber), dr. van Frans Lafeber (garenfabrikeur) en Maria van den Ring, geb. Gouda 1795 of 1796, ovl. Bergen op Zoom in 1856.
Uit dit huwelijk 2 dochters:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Adriana | *1835 | Breda | †1915 | Nijmegen | 79 | 1 | 12 |
2 | Maria | *1818 | Dordrecht | 1 | 0 |
tr. Gouda op 20 aug 1817
met
Antonie (Antonius) van der Beek, zn. van Theodorus Hendrik van der Beek en Christina Juliana Weevering, ged. RK Amsterdam op 10 dec 1792 (getuigen: Antonie Weverink en Anna Gesina van der Beek), Kapitein kwartiermeester, ovl. Bergen op Zoom na 1856.
Uit dit huwelijk 2 dochters:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Adriana | *1835 | Breda | †1915 | Nijmegen | 79 | 1 | 12 |
2 | Maria | *1818 | Dordrecht | 1 | 0 |
otr. (1) Arnhem op 16 nov 1792, tr. Velp op 4 dec 1792 3-12-1792
met
Albarta (Aalbertje) Wilbrink, dr. van Willem Hendriks Wilbrink en Willemina Terlet, ged. Velp op 3 feb 1771, ovl. Arnhem op 25 apr 1805, begr. aldaar op 30 apr 1805.
Uit dit huwelijk een dochter:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Margaretha | *1797 | Arnhem | †1840 | 42 | 1 | 1 |
tr. (2) Arnhem op 10 aug 1806
met
Johanna Capel, geb. Arnhem circa 1762, ovl. aldaar op 26 jan 1855, tr. (2) Arnhem op 5 sep 1802 met Berend Fels, geb. Silvolde circa 1752. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (3) Arnhem circa 1815 met Gerrit Jansen [https://gw.geneanet.org/alangerak?lang=nl&iz=171976&p=gerrit&n=jansen&oc=1]], geb. circa 1780. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (4) met Arie van der Slooten, geb. circa 1790, ovl. voor 1855. Uit dit huwelijk geen kinderen.
otr. Arnhem op 16 nov 1792, tr. Velp op 4 dec 1792 3-12-1792
met
Hendrik van Davelaar, zn. van Gerrit van Davelaar en Grietje van Breeschoten, geb. Scherpenzeel op 20 feb 1757, koopman, ovl. Arnhem op 11 jun 1815, tr. (2) met Johanna Capel. Uit dit huwelijk geen kinderen.
Uit dit huwelijk een dochter:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Margaretha | *1797 | Arnhem | †1840 | 42 | 1 | 1 |
tr. circa 1678
met
Trijntje Cornelis van der Werven, dr. van Cornelis Arijens van der Werven en Neeltge Dirks Verhoorn, geb. circa 1652.
Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Nelletje | ~1693 | Boskoop | 1 | 1 |
tr. circa 1678
met
Warbout Claazen Ravensberg, geb. circa 1650.
Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Nelletje | ~1693 | Boskoop | 1 | 1 |
tr. circa 1650
met
Neeltge Dirks Verhoorn, geb. circa 1630.
Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Trijntje | *1652 | 1 | 8 |
tr. circa 1650
met
Cornelis Arijens van der Werven, geb. Boskoop circa 1630.
Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Trijntje | *1652 | 1 | 8 |
tr. Rotterdam op 6 sep 1993
met
prof dr Ton (Anton) Hagenbeek, zn. van Johannes Cornelis Hagenbeek en Dina Korstanje, geb. Den Haag op 24 mrt 1948, ovl. Zeist op 8 mei 2021.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Joris | 1 | 1 | |||||
2 | Bart | 1 | 3 |