Website van Cees Hagenbeek

François des Amorie
 
in
Kwartierstaat van Maarten Elink Schuurman.

mr. François des Amorie1 (van der Hoeven), ged. Rotterdam op 31 aug 1685, heer van Tienhoven, ovl. Rotterdam op 2 dec 1765, begr. aldaar Grote Kerk.


mr. François des Amorie.
Mr. François van der Hoeven, heer van Tienhoven, ged. Rotterdam 31 aug. 1685, adviseur voor het Hof van Holland, directeur Mij van Assurantie, Disconteering en Beleeningen 1750-65, kassier van de Wisselbank.

 
 

tr. Rotterdam op 30 sep 1723
met

Johanna Leers1, dr. van Reinier Leers (Uitgever, boekhandelaar tot 1709, raad en schepen van Rotterdam) en Cornelia Brandt, geb. Rotterdam op 22 jan 1697, ged. aldaar op 6 feb 1697, Vrouwe van Tienhoven, ovl. Rotterdam op 11 dec 1765, begr. aldaar op 17 dec 1765.

 


Johanna Leers.
In sep 1745 kreeg het echtpaar Tienhoven toebedeeld.
t.g.v. overlijden van (oom) Arnout van den Bergh & Margareta van Eijk, en vervolgens Anna van den Bergh.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Abraham~1715 Haarlem †1760 Rotterdam 44
Maria~1730 Rotterdam †1798 Rotterdam 68



Bronnen:
1.Nederlands Patriciaat, van 1937 tot 1997 (NP 002)

Johanna Leers
 
in
Kwartierstaat van Maarten Elink Schuurman.

Johanna Leers1, geb. Rotterdam op 22 jan 1697, ged. aldaar op 6 feb 1697, Vrouwe van Tienhoven, ovl. Rotterdam op 11 dec 1765, begr. aldaar op 17 dec 1765.


Johanna Leers.
In sep 1745 kreeg het echtpaar Tienhoven toebedeeld.
t.g.v. overlijden van (oom) Arnout van den Bergh & Margareta van Eijk, en vervolgens Anna van den Bergh.

  • Vader:
    Reinier Leers, zn. van Arnoud Arnoutszn Leers (uitgever, boekhandelaar in Rotterdam) en Jannetje van Berkel, ged. Rotterdam op 17 nov 1654, Uitgever, boekhandelaar tot 1709, raad en schepen van Rotterdam, ovl. Parijs [Frankrijk] op 14 nov 1714, begr. Rotterdam op 1 feb 1715, tr. Rotterdam op 26 feb 1696 met
 

tr. Rotterdam op 30 sep 1723
met

mr. François des Amorie1 (van der Hoeven), zn. van Dirck van der Hoeven en Maria Hennequin, ged. Rotterdam op 31 aug 1685, heer van Tienhoven, ovl. Rotterdam op 2 dec 1765, begr. aldaar Grote Kerk.

 


mr. François des Amorie.
Mr. François van der Hoeven, heer van Tienhoven, ged. Rotterdam 31 aug. 1685, adviseur voor het Hof van Holland, directeur Mij van Assurantie, Disconteering en Beleeningen 1750-65, kassier van de Wisselbank.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Abraham~1715 Haarlem †1760 Rotterdam 44
Maria~1730 Rotterdam †1798 Rotterdam 68



Bronnen:
1.Nederlands Patriciaat, van 1937 tot 1997 (NP 002)

Reinier Leers
 
in
Kwartierstaat van Maarten Elink Schuurman.

Reinier Leers, ged. Rotterdam op 17 nov 1654, Uitgever, boekhandelaar tot 1709, raad en schepen van Rotterdam, ovl. Parijs [Frankrijk] op 14 nov 1714, begr. Rotterdam Grote Kerk op 1 feb 1715.

tr. Rotterdam op 26 feb 1696
met

Cornelia Brandt, dr. van Ds. Gerard Gerardszn Brandt (Horlogemaker, Geschiedschrijver, Remonstrants predikant) en Susanna van Baerle (dichter, geleerde vrouw), ged. Hoorn op 8 okt 1663, ovl. Rotterdam op 1 jun 1738, begr. aldaar Grote Kerk op 25 jun 1738, tr. (2) met François Janszn de Haes, zn. van Jan Albertsz de Haes (linnenhandelaar, rentmeester) en Maria Fransdr Oudaen. Uit dit huwelijk 4 kinderen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna*1697 Rotterdam †1765 Rotterdam 68
Arnout*1698  †1766  68


Cornelia Brandt
in
Kwartierstaat van Maarten Elink Schuurman.

Cornelia Brandt, ged. Hoorn op 8 okt 1663, ovl. Rotterdam op 1 jun 1738, begr. aldaar Grote Kerk op 25 jun 1738.

tr. (1) Rotterdam op 26 feb 1696
met

Reinier Leers, zn. van Arnoud Arnoutszn Leers (uitgever, boekhandelaar in Rotterdam) en Jannetje van Berkel, ged. Rotterdam op 17 nov 1654, Uitgever, boekhandelaar tot 1709, raad en schepen van Rotterdam, ovl. Parijs [Frankrijk] op 14 nov 1714, begr. Rotterdam Grote Kerk op 1 feb 1715.

 

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna*1697 Rotterdam †1765 Rotterdam 68
Arnout*1698  †1766  68

otr. (2) Amsterdam op 28 nov 1683, tr.
met

François Janszn de Haes, zn. van Jan Albertsz de Haes (linnenhandelaar, rentmeester) en Maria Fransdr Oudaen, geb. Rotterdam in feb 1658, koopman, dichter en vertaler, ovl. Rotterdam op 24 sep 1690.

Uit dit huwelijk 4 kinderen.


François Janszn de Haes
in
Kwartierstaat van Maarten Elink Schuurman.

François Janszn de Haes, geb. Rotterdam in feb 1658, koopman, dichter en vertaler, ovl. Rotterdam op 24 sep 1690.

  • Vader:
    Jan Albertsz de Haes, geb. Rotterdam circa 1628, linnenhandelaar, rentmeester, begr. Rotterdam op 23 jan 1697, tr. (2) op 29 mei 1651 met Neeltje Aertsdr Verstolk, geb. Oud-Beijerland in 1630, ovl. Rotterdam voor 1675. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (1) in 1657 met

otr. Amsterdam op 28 nov 1683, tr.
met

Cornelia Brandt, dr. van Ds. Gerard Gerardszn Brandt (Horlogemaker, Geschiedschrijver, Remonstrants predikant) en Susanna van Baerle (dichter, geleerde vrouw), ged. Hoorn op 8 okt 1663, ovl. Rotterdam op 1 jun 1738, begr. aldaar Grote Kerk op 25 jun 1738, tr. (1) met Reinier Leers. Uit dit huwelijk 2 kinderen.

Uit dit huwelijk 4 kinderen.


Jan Albertsz de Haes
in
Kwartierstaat van Maarten Elink Schuurman.

Jan Albertsz de Haes, geb. Rotterdam circa 1628, linnenhandelaar, rentmeester, begr. Rotterdam op 23 jan 1697.

Jan Albertsz de Haes.
Jan Aalberstz had een zaak in linnen en Oostindische waren en was tot zijn dood in 1697 rentmeester van het Leprooshuis en dichter.

tr. (1) in 1657
met

Maria Fransdr Oudaen, dr. van Frans Joachimszn Oudaen (bakker, Remonstrants prediker te Rijnsburg) en Maritje Jansdr van der Codde, geb. Rijnsburg circa 1635, ovl. Rotterdam voor 1697.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
François*1658 Rotterdam †1690 Rotterdam 32

tr. (2) op 29 mei 1651
met

Neeltje Aertsdr Verstolk, geb. Oud-Beijerland in 1630, ovl. Rotterdam voor 1675.


Maria Fransdr Oudaen
in
Kwartierstaat van Maarten Elink Schuurman.

Maria Fransdr Oudaen, geb. Rijnsburg circa 1635, ovl. Rotterdam voor 1697.

  • Vader:
    Frans Joachimszn Oudaen, geb. Rotterdam in 1600, RE, bakker, Remonstrants prediker te Rijnsburg, ovl. voor 1656, tr. met

tr. in 1657
met

Jan Albertsz de Haes, geb. Rotterdam circa 1628, linnenhandelaar, rentmeester, begr. Rotterdam op 23 jan 1697, tr. (2) met Neeltje Aertsdr Verstolk. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Jan Albertsz de Haes.
Jan Aalberstz had een zaak in linnen en Oostindische waren en was tot zijn dood in 1697 rentmeester van het Leprooshuis en dichter.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
François*1658 Rotterdam †1690 Rotterdam 32


Neeltje Aertsdr Verstolk
in
Kwartierstaat van Maarten Elink Schuurman.

Neeltje Aertsdr Verstolk, geb. Oud-Beijerland in 1630, ovl. Rotterdam voor 1675.

tr. op 29 mei 1651
met

Jan Albertsz de Haes, geb. Rotterdam circa 1628, linnenhandelaar, rentmeester, begr. Rotterdam op 23 jan 1697, tr. (1) met Maria Fransdr Oudaen, dr. van Frans Joachimszn Oudaen (bakker, Remonstrants prediker te Rijnsburg) en Maritje Jansdr van der Codde. Uit dit huwelijk een zoon.

Jan Albertsz de Haes.
Jan Aalberstz had een zaak in linnen en Oostindische waren en was tot zijn dood in 1697 rentmeester van het Leprooshuis en dichter.


Gerard Gerardszn Brandt
in
Kwartierstaat van Maarten Elink Schuurman.

Ds. Gerard Gerardszn Brandt, ged. RE Amsterdam op 25 jul 1626, Horlogemaker, Geschiedschrijver, Remonstrants predikant, ovl. Amsterdam op 12 okt 1685.

Ds. Gerard Gerardszn Brandt.
uurwerkmaker, auteur, toneelschrijver, dichter, historicus en remonstrants predikant te Nieuwkoop, Hoorn, Amsterdam.

Gerard verwierf naam met Historie der reformatie in vier delen (1671,1672, 1674, 1704).
Hij schreef ook biografieën over Hooft (1677), Vondel (1682) en Michiel de Ruyter (1687).

Gerard Brandt, ook gespeld als Geeraardt en Geeraer(d)t (Amsterdam, 25 juli 1626 - Rotterdam, 12 oktober 1685), was een Nederlandse auteur, toneelschrijver, dichter, historicus en predikant. Van 1667 tot 1685 was hij predikant in Amsterdam. Hij was een bekende schrijver in zijn tijd en heeft onder andere een Leven van Michiel Adriaanszoon de Ruyter en een Geschiedenis van Enkhuizen op zijn naam staan. Zijn Leven van Vondel (1682), verschenen drie jaar na Vondels overlijden, was de eerste in een lange reeks Vondel-biografieën. Het roemruchte verhaal van de ontsnapping van Hugo de Groot werd door de publicatie van Brandt, uit de mond van het dienstmeisje Elselina opgetekend, een van de klassiekers van de Nederlandse geschiedschrijving.

Hij werd geboren als zoon van Gerard Brandt, horlogemaker en Neeltje Jeroens. Zijn vader was regent van de Amsterdamse Schouwburg.

Grote bekendheid kreeg Brandt door zijn grafrede op Pieter Cornelisz. Hooft in 1647. De rede werd uitgesproken door Van Germez, een toneelspeler. Brandts rede was een vertaling van de lijkrede van Jacques Du Perron op Ronsard, die hij voor eigen werk liet doorgaan, waarna hij van plagiaat werd beschuldigd in het geschrift Aen den onbeschaemden letter-dief. In de rede was Hooft "d'eenige Poëet, die d'Amstel had voortgebracht", een duidelijke aanval op Vondel. Brandt was auteur van talloze puntdichten, grafschriften en bijschriften, die na zijn dood zijn gebundeld.

Onder invloed van hoogleraar Casparus Barlaeus en speciaal diens dochter ruilde Brandt het vak van horlogemaker in voor studie. In 1652 slaagde hij voor zijn examen en werd remonstrants predikant in Nieuwkoop. Hij trouwde deze Suzanne van Baerle en ze kregen drie zoons die allen predikant werden.

Brandt werd in 1660 te Hoorn beroepen, en uiteindelijk in 1667 te Amsterdam. In 1666 bracht hij zijn Historie der vermaerde zee- en koopstadt Enkhuisen uit, die nog steeds een belangrijke bron vormt voor de vroege geschiedenis van Enkhuizen.

In 1681 kreeg Brandt van Michiel de Ruyters zoon Engel de Ruyter opdracht een biografie over diens in 1676 overleden vader te schrijven. Dit werk, Het Leven en bedryf van den Heere Michiel de Ruiter, dat na hun beider dood in 1687 zou verschijnen, is een belangrijke bron van informatie over de admiraal; het is voltooid door Brandts zoons Caspar en Johannes. Engel vermaakte vierhonderd guldens aan Brandt, vermoedelijk als betaling voor de opdracht. Het boek is vele malen herdrukt.

De omvangrijke biografie van Gerard Brandt was een belangrijke bron voor de biografie van de Ruyter uit 1996 van Ronald Prud'homme van Reine, Hoewel het boek van Brandt vooral een lofrede was op De Ruyter, zonder kritische kanttekeningen, leverde hij een indrukwekkende prestatie. Op basis van een wirwar van aantekeningen en paperassen heeft hij toch een leesbaar boek geschreven. Zonder deze biografie zouden we nu veel minder over De Ruyter weten.

  • Vader:
    Gerard Gerardszn Brandt, zn. van Gerard Gerardszn Brandt (lakenbereider) en Barbera Jaspersdr, geb. Middelburg op 2 okt 1594, horlogemaker, bestuurder Schouwburg A'dam, ovl. Amsterdam op 4 feb 1659, begr. aldaar op 8 feb 1659, otr. Amsterdam op 10 aug 1623, tr. Amsterdam op 27 aug 1623 met

otr. (1) Amsterdam op 23 aug 1652, tr. Amsterdam op 8 sep 1652
met

Susanna van Baerle (Barlaeus), dr. van prof. dr. Caspar van Baerle (hoogleraar te Leiden, predikant, redenaar) en Barbara Sayon, ged. Leiden op 20 jan 1622, dichter, geleerde vrouw, ovl. Amsterdam op 11 jul 1674.

Susanna van Baerle.
Susanna van Baerle groeide op in een cultureel ontwikkeld gezin, met een geleerde en dichterlijke vader – hij was hoogleraar in de filosofie aan het Atheneum Illustre in Amsterdam en bekend Neolatijns dichter – en een moeder van patricische afkomst die zo geschoold was dat zij haar echtgenoot in zijn studies terzijde kon staan. Beiden waren van Zuid-Nederlandse afkomst. Op dertienjarige leeftijd verloor Susanna haar moeder en sindsdien werden zij en haar jongere zuster Elizabeth grotendeels opgevoed door hun oudere zusters. Zij groeide uit tot een jonge vrouw die, in de woorden van haar kleinzoon Joan de Haes, uitblonk in ‘lichamelijke schoonheid, deftigheid van zeden, en gaven van geeste’.

Omgang met Brandt.
Uit alles blijkt dat Susanna van Baerle een scholing moet hebben gehad die haar in geleerde kringen het nodige zelfvertrouwen heeft gegeven. Dat laatste zien we het duidelijkst aan het begin van haar omgang met de vier jaar jongere Geeraardt Brandt. Deze kwam als jong dichter en protégé van haar vader veel bij de Van Baerles aan huis en verklaarde haar zijn liefde, kort voor haar vaders dood in 1648. Susanna’s reactie, verteld door Joan de Haes, was kenmerkend voor haar gevoel van eigenwaarde. Zij verklaarde haar aanbidder ronduit ‘dat zijn persoon haar niet onaangenaam’ was, maar dat zijn beroep – hij was uurwerkmaker – ‘haar geweldig tegen stond’. Als hij bereid zou zijn een academische studie te beginnen, bij voorkeur die van de theologie, zou zij hem niet ongenegen zijn. Het gevolg was dat Brandt, na zich eerst het Latijn en Grieks eigen gemaakt te hebben, met grote inzet begon aan zijn theologische studie aan het Remonstrants Seminarie in Amsterdam.

Niet lang na de dood van haar vader verhuisde Susanna met haar twee ongetrouwde zusters naar Katwijk, waar haar oudste broer Caspar baljuw was. Vanuit Katwijk onderhield zij de correspondentie met haar verloofde in Amsterdam. We kennen een zestal brieven van haar hand uit de periode 1650-1652 – uitgegeven door Penon – die ons Susanna doen kennen als een geestige, levendige en scherpzinnige jonge vrouw die met de nodige humor en zelfspot Geeraardt van haar wederwaardigheden op de hoogte houdt. Brandts antwoorden zijn niet overgeleverd, maar het is verleidelijk te veronderstellen hoezeer hij genoten zal hebben van de esprit de vivre van zijn ‘vriendin’, zoals zij zich noemde. Opmerkelijk aan die brieven is dat zij deze ondertekende met Suzanne Barleus. Zij blijkt dus gekozen te hebben voor de geleerdennaam van haar vader.

Uit die correspondentie en uit enkele gedichten kunnen we afleiden dat Susanna zelf tot het laatst bleef twijfelen of ze haar vrijheid en onafhankelijkheid wel wilde opgeven voor een huwelijk. In een verjaardagsdicht van januari 1651 lezen we van de kant van Brandt: ‘Want ik weet gij haat de banden,/ Ja de schijn van slavernij’. Een jaar later schreef hij, opnieuw in een verjaardagsdicht, dat hij vreesde dat zij toch niet zou willen trouwen, waarop zij in een antwoordgedicht reageerde met ‘De liefde tot mij zelf wil dat ik mij onthou:/ De liefde tot mijn vriend dwingt mij tot zijne trouw’. Maar gemakkelijk was het blijkbaar niet, want zij voegde er aan toe: ‘Dit strijden is mijn strijd, dit houdt my heel verward.’ Uiteindelijk besliste zij haar tweestrijd ten gunste van Geeraardt. Zij trouwden in 1652, enkele maanden nadat Brandt als predikant naar de remonstrantse gemeente van Nieuwkoop was beroepen.

Huwelijksleven en dood.
Over Susanna’s leven met Geeraardt Brandt weten we vrijwel niets. Afgezien van het feit dat zij zes kinderen ter wereld heeft gebracht en vijf daarvan opgevoed, vernemen we weinig over haar. Het is onbekend hoe zij haar taak heeft ingevuld als domineesvrouw in de remonstrantse gemeenten van Nieuwkoop, Hoorn en Amsterdam, waar haar man achtereenvolgens stond. Wel vertelt Joan de Haes nog over haar intellectuele kwaliteiten dat zij een ‘verwonderlijk’ geheugen had. Als zij na een kerkdienst thuis kwam, aldus De Haes, was zij in staat onmiddellijk de gehoorde preek puntsgewijs te excerperen, een gave waarmee haar man niet alleen tijdens zijn studie, maar ook naderhand ‘zijn voordeel heeft weten te doen’. Ook verhaalt hij dat het beoefenen van de Nederlandse poëzie een van Susanna’s ‘zoetste zinlijkheden’ was. Hoewel we maar een enkel gedicht van haar kennen, te vinden in Geeraardt Brandts Poëzy (1688), suggereren haar zoons Johannes en Kaspar in hun Opdracht dat er in deze bundel meer gedichten van haar hand voorkomen.

Op 52-jarige leeftijd overleed Susanna, na een ziekbed van enkele maanden waarin zij veel pijn moet hebben geleden, veroorzaakt ‘door een ongemak aan haar borst’. Zij had toen 22 jaar ‘in echt en wonderlijke eendracht’ met haar Geeraardt geleefd. Zo stierf deze, in de woorden van haar rouwende echtgenoot, ‘bloem van wijsheid, geest en deugd’.

Kort voor haar huwelijk in 1652 had de nu in vergetelheid geraakte Amsterdamse portretschilder Gerard Pietersz. van Zijl (ca.1607-1665) het portret van Susanna geschilderd – de huidige verblijfplaats ervan is onbekend. Niemand minder dan Vondel dichtte er een bijschrift voor: Op d’Afbeeldinge van Susanna van Baerle, de Bruidt van G. Brandt. Het zesregelige gedichtje eindigt met ‘De schoonheid, jeugd en deugd verzamen hier te gader./ Maar ’t rijp verstand verbeeldt het oordeel van haar Vader’. Als de laatste regel meer betekent dan alleen maar een vorm van hoffelijkheid, is het duidelijk dat de dichter oog moet hebben gehad voor Susanna’s intellectuele kwaliteiten en dat die dus in Amsterdamse kringen bekend geweest moeten zijn.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelia~1663 Hoorn †1738 Rotterdam 74

tr. (2) Den Haag op 14 jul 1675
met

Catharina van Sorgen.


Susanna van Baerle
Susanna van Baerle (Barlaeus), ged. Leiden op 20 jan 1622, dichter, geleerde vrouw, ovl. Amsterdam op 11 jul 1674.

Susanna van Baerle.
Susanna van Baerle groeide op in een cultureel ontwikkeld gezin, met een geleerde en dichterlijke vader – hij was hoogleraar in de filosofie aan het Atheneum Illustre in Amsterdam en bekend Neolatijns dichter – en een moeder van patricische afkomst die zo geschoold was dat zij haar echtgenoot in zijn studies terzijde kon staan. Beiden waren van Zuid-Nederlandse afkomst. Op dertienjarige leeftijd verloor Susanna haar moeder en sindsdien werden zij en haar jongere zuster Elizabeth grotendeels opgevoed door hun oudere zusters. Zij groeide uit tot een jonge vrouw die, in de woorden van haar kleinzoon Joan de Haes, uitblonk in ‘lichamelijke schoonheid, deftigheid van zeden, en gaven van geeste’.

Omgang met Brandt.
Uit alles blijkt dat Susanna van Baerle een scholing moet hebben gehad die haar in geleerde kringen het nodige zelfvertrouwen heeft gegeven. Dat laatste zien we het duidelijkst aan het begin van haar omgang met de vier jaar jongere Geeraardt Brandt. Deze kwam als jong dichter en protégé van haar vader veel bij de Van Baerles aan huis en verklaarde haar zijn liefde, kort voor haar vaders dood in 1648. Susanna’s reactie, verteld door Joan de Haes, was kenmerkend voor haar gevoel van eigenwaarde. Zij verklaarde haar aanbidder ronduit ‘dat zijn persoon haar niet onaangenaam’ was, maar dat zijn beroep – hij was uurwerkmaker – ‘haar geweldig tegen stond’. Als hij bereid zou zijn een academische studie te beginnen, bij voorkeur die van de theologie, zou zij hem niet ongenegen zijn. Het gevolg was dat Brandt, na zich eerst het Latijn en Grieks eigen gemaakt te hebben, met grote inzet begon aan zijn theologische studie aan het Remonstrants Seminarie in Amsterdam.

Niet lang na de dood van haar vader verhuisde Susanna met haar twee ongetrouwde zusters naar Katwijk, waar haar oudste broer Caspar baljuw was. Vanuit Katwijk onderhield zij de correspondentie met haar verloofde in Amsterdam. We kennen een zestal brieven van haar hand uit de periode 1650-1652 – uitgegeven door Penon – die ons Susanna doen kennen als een geestige, levendige en scherpzinnige jonge vrouw die met de nodige humor en zelfspot Geeraardt van haar wederwaardigheden op de hoogte houdt. Brandts antwoorden zijn niet overgeleverd, maar het is verleidelijk te veronderstellen hoezeer hij genoten zal hebben van de esprit de vivre van zijn ‘vriendin’, zoals zij zich noemde. Opmerkelijk aan die brieven is dat zij deze ondertekende met Suzanne Barleus. Zij blijkt dus gekozen te hebben voor de geleerdennaam van haar vader.

Uit die correspondentie en uit enkele gedichten kunnen we afleiden dat Susanna zelf tot het laatst bleef twijfelen of ze haar vrijheid en onafhankelijkheid wel wilde opgeven voor een huwelijk. In een verjaardagsdicht van januari 1651 lezen we van de kant van Brandt: ‘Want ik weet gij haat de banden,/ Ja de schijn van slavernij’. Een jaar later schreef hij, opnieuw in een verjaardagsdicht, dat hij vreesde dat zij toch niet zou willen trouwen, waarop zij in een antwoordgedicht reageerde met ‘De liefde tot mij zelf wil dat ik mij onthou:/ De liefde tot mijn vriend dwingt mij tot zijne trouw’. Maar gemakkelijk was het blijkbaar niet, want zij voegde er aan toe: ‘Dit strijden is mijn strijd, dit houdt my heel verward.’ Uiteindelijk besliste zij haar tweestrijd ten gunste van Geeraardt. Zij trouwden in 1652, enkele maanden nadat Brandt als predikant naar de remonstrantse gemeente van Nieuwkoop was beroepen.

Huwelijksleven en dood.
Over Susanna’s leven met Geeraardt Brandt weten we vrijwel niets. Afgezien van het feit dat zij zes kinderen ter wereld heeft gebracht en vijf daarvan opgevoed, vernemen we weinig over haar. Het is onbekend hoe zij haar taak heeft ingevuld als domineesvrouw in de remonstrantse gemeenten van Nieuwkoop, Hoorn en Amsterdam, waar haar man achtereenvolgens stond. Wel vertelt Joan de Haes nog over haar intellectuele kwaliteiten dat zij een ‘verwonderlijk’ geheugen had. Als zij na een kerkdienst thuis kwam, aldus De Haes, was zij in staat onmiddellijk de gehoorde preek puntsgewijs te excerperen, een gave waarmee haar man niet alleen tijdens zijn studie, maar ook naderhand ‘zijn voordeel heeft weten te doen’. Ook verhaalt hij dat het beoefenen van de Nederlandse poëzie een van Susanna’s ‘zoetste zinlijkheden’ was. Hoewel we maar een enkel gedicht van haar kennen, te vinden in Geeraardt Brandts Poëzy (1688), suggereren haar zoons Johannes en Kaspar in hun Opdracht dat er in deze bundel meer gedichten van haar hand voorkomen.

Op 52-jarige leeftijd overleed Susanna, na een ziekbed van enkele maanden waarin zij veel pijn moet hebben geleden, veroorzaakt ‘door een ongemak aan haar borst’. Zij had toen 22 jaar ‘in echt en wonderlijke eendracht’ met haar Geeraardt geleefd. Zo stierf deze, in de woorden van haar rouwende echtgenoot, ‘bloem van wijsheid, geest en deugd’.

Kort voor haar huwelijk in 1652 had de nu in vergetelheid geraakte Amsterdamse portretschilder Gerard Pietersz. van Zijl (ca.1607-1665) het portret van Susanna geschilderd – de huidige verblijfplaats ervan is onbekend. Niemand minder dan Vondel dichtte er een bijschrift voor: Op d’Afbeeldinge van Susanna van Baerle, de Bruidt van G. Brandt. Het zesregelige gedichtje eindigt met ‘De schoonheid, jeugd en deugd verzamen hier te gader./ Maar ’t rijp verstand verbeeldt het oordeel van haar Vader’. Als de laatste regel meer betekent dan alleen maar een vorm van hoffelijkheid, is het duidelijk dat de dichter oog moet hebben gehad voor Susanna’s intellectuele kwaliteiten en dat die dus in Amsterdamse kringen bekend geweest moeten zijn.

  • Moeder:
    Barbara Sayon, dr. van Anthony Sayon (schepen en raad te Brugge, koopman o.a. in Dordrecht en dichter) en Josina Evagen, geb. Brugge [België] circa 1590, begr. Amsterdam (Oude Kerk) op 22 jun 1635.

otr. Amsterdam op 23 aug 1652, tr. Amsterdam op 8 sep 1652
met

Ds. Gerard Gerardszn Brandt, zn. van Gerard Gerardszn Brandt (horlogemaker, bestuurder Schouwburg A'dam) en Neeltje (Cornelia Jeroens) Gijsels, ged. RE Amsterdam op 25 jul 1626, Horlogemaker, Geschiedschrijver, Remonstrants predikant, ovl. Amsterdam op 12 okt 1685, tr. (2) met Catharina van Sorgen. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Ds. Gerard Gerardszn Brandt.
uurwerkmaker, auteur, toneelschrijver, dichter, historicus en remonstrants predikant te Nieuwkoop, Hoorn, Amsterdam.

Gerard verwierf naam met Historie der reformatie in vier delen (1671,1672, 1674, 1704).
Hij schreef ook biografieën over Hooft (1677), Vondel (1682) en Michiel de Ruyter (1687).

Gerard Brandt, ook gespeld als Geeraardt en Geeraer(d)t (Amsterdam, 25 juli 1626 - Rotterdam, 12 oktober 1685), was een Nederlandse auteur, toneelschrijver, dichter, historicus en predikant. Van 1667 tot 1685 was hij predikant in Amsterdam. Hij was een bekende schrijver in zijn tijd en heeft onder andere een Leven van Michiel Adriaanszoon de Ruyter en een Geschiedenis van Enkhuizen op zijn naam staan. Zijn Leven van Vondel (1682), verschenen drie jaar na Vondels overlijden, was de eerste in een lange reeks Vondel-biografieën. Het roemruchte verhaal van de ontsnapping van Hugo de Groot werd door de publicatie van Brandt, uit de mond van het dienstmeisje Elselina opgetekend, een van de klassiekers van de Nederlandse geschiedschrijving.

Hij werd geboren als zoon van Gerard Brandt, horlogemaker en Neeltje Jeroens. Zijn vader was regent van de Amsterdamse Schouwburg.

Grote bekendheid kreeg Brandt door zijn grafrede op Pieter Cornelisz. Hooft in 1647. De rede werd uitgesproken door Van Germez, een toneelspeler. Brandts rede was een vertaling van de lijkrede van Jacques Du Perron op Ronsard, die hij voor eigen werk liet doorgaan, waarna hij van plagiaat werd beschuldigd in het geschrift Aen den onbeschaemden letter-dief. In de rede was Hooft "d'eenige Poëet, die d'Amstel had voortgebracht", een duidelijke aanval op Vondel. Brandt was auteur van talloze puntdichten, grafschriften en bijschriften, die na zijn dood zijn gebundeld.

Onder invloed van hoogleraar Casparus Barlaeus en speciaal diens dochter ruilde Brandt het vak van horlogemaker in voor studie. In 1652 slaagde hij voor zijn examen en werd remonstrants predikant in Nieuwkoop. Hij trouwde deze Suzanne van Baerle en ze kregen drie zoons die allen predikant werden.

Brandt werd in 1660 te Hoorn beroepen, en uiteindelijk in 1667 te Amsterdam. In 1666 bracht hij zijn Historie der vermaerde zee- en koopstadt Enkhuisen uit, die nog steeds een belangrijke bron vormt voor de vroege geschiedenis van Enkhuizen.

In 1681 kreeg Brandt van Michiel de Ruyters zoon Engel de Ruyter opdracht een biografie over diens in 1676 overleden vader te schrijven. Dit werk, Het Leven en bedryf van den Heere Michiel de Ruiter, dat na hun beider dood in 1687 zou verschijnen, is een belangrijke bron van informatie over de admiraal; het is voltooid door Brandts zoons Caspar en Johannes. Engel vermaakte vierhonderd guldens aan Brandt, vermoedelijk als betaling voor de opdracht. Het boek is vele malen herdrukt.

De omvangrijke biografie van Gerard Brandt was een belangrijke bron voor de biografie van de Ruyter uit 1996 van Ronald Prud'homme van Reine, Hoewel het boek van Brandt vooral een lofrede was op De Ruyter, zonder kritische kanttekeningen, leverde hij een indrukwekkende prestatie. Op basis van een wirwar van aantekeningen en paperassen heeft hij toch een leesbaar boek geschreven. Zonder deze biografie zouden we nu veel minder over De Ruyter weten.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelia~1663 Hoorn †1738 Rotterdam 74


Catharina van Sorgen
in
Kwartierstaat van Maarten Elink Schuurman.

Catharina van Sorgen.

tr. Den Haag op 14 jul 1675
met

Ds. Gerard Gerardszn Brandt, zn. van Gerard Gerardszn Brandt (horlogemaker, bestuurder Schouwburg A'dam) en Neeltje (Cornelia Jeroens) Gijsels, ged. RE Amsterdam op 25 jul 1626, Horlogemaker, Geschiedschrijver, Remonstrants predikant, ovl. Amsterdam op 12 okt 1685, tr. (1) met Susanna van Baerle, dr. van prof. dr. Caspar van Baerle (hoogleraar te Leiden, predikant, redenaar) en Barbara Sayon. Uit dit huwelijk 6 kinderen.

Ds. Gerard Gerardszn Brandt.
uurwerkmaker, auteur, toneelschrijver, dichter, historicus en remonstrants predikant te Nieuwkoop, Hoorn, Amsterdam.

Gerard verwierf naam met Historie der reformatie in vier delen (1671,1672, 1674, 1704).
Hij schreef ook biografieën over Hooft (1677), Vondel (1682) en Michiel de Ruyter (1687).

Gerard Brandt, ook gespeld als Geeraardt en Geeraer(d)t (Amsterdam, 25 juli 1626 - Rotterdam, 12 oktober 1685), was een Nederlandse auteur, toneelschrijver, dichter, historicus en predikant. Van 1667 tot 1685 was hij predikant in Amsterdam. Hij was een bekende schrijver in zijn tijd en heeft onder andere een Leven van Michiel Adriaanszoon de Ruyter en een Geschiedenis van Enkhuizen op zijn naam staan. Zijn Leven van Vondel (1682), verschenen drie jaar na Vondels overlijden, was de eerste in een lange reeks Vondel-biografieën. Het roemruchte verhaal van de ontsnapping van Hugo de Groot werd door de publicatie van Brandt, uit de mond van het dienstmeisje Elselina opgetekend, een van de klassiekers van de Nederlandse geschiedschrijving.

Hij werd geboren als zoon van Gerard Brandt, horlogemaker en Neeltje Jeroens. Zijn vader was regent van de Amsterdamse Schouwburg.

Grote bekendheid kreeg Brandt door zijn grafrede op Pieter Cornelisz. Hooft in 1647. De rede werd uitgesproken door Van Germez, een toneelspeler. Brandts rede was een vertaling van de lijkrede van Jacques Du Perron op Ronsard, die hij voor eigen werk liet doorgaan, waarna hij van plagiaat werd beschuldigd in het geschrift Aen den onbeschaemden letter-dief. In de rede was Hooft "d'eenige Poëet, die d'Amstel had voortgebracht", een duidelijke aanval op Vondel. Brandt was auteur van talloze puntdichten, grafschriften en bijschriften, die na zijn dood zijn gebundeld.

Onder invloed van hoogleraar Casparus Barlaeus en speciaal diens dochter ruilde Brandt het vak van horlogemaker in voor studie. In 1652 slaagde hij voor zijn examen en werd remonstrants predikant in Nieuwkoop. Hij trouwde deze Suzanne van Baerle en ze kregen drie zoons die allen predikant werden.

Brandt werd in 1660 te Hoorn beroepen, en uiteindelijk in 1667 te Amsterdam. In 1666 bracht hij zijn Historie der vermaerde zee- en koopstadt Enkhuisen uit, die nog steeds een belangrijke bron vormt voor de vroege geschiedenis van Enkhuizen.

In 1681 kreeg Brandt van Michiel de Ruyters zoon Engel de Ruyter opdracht een biografie over diens in 1676 overleden vader te schrijven. Dit werk, Het Leven en bedryf van den Heere Michiel de Ruiter, dat na hun beider dood in 1687 zou verschijnen, is een belangrijke bron van informatie over de admiraal; het is voltooid door Brandts zoons Caspar en Johannes. Engel vermaakte vierhonderd guldens aan Brandt, vermoedelijk als betaling voor de opdracht. Het boek is vele malen herdrukt.

De omvangrijke biografie van Gerard Brandt was een belangrijke bron voor de biografie van de Ruyter uit 1996 van Ronald Prud'homme van Reine, Hoewel het boek van Brandt vooral een lofrede was op De Ruyter, zonder kritische kanttekeningen, leverde hij een indrukwekkende prestatie. Op basis van een wirwar van aantekeningen en paperassen heeft hij toch een leesbaar boek geschreven. Zonder deze biografie zouden we nu veel minder over De Ruyter weten.


Caspar van Baerle
in
Kwartierstaat van Maarten Elink Schuurman.

prof. dr. Caspar van Baerle (Barlaeus), ged. Antwerpen [België] op 12 feb 1584, hoogleraar te Leiden, predikant, redenaar, ovl. Amsterdam op 14 jan 1648, begr. Amsterdam (Nieuwe Kerk) op 18 jan 1648.

prof. dr. Caspar van Baerle.
predikant, schrijver en dichter, hoogleraar filosofie Atheneum Illustre te Amsterdam.

otr. Amsterdam op 21 sep 1610, tr.
met

Barbara Sayon, dr. van Anthony Sayon (schepen en raad te Brugge, koopman o.a. in Dordrecht en dichter) en Josina Evagen, geb. Brugge [België] circa 1590, begr. Amsterdam (Oude Kerk) op 22 jun 1635.

Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Susanna~1622 Leiden †1674 Amsterdam 52


Barbara Sayon
in
Kwartierstaat van Maarten Elink Schuurman.

Barbara Sayon, geb. Brugge [België] circa 1590, begr. Amsterdam (Oude Kerk) op 22 jun 1635.

otr. Amsterdam op 21 sep 1610, tr.
met

prof. dr. Caspar van Baerle (Barlaeus), zn. van Caspar Lambertszn van Baerle en Cornelia Jeansdr Eerdewijns, ged. Antwerpen [België] op 12 feb 1584, hoogleraar te Leiden, predikant, redenaar, ovl. Amsterdam op 14 jan 1648, begr. Amsterdam (Nieuwe Kerk) op 18 jan 1648.

prof. dr. Caspar van Baerle.
predikant, schrijver en dichter, hoogleraar filosofie Atheneum Illustre te Amsterdam.

Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Susanna~1622 Leiden †1674 Amsterdam 52


Anthony Sayon
in
Kwartierstaat van Maarten Elink Schuurman.

Anthony Sayon, geb. Brugge [België], ged. Anthonis Sayon, coopman, nu te Dordrecht, legt een verklaring af op verzoek van Joncheer Charles van der Rhyvel, Jacob Cabbelliaeu, coopman, en Henrick Heemskercke, procureurs te Leyden betreffende de goederen en vorderingen van Joost du Ballo te Leyden, schepen en raad te Brugge, koopman o.a. in Dordrecht en dichter, ovl. Delft na 1614.

Anthony Sayon.
Anthonis Sayon, coopman, nu te Dordrecht, legt een verklaring af op verzoek van Joncheer Charles van der Rhyvel, Jacob Cabbelliaeu, coopman, en Henrick Heemskercke, procureurs te Leyden betreffende de goederen en vorderingen van Joost du Ballo te Leyden.

tr.
met

Josina Evagen (Evagers).

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Barbara*1590 Brugge [België] 1635 Amsterdam (Oude Kerk) 44


Josina Evagen
in
Kwartierstaat van Maarten Elink Schuurman.

Josina Evagen (Evagers).

tr.
met

Anthony Sayon, zn. van Vincent Antoonszn Sayon en Barbara Jacobsdr de Wit, geb. Brugge [België], ged. Anthonis Sayon, coopman, nu te Dordrecht, legt een verklaring af op verzoek van Joncheer Charles van der Rhyvel, Jacob Cabbelliaeu, coopman, en Henrick Heemskercke, procureurs te Leyden betreffende de goederen en vorderingen van Joost du Ballo te Leyden, schepen en raad te Brugge, koopman o.a. in Dordrecht en dichter, ovl. Delft na 1614.

Anthony Sayon.
Anthonis Sayon, coopman, nu te Dordrecht, legt een verklaring af op verzoek van Joncheer Charles van der Rhyvel, Jacob Cabbelliaeu, coopman, en Henrick Heemskercke, procureurs te Leyden betreffende de goederen en vorderingen van Joost du Ballo te Leyden.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Barbara*1590 Brugge [België] 1635 Amsterdam (Oude Kerk) 44


Gerard Gerardszn Brandt
in
Kwartierstaat van Maarten Elink Schuurman.

Gerard Gerardszn Brandt, geb. Middelburg op 2 okt 1594, horlogemaker, bestuurder Schouwburg A'dam, ovl. Amsterdam op 4 feb 1659, begr. aldaar op 8 feb 1659.

Gerard Gerardszn Brandt.
horlogemaker, instrumentmaker, zoals zonnewijzers, regent van de Schouwburg.

  • Vader:
    Gerard Gerardszn Brandt, ged. Antwerpen [België] op 14 okt 1570, lakenbereider, otr. Amsterdam op 3 okt 1592, tr. Amsterdam op 25 okt 1592 met
  • Moeder:
    Barbera Jaspersdr, geb. Antwerpen [België] in 1567, ovl. Amsterdam in 1638.

otr. Amsterdam op 10 aug 1623, tr. Amsterdam op 27 aug 1623
met

Neeltje (Cornelia Jeroens) Gijsels (Neeltje Jeroens), dr. van Jeronimus Anthoniszn Gijsels (houtkoopman) en Anne Jorisdr, ged. Amsterdam op 26 nov 1599, ovl. op 18 dec 1644.

Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerard~1626 Amsterdam †1685 Amsterdam 59


Cornelia Jeroens Gijsels
in
Kwartierstaat van Maarten Elink Schuurman.

Neeltje (Cornelia Jeroens) Gijsels (Neeltje Jeroens), ged. Amsterdam op 26 nov 1599, ovl. op 18 dec 1644.

  • Vader:
    Jeronimus Anthoniszn Gijsels, geb. Willemstad in 1564, houtkoopman, ovl. Amsterdam in 1611, otr. (2) Amsterdam op 2 jan 1588, tr. met Grietje Jansdr Wilhelmus, ged. Amsterdam op 13 apr 1566, ovl. aldaar in 1597. Uit dit huwelijk 2 kinderen, otr. (3) Amsterdam op 28 feb 1604, tr. met Lobberich Elbertsdr. Uit dit huwelijk geen kinderen, otr. (1) Amsterdam op 19 jul 1597, tr. met
  • Moeder:
    Anne Jorisdr, geb. Roosendaal circa 1575, ovl. Amsterdam in 1603.

otr. Amsterdam op 10 aug 1623, tr. Amsterdam op 27 aug 1623
met

Gerard Gerardszn Brandt, zn. van Gerard Gerardszn Brandt (lakenbereider) en Barbera Jaspersdr, geb. Middelburg op 2 okt 1594, horlogemaker, bestuurder Schouwburg A'dam, ovl. Amsterdam op 4 feb 1659, begr. aldaar op 8 feb 1659.

Gerard Gerardszn Brandt.
horlogemaker, instrumentmaker, zoals zonnewijzers, regent van de Schouwburg.

Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerard~1626 Amsterdam †1685 Amsterdam 59


Arnoud Arnoutszn Leers
in
Kwartierstaat van Maarten Elink Schuurman.

Arnoud Arnoutszn Leers, ged. Aken [Duitsland] in 1616, uitgever, boekhandelaar in Rotterdam, ovl. Rotterdam in 1673.

Arnoud Arnoutszn Leers.
Arnold Leers (ook Arnout genoemd) is geboren in 1616 in Aken. Hij gaat in 1642 in Rotterdam in ondertrouw met de dan twintigjarige Johanna van Berckel (ook Jannetje), geboren in 1622 en dochter van predikant Dr. Reynier (Reinerus) van Berckel (1591 en Helena Mozesdr. (ook Mosisdr.) van Nederveen. Haar familie wordt beschreven op de pagina Familie van Berckel. Arnold en Johanna trouwen in Schiedam en krijgen vijf kinderen: Arnout Leers (1643) Helena Leers (1646) Reinier Leers (1654, Rotterdam - 1714, Parijs), gehuwd met Cornelia Brandt (1666). Anna Leers (1657) Joannes Leers (1660) Arnold Leers vestigt zich als boekdrukker en uitgever in Rotterdam en publiceerde onder andere het boek Valerie Maximi. Hij overlijdt in 1673 op een leeftijd van 53 jaar en is begraven in de Grote- of Sint-Laurenskerk in Rotterdam. Zijn weduwe Johanna van Berckel zet eerst alleen en later samen met haar zoon Reinier het bedrijf voort. Zij sterft in 1694 in Rotterdam.

  • Vader:
    Aernout Leers, geb. Aken [Duitsland] circa 1587, ovl. aldaar in 1625, tr. Aken [Duitsland] circa 1612 met

tr. Rotterdam op 16 dec 1642
met

Jannetje van Berkel, dr. van Ds. Reynier Claesz van Berkel (predikant en godgeleerde) en Helena Moisesdr van Nederveen, ovl. Rotterdam in 1694.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Reinier~1654 Rotterdam †1714 Parijs [Frankrijk] 59


Jannetje van Berkel
in
Kwartierstaat van Maarten Elink Schuurman.

Jannetje van Berkel, ovl. Rotterdam in 1694.

tr. Rotterdam op 16 dec 1642
met

Arnoud Arnoutszn Leers, zn. van Aernout Leers en Anna Wilhelmsdr Momma, ged. Aken [Duitsland] in 1616, uitgever, boekhandelaar in Rotterdam, ovl. Rotterdam in 1673.

Arnoud Arnoutszn Leers.
Arnold Leers (ook Arnout genoemd) is geboren in 1616 in Aken. Hij gaat in 1642 in Rotterdam in ondertrouw met de dan twintigjarige Johanna van Berckel (ook Jannetje), geboren in 1622 en dochter van predikant Dr. Reynier (Reinerus) van Berckel (1591 en Helena Mozesdr. (ook Mosisdr.) van Nederveen. Haar familie wordt beschreven op de pagina Familie van Berckel. Arnold en Johanna trouwen in Schiedam en krijgen vijf kinderen: Arnout Leers (1643) Helena Leers (1646) Reinier Leers (1654, Rotterdam - 1714, Parijs), gehuwd met Cornelia Brandt (1666). Anna Leers (1657) Joannes Leers (1660) Arnold Leers vestigt zich als boekdrukker en uitgever in Rotterdam en publiceerde onder andere het boek Valerie Maximi. Hij overlijdt in 1673 op een leeftijd van 53 jaar en is begraven in de Grote- of Sint-Laurenskerk in Rotterdam. Zijn weduwe Johanna van Berckel zet eerst alleen en later samen met haar zoon Reinier het bedrijf voort. Zij sterft in 1694 in Rotterdam.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Reinier~1654 Rotterdam †1714 Parijs [Frankrijk] 59


Reynier Claesz van Berkel
in
Kwartierstaat van Maarten Elink Schuurman.

Ds. Reynier Claesz van Berkel, geb. circa 1591, predikant en godgeleerde, ovl. circa 1655.

Ds. Reynier Claesz van Berkel.
hij was een "behoudende broeder", was kandidaat te Leiden, werd predikant te 't Woudt, daarna te Schiedam en als laatste te Rotterdam.

Predikant Dr. Reynier (Reinerus) van Berckel is geboren in 1591. Hij is de zoon van Claes van Berckel (vóór 1567) en Gheertgen Reyniersdr. In 1626 huwt hij in Delft Helena Mozesdr. van Nederveen, geboren in 1602.

Bij zijn huwelijk (1626) wordt Reinerus Berckel genoemd als jongesel dienaer des Goddelijcken woorts binnen deser stede (Schiedam). Hij wordt 'Rogaerds Berckel' genoemd bij het huwelijk van zijn broer Samuel van Berckel and Ariaentgen Gerrits van Sassen, waar hij getuige is. Reynier van Berckel overlijdt in 1655 op een leeftijd van 64 jaren; zijn vrouw in 1667 op een leeftijd van 65 jaren. Reynier van Berckel studeert aan de voorloper van de Universiteit Leiden. Het boek Hugo Grotius, Ordinum Hollandiae AC Westfrisiae Pietas (1613) rept van een oude lijst met de namen van de 35 studenten die aan het einde van het jaar 1613 zijn ingelijfd aan de Universiteit. Naast Reinerus Nicolai van Berckel staat ook Lambertus Barlaeus (1592) op de lijst, broer van een andere stamhouder; de geleerde Caspar van Baerle (1584). Reynier van Berckel wordt predikant in respectievelijk 't Woudt (1616 -1619, Schiedam (1619 -1634) en Rotterdam (1634 - 1655).

Reynier van Berckel is één van de collega-predikanten waarmee Simon Simonides optrekt als deze in Rotterdam bevestigd wordt als predikant (1652). Simon Simonides (1629 - 1675) is een controversieel figuur; hij verwerft bekendheid door stichtelijke gedichten maar is bekender als vurig voorstander van het huis van Oranje en felle vijand van Johan de Witt.

Samuel van Berckel (ca. 1593 - 1670) is de enige broer van Reynier van Berckel waarvan relatief veel van bekend is. Samuel is sijdewinkelier of sijde winckelier en kramer in Delft. Vermoedelijk hield het beroep meer in dan handel; men moest ook de zijde en de lakens bereiden. Hij woont respectievelijk aan de Vismarkt (1617), Wijnstraat, nu Wijnhaven (1626). Hij is charitaatmeester (meester van de Chariteitskamer) en lid van de ridderlijke broederschap genaamd De Confrérie van de Handbusch in Delft (1638), en sergeant (1648). Hij huwt tweemaal; zijn eerste vrouw Truijtgen Arents van Pufvliet, vermoedelijk een dochter van Arend Anthonisz. van Puffvliet en Aagje (Agatha) Onderwater, overlijdt jong; in 1624 op 25-jarige leeftijd. Hij hertrouwt Ariaentgen Gerrits van Sassen in 1626 in Delft. Zijn is de dochter van Gerrit Willemsz. van Sassen en Maritgen Jacobsdr. van Tol. Hij is getuige van alle kinderen van zijn broer Willem, Er is een acte bekend waarin Samuel van Berckel en Dirck Jansz Lagerlant verklaren dat Laurens de Maerschalck op twee gelegenheden in Delft is geweest, en dat ze met elkaar hebben gesproken. De Maerschalck is adelborst, en dient in the regiment van kapitein Wilhelmus Verschuring. Na zijn overlijden in 1670 wordt hij op 10 April begraven in het noordelijk transept (dwarsschip) van de Nieuwe Kerk in Delft. De locatie is recto Noordtrans, plein 3, graf 1-3, zijnde een grafkelder. Om ruimte te maken voor nieuwe overledenen werden oude graven vaak geschoond; de overgebleven beenderen werden bijeengesprokkeld en in kleinere kisten geplaatst. Nadat Samuels graf 10 maal geschoond is en 22 kistjes bevat wordt het vol verklaard (30 December 1694).

"Proponent zijnde, werd hij beroepen tot predikant in 't Woud den 28 Augustus 1616, in 1620 te Schiedam, van daar naar Rotterdam en alhier in 1634 bevestigd. Hij overleed in 1656. Op den 30 Augustus 1643 was hij tegenwoordig bij de bevestiging van den eersten leeraar bij de Schotse gemeente te Rotterdam, na afloop van welke hij als oudste leeraar uit naam der stad, der staten, der classis en der Synode plegtig en in het openbaar verklaarde "deze Schotse gemeente te zijn eene op zich zelf staande vrije kerk, gelijk de Nederlandse kerk zulks was, en dat die daarom al dezelfde voorregten stond te genieten, en alzoo met gemeenebest, stad en kerk zoude staan of vallen enz. (zie van Reijn t.a.pl. Deel I, blz 325.).

From: Titel Naamlijst en Levensbijzonderheiden der Predikanten, die sedert de Kerkhervorming in der Nederduitsche Hervormde en Waalsche Gemeente te Rotterdam tot op dezen tijd in dienst geweest zijn Auteur K. J. R. van Harderwijk Uitgever Bazendijk, 1850.

tr.
met

Helena Moisesdr van Nederveen, dr. van Moijses Janszn van Nederveen en Johanna Jacobsdr de Vogel.

Uit dit huwelijk een dochter:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jannetje  †1694 Rotterdam