Genealogische website van Cees Hagenbeek
Meijntje Harmens van Ramsdonck
Meijntje Harmens (Wendelmoed, Weijndelmoed) van Ramsdonck, geb. Utrecht, RK, ovl. voor 1644.

otr. Utrecht voor schepenen op 22 mei 1630, tr. Utrecht op 29 mei 1630, kerk.huw. (RK)
met

Gerridt Willems (Gerardus) van Dijck, zn. van Willem Adriaens van Dijck en Rijckgen Pietersdr van Noort, geb. Utrecht, RK, begr. Rotterdam in 1664 als Gerrit Dijk, weduwnaar,
, woont te Utrecht (1630), notaris, deurwaarder voor het Hof van Utrecht, doopget. (1660).

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1632 Utrecht 1704  71


Jacobus Jans Ridderus
Ds. Jacobus Jans Ridderus, geb. Leiden in 1594, ovl. Middelharnis in 1663,
, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 13-4-1619, afkomstig van Leiden, predikant te Warmenhuysen bij Alkmaer (1617-1619), aldaar ontslagen, predikant te Middelharnis (1621-1663, bevestigd 30-11-1621), doopget. (1653, 1661), otr. 2o Middelharnis 14-8-1654 en tr. 2o Brielle geref. 8-9-1654 Maria Pietersdr (van der) Welle, ovl. na 1660, wed. van Ds. Johannes Courtenius, predikant te Oudenhoorn (1637) en Scheveningen (1645), (zn. van Ds. Johannes Willemsz Coourtenius, predikant te Nieuwenhoorn (1619), en Goedereede (1621-1647),[419] wordt geref. lidmaat te Brielle 2-1-1648 met attestatie van Goedereede.

tr. Leiden op 1 sep 1617 (getuigen: Jan de Ridder, zijn vader, en Phillippina Pit, haar zuster)
met

Anna Pit (Pythius) https://www.nikhef.nl/~louk/MESKW/generation11.html#1361)**, dr. van Ds. Frans Jansz Pythius en Machtelt Christoffelsdr van Langerak, geb. Leiden voor 1600, ovl. tussen 1638 en 1654,
, j.d. van Leiden (1617), doopget. te Leiden (1638).

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adriaen Middelharnis 1669 Nieuw-Hellevoet  


Anna Pit
Anna Pit (Pythius) https://www.nikhef.nl/~louk/MESKW/generation11.html#1361)**, geb. Leiden voor 1600, ovl. tussen 1638 en 1654,
, j.d. van Leiden (1617), doopget. te Leiden (1638).

tr. Leiden op 1 sep 1617 (getuigen: Jan de Ridder, zijn vader, en Phillippina Pit, haar zuster)
met

Ds. Jacobus Jans Ridderus, zn. van Jan de Ridder en Jannetje , geb. Leiden in 1594, ovl. Middelharnis in 1663,
, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 13-4-1619, afkomstig van Leiden, predikant te Warmenhuysen bij Alkmaer (1617-1619), aldaar ontslagen, predikant te Middelharnis (1621-1663, bevestigd 30-11-1621), doopget. (1653, 1661), otr. 2o Middelharnis 14-8-1654 en tr. 2o Brielle geref. 8-9-1654 Maria Pietersdr (van der) Welle, ovl. na 1660, wed. van Ds. Johannes Courtenius, predikant te Oudenhoorn (1637) en Scheveningen (1645), (zn. van Ds. Johannes Willemsz Coourtenius, predikant te Nieuwenhoorn (1619), en Goedereede (1621-1647),[419] wordt geref. lidmaat te Brielle 2-1-1648 met attestatie van Goedereede.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adriaen Middelharnis 1669 Nieuw-Hellevoet  


Jan Davids Capermans
Jan Davids Capermans, geb. voor 1605, ovl. in 1630,
, parentatie niet bewezen, wonende op de Grevelingendijk onder Geervliet (1628), belender te Geervliet bij de Hoenderhoekseweg (1632).
Op 8-11-1628 transporteert Jan Davidsz Caperman aan Cornelis Ariens Compeer als oom en voogd van de weeskinderen van Cornelis Ariens Compeer (sic, bedoeld zal zijn Gerrit) - 3 G in Oud Markenburg (belend n. Claas Gillisz, o. Wouter Jacobsz, z. de kinderen van Lenert Ariens, w. de Hogelandseweg. - 1 G 100 R in Oud Tolland (belend o. de Noorddijk, z. Lodewijk de Labije, w. Meeus Thomasz, n. Cornelis Jansz burgemeester).
Op 16-11-1628 wordt Jan Davidsz Caperman, bij overdracht door mr. Maximiliaan van Bekerke, beleend met 1/6 deel van de Middeldijk van de Kapershoek (sic!) strekkend van de scheiding van Geervliet en Spijkenisse tot Oosterlekerdam, zo breed als beide sloten. Het hele leen is belast met 3 pond hollands jaarlijks en leenroerig aan de hofstede Putten.
Op 16-11-1628 compareerden in Den Haag, Jacob Jansz Coppert, Cornelis Jan Lenerts, Jacob Jansz en Jan Davidts Caperman, allen wonende op de Grevelingendijk onder Geervliet. Zij bekenden schuldig te zijn aan mr. Maximiliaen van Bekercken, "advocaet voor den voorz. Hove", de somme van 370 Car. guldens tot 10 grooten 't stuck ter saecke ende reste van den cooppenningen van den voorz. Groenendijck, henluijden op huijden voor stadthouder ende leenmannen van Holland overgedragen.
Op 20-8-1629 bekent Jan Davidsz Caperman aan de erfgenamen van Hendrik Jansz in leven gewoond hebbende aan de Conijndijk, een schuld van 2000 wegens koop van een huis, erf, keet, berge etc. aan de Conijndijk en een boomgaard in Schiekamp tegenover de woning, met overname van 60 G bruikwaar.
Op 23-2-1630 transporteren Jan Davidsz Caperman en Arie Dirksz Hoenderhoek als erfgenamen van wijlen David Jansz Caperman aan Johan v.d. Werve, heer van Urk en Emmeloord, 4 G in Oud Noordeland (belend o. de koper, z. de Geervlietsedijk, w. de koper en de vrouwe van Ghijssenburg, n. de Oud-Noordelandsedijk).
Op 23-2-1630 transporteren de erfgenamen van David Jansz Caperman aan Jacob Ariens Koelbier, schepen van Geervliet, ca 1 G buitengors aan de Oudhoenderhoeksedijk (belend o. en w. de erfgenamen van Beresteijn, z. de Bernisse, n. voornoemde dijk).

een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Petronella Geervliet 1711 Delft (Nieuwe Kerk)  


Jooris Maertens Visscher
Jooris Maertens Visscher, ovl. tussen 1636 en 1643 of voor 1632,
, wordt genoemd als Jooris Maertsz, vader van Ary Jorisz, bij de doop van diens zoon Joris Arens in 1636.

tr. voor 1609
met

Crijntgen Hubrechtsdr,
, Weeskamer Maassluis:
Neeltge Maertens (sic!) wed. van za. Joris Maertensz, visser.
7- 4-1632 3, f. 23
Crijntgen Hubrechtsdr, wonend te Maassluis, wed. van Joris Maertss Visscher, testeert te Maassluis 5-9-1643. Zij is moeder van Jan Joriss.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arij*1609  1672 Maassluis 63


Crijntgen Hubrechtsdr
Crijntgen Hubrechtsdr,
, Weeskamer Maassluis:
Neeltge Maertens (sic!) wed. van za. Joris Maertensz, visser.
7- 4-1632 3, f. 23
Crijntgen Hubrechtsdr, wonend te Maassluis, wed. van Joris Maertss Visscher, testeert te Maassluis 5-9-1643. Zij is moeder van Jan Joriss.

tr. voor 1609
met

Jooris Maertens Visscher, ovl. tussen 1636 en 1643 of voor 1632,
, wordt genoemd als Jooris Maertsz, vader van Ary Jorisz, bij de doop van diens zoon Joris Arens in 1636.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arij*1609  1672 Maassluis 63


Govert Pieter van Wijn
Govert Pieter van Wijn, geb. circa 1574, ovl. voor 22 aug 1642,
, biervoerder (1615), marktschuitvoerder van Maassluis op Delft (1632, 1642).

tr.
met

Trijntje Jacobsdr van Velden, dr. van Jacob Cornelisz van Velden, geb. voor 1580, ovl. tussen 22 feb 1632 en 21 apr 1632 ,
, Weeskamer Maassluis:
Govert van Wyn,
29-11-1630 2, f.137v
21- 4-1632 3, f. 24 schuitvoerder, wednr. v. Trijntge Jacobsdr
11- 1-1636 3, f. 25
15- 3-1634 3, f. 58
30- 7-1634 3, f. 60v.
Govert Pieters van Wijn
26- 5-1620 1, f.148
14- 4-1627 2, f. 84
zaliger Govert Pieterss van Wijn 7-10-1642 4, f. 68v marktschuitvoerder
Tryntgen Jacobs van Velde
5- 5-1628 2, f.103
Op 6-7-1615 compareert te Maassluis Govert Prs. Wijn, biervoerder, voor een Attestatie.
Op 8-4-1618 worden "Govert Pietersz en zijn vrouw" genoemd als geref. lidmaten te Schipluiden. Het is niet bewezen of het in dit geval ook bovenstaand echtpaar betreft.
Op 25-7-1629 betaalt de kerkeraad van Maassluis 36,9,- aan Govert van Wijn "voor 15 halfvaten kleynbier en 2 halfvaten zeven gulden bier, door den Kerkeraad toegeleid aan de metselaers en andere werklieden" (die werkten aan de bouw van de Grote Kerk aldaar).

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Trijntje  1666   


Trijntje Jacobsdr van Velden
Trijntje Jacobsdr van Velden, geb. voor 1580, ovl. tussen 22 feb 1632 en 21 apr 1632 ,
, Weeskamer Maassluis:
Govert van Wyn,
29-11-1630 2, f.137v
21- 4-1632 3, f. 24 schuitvoerder, wednr. v. Trijntge Jacobsdr
11- 1-1636 3, f. 25
15- 3-1634 3, f. 58
30- 7-1634 3, f. 60v.
Govert Pieters van Wijn
26- 5-1620 1, f.148
14- 4-1627 2, f. 84
zaliger Govert Pieterss van Wijn 7-10-1642 4, f. 68v marktschuitvoerder
Tryntgen Jacobs van Velde
5- 5-1628 2, f.103
Op 6-7-1615 compareert te Maassluis Govert Prs. Wijn, biervoerder, voor een Attestatie.
Op 8-4-1618 worden "Govert Pietersz en zijn vrouw" genoemd als geref. lidmaten te Schipluiden. Het is niet bewezen of het in dit geval ook bovenstaand echtpaar betreft.
Op 25-7-1629 betaalt de kerkeraad van Maassluis 36,9,- aan Govert van Wijn "voor 15 halfvaten kleynbier en 2 halfvaten zeven gulden bier, door den Kerkeraad toegeleid aan de metselaers en andere werklieden" (die werkten aan de bouw van de Grote Kerk aldaar).

tr.
met

Govert Pieter van Wijn, zn. van Pieter Goverts van Wijn, geb. circa 1574, ovl. voor 22 aug 1642,
, biervoerder (1615), marktschuitvoerder van Maassluis op Delft (1632, 1642).

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Trijntje  1666   


Leendert Gerritsz Bocxhoorn
Leendert Gerritsz Bocxhoorn, geb. Maasland tussen 1574 en 1575, ovl. op 1 okt 1638, begr. Maassluis Grote Kerk, graf 141,
, diaken (1608) en ouderling (1637) van de geref. kerk, koopman, burgemeester (1622.1634), schepen (1636-1637) van Maassluis en als reder/boekhouder gecommitteerde van de visserij aldaar (1612, 1616, 1620), koopman (1622.1638), reder (1616.1635) te Maassluis.
Weeskamer Maassluis:[461]
Leendert Gerritsz Boxhoorn,
5-12-1636 3, f.120v koopman
3-11-1638 3, f.155 koopman, geh. met Neeltge Gerrits
.-.-1644 4, f. 99 koopman
Graf nr. 141 in de grote Kerk van Maassluis:
Dit graf hoort toe Gerret Leenderts Buxhoorn. (Twee wapens : 1. drie springende bokken. Helmteken: een boom.) Hier leyt begraven Trientgen Willemsd. sterf den 31e Maert anno 1631. Hier leyt begraven Leendert Gerritz. Buxhoorn sterf den .. October 1638 was out 63 jaren. Hier leyt begraven Leentje Gerritdr. Buxhoorn sterf den 19-11-1646 was out 14 jaer en 7 maenden. Hier leyt begraven Gerrit Leendertsz. Buxhoorn stierf den 2en November ao. 1670 was out 63 jaren en 5 maenden.
Graf nr. 179: den 4 Octob. 1715 sterf Leendert G. B. out 72 jaer.
Op 14-7-1634 machtigen Leonardt Gerritsz Bocxhoorn, Aert Jansz van Waerdenburch, en Adriaen Jansz Schoonhoven, mede namens Gerrit Cornelisz Boudesteyn, en Hendrick Steffensz van der Laen, regenten van het dorp van Maessluys, Cornelis Pieck, procureur, om hun zaken in rechte waar te nemen.
Op 9-10-1634 komen Aerten Jansz Waerdenburch en Leendert Gerritsz Bocxhoorn uit Maeslantsluys, reders, en Dirck Wijersz Vonck, schipper van het schip de Fortuyn, te Sleckvoorden in Noorwegen geladen met hout, overeen dat de laatste een waarborg van 600 carolusgulden betaalt nu het schip veilig ligt afgemeerd aan het Haringvliet hier ter stede, nadat het door Oostendenaers onder Jasper Houttebeen was genomen doch na 4 etmalen ontzet door Flips Jacobsz Schoneman, capiteyn, die voor voornoemde reders vaart.
Op 30-6-1635 presenteert notaris Nicolaas Vogel Adriaansz aan Gerard Pijl, vendumeester van de admiraliteyt, een insinuatie. Voorn. Pijl is mede-reder van het schip ten oorloge ter zee, ter vrije nering uitgerust op bestelling van de Prince van Oranigen met capiteyn Philips Jacobsz Schoneman van Delfshaven. Dit schip, de St. Thomas met schipper Jan Wijnton, heeft 25 stukken laken vervoerd, waard volgens de reders 400 ponden Vlaems. De lading is opnieuw getaxeerd door Jan Quarles en Joris Chaundler, cooplieden van de Engelsche natie, en geschat op 301 pond en 9 schellingen. Bij afwezigheid van voorn. Pijl is de insinuatie overhandigd aan Leonard Gerardsz Bocxhoorn en Aert Jansz van Waerdenburch, beiden wonend te Maassluys en mede-reders, en wordt geprotesteerd tegen deze mistaxatie en de hierdoor opgelopen schade. De opdrachtgever ondertekent met Barney Reymes.
Op 20-12-1635 komen Nicolaes de Smith, coopman te Gent in Vlaenderen, Louijs Jacobsz Vermande, eveneens coopman en Leendert Gerritsz Bocxhoorn uit Maessluys, met elkaar overeen dat de laatste in Brielle, Vlaerdingen en Maessluys zoveel mogelijk cabeljau, schelvis, heylbot en eventueel gezouten vis zal opkopen en naar Biervliet zenden, waarna hij met wisselbrieven zal worden betaald.
Op 25-9-1636 compareert te Maassluis Leendert Gerritsz Bocxhoorn, oud 61 jr, koopman te Maassluis, voor een Attestatie.
Op 28-9-1638 compareren te Maassluis Leendert Gerritsz Bocxhoorn, koopman wonend te Maassluis en zijn echtgenote Neeltge Gerritsdr wonend te Maassluis, voor een Akte van voogdij.
Neeltgen Gerritsdr, wed. van Leendert Gerritss Bocxhoorn, koopvrouw wonend te Maassluis, compareert te Maassluis voor akten van Procuratie 5-3-1641 en 1-3-1643.

tr. Maassluis voor 1607
met

Teuntje Willems, ovl. Maassluis op 31 mrt 1631, begr. Maassluis Grote Kerk, graf 141 in apr 1631.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerrit*1607 Maassluis 1670 Maassluis 6312 


Teuntje Willems
Teuntje Willems, ovl. Maassluis op 31 mrt 1631, begr. Maassluis Grote Kerk, graf 141 in apr 1631.

tr. Maassluis voor 1607
met

Leendert Gerritsz Bocxhoorn, zn. van Gerrit Bocxhoorn, geb. Maasland tussen 1574 en 1575, ovl. op 1 okt 1638, begr. Maassluis Grote Kerk, graf 141,
, diaken (1608) en ouderling (1637) van de geref. kerk, koopman, burgemeester (1622.1634), schepen (1636-1637) van Maassluis en als reder/boekhouder gecommitteerde van de visserij aldaar (1612, 1616, 1620), koopman (1622.1638), reder (1616.1635) te Maassluis.
Weeskamer Maassluis:[461]
Leendert Gerritsz Boxhoorn,
5-12-1636 3, f.120v koopman
3-11-1638 3, f.155 koopman, geh. met Neeltge Gerrits
.-.-1644 4, f. 99 koopman
Graf nr. 141 in de grote Kerk van Maassluis:
Dit graf hoort toe Gerret Leenderts Buxhoorn. (Twee wapens : 1. drie springende bokken. Helmteken: een boom.) Hier leyt begraven Trientgen Willemsd. sterf den 31e Maert anno 1631. Hier leyt begraven Leendert Gerritz. Buxhoorn sterf den .. October 1638 was out 63 jaren. Hier leyt begraven Leentje Gerritdr. Buxhoorn sterf den 19-11-1646 was out 14 jaer en 7 maenden. Hier leyt begraven Gerrit Leendertsz. Buxhoorn stierf den 2en November ao. 1670 was out 63 jaren en 5 maenden.
Graf nr. 179: den 4 Octob. 1715 sterf Leendert G. B. out 72 jaer.
Op 14-7-1634 machtigen Leonardt Gerritsz Bocxhoorn, Aert Jansz van Waerdenburch, en Adriaen Jansz Schoonhoven, mede namens Gerrit Cornelisz Boudesteyn, en Hendrick Steffensz van der Laen, regenten van het dorp van Maessluys, Cornelis Pieck, procureur, om hun zaken in rechte waar te nemen.
Op 9-10-1634 komen Aerten Jansz Waerdenburch en Leendert Gerritsz Bocxhoorn uit Maeslantsluys, reders, en Dirck Wijersz Vonck, schipper van het schip de Fortuyn, te Sleckvoorden in Noorwegen geladen met hout, overeen dat de laatste een waarborg van 600 carolusgulden betaalt nu het schip veilig ligt afgemeerd aan het Haringvliet hier ter stede, nadat het door Oostendenaers onder Jasper Houttebeen was genomen doch na 4 etmalen ontzet door Flips Jacobsz Schoneman, capiteyn, die voor voornoemde reders vaart.
Op 30-6-1635 presenteert notaris Nicolaas Vogel Adriaansz aan Gerard Pijl, vendumeester van de admiraliteyt, een insinuatie. Voorn. Pijl is mede-reder van het schip ten oorloge ter zee, ter vrije nering uitgerust op bestelling van de Prince van Oranigen met capiteyn Philips Jacobsz Schoneman van Delfshaven. Dit schip, de St. Thomas met schipper Jan Wijnton, heeft 25 stukken laken vervoerd, waard volgens de reders 400 ponden Vlaems. De lading is opnieuw getaxeerd door Jan Quarles en Joris Chaundler, cooplieden van de Engelsche natie, en geschat op 301 pond en 9 schellingen. Bij afwezigheid van voorn. Pijl is de insinuatie overhandigd aan Leonard Gerardsz Bocxhoorn en Aert Jansz van Waerdenburch, beiden wonend te Maassluys en mede-reders, en wordt geprotesteerd tegen deze mistaxatie en de hierdoor opgelopen schade. De opdrachtgever ondertekent met Barney Reymes.
Op 20-12-1635 komen Nicolaes de Smith, coopman te Gent in Vlaenderen, Louijs Jacobsz Vermande, eveneens coopman en Leendert Gerritsz Bocxhoorn uit Maessluys, met elkaar overeen dat de laatste in Brielle, Vlaerdingen en Maessluys zoveel mogelijk cabeljau, schelvis, heylbot en eventueel gezouten vis zal opkopen en naar Biervliet zenden, waarna hij met wisselbrieven zal worden betaald.
Op 25-9-1636 compareert te Maassluis Leendert Gerritsz Bocxhoorn, oud 61 jr, koopman te Maassluis, voor een Attestatie.
Op 28-9-1638 compareren te Maassluis Leendert Gerritsz Bocxhoorn, koopman wonend te Maassluis en zijn echtgenote Neeltge Gerritsdr wonend te Maassluis, voor een Akte van voogdij.
Neeltgen Gerritsdr, wed. van Leendert Gerritss Bocxhoorn, koopvrouw wonend te Maassluis, compareert te Maassluis voor akten van Procuratie 5-3-1641 en 1-3-1643.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerrit*1607 Maassluis 1670 Maassluis 6312 


Hertich Arijens Hoogwerf
Hertich Arijens Hoogwerf, ovl. tussen 1609 en 1619,
, Weeskamer Maassluis:
zaliger Aeltge Frans,
28- 4-1619 1, f.125 gehuwd met Pieter Lenertsz, eerder wed. van Hartoch Adriaenss.

tr. Maassluis op 11 jan 1609
met

Aeltje Fransen, ovl. voor 1619.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maertgen*1609  1654  4512 


Aeltje Fransen
Aeltje Fransen, ovl. voor 1619.

tr. Maassluis op 11 jan 1609
met

Hertich Arijens Hoogwerf, zn. van Arend Gijsbrechtszn en Annetje Cornelisdr, ovl. tussen 1609 en 1619,
, Weeskamer Maassluis:
zaliger Aeltge Frans,
28- 4-1619 1, f.125 gehuwd met Pieter Lenertsz, eerder wed. van Hartoch Adriaenss.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maertgen*1609  1654  4512 


Lucas Jansz van Volkom
Lucas Jansz van Volkom, geb. Dordrecht,
, betaalt 2 hoofdgeld (1622) als eigenaar van een huis aan de Steegoversloot, met huurwaarde YYY, bewoond door 1 man, schippersgezel onder de kapitein van de ponten van Dordrecht wonend op het Nieuwkerkhof te Dordrecht (1627).

otr. Dordrecht voor schepenen? op 12 sep 1627, tr. op 26 sep 1627, kerk.huw. op 5 dec 1627, in de marge: Michiel de Haes, bakker, getuigt dat de moeder van de bruid hiervoor toestemming geeft
met

Sara Abrahams,
, afkomstig van Haarlem, wonend in het Torenstraatje (1627).

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Abraham~1629 Dordrecht    


Sara Abrahams
Sara Abrahams,
, afkomstig van Haarlem, wonend in het Torenstraatje (1627).

otr. Dordrecht voor schepenen? op 12 sep 1627, tr. op 26 sep 1627, kerk.huw. op 5 dec 1627, in de marge: Michiel de Haes, bakker, getuigt dat de moeder van de bruid hiervoor toestemming geeft
met

Lucas Jansz van Volkom, zn. van Jan Lucas en NN , geb. Dordrecht,
, betaalt 2 hoofdgeld (1622) als eigenaar van een huis aan de Steegoversloot, met huurwaarde YYY, bewoond door 1 man, schippersgezel onder de kapitein van de ponten van Dordrecht wonend op het Nieuwkerkhof te Dordrecht (1627).

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Abraham~1629 Dordrecht    


Barent Verhoeve
Barent Verhoeve (Verhoeven, Verhoef), ged. DG in 1652.

tr.
met

Maycken Gilles (Jielis, Jelissen) Gillis.

Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter~1652 Dordrecht 1679  26


Maycken Gillis
Maycken Gilles (Jielis, Jelissen) Gillis.

tr.
met

Barent Verhoeve (Verhoeven, Verhoef), ged. DG in 1652.

Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter~1652 Dordrecht 1679  26


Abraham Targiers
Abraham Targiers, geb. Dordrecht voor 1615, DG, begr. op 12 feb 1676,
, ("Abraham Tergier, diaken dienaar"), j.m, twijnder wonend te Dordrecht (1640), grutter te Dordrecht, huw. get. (1658), burger van Dordrecht (1671), diaken van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht (1676).
Op 23-1-1691 verleent Ariaentje Claesdr hypotheek van 2000 aan Abraham Tergier, koopman. Als onderpand dient een pand genaamd de "Eenhoorn" in de Nieuwkerkstraat te Dordrecht, belend door Pieter Gront, ijzerkoper, en Pieter Gront, bakker. Overige personen Elisabeth van Gent (weduwe), Francois Mutsert en Abraham Tergier (overleden). [483]
In 1699 zijn de erfgenamen van de weduwe van Abraham Targier belenders in de Voorstraat te Dordrecht.

otr. Dordrecht op 28 nov 1640 (getuigen: voor hem Cornelis Dierxsz van Oosterwijck en Tanneken Jans, haar moeder), tr. Dordrecht op 26 dec 1640, kerk.huw. (DG)
met

Lijsbeth Jochems van Gent, dr. van Joachim Aerts van Gent en Tanneken Jans, ged. DG Dordrecht op 22 mrt 1637, ovl. tussen 1698 en 1699,
, j.d. wonend te Dordrecht (1640), huw. get. (1678.1683), wordt als "D'Wed: en kinderen van Abraham Tersier" aangeslagen in de 4de klasse (koffie/theegeld 4,--) voor de betaling van "Impost op de consumptie van coffij, thee, chocolate, sorbeth, born-water, limonade en andere drancken met water gemenght" (1698).

Uit dit huwelijk 9 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Abraham*1655 Dordrecht 1709 Dordrecht 54


Lijsbeth Jochems van Gent
Lijsbeth Jochems van Gent, ged. DG Dordrecht op 22 mrt 1637, ovl. tussen 1698 en 1699,
, j.d. wonend te Dordrecht (1640), huw. get. (1678.1683), wordt als "D'Wed: en kinderen van Abraham Tersier" aangeslagen in de 4de klasse (koffie/theegeld 4,--) voor de betaling van "Impost op de consumptie van coffij, thee, chocolate, sorbeth, born-water, limonade en andere drancken met water gemenght" (1698).

otr. Dordrecht op 28 nov 1640 (getuigen: voor hem Cornelis Dierxsz van Oosterwijck en Tanneken Jans, haar moeder), tr. Dordrecht op 26 dec 1640, kerk.huw. (DG)
met

Abraham Targiers, zn. van Bartholomeus Targier en Susanne Dammans, geb. Dordrecht voor 1615, DG, begr. op 12 feb 1676,
, ("Abraham Tergier, diaken dienaar"), j.m, twijnder wonend te Dordrecht (1640), grutter te Dordrecht, huw. get. (1658), burger van Dordrecht (1671), diaken van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht (1676).
Op 23-1-1691 verleent Ariaentje Claesdr hypotheek van 2000 aan Abraham Tergier, koopman. Als onderpand dient een pand genaamd de "Eenhoorn" in de Nieuwkerkstraat te Dordrecht, belend door Pieter Gront, ijzerkoper, en Pieter Gront, bakker. Overige personen Elisabeth van Gent (weduwe), Francois Mutsert en Abraham Tergier (overleden). [483]
In 1699 zijn de erfgenamen van de weduwe van Abraham Targier belenders in de Voorstraat te Dordrecht.

Uit dit huwelijk 9 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Abraham*1655 Dordrecht 1709 Dordrecht 54


Antoni Terwen
Antoni (Anthonis) Terwen, ovl. Dordrecht op 6 okt 1681, begr. Dordrecht op 7 okt 1681,
, winkelier, burger van Dordrecht (1679), huw. get. (1678, 1681), diaken van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht (1681).
Op 16-5-1679 compareren Cornelis Teruwe, Anthonij Teruwe en Hendrick Teruwe, burgers van Dordrecht, erfgenamen van wijlen Jan Cornelisz Vijgenboom, hun oom en executeurs van het testament van Jan Cornelisz Vijgenboom en diens echtgenote Maria Jacobsdr Metschert. Compareren mede Jan Smith en Jan van Rixtel, getrouwd met Maria Smits, wonende te Amsterdam, voor 2/3 parten erfgenaam van Maria Jacobsdr Metschert, resp. hun tante en behuwd tante. Comparanten verklaren, dat bij de deling en scheiding van de boedel, nagelaten door Vijgenboom en Metschert, aan Hendrick Teruwen is toebedeeld een huis over de brug bij het Bagijnhof naast de gracht, staande tussen de gracht en het huis van Michiel van der Kesel, door Vijgenboom "nieuw getimmerd" en naderhand door hem en zijn vrouw bewoond, in welk huis zij ook zijn overleden. De overige comparanten verklaren, dat zij en hun mede-erfgenamen gecompenseerd zijn met andere goederen uit voornoemde nalatenschap.
Op 26-5-1707 testeert Sara van de Poel, weduwe van Anthonij Terwen, wonende te Dordrecht, gezond van lichaam en geest. Zij legateert aan haar ongehuwde dochters Anna Terwen, Barbera Terwen en Sara Terwen elk een somma van 1400 gl, welke haar getrouwde kinderen reeds hebben gekregen "en in cas imande haar testatrices voorsz. dogters soude willen imputeren ofte affvorderen voldoeninge van de alimentatie die hare voorsz. drie dogters sedert hare meerderjarigheijt soude genoten hebben, 't welcke hare meijninge, begeerte nogte intentie in geen manieren niet en is, soo verclaert de testatrice de voorn. alimentatie ende verder en andersints ja selfs tot haren overlijden toe de opgemelte hare drie dogters bij dese te remitteren in recompense van de diensten haer huijshouden en andersints gedaen, gelijk de testatrice insgelijks is doende aen de dogter van Abraham Targier en Geertruijd Terwen die al eenigen tijde ten haren huijse heeft gewoont." Testatrice wil, dat haar drie ongehuwde dochters hun leven lang gedurende het bezit en vrije gebruik zullen hebben van haar tuin, gelegen buiten Dordrecht in het Meepaadje, zonder daarvoor iets te moeten betalen of in haar boedel in te brengen, evenwel op voorwaarde, dat zij de tuin goed zullen onderhouden, de gewone en buitengewone lasten daarvan zullen betalen en dat degene, die zal gaan trouwen, daarmee het recht op het bezit en gebruik van de tuin zal verliezen. Zij legateert voorts aan haar genoemde dochters een obligatie van 3200 gl. ten laste van Gelijn Clood en diens vrouw met de daarop verlopen interest. Aan haar dochter Anna Terwen legateert zij de jaarlijkse interest van een kapitale somma van 2000 gl. en na het overlijden van Anna aan haar testatrices behoeftige, na te laten kinderen of nakomelingen, totdat de laatste van haar kinderen zal zijn overleden. De eigendom van die 2000 gl. zal daarna toevallen aan haar kleinkinderen, doch in staken en niet per hoofd. Aan haar dochter Sara Terwen legateert zijn haar beste bed, de gordijnen voor de bedstee, de rabatten voor de bedstee en voor de schoorsteen en een stuk goud, waarop "de slag van Vlaenderen" staat. Haar kleren laat zij na aan haar vijf dochters Anna Terwen, Janneken Terwen, Barbera Terwen, Geertruijd Terwen en Sara Terwen. Aan haar kleinkinderen, die de voornaam Anthonij of Sara dragen, vermaakt zij een bedrag van 100 gl. Tot universele erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zoon Pieter Terwen, haar dochter Anna Terwen, haar dochter Janneken Terwen, echtgenote van Joan Copijn, haar dochter Barbera Terwen, haar dochter Sara Terwen en de kinderen van Geertruijd Terwen, bij haar verwekt door Abraham Targier. Haar zoon Jacobus Terwen benoemt zij tot haar mede-erfgenaam in de "blote" legitieme portie, waarop hem zal worden aangerekend al hetgeen hij reeds van haar heeft gekregen. Doch indien hij "sig komt te gedragen in alle moderaetheijt en sonder eenige de alderminste oppositie ofte quaetaerdigheijt door middelen van regten off daer buijten tegens de executeurs van desen testamente en voogden over de minderjarige", stelt zij hem aan tot erfgenaam in een zevende part van haar na te laten goederen. Aan haar dochter Geertruijd Terwen en haar man Abraham Targier legateert zij de opbrengsten, hun leven lang gedurende, van de goederen, die hun kinderen van haar zullen erven. Tot executeurs-testamentair stelt zij aan haar zoon Pieter Terwen, haar schoonzoon Joan Copijn en haar dochter Barbera Terwen en tot voogden Pieter Terwen en Joan Copijn. Zij tekent met haar naam.
De bepaling in bovenstaand testament dat na het overlijden van dochter Anna het legaat ten goede moet komen aan behoeftige descendenten van Sara van de Poel zal in 1734 leiden tot een daartoe strekkend verzoek van Anna's schoonzuster Catharina van de Velde, wed. van Jacobus Terwen (zie hieronder sub i voor de gevolgen).

tr. Utrecht op 10 mrt 1661 voor schepenen
met

Sara van der Poel, dr. van Pieter van der Poel en Annechien Pieters van Ervervelt, geb. voor 1640, ovl. voor 1731,
, wordt als D'Wed. Antonij Teruwe aangeslagen in de3de klasse (koffie/theegeld 6,--) voor de betaling van "Impost op de consumptie van coffij, thee, chocolate, sorbeth, born-water, limonade en andere drancken met water gemenght" (1698),[554] testeert in1707, voert blijkens testament op latere leeftijd een gezamenlijke huishouding met haar drie ongehuwde dochters Anna, Barbera en Sara, bezit een tuin, gelegen buiten Dordrecht in het Meepaadje (1707). Zij wonen te Dordrecht (1681).

Uit dit huwelijk 13 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geertruy  1708 Dordrecht  


Sara van der Poel
Sara van der Poel, geb. voor 1640, ovl. voor 1731,
, wordt als D'Wed. Antonij Teruwe aangeslagen in de3de klasse (koffie/theegeld 6,--) voor de betaling van "Impost op de consumptie van coffij, thee, chocolate, sorbeth, born-water, limonade en andere drancken met water gemenght" (1698),[554] testeert in1707, voert blijkens testament op latere leeftijd een gezamenlijke huishouding met haar drie ongehuwde dochters Anna, Barbera en Sara, bezit een tuin, gelegen buiten Dordrecht in het Meepaadje (1707). Zij wonen te Dordrecht (1681).

tr. Utrecht op 10 mrt 1661 voor schepenen
met

Antoni (Anthonis) Terwen, zn. van Jacques Terwen en Jannetje Cornelisdr, ovl. Dordrecht op 6 okt 1681, begr. Dordrecht op 7 okt 1681,
, winkelier, burger van Dordrecht (1679), huw. get. (1678, 1681), diaken van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht (1681).
Op 16-5-1679 compareren Cornelis Teruwe, Anthonij Teruwe en Hendrick Teruwe, burgers van Dordrecht, erfgenamen van wijlen Jan Cornelisz Vijgenboom, hun oom en executeurs van het testament van Jan Cornelisz Vijgenboom en diens echtgenote Maria Jacobsdr Metschert. Compareren mede Jan Smith en Jan van Rixtel, getrouwd met Maria Smits, wonende te Amsterdam, voor 2/3 parten erfgenaam van Maria Jacobsdr Metschert, resp. hun tante en behuwd tante. Comparanten verklaren, dat bij de deling en scheiding van de boedel, nagelaten door Vijgenboom en Metschert, aan Hendrick Teruwen is toebedeeld een huis over de brug bij het Bagijnhof naast de gracht, staande tussen de gracht en het huis van Michiel van der Kesel, door Vijgenboom "nieuw getimmerd" en naderhand door hem en zijn vrouw bewoond, in welk huis zij ook zijn overleden. De overige comparanten verklaren, dat zij en hun mede-erfgenamen gecompenseerd zijn met andere goederen uit voornoemde nalatenschap.
Op 26-5-1707 testeert Sara van de Poel, weduwe van Anthonij Terwen, wonende te Dordrecht, gezond van lichaam en geest. Zij legateert aan haar ongehuwde dochters Anna Terwen, Barbera Terwen en Sara Terwen elk een somma van 1400 gl, welke haar getrouwde kinderen reeds hebben gekregen "en in cas imande haar testatrices voorsz. dogters soude willen imputeren ofte affvorderen voldoeninge van de alimentatie die hare voorsz. drie dogters sedert hare meerderjarigheijt soude genoten hebben, 't welcke hare meijninge, begeerte nogte intentie in geen manieren niet en is, soo verclaert de testatrice de voorn. alimentatie ende verder en andersints ja selfs tot haren overlijden toe de opgemelte hare drie dogters bij dese te remitteren in recompense van de diensten haer huijshouden en andersints gedaen, gelijk de testatrice insgelijks is doende aen de dogter van Abraham Targier en Geertruijd Terwen die al eenigen tijde ten haren huijse heeft gewoont." Testatrice wil, dat haar drie ongehuwde dochters hun leven lang gedurende het bezit en vrije gebruik zullen hebben van haar tuin, gelegen buiten Dordrecht in het Meepaadje, zonder daarvoor iets te moeten betalen of in haar boedel in te brengen, evenwel op voorwaarde, dat zij de tuin goed zullen onderhouden, de gewone en buitengewone lasten daarvan zullen betalen en dat degene, die zal gaan trouwen, daarmee het recht op het bezit en gebruik van de tuin zal verliezen. Zij legateert voorts aan haar genoemde dochters een obligatie van 3200 gl. ten laste van Gelijn Clood en diens vrouw met de daarop verlopen interest. Aan haar dochter Anna Terwen legateert zij de jaarlijkse interest van een kapitale somma van 2000 gl. en na het overlijden van Anna aan haar testatrices behoeftige, na te laten kinderen of nakomelingen, totdat de laatste van haar kinderen zal zijn overleden. De eigendom van die 2000 gl. zal daarna toevallen aan haar kleinkinderen, doch in staken en niet per hoofd. Aan haar dochter Sara Terwen legateert zijn haar beste bed, de gordijnen voor de bedstee, de rabatten voor de bedstee en voor de schoorsteen en een stuk goud, waarop "de slag van Vlaenderen" staat. Haar kleren laat zij na aan haar vijf dochters Anna Terwen, Janneken Terwen, Barbera Terwen, Geertruijd Terwen en Sara Terwen. Aan haar kleinkinderen, die de voornaam Anthonij of Sara dragen, vermaakt zij een bedrag van 100 gl. Tot universele erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zoon Pieter Terwen, haar dochter Anna Terwen, haar dochter Janneken Terwen, echtgenote van Joan Copijn, haar dochter Barbera Terwen, haar dochter Sara Terwen en de kinderen van Geertruijd Terwen, bij haar verwekt door Abraham Targier. Haar zoon Jacobus Terwen benoemt zij tot haar mede-erfgenaam in de "blote" legitieme portie, waarop hem zal worden aangerekend al hetgeen hij reeds van haar heeft gekregen. Doch indien hij "sig komt te gedragen in alle moderaetheijt en sonder eenige de alderminste oppositie ofte quaetaerdigheijt door middelen van regten off daer buijten tegens de executeurs van desen testamente en voogden over de minderjarige", stelt zij hem aan tot erfgenaam in een zevende part van haar na te laten goederen. Aan haar dochter Geertruijd Terwen en haar man Abraham Targier legateert zij de opbrengsten, hun leven lang gedurende, van de goederen, die hun kinderen van haar zullen erven. Tot executeurs-testamentair stelt zij aan haar zoon Pieter Terwen, haar schoonzoon Joan Copijn en haar dochter Barbera Terwen en tot voogden Pieter Terwen en Joan Copijn. Zij tekent met haar naam.
De bepaling in bovenstaand testament dat na het overlijden van dochter Anna het legaat ten goede moet komen aan behoeftige descendenten van Sara van de Poel zal in 1734 leiden tot een daartoe strekkend verzoek van Anna's schoonzuster Catharina van de Velde, wed. van Jacobus Terwen (zie hieronder sub i voor de gevolgen).

Uit dit huwelijk 13 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geertruy  1708 Dordrecht