Genealogische website van Cees Hagenbeek
Anna Verhoeve
Anna Verhoeve, geb. Dordrecht,
, woonde Steegh over Sloot.

otr. Dordrecht op 16 okt 1707, tr. Dordrecht op 31 okt 1707
met

Jacob Abrahamsz van Volkom, zn. van Abraham Lucas van Volkom ("schippersgast" te Dordrecht) en Maycken Jacobs, ged. Dordrecht op 20 aug 1670, begr. Dordrecht op 13 feb 1730,
, woonde Lindegracht. betaalt verponding (1731) (postuum!) als eigenaar van een huis XXXX aan de Vleeshouwersstraat, getaxeerd op É 75,--, nieuwe aanslag É 7,10,--, oude aanslag É 6,5,--.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Abraham*1710 Dordrecht Ü1761 Dordrecht 51


Anthony Targier
Anthony Targier, geb. voor 1685, DG, ovl. op 2 jan 1730 in AziŽ,
, betaalt op 26-8-1716 É 5:0:0 Familiegeld wonend te Dordecht in wijk 10 beginnend bij de Visstraet,[494] vaart op 24-12-1724, als Anthonij Tresier uit Dord, in de rang adelborst voor de kamer Rotterdam van de VOC met het schip Huis ten Donk via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 1-6-1725 en vertrek 21-6-1725) naar Batavia alwaar aankomst 23-8-1725, (hij heeft geen maandbrief, en geen schuldbrief), uit dienst van de VOC op 2-1-1730 wegens overlijden in Azie.

tr. Gouda voor schepenen op 14 okt 1710
met

Geertruij Hulsman, dr. van Gerrit Hulstman en Fijtgen Tirion, geb. Gouda, DG, ovl. na 1724,
, betaalt als de vrouw van Antonij Tergier, verkoopster van koffie, thee, etc, É 15:0:0 "Impost opde Coffij thee Chocolade" (1724/25) wonende in de Voorstraad te Dordrecht (1724/25).

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geertruy  1781 Dordrecht  


Geertruij Hulsman
Geertruij Hulsman, geb. Gouda, DG, ovl. na 1724,
, betaalt als de vrouw van Antonij Tergier, verkoopster van koffie, thee, etc, É 15:0:0 "Impost opde Coffij thee Chocolade" (1724/25) wonende in de Voorstraad te Dordrecht (1724/25).

tr. Gouda voor schepenen op 14 okt 1710
met

Anthony Targier, zn. van Abraham Targier en Geertruy Anthonisdr Terruwe, geb. voor 1685, DG, ovl. op 2 jan 1730 in AziŽ,
, betaalt op 26-8-1716 É 5:0:0 Familiegeld wonend te Dordecht in wijk 10 beginnend bij de Visstraet,[494] vaart op 24-12-1724, als Anthonij Tresier uit Dord, in de rang adelborst voor de kamer Rotterdam van de VOC met het schip Huis ten Donk via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 1-6-1725 en vertrek 21-6-1725) naar Batavia alwaar aankomst 23-8-1725, (hij heeft geen maandbrief, en geen schuldbrief), uit dienst van de VOC op 2-1-1730 wegens overlijden in Azie.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geertruy  1781 Dordrecht  


Hendricus Kock
Hendricus Kock, ged. Dordrecht op 15 mrt 1686, timmermansknecht, begr. Dordrecht op 8 aug 1727.

tr. Dordrecht op 18 mrt 1703
met

Anna van der Leede, geb. op 17 jun 1686, ged. Dordrecht, begr. Dordrecht op 6 jun 1725.

Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter~1721 Dordrecht 1801 Dordrecht 79


Anna van der Leede
Anna van der Leede, geb. op 17 jun 1686, ged. Dordrecht, begr. Dordrecht op 6 jun 1725.

tr. Dordrecht op 18 mrt 1703
met

Hendricus Kock, ged. Dordrecht op 15 mrt 1686, timmermansknecht, begr. Dordrecht op 8 aug 1727.

Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter~1721 Dordrecht 1801 Dordrecht 79


Willem Nieuwenhuysen
Willem Nieuwenhuysen, ged. Dordrecht op 26 nov 1704, schoenmaker, begr. Dordrecht op 28 mei 1762,
, belender in de Vriesestraat te Dordrecht (1747, 1760), in het Achterom te Dordrecht (1756, 1757).
Op 27-4-1747 verkoopt Marija Immerseel, weduwe, aan Willem Nieuwenhuijse, schoenmaker, voor É 60,-- een pand in de Vriesestraat te Dordrecht, belend door Jannigje de Gester en de koper. Overige personen Claas Soeteman (overleden).
Op 9-11-1751 verkoopt Cornelis Verbroek aan Willem Nieuwenhuijsen, schoenmaker, voor É 300,-- een pand gelegen achter het Vrouwenhuis te Dordrecht, belend door Andries de Leeuw en de weduwe Torijn. Overige personen : Jacobus van der Meer, garenbleker.
Op 25-9-1755 verkoopt Dirkje de Gester (ongehuwd) aan Willem Nieuwenhuijsen, schoenmaker, voor É 60,-- een pand gelegen in de Vriesestraat te Dordrecht, belend door hemzelf.

otr. Dordrecht op 23 apr 1728, tr. Dordrecht op 29 mei 1728
met

Maria Smits, dr. van Adriaen Jansen Smits en Cateleijn Jans Soethout, geb. Waspik of Sprang.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geertruy~1728 Dordrecht 1784 Dordrecht 56


Maria Smits
Maria Smits, geb. Waspik of Sprang.

otr. Dordrecht op 23 apr 1728, tr. Dordrecht op 29 mei 1728
met

Willem Nieuwenhuysen, zn. van Pieter Nieuwenhuysen en Geertruijd van der Kloeck, ged. Dordrecht op 26 nov 1704, schoenmaker, begr. Dordrecht op 28 mei 1762,
, belender in de Vriesestraat te Dordrecht (1747, 1760), in het Achterom te Dordrecht (1756, 1757).
Op 27-4-1747 verkoopt Marija Immerseel, weduwe, aan Willem Nieuwenhuijse, schoenmaker, voor É 60,-- een pand in de Vriesestraat te Dordrecht, belend door Jannigje de Gester en de koper. Overige personen Claas Soeteman (overleden).
Op 9-11-1751 verkoopt Cornelis Verbroek aan Willem Nieuwenhuijsen, schoenmaker, voor É 300,-- een pand gelegen achter het Vrouwenhuis te Dordrecht, belend door Andries de Leeuw en de weduwe Torijn. Overige personen : Jacobus van der Meer, garenbleker.
Op 25-9-1755 verkoopt Dirkje de Gester (ongehuwd) aan Willem Nieuwenhuijsen, schoenmaker, voor É 60,-- een pand gelegen in de Vriesestraat te Dordrecht, belend door hemzelf.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geertruy~1728 Dordrecht 1784 Dordrecht 56


Jacob Pietersz van der Jagt
Jacob Pietersz van der Jagt, geb. Maassluis voor 1635, begr. Maassluis op 8 okt 1686,
, vermeld als visser in notarieel archief Maassluis 10-2-1659, 9-8-1666, 18-8-1666, 26-8-1666, 10-11-1666, 16-12-1666, [504] stierman (1667.1686), en gecomitteerde van de visserij((1667, 1668) te Maassluis. Het college van gecommitteerden van de visserij was bij plakaat van 1620 en 1625 van de Staten van Holland geautoriseerd uitspraken te doen en vonnis te wijzen in alle zaken betreffende toegebrachte schade aan het visserijbedrijf en het vissen in verboden wateren, en om recht te doen over kapiteins, officieren en manschappen van de convooischepen.
Weeskamer Maassluis:
Jacob Pietersz van der Jacht
17-5-1659 inv. nr. 5, f.172
24-3-1673 inv. nr. 7, f.307v
21-5-1677 inv. nr. 7, f.420
10-9-1683 inv. nr. 8, f.156
1-11-1686 inv. nr. 8, f.223v (stierman).

tr. Maassluis op 13 jan 1658
met

Cuniertje Jans van Willigen, dr. van Jan Jansz van Willigen en Machtelt Volckers Erckelens, geb. Schoonhoven voor 1635, begr. Maassluis in het graf nr. 112 van Pieter Jacobsz van der Jagt op 28 aug 1712.

Uit dit huwelijk 11 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willems~1674 Maassluis 1728 Maassluis 54


Cuniertje Jans van Willigen
Cuniertje Jans van Willigen, geb. Schoonhoven voor 1635, begr. Maassluis in het graf nr. 112 van Pieter Jacobsz van der Jagt op 28 aug 1712.

tr. Maassluis op 13 jan 1658
met

Jacob Pietersz van der Jagt, zn. van Pieter Jacobsz van der Jacht (visser (1629, 1634) en stierman (1641, 1643) te Maassluis) en Maertje Govertsdr van Wijn, geb. Maassluis voor 1635, begr. Maassluis op 8 okt 1686,
, vermeld als visser in notarieel archief Maassluis 10-2-1659, 9-8-1666, 18-8-1666, 26-8-1666, 10-11-1666, 16-12-1666, [504] stierman (1667.1686), en gecomitteerde van de visserij((1667, 1668) te Maassluis. Het college van gecommitteerden van de visserij was bij plakaat van 1620 en 1625 van de Staten van Holland geautoriseerd uitspraken te doen en vonnis te wijzen in alle zaken betreffende toegebrachte schade aan het visserijbedrijf en het vissen in verboden wateren, en om recht te doen over kapiteins, officieren en manschappen van de convooischepen.
Weeskamer Maassluis:
Jacob Pietersz van der Jacht
17-5-1659 inv. nr. 5, f.172
24-3-1673 inv. nr. 7, f.307v
21-5-1677 inv. nr. 7, f.420
10-9-1683 inv. nr. 8, f.156
1-11-1686 inv. nr. 8, f.223v (stierman).

Uit dit huwelijk 11 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willems~1674 Maassluis 1728 Maassluis 54


Gerrit Rombouts van Bezooyen
Gerrit Rombouts van Bezooyen, ged. Maassluis op 29 mei 1642, koopman (1693), begr. Maassluis op 11 dec 1704.

tr. Maassluis op 22 jun 1664, alle kinderen zijn onder moeder's patroniem gedoopt
met

Leentje Simons van der Swet, dr. van Simon Claes van der Swet (scheepmaker (1638)) en Jannetje Jacobs Leversteijn, ged. Maassluis op 30 mrt 1642, begr. Maassluis graf nr. 33 op 13 mrt 1716.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Klaasje~1674 Maassluis 1716 Maassluis 42


Leentje Simons van der Swet
Leentje Simons van der Swet, ged. Maassluis op 30 mrt 1642, begr. Maassluis graf nr. 33 op 13 mrt 1716.

tr. Maassluis op 22 jun 1664, alle kinderen zijn onder moeder's patroniem gedoopt
met

Gerrit Rombouts van Bezooyen, zn. van Rombout Romboutsz van Bezooyen en Neeltje Gerrits, ged. Maassluis op 29 mei 1642, koopman (1693), begr. Maassluis op 11 dec 1704.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Klaasje~1674 Maassluis 1716 Maassluis 42


Symon Willemsz Breur
Symon Willemsz Breur, ged. Maassluis op 11 jul 1637, ovl. tussen 1666 en 1668,
, mr. zeilmaker (1666), reeder, koopman en magistraat te Maassluis, vermeld in 11 notariele akten te Maassluis 1659-1666.

tr. Maassluis op 16 sep 1657
met

Jannetje Jansdr Schim1, dr. van Jan Willems Schim en Claesje Claes Touw van der Burch, ged. Maassluis op 24 jan 1644, begr. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 364) op 30 mrt 1729.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1665 Den Haag Ü1712 Den Haag 47



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 482)


Jannetje Jansdr Schim
Jannetje Jansdr Schim1, ged. Maassluis op 24 jan 1644, begr. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 364) op 30 mrt 1729.

tr. Maassluis op 16 sep 1657
met

Symon Willemsz Breur, zn. van Willem Ariiaensz Breur en Wijve Rochus van Pomeren, ged. Maassluis op 11 jul 1637, ovl. tussen 1666 en 1668,
, mr. zeilmaker (1666), reeder, koopman en magistraat te Maassluis, vermeld in 11 notariele akten te Maassluis 1659-1666.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1665 Den Haag Ü1712 Den Haag 47



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 482)
2.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 478)


Abraham van Waesberghe
Abraham van Waesberghe, geb. Rotterdam in de Lombertstraat, in 't "Eiland van Madera" op 23 okt 1632, ged. Rotterdam op 29 okt 1632 (getuigen: Aberam Waesberge, Dina Waesberge en Rebecka Waesberge), ovl. Rotterdam op 26 apr 1707, begr. Rotterdam in een eigen graf, laat 3 meerderjarige kinderen na op 30 apr 1707,
, afkomstig van Rotterdam, woont op Steijger (1658), boekverkooper en boekdrukker te Rotterdam (1656-1706) op 't Steiger in "De gekroonde Leeuw" (1660-1681), over 't Admiraliteitshoff (1688), stadsdrukker te Rotterdam (1661-1706) en drukker van het Ed. Mog. Coll. der Admiraliteit op de Maze (1678), "muntte uit in schoonschrijven, gaf ook gravures uit, minnaar van de tekenkunst en letterkundig zeer belezen", woont op de Kaasmarkt naast v.d. Steen (1707), doopget. (1661.1702).
Het ambt van stadsdrukker van Rotterdam was gedurende meer dan 100 jaar in handen van de familie van Waesberghe. Dit blijkt o.a. uit een request, dat Abraham van Waesberghe op 1-5-1699 aanbiedt aan de stedelijke overheid, en waarin hij zegt "dat niet alleenlyken d'eerste Drukkery na de Spaansche tijden alhier ter stede door zyne voorouders is opgerecht ofte overgebragt, maar dat Haar. Ed. Groot Achtbare in der tyd succesivelyken, nu verre over de hondert jaren geleden, Suppliants voorouders en nog hem Suppliant daar mede begunstigt hebben, van deselve tot Ordinaris Drukkers en Leveranciers van Behoeftens derselver Boekneringe concernerende, tot dienste deser stadt te admitteren ende te employeren".

otr. Rotterdam op 11 aug 1658, tr. Utrecht op 17 aug 1658 voor schepenen, kerk.huw. (RK) Utrecht op 27 aug 1658, met attestatie naar Utrecht 25-8-1658
met

Maria van Dijck, dr. van Gerridt Willems van Dijck en Meijntje Harmens van Ramsdonck, geb. waarschijnlijk Utrecht op 4 nov 1632, ovl. na 1704,
, Maria van Dijck is nog getuige bij de doop van haar kleinzoon Gerardus in 1704. Bij het begraven van haar echtgenoot Abraham van Waesbergen in 1707 staat hij genoemd als man (niet weduwnaar) van haar. Gezien haar leeftijd (dan 75 jaar) moet haar overlijden niet al te lang daarna plaatsvinden. De enige inschrijving die in aanmerking komt is dan
Maria van Dijk, beg. Rotterdam Schotse kerkhof 16-7-1712, wonend in de Breestraat. Hier staat niet bij dat zij weduwe is. Ook woont geen van haar kinderen dan in de Breestraat. Haar overlijdens/begraafdatum blijft dus onzeker.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Weynanda*1665 Rotterdam Ü1734 Rotterdam 69


Maria van Dijck
Maria van Dijck, geb. waarschijnlijk Utrecht op 4 nov 1632, ovl. na 1704,
, Maria van Dijck is nog getuige bij de doop van haar kleinzoon Gerardus in 1704. Bij het begraven van haar echtgenoot Abraham van Waesbergen in 1707 staat hij genoemd als man (niet weduwnaar) van haar. Gezien haar leeftijd (dan 75 jaar) moet haar overlijden niet al te lang daarna plaatsvinden. De enige inschrijving die in aanmerking komt is dan
Maria van Dijk, beg. Rotterdam Schotse kerkhof 16-7-1712, wonend in de Breestraat. Hier staat niet bij dat zij weduwe is. Ook woont geen van haar kinderen dan in de Breestraat. Haar overlijdens/begraafdatum blijft dus onzeker.

otr. Rotterdam op 11 aug 1658, tr. Utrecht op 17 aug 1658 voor schepenen, kerk.huw. (RK) Utrecht op 27 aug 1658, met attestatie naar Utrecht 25-8-1658
met

Abraham van Waesberghe, zn. van Pieter van Waesberghe en Catharina la Vie, geb. Rotterdam in de Lombertstraat, in 't "Eiland van Madera" op 23 okt 1632, ged. Rotterdam op 29 okt 1632 (getuigen: Aberam Waesberge, Dina Waesberge en Rebecka Waesberge), ovl. Rotterdam op 26 apr 1707, begr. Rotterdam in een eigen graf, laat 3 meerderjarige kinderen na op 30 apr 1707,
, afkomstig van Rotterdam, woont op Steijger (1658), boekverkooper en boekdrukker te Rotterdam (1656-1706) op 't Steiger in "De gekroonde Leeuw" (1660-1681), over 't Admiraliteitshoff (1688), stadsdrukker te Rotterdam (1661-1706) en drukker van het Ed. Mog. Coll. der Admiraliteit op de Maze (1678), "muntte uit in schoonschrijven, gaf ook gravures uit, minnaar van de tekenkunst en letterkundig zeer belezen", woont op de Kaasmarkt naast v.d. Steen (1707), doopget. (1661.1702).
Het ambt van stadsdrukker van Rotterdam was gedurende meer dan 100 jaar in handen van de familie van Waesberghe. Dit blijkt o.a. uit een request, dat Abraham van Waesberghe op 1-5-1699 aanbiedt aan de stedelijke overheid, en waarin hij zegt "dat niet alleenlyken d'eerste Drukkery na de Spaansche tijden alhier ter stede door zyne voorouders is opgerecht ofte overgebragt, maar dat Haar. Ed. Groot Achtbare in der tyd succesivelyken, nu verre over de hondert jaren geleden, Suppliants voorouders en nog hem Suppliant daar mede begunstigt hebben, van deselve tot Ordinaris Drukkers en Leveranciers van Behoeftens derselver Boekneringe concernerende, tot dienste deser stadt te admitteren ende te employeren".

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Weynanda*1665 Rotterdam Ü1734 Rotterdam 69


Adriaen Ridderus
Adriaen Ridderus, geb. Middelharnis, begr. Nieuw-Hellevoet in 1669,
, komt in 1648 als j.m. met attestatie van Middelharnis naar Brielle,[553] notaris te Brielle (1648-1669), als zodanig geadmitteerd 17-2-1639 en 9-4-1647, secretaris van Hellevoet (bij dopen van zijn kinderen vermeld 1653.1668).
Op 23-7-1708 verbindt Pieter Rederus, meesterzeilmaker op Maassluis, gemachtigde (akte van 6-7-1708 voor notaris Abraham Pythyus te Rotterdam) voor zijn moeder Petronella Kaperman, wed. en boedelhoudster van Adryaen Rederus, secretaris van Helvoet binnen, voor een schuld van 1500 g. met rente, die zijn moeder heeft aan Heyndrik Grijmes wegens geleende penningen, 1-11-1688 opgenomen voor het vaderlijk erfdeel van haar zoon Joannes Rederus, drie partijen land in Schadekamp onder Simonshaven n.l. 2 gem. 252 r. op nr. 26, 3 gem. 244 r. op nr. 27 en 8 gem. 86 r. op nr. 29, die gebruikt worden door Jan Vermaet, en hij verklaart 'te renuntyeeren van het legael verbant dat hem uyt craghte van sijn vader zalr. erffenis voor soo ver hij daer van niet voldaen is soude mogen competeeren'.

tr. Brielle op 10 apr 1650
met

Petronella Capermans, dr. van Jan Davids Capermans, geb. Geervliet, begr. Delft (Nieuwe Kerk) op 11 mrt 1711,
, geref. lidmaat op belijdenis te Geervliet 20-4-1642 als Petronella Jans, jongedr, geref. lidmaat te Geervliet 17-10-1649 met attestatie van Delft als Pieternella Capermans.
Op 23-8-1708 machtigt Juffr. Petronella Capermans, wed. van Adrianus Ridderus, in zijn leven secretaris van Hellevoet, wonende te Delft, Adriaan Hoppesteijn van Leeuwen, advocaat en procureur te Delft, om ter sterfhuijse van wijlen Jacob Palingh overleden in 't Zuidland, haar belangen te behartigen. Comparante is een medeerfgenaam in de nalatenschap van mede wijlen Johannes Capermans, overleden te Barendrecht, betaande uit sekere goederen die gedurende het leven van voorn. Jacob Palingh bij denselven in lijftoght beseten waren, en de na desslfs dood op de naeste kinderen van de meergemelte Johannes Capermans gedesolveert waren. De gemachtigde moet helpen met de verdere medererfgenamen staat en inventaris te maken, de boedel te scheiden, en haar erfportie in ontbvangst nemen.
Op 28-3-1712 wordt land getransporteerd in Schadekamp onder Simonshaven. Het betreft de nalatenschap van hun moeder Petronella Caperman, wed. van Adriaen Ridderus. Zij heeft niets anders nagelaten dan 14 gem. 270 r. land in Schadekamp onder Simonshaven op nrs. 26, 27 en 29, waarop een hypotheek rust van 1505 g. 5 st, waarmee zij aan Joannes Ridderus in 1688 zijn vaderlijk erfdeel heeft uitgekeerd. Zoon Pieter Ridderus heeft tot nu toe niets ontvangen en daarom wordt hem het land toebedeeld, omdat er verder niets is. Op 14-5-1717 verklaart Hendrik Grimes, houder van de schuldbrief, zich hiermee accoord.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter*1665 Hellevoet-binnen 1728 Maassluis 63


Petronella Capermans
Petronella Capermans, geb. Geervliet, begr. Delft (Nieuwe Kerk) op 11 mrt 1711,
, geref. lidmaat op belijdenis te Geervliet 20-4-1642 als Petronella Jans, jongedr, geref. lidmaat te Geervliet 17-10-1649 met attestatie van Delft als Pieternella Capermans.
Op 23-8-1708 machtigt Juffr. Petronella Capermans, wed. van Adrianus Ridderus, in zijn leven secretaris van Hellevoet, wonende te Delft, Adriaan Hoppesteijn van Leeuwen, advocaat en procureur te Delft, om ter sterfhuijse van wijlen Jacob Palingh overleden in 't Zuidland, haar belangen te behartigen. Comparante is een medeerfgenaam in de nalatenschap van mede wijlen Johannes Capermans, overleden te Barendrecht, betaande uit sekere goederen die gedurende het leven van voorn. Jacob Palingh bij denselven in lijftoght beseten waren, en de na desslfs dood op de naeste kinderen van de meergemelte Johannes Capermans gedesolveert waren. De gemachtigde moet helpen met de verdere medererfgenamen staat en inventaris te maken, de boedel te scheiden, en haar erfportie in ontbvangst nemen.
Op 28-3-1712 wordt land getransporteerd in Schadekamp onder Simonshaven. Het betreft de nalatenschap van hun moeder Petronella Caperman, wed. van Adriaen Ridderus. Zij heeft niets anders nagelaten dan 14 gem. 270 r. land in Schadekamp onder Simonshaven op nrs. 26, 27 en 29, waarop een hypotheek rust van 1505 g. 5 st, waarmee zij aan Joannes Ridderus in 1688 zijn vaderlijk erfdeel heeft uitgekeerd. Zoon Pieter Ridderus heeft tot nu toe niets ontvangen en daarom wordt hem het land toebedeeld, omdat er verder niets is. Op 14-5-1717 verklaart Hendrik Grimes, houder van de schuldbrief, zich hiermee accoord.

tr. Brielle op 10 apr 1650
met

Adriaen Ridderus, zn. van Ds. Jacobus Jans Ridderus en Anna Pit, geb. Middelharnis, begr. Nieuw-Hellevoet in 1669,
, komt in 1648 als j.m. met attestatie van Middelharnis naar Brielle,[553] notaris te Brielle (1648-1669), als zodanig geadmitteerd 17-2-1639 en 9-4-1647, secretaris van Hellevoet (bij dopen van zijn kinderen vermeld 1653.1668).
Op 23-7-1708 verbindt Pieter Rederus, meesterzeilmaker op Maassluis, gemachtigde (akte van 6-7-1708 voor notaris Abraham Pythyus te Rotterdam) voor zijn moeder Petronella Kaperman, wed. en boedelhoudster van Adryaen Rederus, secretaris van Helvoet binnen, voor een schuld van 1500 g. met rente, die zijn moeder heeft aan Heyndrik Grijmes wegens geleende penningen, 1-11-1688 opgenomen voor het vaderlijk erfdeel van haar zoon Joannes Rederus, drie partijen land in Schadekamp onder Simonshaven n.l. 2 gem. 252 r. op nr. 26, 3 gem. 244 r. op nr. 27 en 8 gem. 86 r. op nr. 29, die gebruikt worden door Jan Vermaet, en hij verklaart 'te renuntyeeren van het legael verbant dat hem uyt craghte van sijn vader zalr. erffenis voor soo ver hij daer van niet voldaen is soude mogen competeeren'.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter*1665 Hellevoet-binnen 1728 Maassluis 63


Pieter Lambrechtsz de Haaij
Pieter Lambrechtsz de Haaij1, geb. voor 1640, begr. Maassluis op 27 feb 1682 als Pieter Lambrechtsz, kuiper,
, woont op de Dijck te Maassluis (1666), kuiper (1677, 1682).

tr. Maassluis op 26 dec 1666, trouwen als weduwe en weduwnaar
met

Meijnsje Jans Schim2, dr. van Jan Willems Schim en Claesje Claes Touw van der Burch, ged. Maassluis op 1 apr 1640, begr. Maassluis op 21 nov 1691,
, woont op de Noortvliet (1665), en als wed. op de Noorddijk (1666) te Maassluis.
Op 5 december 1665 maken Willem Willemsz. van der Hoffstede weduwnaar van Neeltje Pieters van der Goude, en Meijnsje Jans Schim ongehuwde meerderjarige dochter, huwelijkse voorwaarden. Gemeenschap van goederen wordt uitgesloten en de aanstaande bruid laat vastleggen dat zij Ďin geender manieren gehouden sal sijn int onderhoud ende grootmaeckinge van des bruijdegoms voorkinderen ofte in eenige andere laste ofte schulden bij den bruijdegom voor dato van desen huijwelijcke gemaeckt ofte noch te maeckení. De bruid zal evenmin participeren in winst of verlies die staande huwelijk zal vallen. Zij brengt haar goederen in bestaande uit de helft van een huisje op de Noordvliet dat ze bezit samen met haar zus Neeltje, en haar sieraden en kleding die totaal worden getaxeerd op 370 gld. De weeskamer wordt uitgesloten.142 Na de dood van Willem draagt Meijnsje op 26 maart 1666, bij gebrek aan bloedverwanten, Jan Doensz. Schim en Willem Leendertsz. Bocxhoorn voor als voogden over zijn voorkinderen.143 Bocxhoorn aanvaardt de voogdij maar Jan Schim kennelijk niet. Op 9 april komt Meijnsje met twee nieuwe voogden op de proppen, Anthonij Picolet en Jan Beniers.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Susanna~1669 Maassluis 1740 Maassluis 70



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 482)
2.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 481)


Meijnsje Jans Schim
Meijnsje Jans Schim1, ged. Maassluis op 1 apr 1640, begr. Maassluis op 21 nov 1691,
, woont op de Noortvliet (1665), en als wed. op de Noorddijk (1666) te Maassluis.
Op 5 december 1665 maken Willem Willemsz. van der Hoffstede weduwnaar van Neeltje Pieters van der Goude, en Meijnsje Jans Schim ongehuwde meerderjarige dochter, huwelijkse voorwaarden. Gemeenschap van goederen wordt uitgesloten en de aanstaande bruid laat vastleggen dat zij Ďin geender manieren gehouden sal sijn int onderhoud ende grootmaeckinge van des bruijdegoms voorkinderen ofte in eenige andere laste ofte schulden bij den bruijdegom voor dato van desen huijwelijcke gemaeckt ofte noch te maeckení. De bruid zal evenmin participeren in winst of verlies die staande huwelijk zal vallen. Zij brengt haar goederen in bestaande uit de helft van een huisje op de Noordvliet dat ze bezit samen met haar zus Neeltje, en haar sieraden en kleding die totaal worden getaxeerd op 370 gld. De weeskamer wordt uitgesloten.142 Na de dood van Willem draagt Meijnsje op 26 maart 1666, bij gebrek aan bloedverwanten, Jan Doensz. Schim en Willem Leendertsz. Bocxhoorn voor als voogden over zijn voorkinderen.143 Bocxhoorn aanvaardt de voogdij maar Jan Schim kennelijk niet. Op 9 april komt Meijnsje met twee nieuwe voogden op de proppen, Anthonij Picolet en Jan Beniers.

tr. Maassluis op 26 dec 1666, trouwen als weduwe en weduwnaar
met

Pieter Lambrechtsz de Haaij3, geb. voor 1640, begr. Maassluis op 27 feb 1682 als Pieter Lambrechtsz, kuiper,
, woont op de Dijck te Maassluis (1666), kuiper (1677, 1682).

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Susanna~1669 Maassluis 1740 Maassluis 70



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 481)
2.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 478)
3.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 482)


Arij Joris Boogerd alias Sluijs
Arij Joris Boogerd alias Sluijs, geb. in 1609, begr. Maassluis op 17 aug 1672,
, j.m, wonend in het Groeneveld te Maassluis (1630), mogelijke verwant aan Willem Boogaert, penningmr. van de visssery te Maassluis, en Hendrik Boogaert, schepen van Maassluis (1649).
Op 19-8-1653 wordt attestatie afgelegd ten verzoeke van Jan van Lis, door Jan Woutersz Rous, stierman, oud 36 jaren, en Jan Bastiaensz, visser, oud 31 jaren : " dat zij deposanten op den XXIe july 1653 lestleden hebben gezien dat stierman Ary Jorisz van hyer uitgeseylt sijnde alsdoen omtrent de Vlyelanderbanck van een Engels schip genomen en(de) ten huydige dach niet thuys gecomen is.
Adrijaen Jorisz "gewesene styerman op een hoeker, verklaarde op 14 november 1653 ten verzoeke van Jan van Lis, boekhouder van het schip, dat het schip omtrent eind september tot Londen in het venduhuis in het openbaar was verkocht voor 265 pond Sterling. Het schip was op thuisreis andermaal door een Engelse kapitein genomen. Nadat het schip op 1-7-1653 voor de eerste maal was genomen door de Engelse kapitein Richard Swaens, was het schip met het volk en de gevangen vis naar Engeland opgebracht en daar eerst vrijgegeven nadat het rantsoen van tweehonderd pond Sterling, of wel tweeduizend car. guldens was betaald [574].
Op 29-10-1668 is Ary Jorisz Sluijs, stierman, onder de verkopers van 5/6 parten, of "dertich lijnen uyt sesendertich lijnen " in een hoekerschip, oud vijf jaren, groot zesentwintig last haring, laatst gevoerd bij Jacob Arentsz Bogert (zijn zoon).

tr. Maassluis op 16 jun 1630, beiden onder patroniem
met

Trijntje Govertdr van Wijn, dr. van Govert Pieter van Wijn en Trijntje Jacobsdr van Velden, ovl. tussen 1666 en 1670,
, j.d, wonend op het Voorvliet (Noortvliet?) te Maassluis (1630), vermeld in notarieel archief Maassluis 18-5-1666.
Weeskamer Maassluis:
Tryntgen Govertsdr van Wyn
7-10-1642 4, f. 68v
Adriaen Jorisz
7-10-1642 4, f. 68v.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Govert~1647 Maassluis 1731 Maassluis 84