Genealogische website van Cees Hagenbeek
Maria Kock
Maria Kock (KO(C)K, KOLK, KOOK (KOEK!), ged. op 3 mrt 1751, ovl. Amsterdam op 23 mrt 1809, begr. Amstelveen op 27 mrt 1809,
, woonde Vriesestraat te Dordrecht (1776), woonde op de Amstel bij de Achtergracht, op de Lindengracht op 't Suijkerhoffie te Amsterdam (1809).
In het Suijkerhofje, gelegen aan de Lindengracht 149-163 te Amsterdam, en gesticht uit de nalatenschap van Jan Suijkerhof (ovl. 1667), werden protestantse vrouwen boven de 50 jaar gehuisvest.

otr. Dordrecht op 4 mei 1776, tr. Dordrecht op 2 jun 1776
met

Adrianus van Volkom, zn. van Abraham van Volkom en Geertruy Targier, ged. Dordrecht op 9 mei 1751, ovl. Amsterdam op 27 okt 1834,
, woonde te Dordrecht in de Voorstraat (ca. 1797) bij de Munt, in wijk C nr. 1042 (1796-1798)[319] in wijk C nr. 1338, (ca. 1800) te Dordrecht, op de Achtergracht bij het Weesperplein te Amsterdam (1834), vermeld op de Lijst van leden, donateurs en donatrices van het Patriottisch exercitiegenootschap De vrijheid te Dordrecht (1783-1788), ondertekent op 13-6-1798 de verklaring van burgers te Dordrecht tegen het Stadhouderlijk Bestuur, het Faederalismus, de Aristocratie en Regeeringloosheid, vermeld als stemgerechtigde burger der stad Dordrecht behorend tot het Oost-einde, Zesde wijk, Vergaderende in de Augustijnen Kerk ca. 1797, betaalt 1-- quotisatie klasse 40, (ca. 1800), huw.get. (1828), otr. Dordrecht 4-5-1776, otr./tr. Den Haag Grote Kerk 12-5/2-6-1776 als j.m. met attestatie van Dordrecht.

Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geertruij*1777 Dordrecht 1855 Breukelen 78


Willem van der Jagt
Willem van der Jagt, geb. Maassluis op 30 jan 1727, ged. Maassluis op 2 feb 1728, ovl. Maassluis op 19 apr 1805, begr. Maassluis Grote Kerk, graf 141 op 25 apr 1805,
, controleur der Convooien en Licenten te Maassluis, dichter, als publicist van 1772 tot 1788 buitengewoon lid van verdienste van het letterkundig genootschap "Kunstliefde spaart geen vlijt"
Het gedicht "De ware vereischten in een' Dichter" waarmee Willem van der Jagt (1727-1805) een' tweeden zilveren eerpenning verdiende, in 1774 uitgereikt door het Haagsche Dichtgenootschap "Kunstliefde spaart geen vlijt".()
Bron: "Proeven van Potische Mengelstoffen", door het dichtlievend kunstgenootschap onder de spreuk: Kunstliefde spaart geen vlijt, en prijsvaarzen, II Deel, bl. 298, Uitg. C. van Hoogeveen Jr, 1774. [225]
Kunstliefde spaart geen vlijt, Haags dichtgenootschap van 1772-1818. Jacobus Bellamy werd er in 1779 'aankweekeling'. Staring werd in 1783 tot lid benoemd. Van 1774-1799 verschenen de genootschapsdichtbundels. De raadpensionaris Steyn was er de Maecenas. De leden waren verplicht tot jaarlijks 4 dichtstukjes, groter dan een sonnet, maar zij konden zich met een dukaat vrijkopen. Men vergaderde in het Mauritshuis. Bellamy had er reeds in 1783 genoeg van. Ook Willem Bilderdijk, actief lid van maar liefst vier dichtgenootschappen, was lid van dit genootschap met een prinsgezind imago.
Willem van der Jagt was een veelbesproken figuur in Maassluis. Zijn dichtstuk "De ware vereischte in een dichter" werd met een zilveren erepenning bekroond. Toen in 1763 een nieuwe kerkklok in gebruik werd genomen leverde Willem de volgende tekst ervoor :
Ik tel all' de uren / En roep het arbeidsvolk te werk
Verkondig rouwe en vreugde / En noodig elk ter kerk
In 1775 ontstond ruzie in de kerk over de "zangtoon" der nieuwe psalmberijming(). Willem en Ds. van Sprang werden ervan beschuldigd de uitvinders en doordrijvers van deze "Dans en Comediezang" te zijn. Het liep uit op handtastelijkheden, en Willem en zijn zoon Adriaan moesten beloven weer op de "oude toon" te zingen. In 1781 schrijft Willem nog een gedicht ter gelegenheid van het behouden terugkeren van de Maassluise en Vlaardingse vissersvloot na het uitbreken van de oorlog met Engeland.
In 1795 komen de burgers W. van der Jagt, A. de Vos en J. Kaldeijer op tegen de gewoonte van de regenten van het Hervormd Weeshuis te Maassluis om rekening af te leggen tegenover Schout en Schepenen, zij wensen, als democraten, dat de regenten aftreden en dat er door de gereformeerde (sic!) burgers nieuwe regenten zouden worden gekozen en dat rekening zou worden afgelegd tegenover gecommitteerden uit de burgerij. Hun verzoek wordt niet ingewilligd.
In het familiearchief van Dam bevinden zich o.a.
- een gedicht ophet huwelijk van Willem van Dam, schepen van den ambacht van Beukelsdijk, Oost- en West-Bloemersdijk, gen. Kool, enz, met Margaretha van der Kloot te Rotterdam 24-8-1746 (dichters Nicolaes Versteeg en W. van der Jagt).
- een lijkzang op 't ontijdig afsterven van Elisabeth Tam, huisvrouw van Severijn van der Kloot, ob. buiten Rotterdam, oud 36 j, 6 m. en 9 d. op den llden dag na hare bevalling van eenen zoon en wel op den 23 Oct. 1765 (dichter Willem van der Jagt).

tr. Maassluis op 12 jan 1749
met

Neeltje Ridderus, dr. van Adrianus Ridderus en Trijntje Boogerd, geb. Maassluis op 10 apr 1727, ovl. Maassluis op 9 dec 1803, begr. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 141) op 15 dec 1803.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter~1762 Maassluis 1852 Breukelen 89


Neeltje Ridderus
Neeltje Ridderus, geb. Maassluis op 10 apr 1727, ovl. Maassluis op 9 dec 1803, begr. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 141) op 15 dec 1803.

tr. Maassluis op 12 jan 1749
met

Willem van der Jagt, zn. van Gerrit van der Jagt en Joanna Breur, geb. Maassluis op 30 jan 1727, ged. Maassluis op 2 feb 1728, ovl. Maassluis op 19 apr 1805, begr. Maassluis Grote Kerk, graf 141 op 25 apr 1805,
, controleur der Convooien en Licenten te Maassluis, dichter, als publicist van 1772 tot 1788 buitengewoon lid van verdienste van het letterkundig genootschap "Kunstliefde spaart geen vlijt"
Het gedicht "De ware vereischten in een' Dichter" waarmee Willem van der Jagt (1727-1805) een' tweeden zilveren eerpenning verdiende, in 1774 uitgereikt door het Haagsche Dichtgenootschap "Kunstliefde spaart geen vlijt".()
Bron: "Proeven van Potische Mengelstoffen", door het dichtlievend kunstgenootschap onder de spreuk: Kunstliefde spaart geen vlijt, en prijsvaarzen, II Deel, bl. 298, Uitg. C. van Hoogeveen Jr, 1774. [225]
Kunstliefde spaart geen vlijt, Haags dichtgenootschap van 1772-1818. Jacobus Bellamy werd er in 1779 'aankweekeling'. Staring werd in 1783 tot lid benoemd. Van 1774-1799 verschenen de genootschapsdichtbundels. De raadpensionaris Steyn was er de Maecenas. De leden waren verplicht tot jaarlijks 4 dichtstukjes, groter dan een sonnet, maar zij konden zich met een dukaat vrijkopen. Men vergaderde in het Mauritshuis. Bellamy had er reeds in 1783 genoeg van. Ook Willem Bilderdijk, actief lid van maar liefst vier dichtgenootschappen, was lid van dit genootschap met een prinsgezind imago.
Willem van der Jagt was een veelbesproken figuur in Maassluis. Zijn dichtstuk "De ware vereischte in een dichter" werd met een zilveren erepenning bekroond. Toen in 1763 een nieuwe kerkklok in gebruik werd genomen leverde Willem de volgende tekst ervoor :
Ik tel all' de uren / En roep het arbeidsvolk te werk
Verkondig rouwe en vreugde / En noodig elk ter kerk
In 1775 ontstond ruzie in de kerk over de "zangtoon" der nieuwe psalmberijming(). Willem en Ds. van Sprang werden ervan beschuldigd de uitvinders en doordrijvers van deze "Dans en Comediezang" te zijn. Het liep uit op handtastelijkheden, en Willem en zijn zoon Adriaan moesten beloven weer op de "oude toon" te zingen. In 1781 schrijft Willem nog een gedicht ter gelegenheid van het behouden terugkeren van de Maassluise en Vlaardingse vissersvloot na het uitbreken van de oorlog met Engeland.
In 1795 komen de burgers W. van der Jagt, A. de Vos en J. Kaldeijer op tegen de gewoonte van de regenten van het Hervormd Weeshuis te Maassluis om rekening af te leggen tegenover Schout en Schepenen, zij wensen, als democraten, dat de regenten aftreden en dat er door de gereformeerde (sic!) burgers nieuwe regenten zouden worden gekozen en dat rekening zou worden afgelegd tegenover gecommitteerden uit de burgerij. Hun verzoek wordt niet ingewilligd.
In het familiearchief van Dam bevinden zich o.a.
- een gedicht ophet huwelijk van Willem van Dam, schepen van den ambacht van Beukelsdijk, Oost- en West-Bloemersdijk, gen. Kool, enz, met Margaretha van der Kloot te Rotterdam 24-8-1746 (dichters Nicolaes Versteeg en W. van der Jagt).
- een lijkzang op 't ontijdig afsterven van Elisabeth Tam, huisvrouw van Severijn van der Kloot, ob. buiten Rotterdam, oud 36 j, 6 m. en 9 d. op den llden dag na hare bevalling van eenen zoon en wel op den 23 Oct. 1765 (dichter Willem van der Jagt).

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter~1762 Maassluis 1852 Breukelen 89


Gerrit van der Jagt
Gerrit van der Jagt, geb. Maassluis op 24 mei 1698, ovl. Maassluis op 22 mrt 1748, begr. Maassluis op 28 mrt 1748,
, wonend in de Schans aldaar (1722), binnenvader van het weeshuis te Maassluis (1719, 1725-1733). koopman (1722),[287] reeder, schepen (1728-1730) en burgemeester (1737-1739, 1742-1744) te Maassluis, regent van het Hervormd Weeshuis aldaar (1740-1743), erft 20-9-1725 graf nr. N344 in de Grote Kerk aldaar.

tr. Maassluis op 13 dec 1722 met attestatie naar Maasland 27-12-1722) en (gaarder)/Maasland 24/27-12-1722
met

Joanna Breur, dr. van Mr. Willem Breur en Weynanda van Waesberghe, geb. Den Haag op 17 apr 1696, ged. RE Den Haag op 18 apr 1696, ovl. Maassluis op 26 jun 1728, begr. Maassluis Grote Kerk (graf nr. N344 op 1 jul 1728.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1727 Maassluis 1805 Maassluis 78


Joanna Breur
Joanna Breur, geb. Den Haag op 17 apr 1696, ged. RE Den Haag op 18 apr 1696, ovl. Maassluis op 26 jun 1728, begr. Maassluis Grote Kerk (graf nr. N344 op 1 jul 1728.

tr. Maassluis op 13 dec 1722 met attestatie naar Maasland 27-12-1722) en (gaarder)/Maasland 24/27-12-1722
met

Gerrit van der Jagt, zn. van Willems Jacobs van der Jagt en Klaasje Gerritsdr van Bezooyen, geb. Maassluis op 24 mei 1698, ovl. Maassluis op 22 mrt 1748, begr. Maassluis op 28 mrt 1748,
, wonend in de Schans aldaar (1722), binnenvader van het weeshuis te Maassluis (1719, 1725-1733). koopman (1722),[287] reeder, schepen (1728-1730) en burgemeester (1737-1739, 1742-1744) te Maassluis, regent van het Hervormd Weeshuis aldaar (1740-1743), erft 20-9-1725 graf nr. N344 in de Grote Kerk aldaar.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1727 Maassluis 1805 Maassluis 78


Adrianus Ridderus
Adrianus Ridderus (Reederijs), ged. Maassluis op 19 aug 1694, begr. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 141) op 11 dec 1781,
, wonend in de Schans aldaar (1724), schepen (1750-1758) en burgemeester (1758-1763) te Maassluis, erft samen met Ary Pietersz Valck graf nr. 52 in de Grote Kerk te Maassluis bij vererving van Corn. D. van der Meer, en eveneens graf nr. 364 dat hij op 27-8-1763 als medeerfgenaam en gemachtigde van Jan Willemz Schim verkoopt aan Jacobus Steur.

otr. Maassluis op 13 aug 1724, tr. Maassluis op 27 aug 1724
met

Trijntje Boogerd (Boogaart), dr. van Govert Arentsz Boogerd en Neeltje Gerrits Boxhoorn, ged. Maassluis op 4 mei 1687, begr. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 141) op 31 okt 1776,
, wonend in de Schans aldaar (1724).

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Neeltje*1727 Maassluis 1803 Maassluis 76



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 482)


Trijntje Boogerd
Trijntje Boogerd (Boogaart), ged. Maassluis op 4 mei 1687, begr. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 141) op 31 okt 1776,
, wonend in de Schans aldaar (1724).

otr. Maassluis op 13 aug 1724, tr. Maassluis op 27 aug 1724
met

Adrianus Ridderus (Reederijs), zn. van Pieter Ridderus en Susanna Pieter de Haaij, ged. Maassluis op 19 aug 1694, begr. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 141) op 11 dec 1781,
, wonend in de Schans aldaar (1724), schepen (1750-1758) en burgemeester (1758-1763) te Maassluis, erft samen met Ary Pietersz Valck graf nr. 52 in de Grote Kerk te Maassluis bij vererving van Corn. D. van der Meer, en eveneens graf nr. 364 dat hij op 27-8-1763 als medeerfgenaam en gemachtigde van Jan Willemz Schim verkoopt aan Jacobus Steur.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Neeltje*1727 Maassluis 1803 Maassluis 76


Abraham van Volkom
Abraham van Volkom (Volkum, Volcom), geb. Dordrecht op 25 jan 1710, ovl. Dordrecht op 13 nov 1761,
, belender in de Steegoversloot (1760).

otr. Dordrecht op 14 nov 1743, tr. Dordrecht op 1 dec 1743
met

Geertruy Targier, dr. van Anthony Targier en Geertruij Hulsman, DG, begr. Dordrecht op 16 nov 1781,
, Index ONA Schiedam:
1745: Testament Geertruij Hulstman, Anthony Targier executeur testamentair. [497]
1760: Testament: Geertruij Anthonij'sdr Targier, Geertruij Hulstman, wed. van Anthonij Targier.[498]
1762: Geertruij Hulstman, surr.voogdij .[499]
1763: Geertruij Hulstman, wed. van Anthonij Targier : procuratie.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adrianus~1751 Dordrecht 1834 Amsterdam 83


Geertruy Targier
Geertruy Targier, DG, begr. Dordrecht op 16 nov 1781,
, Index ONA Schiedam:
1745: Testament Geertruij Hulstman, Anthony Targier executeur testamentair. [497]
1760: Testament: Geertruij Anthonij'sdr Targier, Geertruij Hulstman, wed. van Anthonij Targier.[498]
1762: Geertruij Hulstman, surr.voogdij .[499]
1763: Geertruij Hulstman, wed. van Anthonij Targier : procuratie.

otr. Dordrecht op 14 nov 1743, tr. Dordrecht op 1 dec 1743
met

Abraham van Volkom (Volkum, Volcom), zn. van Jacob Abrahamsz van Volkom en Anna Verhoeve, geb. Dordrecht op 25 jan 1710, ovl. Dordrecht op 13 nov 1761,
, belender in de Steegoversloot (1760).

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adrianus~1751 Dordrecht 1834 Amsterdam 83


Pieter Kock
Pieter Kock, ged. Dordrecht op 28 nov 1721, scheepstimmerman (1760), begr. Dordrecht op 29 jun 1801.

otr. Dordrecht op 9 apr 1750
met

Geertruy Nieuwenhuysen, dr. van Willem Nieuwenhuysen (schoenmaker) en Maria Smits, ged. Dordrecht op 22 aug 1728, begr. Dordrecht op 25 nov 1784,
, Op 29-7-1760 verkoopt Dirkje de Gester aan Pieter Kock, scheepstimmerman, voor 400 een pand aan de Vriesestraat te Dordrecht, belend door Arij van Driel en Willem Nieuwenhuijsen.
Op 7-9-1762 verkoopt Pieter Kok aan Lambert Ramoe, kleermaker, voor 400 een pand aan de Vriesestraat te Dordrecht, belend door Arij van Driel en de weduwe Nieuwenhuijse.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria~1751  1809 Amsterdam 58


Geertruy Nieuwenhuysen
Geertruy Nieuwenhuysen, ged. Dordrecht op 22 aug 1728, begr. Dordrecht op 25 nov 1784,
, Op 29-7-1760 verkoopt Dirkje de Gester aan Pieter Kock, scheepstimmerman, voor 400 een pand aan de Vriesestraat te Dordrecht, belend door Arij van Driel en Willem Nieuwenhuijsen.
Op 7-9-1762 verkoopt Pieter Kok aan Lambert Ramoe, kleermaker, voor 400 een pand aan de Vriesestraat te Dordrecht, belend door Arij van Driel en de weduwe Nieuwenhuijse.

otr. Dordrecht op 9 apr 1750
met

Pieter Kock, zn. van Hendricus Kock (timmermansknecht) en Anna van der Leede, ged. Dordrecht op 28 nov 1721, scheepstimmerman (1760), begr. Dordrecht op 29 jun 1801.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria~1751  1809 Amsterdam 58


Willems Jacobs van der Jagt
Willems Jacobs van der Jagt, ged. Maassluis op 11 mrt 1674, begr. Maassluis Grote Kerk 1-5-1728 (eerste graf nr. 33, daarna nr. 37 op 1 mei 1728,
, koopman, reeder, boekhouder, schepen (1722-1727) en burgemeester (1727-1728) te Maassluis, welgeboren man van Delfland, regent van het Hervormd Weeshuis te Maassluis (1723-1724).

tr. Maassluis op 25 mrt 1696
met

Klaasje Gerritsdr van Bezooyen, dr. van Gerrit Rombouts van Bezooyen (koopman (1693)) en Leentje Simons van der Swet, ged. Maassluis op 15 jul 1674, begr. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 33) op 15 dec 1716.

Uit dit huwelijk 9 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerrit*1698 Maassluis 1748 Maassluis 49


Klaasje Gerritsdr van Bezooyen
Klaasje Gerritsdr van Bezooyen, ged. Maassluis op 15 jul 1674, begr. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 33) op 15 dec 1716.

tr. Maassluis op 25 mrt 1696
met

Willems Jacobs van der Jagt, zn. van Jacob Pietersz van der Jagt en Cuniertje Jans van Willigen, ged. Maassluis op 11 mrt 1674, begr. Maassluis Grote Kerk 1-5-1728 (eerste graf nr. 33, daarna nr. 37 op 1 mei 1728,
, koopman, reeder, boekhouder, schepen (1722-1727) en burgemeester (1727-1728) te Maassluis, welgeboren man van Delfland, regent van het Hervormd Weeshuis te Maassluis (1723-1724).

Uit dit huwelijk 9 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerrit*1698 Maassluis 1748 Maassluis 49


Willem Breur
Mr. Willem Breur, geb. Den Haag in mrt 1665, ovl. waarschijnlijk Den Haag op 26 jun 1712, begr. vermoedelijk Rotterdam,
, procureur, wonend te Den Haag (1694), notaris te Den Haag, procureur voor het Hof van Holland (1694.1706)
Op 1-2-1707 verleent Pieter van Assendelft, raad en burgemeester te Vlaardingen, procuratie aan Willem Breur.
Op 1-8-1708 wordt procuratie verleend aan Willem Breur, procureur te Maassluis.
"Seker nonchalant procureur (Breur), die geordonneert was te compareren", hield zich voortdurend op in een herberg, "tanquam glebae adscriptus". In die rol wordt hij tot drie keer toe door een deurwaarder namens Commissarissen van de rol opgeroepen, maar hij blijft weg. Commissarissen rapporteeren dit in den Raad en de Hoge Raad besluit hem een boete op te leggen van twee ducatons (1708).

otr. Rotterdam voor schepenen op 15 okt 1694, tr. Rotterdam op 31 okt 1694
met

Weynanda van Waesberghe, dr. van Abraham van Waesberghe en Maria van Dijck, geb. Rotterdam op 3 mrt 1665, ged. Rotterdam op 5 mrt 1665 (getuigen: Isaack Elsevier en Ida van der Strate), ovl. Rotterdam op 26 okt 1734, begr. Rotterdam (eigen graf, laat na 1 (volgens gaarder) of 2 (volgens begraafinschrijving) meerderjarige kinderen) op 28 okt 1734.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Joanna*1696 Den Haag 1728 Maassluis 32



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 482)


Weynanda van Waesberghe
Weynanda van Waesberghe, geb. Rotterdam op 3 mrt 1665, ged. Rotterdam op 5 mrt 1665 (getuigen: Isaack Elsevier en Ida van der Strate), ovl. Rotterdam op 26 okt 1734, begr. Rotterdam (eigen graf, laat na 1 (volgens gaarder) of 2 (volgens begraafinschrijving) meerderjarige kinderen) op 28 okt 1734.

otr. Rotterdam voor schepenen op 15 okt 1694, tr. Rotterdam op 31 okt 1694
met

Mr. Willem Breur, zn. van Symon Willemsz Breur en Jannetje Jansdr Schim, geb. Den Haag in mrt 1665, ovl. waarschijnlijk Den Haag op 26 jun 1712, begr. vermoedelijk Rotterdam,
, procureur, wonend te Den Haag (1694), notaris te Den Haag, procureur voor het Hof van Holland (1694.1706)
Op 1-2-1707 verleent Pieter van Assendelft, raad en burgemeester te Vlaardingen, procuratie aan Willem Breur.
Op 1-8-1708 wordt procuratie verleend aan Willem Breur, procureur te Maassluis.
"Seker nonchalant procureur (Breur), die geordonneert was te compareren", hield zich voortdurend op in een herberg, "tanquam glebae adscriptus". In die rol wordt hij tot drie keer toe door een deurwaarder namens Commissarissen van de rol opgeroepen, maar hij blijft weg. Commissarissen rapporteeren dit in den Raad en de Hoge Raad besluit hem een boete op te leggen van twee ducatons (1708).

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Joanna*1696 Den Haag 1728 Maassluis 32


Pieter Ridderus
Pieter Ridderus (Rederis, Rederijs, Reederis, Reederijs)1, geb. Hellevoet-binnen circa 1665, begr. Maassluis op 27 nov 1728,
, zeilmaker, not. get. (1691,) j.m. van Hellevoet binnen, woont op de Noorddijk (1692), meesterzeilmaker te Maassluis (1708), in de Schans (1728) te Maassluis.
Op 23-7-1708 verbindt Pieter Rederus, meesterzeilmaker op Maassluis, gemachtigde (akte van 6-7-1708 voor notaris Abraham Pythyus te Rotterdam) voor zijn moeder Petronella Kaperman, wed. en boedelhoudster van Adryaen Rederus, secretaris van Helvoet binnen, voor een schuld van 1500 g. met rente, die zijn moeder heeft aan Heyndrik Grijmes wegens geleende penningen, 1-11-1688 opgenomen voor het vaderlijk erfdeel van haar zoon Joannes Rederus, drie partijen land in Schadekamp onder Simonshaven n.l. 2 gem. 252 r. op nr. 26, 3 gem. 244 r. op nr. 27 en 8 gem. 86 r. op nr. 29, die gebruikt worden door Jan Vermaet, en hij verklaart 'te renuntyeeren van het legael verbant dat hem uyt craghte van sijn vader zalr. erffenis voor soo ver hij daer van niet voldaen is soude mogen competeeren'. [476]
Pieter Ridderis en zijn echtgenote Susanna de Haij komen voor in een akte van boedelscheiding 22-3-1709[477] en van voogdij 23-3-1711.[478]
Op 28-3-1712 wordt land getransporteerd in Schadekamp onder Simonshaven. Het betreft de nalatenschap van hun moeder Petronella Caperman, wed. van Adriaen Ridderus. Zij heeft niets anders nagelaten dan 14 gem. 270 r. land in Schadekamp onder Simonshaven op nrs. 26, 27 en 29, waarop een hypotheek rust van 1505 g. 5 st, waarmee zij aan Joannes Ridderus in 1688 zijn vaderlijk erfdeel heeft uitgekeerd. Zoon Pieter Ridderus heeft tot nu toe niets ontvangen en daarom wordt hem het land toebedeeld, omdat er verder niets is. Op 14-5-1717 verklaart Hendrik Grimes, houder van de schuldbrief, zich hiermee accoord.
Op "8-9-1763 is het gebeente van Pieter Reederijs en het gebeente van Sussannetye de Haeij in een beenekistje hergrave" in graf nr. 141.

otr. Maassluis (met attestatie 17-5-1692 om op Blankenburg of elders te trouwen) op 21 apr 1692
met

Susanna Pieter de Haaij1, dr. van Pieter Lambrechtsz de Haaij en Meijnsje Jans Schim, ged. Maassluis op 4 sep 1669, begr. Maassluis op 9 mei 1740 (impost0,
, j.d, wonend op de Noorddijk te Maassluis (1692).

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adrianus~1694 Maassluis 1781 Maassluis 87



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 482)


Susanna Pieter de Haaij
Susanna Pieter de Haaij1, ged. Maassluis op 4 sep 1669, begr. Maassluis op 9 mei 1740 (impost0,
, j.d, wonend op de Noorddijk te Maassluis (1692).

otr. Maassluis (met attestatie 17-5-1692 om op Blankenburg of elders te trouwen) op 21 apr 1692
met

Pieter Ridderus (Rederis, Rederijs, Reederis, Reederijs)1, zn. van Adriaen Ridderus en Petronella Capermans, geb. Hellevoet-binnen circa 1665, begr. Maassluis op 27 nov 1728,
, zeilmaker, not. get. (1691,) j.m. van Hellevoet binnen, woont op de Noorddijk (1692), meesterzeilmaker te Maassluis (1708), in de Schans (1728) te Maassluis.
Op 23-7-1708 verbindt Pieter Rederus, meesterzeilmaker op Maassluis, gemachtigde (akte van 6-7-1708 voor notaris Abraham Pythyus te Rotterdam) voor zijn moeder Petronella Kaperman, wed. en boedelhoudster van Adryaen Rederus, secretaris van Helvoet binnen, voor een schuld van 1500 g. met rente, die zijn moeder heeft aan Heyndrik Grijmes wegens geleende penningen, 1-11-1688 opgenomen voor het vaderlijk erfdeel van haar zoon Joannes Rederus, drie partijen land in Schadekamp onder Simonshaven n.l. 2 gem. 252 r. op nr. 26, 3 gem. 244 r. op nr. 27 en 8 gem. 86 r. op nr. 29, die gebruikt worden door Jan Vermaet, en hij verklaart 'te renuntyeeren van het legael verbant dat hem uyt craghte van sijn vader zalr. erffenis voor soo ver hij daer van niet voldaen is soude mogen competeeren'. [476]
Pieter Ridderis en zijn echtgenote Susanna de Haij komen voor in een akte van boedelscheiding 22-3-1709[477] en van voogdij 23-3-1711.[478]
Op 28-3-1712 wordt land getransporteerd in Schadekamp onder Simonshaven. Het betreft de nalatenschap van hun moeder Petronella Caperman, wed. van Adriaen Ridderus. Zij heeft niets anders nagelaten dan 14 gem. 270 r. land in Schadekamp onder Simonshaven op nrs. 26, 27 en 29, waarop een hypotheek rust van 1505 g. 5 st, waarmee zij aan Joannes Ridderus in 1688 zijn vaderlijk erfdeel heeft uitgekeerd. Zoon Pieter Ridderus heeft tot nu toe niets ontvangen en daarom wordt hem het land toebedeeld, omdat er verder niets is. Op 14-5-1717 verklaart Hendrik Grimes, houder van de schuldbrief, zich hiermee accoord.
Op "8-9-1763 is het gebeente van Pieter Reederijs en het gebeente van Sussannetye de Haeij in een beenekistje hergrave" in graf nr. 141.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adrianus~1694 Maassluis 1781 Maassluis 87



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 482)
2.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 481)


Govert Arentsz Boogerd
Govert Arentsz Boogerd, ged. Maassluis op 6 mrt 1647, begr. Maassluis Grote Kerk (impost, graf nr. 291) 28-12-1731 op 28 dec 1731,
, wonend achter de Taenschuer te Maassluis (1676), kuiper (1689), koster te Maassluis (1731)
Vermeldingen in ONA Maassluis:
Govert Bogert, Rek. Bew. & R. 3-9-1689 inv.nr. 28, no. 50, kuiper
Govert Arentss Bogert Testament 26-7-1677 inv.nr. 21, no. 14 kuiper, getuige
Testament 9-8-1685 inv.nr. 26, no. 35 Govert Arentss Bogert z.v.: za. Trijntje Goverts van Wijn.

otr. Maassluis (attestatie naar Rijswijk 3-5-1676), tr. Rijswijk op 3 mei 1676
met

Neeltje Gerrits Boxhoorn, dr. van Gerrit Leendertsz Bocxhoorn en Maertgen Hertochs Hoogwerf, ged. Maassluis op 30 aug 1651, begr. Maassluis op 1 okt 1694,
, wonend in de Schans te Maassluis (1676).

Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Trijntje~1687 Maassluis 1776 Maassluis 89


Neeltje Gerrits Boxhoorn
Neeltje Gerrits Boxhoorn, ged. Maassluis op 30 aug 1651, begr. Maassluis op 1 okt 1694,
, wonend in de Schans te Maassluis (1676).

otr. Maassluis (attestatie naar Rijswijk 3-5-1676), tr. Rijswijk op 3 mei 1676
met

Govert Arentsz Boogerd, zn. van Arij Joris Boogerd alias Sluijs en Trijntje Govertdr van Wijn, ged. Maassluis op 6 mrt 1647, begr. Maassluis Grote Kerk (impost, graf nr. 291) 28-12-1731 op 28 dec 1731,
, wonend achter de Taenschuer te Maassluis (1676), kuiper (1689), koster te Maassluis (1731)
Vermeldingen in ONA Maassluis:
Govert Bogert, Rek. Bew. & R. 3-9-1689 inv.nr. 28, no. 50, kuiper
Govert Arentss Bogert Testament 26-7-1677 inv.nr. 21, no. 14 kuiper, getuige
Testament 9-8-1685 inv.nr. 26, no. 35 Govert Arentss Bogert z.v.: za. Trijntje Goverts van Wijn.

Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Trijntje~1687 Maassluis 1776 Maassluis 89


Jacob Abrahamsz van Volkom
Jacob Abrahamsz van Volkom, ged. Dordrecht op 20 aug 1670, begr. Dordrecht op 13 feb 1730,
, woonde Lindegracht. betaalt verponding (1731) (postuum!) als eigenaar van een huis XXXX aan de Vleeshouwersstraat, getaxeerd op 75,--, nieuwe aanslag 7,10,--, oude aanslag 6,5,--.

otr. Dordrecht op 16 okt 1707, tr. Dordrecht op 31 okt 1707
met

Anna Verhoeve, dr. van Pieter Verhoeve en Trijntje Jans Camp(en), geb. Dordrecht,
, woonde Steegh over Sloot.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Abraham*1710 Dordrecht 1761 Dordrecht 51