Genealogische website van Cees Hagenbeek
Bertramus Antonius van Wachtendonck
Bertramus Antonius van Wachtendonck, ged. Zyfflich [België] op 16 feb 1674,
, Gen. D. Bertramus van Loe zu Wissen, ord. Teu.. equ.. commento zu St. …., Gen. D. T. van Oerle cathedralium m… et mindersis …., Gen. D. Margaretha van Vehlen L.B. de Gahlen.


Marie Anne van Wachtendonck van Germenseel
Marie Anne van Wachtendonck van Germenseel,
, zu Germenzeel, Sternkreuz-Ordensdame.

tr.
met

Maximilian Heinrich Graf von Velbrück, ovl. in 1737,
, zu Richrath, Graven, Garath, Langfort, Vorst, Ophoven, Mauel, kurpfälz. Kämmerer, Geheimrat, Amtmann zu Windeck, jülich-bergischer Kanzler, 30.9.1711 Graf, 4.10.1702 Heirathsbrief.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Franciscus*1719 Düsseldorf [Duitsland] †1784 Hex [België] 64
Anna*1714 Düsseldorf [Duitsland] †1760 Ansemburg [Duitsland] 45


Franciscus Karel de Velbrück
Franciscus Karel de Velbrück, geb. Düsseldorf [Duitsland] op 11 jun 1719, ovl. Hex [België] op 30 apr 1784,
, was van 14 maart 1772 tot 30 april 1784 prinsbisschop van het prinsbisdom Luik. Franciscus Karel de Velbrück werd op 11 juni 1719 in Düsseldorf geboren als zoon van Maximilian Heinrich Graf von Velbrück en diens echtgenote Marie-Anne de Wachtendonk de Germenseil. Reeds in 1735 werd hij lid van het kapittel van kanunniken van het Prinsbisdom Luik en ontving hierdoor een aanzienlijk jaarinkomen (Prebende)[2]. Hij was echter pas sinds 1743 daadwerkelijk als kannunik actief. Voor die tijd studeerde hij rechten Douai en Reims[3]. Eén van zijn eerste optredens als kannunik van het kapittel was de verkiezing van de nieuwe prins-bisschop van Luik, Johan Theodoor van Beieren (de laatste prins-bisschop uit het Huis Wittelsbach). In 1745 werd hij benoemd tot lid van de Geheime Raad (Conseil Privé) en in 1746 minister. Van 1757 tot 1763 was hij eerste minister van het prinsbisdom. Hij had meerdere buitenechtelijke kinderen, die hij echter niet verwaarloosde. Zijn oudste zoon Charles Graillet was cavalerieofficier in het revolutionaire Franse leger.


Maximilian Heinrich von Velbrück
Maximilian Heinrich Graf von Velbrück, ovl. in 1737,
, zu Richrath, Graven, Garath, Langfort, Vorst, Ophoven, Mauel, kurpfälz. Kämmerer, Geheimrat, Amtmann zu Windeck, jülich-bergischer Kanzler, 30.9.1711 Graf, 4.10.1702 Heirathsbrief.

tr.
met

Marie Anne van Wachtendonck van Germenseel, dr. van Arnoldus Baron van Wachtendonck en Theodora Baronesse von Wendt zu Hotzfeld und Lette,
, zu Germenzeel, Sternkreuz-Ordensdame.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Franciscus*1719 Düsseldorf [Duitsland] †1784 Hex [België] 64
Anna*1714 Düsseldorf [Duitsland] †1760 Ansemburg [Duitsland] 45


Godfried vod Bocholt
Godfried vod Bocholt Ritter, ovl. Lobberich op 4 jul 1357,
, Gerard van en tot Bolcholtz, overleed 4 Juli 1359, begr. in de kerk te Lobberich. Hij verkocht met zijn echtgenoote Aleidis, kort na 1 Sept. 1343, aan den magistraat der stad Venlo een groot steenen huis, gelegen op de Lomstraat te Venlo, hetwelk tot raadhuis, gerechtsgebouw en vleeschhal werd ingericht. De koopprijs werd ten deele gekweten door een schuldvergelijking met een rente van 3 mark, 4 schellingen en 8 penningen, waarvoor ten laste der verkoopers en ten behoeve der stad verbonden was een beemd van 20? morgen, gelegen tusschen de hoeve Wylre en den berg aan den Holtmolen, en anderdeels door de vestiging eener rente van 4 mark en 12 penningen. Zijn kinderen waren: Herman, heer en stamvader der linie Ingenhoven enz. (te Lobberich), gehuwd met Adelheid van Bellinghausen, hertrouwd met Catharina van Wachtendonck; Winand, stichter der linie Bocholtz, huwde Adriana van Bylandt; Hendrik, heer van Wylre; hij ontving 13 Mei 1374 van de stad Venlo ter aflossing van bovengenoemde rente een gedeelte van het stadsbroek, groot 14½ morgen en 5 roeden bij den Holtmolen, terwijl hij voor een cijns van 6 mark, 3 schellingen eigenaar van het andere gedeelte werd; zijn zoon Gerard gaf het genoemde broek weder aan de stad terug (20 Sept. 1436); Gerard, drost te Brüggen, kinderloos, was gehuwd met Elisabeth van Huckinck; Dina, ongehuwd, en Adelheid, gehuwd met Peter van Broeckhuysen tot Grubbenvorst.
Zie: Martin Jansen, Het stadhuis te Venlo in Maasgouw (1880), 253 v.; P. Müller, Het stadhuis te Venlo in De Nedermaas (April 1931), 101 v.; Inventaris van het Oud Archief der Stad, Municipaliteit en Gemeente Venlo nos. 584, 585 en 588; Johann Finken, Geschichte der ehemaligen Herrlichkeit Lobberich (Lobberich 1902), 81-82.

tr.
met

Aleid von Bolcholtz.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hermann  †1396   


Aleid von Bolcholtz
Aleid von Bolcholtz.

tr.
met

Godfried vod Bocholt Ritter, ovl. Lobberich op 4 jul 1357,
, Gerard van en tot Bolcholtz, overleed 4 Juli 1359, begr. in de kerk te Lobberich. Hij verkocht met zijn echtgenoote Aleidis, kort na 1 Sept. 1343, aan den magistraat der stad Venlo een groot steenen huis, gelegen op de Lomstraat te Venlo, hetwelk tot raadhuis, gerechtsgebouw en vleeschhal werd ingericht. De koopprijs werd ten deele gekweten door een schuldvergelijking met een rente van 3 mark, 4 schellingen en 8 penningen, waarvoor ten laste der verkoopers en ten behoeve der stad verbonden was een beemd van 20? morgen, gelegen tusschen de hoeve Wylre en den berg aan den Holtmolen, en anderdeels door de vestiging eener rente van 4 mark en 12 penningen. Zijn kinderen waren: Herman, heer en stamvader der linie Ingenhoven enz. (te Lobberich), gehuwd met Adelheid van Bellinghausen, hertrouwd met Catharina van Wachtendonck; Winand, stichter der linie Bocholtz, huwde Adriana van Bylandt; Hendrik, heer van Wylre; hij ontving 13 Mei 1374 van de stad Venlo ter aflossing van bovengenoemde rente een gedeelte van het stadsbroek, groot 14½ morgen en 5 roeden bij den Holtmolen, terwijl hij voor een cijns van 6 mark, 3 schellingen eigenaar van het andere gedeelte werd; zijn zoon Gerard gaf het genoemde broek weder aan de stad terug (20 Sept. 1436); Gerard, drost te Brüggen, kinderloos, was gehuwd met Elisabeth van Huckinck; Dina, ongehuwd, en Adelheid, gehuwd met Peter van Broeckhuysen tot Grubbenvorst.
Zie: Martin Jansen, Het stadhuis te Venlo in Maasgouw (1880), 253 v.; P. Müller, Het stadhuis te Venlo in De Nedermaas (April 1931), 101 v.; Inventaris van het Oud Archief der Stad, Municipaliteit en Gemeente Venlo nos. 584, 585 en 588; Johann Finken, Geschichte der ehemaligen Herrlichkeit Lobberich (Lobberich 1902), 81-82.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hermann  †1396   


Hermann von Bocholt
Hermann von Bocholt, ovl. op 26 jan 1396.

tr. (1)
met

Aleid von Bellinhausen.

tr. (2)
met

Catharina Arnoldsdr van Wachtendonck, dr. van Arnold (III) V van Wachtendonk (knape in 1390 en ridder in 1400) en Aleid von Schönforst.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Godert  †1463   
Margaretha  †1467   


Aleid von Bellinhausen
Aleid von Bellinhausen.

tr.
met

Hermann von Bocholt, zn. van Godfried vod Bocholt Ritter en Aleid von Bolcholtz, ovl. op 26 jan 1396, tr. (2) met Catharina Arnoldsdr van Wachtendonck. Uit dit huwelijk 2 kinderen


Catharina Arnoldsdr van Wachtendonck
Catharina Arnoldsdr van Wachtendonck.

tr.
met

Hermann von Bocholt, zn. van Godfried vod Bocholt Ritter en Aleid von Bolcholtz, ovl. op 26 jan 1396, tr. (1) met Aleid von Bellinhausen. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Godert  †1463   
Margaretha  †1467   


Godert (Godfried) von Bocholt
Godert (Godfried) von Bocholt, heer van Hinsbeek en Broch, ovl. op 10 feb 1463,
, Godart oder Gottfried (V.) von Bocholtz zu Hove, Horst, Broeck, wurde 1403 belehnt, starb am 10. Februar 1463 und wurde zu Lobberich beigesetzt; er war verheiratet mit Johanna von Ghoer zu Caldenbroich; sie bekömmt 1445 eine Leibzucht an dem Hofe Broich, starb am 1. April 1464 und wurde zu Lobberich beigesetzt. Diese Eheleute Godart von Bcholtz und Johanna von Ghoer und ihr Sohn Arnold belehnten am 24. Februar 1453 Hennicke (Joh.) Kettelbuiter mit 4 Morgen Land zu Sassenfeld bei Lobberich. Daselbst lebte noch i.J.1693 eine Familie Kettelbuiter.


Irmgard von Blittersdorf zu Flaßraedt
Irmgard von Blittersdorf zu Flaßraedt.

tr. (1) in 1636
met

Johan Arnold van Wachtendonck, zn. van Johann Arnold van Wachtendonck en NN 1 van Holthusen, drost te Oedt,
, Bezat van Krieckenbeeck bij Kaldenkirchen en Frankeshoven, was amtman van Hinbeeck 1652. Wijlre was een heerlijkheid binnen het Heilige Roomse Rijk. De heerlijkheid was niet bij een kreits ingedeeld.
Wijlre, nu een deel van Gulpen-Wittem, wordt omstreeks 1040 vermeld. Sinds de twaalfde eeuw zijn er heren van Wijlre bekend. Omstreeks 1350 komt de halve heerlijkheid in het bezit van Frederik van Millendonk. Omstreeks 1400 is Hendrik Scheiffart van Merode de bezitter.
Gerard Scheiffart van Merode verkocht de heerlijkheid in 1489 aan Hendrik van Nesselrode, die in 1492 werd opgevolgd door Adriaan van Nesselrode. Vervolgens kwam de heerlijkheid aan Werner van Binsfeld (overleden in 1557). In 1652 stierf de familie Binsfeld met Wiollem Arnold uit, waarna Johan Arnold van Wachtendonk de eerlijkheid erft.
Johan Arnold werd opgevolgd door zijn zoon Willem Adolf Bertram, die regeerde van 1682 tot 1731. Vervolgens kwam diens dochter aan het bewind, Anna Catharina Elizabeth (1731-1735).
Anna werd opgevolgd door haar zoon Johan Hendrik van Bodden. De opvolging werd aangevochten door Herman Arnold van Wachtendonk, die door het rijkskamergerecht de heerlijkheid in 1755 kreeg toegewezen, waarna de macht moest worden overgedragen. Herman Arnold werd in 1768 opgevolgd door de zoon van zijn zuster: Lodewijk Antoon Joseph van Blanckart.
In 1781 komt de definitieve uitspraak van het rijkskamergerecht. De heerljkheid werd nu toegewezen aan de erfgenamen van Johan Hendrik van Bodden, Christina de Bounam en haar tante Theodora van Bodden. De beide dames regeerden gemeenschappelijk tot de dood van Theodora in 1786. Christina regeerde nog door tot 1790 en verkocht de heerlijkheid toen aan Jacobus Josephus van Klein onder voorbehoud van het vruchtgebruik gedurende haar leven. Jacobus Josephus heeft de heerlijkheid nooit ten volle in bezit gekregen, want in 1795 werd de heerlijkheid bij Frankrijk ingelijfd, tr. (1) circa 1622 met Elisabeth von Schaesberg, dr. van Friedrich II von Schaesberg en Maria von Binsfeld, geb. op 13 nov 1599, ovl. Brüggen [Duitsland] op 22 feb 1623,
, Overleed vlak voor de bruiloft. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (3) met Elisabeth von Binsfeld, dr. van Werner von Binsfeld en Agnes Gräfin von Nesselrode,
, Rechtsstreit über das angeblich im Heiratsvertrag zwischen Johann Arnold von Wachtendonk und Elisabeth von Binsfeld 1624 begründete Fideikommiß auf Haus Hülsdonk; Besitz- und Schuldenaufteilung zwischen Arnold und Adolf Bertram von Wachtendonk 1655/56; Rechtsstreit um das Erbe des Adolf Bertram von Wachtendonk zwischen den Neffen Johann Heinrich Arnold und Wilhelm Adolf Bertram vonWachtendonk, Gebrüdern, und der Witwe Maria geb. Laurmans und Tochter Anna Elisabeth Katharina, Ehefrau des Theodor von Bodden; Klage des Herrn von Bodden wider von Harff und von Metternich wegen Besitznahme des Hauses Binsfeld 1731; Inventar der vom Freiherrn vonWachtendonk im Klarissenkloster zu Köln am Neumarkt deponierten Effekten 1739; Rechtsstreit von Harff contra von Wachtendonk betr. das durch Elisabeth von Binsfeld an die von Wachtendonk gebrachte Erbe des Wilhelm Adolf Bertram von Wachtendonk 1755; Vergleich zwischen von Harff und von Bodden betr. diebinsfeldischen Güter der Hinterlassenschaft des Adolf Bertram von Wachtendonk zu Hülsdonk 1765/66; verschiedene wachtendonksche Obligationen. Uit dit huwelijk 2 zonen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan     

tr. (2)
met

Engelbert von Brempt zu Blasrath, zn. van Wilhelm von Brempt zu Blasrath en Elisabeth van IJsselstein, Droste zu Straelen, ovl. op 10 dec 1635


Pieter van Este van Wachtendonk
Pieter van Este van Wachtendonk.


Maurits August Philips van Este van Wachtendonk
Maurits August Philips van Este van Wachtendonk,
, leefde omstreeks 1170.


NN van Este
NN van Este.

tr.
met

Arnold van Este van Wachtendonk, zn. van Willem van Este van Wachtendonk en NN van Bohemen


NN van Denemarken
NN van Denemarken.

tr.
met

Willem van Este van Wachtendonk, zn. van Willem van Este van Wachtendonk en NN van Bohemen,
, Leefde omstreeks 1170


Johan Arnold van Wachtendonck
Johan Arnold van Wachtendonck, drost te Oedt,
, Bezat van Krieckenbeeck bij Kaldenkirchen en Frankeshoven, was amtman van Hinbeeck 1652. Wijlre was een heerlijkheid binnen het Heilige Roomse Rijk. De heerlijkheid was niet bij een kreits ingedeeld.
Wijlre, nu een deel van Gulpen-Wittem, wordt omstreeks 1040 vermeld. Sinds de twaalfde eeuw zijn er heren van Wijlre bekend. Omstreeks 1350 komt de halve heerlijkheid in het bezit van Frederik van Millendonk. Omstreeks 1400 is Hendrik Scheiffart van Merode de bezitter.
Gerard Scheiffart van Merode verkocht de heerlijkheid in 1489 aan Hendrik van Nesselrode, die in 1492 werd opgevolgd door Adriaan van Nesselrode. Vervolgens kwam de heerlijkheid aan Werner van Binsfeld (overleden in 1557). In 1652 stierf de familie Binsfeld met Wiollem Arnold uit, waarna Johan Arnold van Wachtendonk de eerlijkheid erft.
Johan Arnold werd opgevolgd door zijn zoon Willem Adolf Bertram, die regeerde van 1682 tot 1731. Vervolgens kwam diens dochter aan het bewind, Anna Catharina Elizabeth (1731-1735).
Anna werd opgevolgd door haar zoon Johan Hendrik van Bodden. De opvolging werd aangevochten door Herman Arnold van Wachtendonk, die door het rijkskamergerecht de heerlijkheid in 1755 kreeg toegewezen, waarna de macht moest worden overgedragen. Herman Arnold werd in 1768 opgevolgd door de zoon van zijn zuster: Lodewijk Antoon Joseph van Blanckart.
In 1781 komt de definitieve uitspraak van het rijkskamergerecht. De heerljkheid werd nu toegewezen aan de erfgenamen van Johan Hendrik van Bodden, Christina de Bounam en haar tante Theodora van Bodden. De beide dames regeerden gemeenschappelijk tot de dood van Theodora in 1786. Christina regeerde nog door tot 1790 en verkocht de heerlijkheid toen aan Jacobus Josephus van Klein onder voorbehoud van het vruchtgebruik gedurende haar leven. Jacobus Josephus heeft de heerlijkheid nooit ten volle in bezit gekregen, want in 1795 werd de heerlijkheid bij Frankrijk ingelijfd.

tr. (1) circa 1622
met

Elisabeth von Schaesberg, dr. van Friedrich II von Schaesberg en Maria von Binsfeld, geb. op 13 nov 1599, ovl. Brüggen [Duitsland] op 22 feb 1623,
, Overleed vlak voor de bruiloft.

tr. (2) in 1636
met

Irmgard von Blittersdorf zu Flaßraedt, dr. van Wilhelm von Plittersdorf en Elisabeth von Gertzen genannt Sintzig, tr. (2) met Engelbert von Brempt zu Blasrath. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan     

tr. (3)
met

Elisabeth von Binsfeld, dr. van Werner von Binsfeld en Agnes Gräfin von Nesselrode,
, Rechtsstreit über das angeblich im Heiratsvertrag zwischen Johann Arnold von Wachtendonk und Elisabeth von Binsfeld 1624 begründete Fideikommiß auf Haus Hülsdonk; Besitz- und Schuldenaufteilung zwischen Arnold und Adolf Bertram von Wachtendonk 1655/56; Rechtsstreit um das Erbe des Adolf Bertram von Wachtendonk zwischen den Neffen Johann Heinrich Arnold und Wilhelm Adolf Bertram vonWachtendonk, Gebrüdern, und der Witwe Maria geb. Laurmans und Tochter Anna Elisabeth Katharina, Ehefrau des Theodor von Bodden; Klage des Herrn von Bodden wider von Harff und von Metternich wegen Besitznahme des Hauses Binsfeld 1731; Inventar der vom Freiherrn vonWachtendonk im Klarissenkloster zu Köln am Neumarkt deponierten Effekten 1739; Rechtsstreit von Harff contra von Wachtendonk betr. das durch Elisabeth von Binsfeld an die von Wachtendonk gebrachte Erbe des Wilhelm Adolf Bertram von Wachtendonk 1755; Vergleich zwischen von Harff und von Bodden betr. diebinsfeldischen Güter der Hinterlassenschaft des Adolf Bertram von Wachtendonk zu Hülsdonk 1765/66; verschiedene wachtendonksche Obligationen.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem     
Adolf     


Elisabeth von Schaesberg
Elisabeth von Schaesberg, geb. op 13 nov 1599, ovl. Brüggen [Duitsland] op 22 feb 1623,
, Overleed vlak voor de bruiloft.

tr. circa 1622
met

Johan Arnold van Wachtendonck, zn. van Johann Arnold van Wachtendonck en NN 1 van Holthusen, drost te Oedt,
, Bezat van Krieckenbeeck bij Kaldenkirchen en Frankeshoven, was amtman van Hinbeeck 1652. Wijlre was een heerlijkheid binnen het Heilige Roomse Rijk. De heerlijkheid was niet bij een kreits ingedeeld.
Wijlre, nu een deel van Gulpen-Wittem, wordt omstreeks 1040 vermeld. Sinds de twaalfde eeuw zijn er heren van Wijlre bekend. Omstreeks 1350 komt de halve heerlijkheid in het bezit van Frederik van Millendonk. Omstreeks 1400 is Hendrik Scheiffart van Merode de bezitter.
Gerard Scheiffart van Merode verkocht de heerlijkheid in 1489 aan Hendrik van Nesselrode, die in 1492 werd opgevolgd door Adriaan van Nesselrode. Vervolgens kwam de heerlijkheid aan Werner van Binsfeld (overleden in 1557). In 1652 stierf de familie Binsfeld met Wiollem Arnold uit, waarna Johan Arnold van Wachtendonk de eerlijkheid erft.
Johan Arnold werd opgevolgd door zijn zoon Willem Adolf Bertram, die regeerde van 1682 tot 1731. Vervolgens kwam diens dochter aan het bewind, Anna Catharina Elizabeth (1731-1735).
Anna werd opgevolgd door haar zoon Johan Hendrik van Bodden. De opvolging werd aangevochten door Herman Arnold van Wachtendonk, die door het rijkskamergerecht de heerlijkheid in 1755 kreeg toegewezen, waarna de macht moest worden overgedragen. Herman Arnold werd in 1768 opgevolgd door de zoon van zijn zuster: Lodewijk Antoon Joseph van Blanckart.
In 1781 komt de definitieve uitspraak van het rijkskamergerecht. De heerljkheid werd nu toegewezen aan de erfgenamen van Johan Hendrik van Bodden, Christina de Bounam en haar tante Theodora van Bodden. De beide dames regeerden gemeenschappelijk tot de dood van Theodora in 1786. Christina regeerde nog door tot 1790 en verkocht de heerlijkheid toen aan Jacobus Josephus van Klein onder voorbehoud van het vruchtgebruik gedurende haar leven. Jacobus Josephus heeft de heerlijkheid nooit ten volle in bezit gekregen, want in 1795 werd de heerlijkheid bij Frankrijk ingelijfd, tr. (2) met Irmgard von Blittersdorf zu Flaßraedt. Uit dit huwelijk een zoon, tr. (3) met Elisabeth von Binsfeld. Uit dit huwelijk 2 zonen


Friedrich II von Schaesberg
Friedrich II von Schaesberg, ovl. op 21 jun 1619,
, zu Schaesberg, 20.4.1618 wird Haus und Hof Schaesberg Herrschaft mit niederer und mittlerer Gerichtsbarkeit.

tr.
met

Maria von Binsfeld, ovl. op 11 mrt 1632.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1599  †1623 Brüggen [Duitsland] 23
Johan*1598  †1671  72


Maria von Binsfeld
Maria von Binsfeld, ovl. op 11 mrt 1632.

tr.
met

Friedrich II von Schaesberg, ovl. op 21 jun 1619,
, zu Schaesberg, 20.4.1618 wird Haus und Hof Schaesberg Herrschaft mit niederer und mittlerer Gerichtsbarkeit.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1599  †1623 Brüggen [Duitsland] 23
Johan*1598  †1671  72


Aleid von Schönforst
Aleid von Schönforst (Adelheid van Schoonvorst, von Schönau), ovl. na 2 sep 1392,
, Aleid van Schönvorst, overleden 1392, weduwe van Konrad van der Dijcke, bij wie Aleid twee kinderen had: Gerhard van der Dijcke en Katharina van der Dijcke, die (later) huwde met Gerhard van Alpen.
Eduard hertog van Gelre beleent Arnold met slot en voorburcht
van Dijcke;
- 1382 hij en Aleid doen ten behoeve van de geestelijke van de
kerk in de stad Wachtendonk afstand van een huis aan het kerkhof en van 22 morgen akkerland in Geisseren;
- 1390 overlijdt Arnold.

tr. (1)
met

Conrad Herr zu Dyck, zn. van Konrad von von Dyck en Adelheid von Schönau-Schönforst.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerhard     
Katharina  †1435   

tr. (2) op 9 feb 1371, Arnold (lil) heer van Wachtendonk huwt in 1371 met Aleid van Schönvorst, overleden 1392, weduwe van Konrad van der Dijcke, bij wie Aleid twee kinderen had: Gerhard van der Dijcke en Katharina van der Dijcke, die (later) huwde met Gerhard van Alpen.
Eduard hertog van Gelre beleent Arnold met slot en voorburcht van Dijcke;
- 1382 hij en Aleid doen ten behoeve van de geestelijke van de kerk in de stad Wachtendonk afstand van een huis aan het kerkhof en van 22 morgen akkerland in Geisseren; in 1390 overlijdt hij
met

Arnold (III) V van Wachtendonk, zn. van Arnold IV van Wachtendonk (vrijheer van Wachtendonk) en Milaer , knape in 1390 en ridder in 1400, ovl. kort voor 3 jan 1409,
, De - meestal -puntige - ster, was een in deze streek niet zelden voorkomende breuk, waarmede jongere zonen wier adellijke geslachten het vaderlijk wapen wijzigden. Zo troffen wij b.v. de lelie, met de ster als breuk, aan in een bepaalden tak van de Heeren van Wachtendonk, stammende uit Gadert of Goedert van Wachtendonk, een jongeren zoon van Arnold II, heer van Wachtendonk In stichter van de Grefrathsche linie van dit geslacht (bron: E. v. Oidtman. Genealogie der Herren v. Wachtendonk (in Niederrheinischer. Gerschichtsfreund 1882) Deze zegelde aldus in 1343 en nog in 1364. Zijn vier zonen Johann, Wolter, Sweder en Reynert bezegelden in 1410 de huwelijksvoorwaarden tusschen Johanna, erfvrouwe van Wachtendonk en Willem bastaard van Gulik, de drie eersten met de lelie en de ster (van Reynert is de breuk niet meer herkenbaar). Wanneer men daarbij let op de in dezen tak der Wachtendonk’s voorkomende voornamen als Sweder en Reynert ook bij de tralensch-Wachtendonksche Gevers’en niet onbekend - dan laat zich de veronderstelling suggereeren, dat Derick Gevert misschien tot deze Wachtendonk’s in eenig verband gestaan kan hebben, zij het ook door bastaardij. Want dat hij in dat geval uit echten bedde gesproten zou zijn, lijkt ons en vanwege het standsverschil èn door het wegvallen van den adellijken geslachtsnaam op zijn minst onwaarschijnlijk.
2.2.1371 Belehnung mit Dyck durch Herzog Eduard v.Geldern Arnold (lil) heer van Wachtendonk huwt in 1371 met Aleid van Schönvorst, overleden 1392, weduwe van Konrad van der Dijcke, bij wie Aleid twee kinderen had: Gerhard van der Dijcke en Katharina van der Dijcke, die (later) huwde met Gerhard van Alpen. Eduard hertog van Gelre beleent Arnold met slot en voorburcht van Dijcke;
- 1382 hij en Aleid doen ten behoeve van de geestelijke van de kerk in de stad Wachtendonk afstand van een huis aan het kerkhof en van 22 morgen akkerland in Geisseren;
- 1390 overlijdt hij.
20 december 1390: hij oorkondt, dat zijn gehele burcht en stad en land Wachtendonk voor de helft aan zijn oom Reinart heer van Schoonvorst waren verpand voor 3000 Gelderse guldens; hij had niet het geld om in te lossen. Aartsbisschop Frederik van Keulen heeft de pandsom gelost. Arnold verklaart nu ledigman te zijn van de aartsbisschop en zal nooit meer tegen bisschop of stad ageren. Wachtendonk wordt open huis voor de aartsbisschop, tr. (1) met Wilhelmina Buuren. Uit dit huwelijk 2 dochters.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnold  †1409   
Catharina