Genealogische website van Cees Hagenbeek
Jan Maertensz Karels
Jan Maertensz Karels1,2.

tr.
met

Brechje Jacobsdr Hoijcaes1,2, dr. van Jacob Jansz Hoijcaes en Lijsbeth Jorisdr Verhouck,
, Jacob Maertensz. Karel gehuwd met Brechje Jacobsdr, dochter van wijlen Jacob Jansz. Hoijcaes, voor ¼ part, Jacob Jansz. de Jonghe schout van Spaland voor zichzelf en vervangende Dammis Jansz. de Jonge en Arijen Dircxz. Jongste gehuwd met Maertje Jansdr. de Jonghe, kinderen van wijlen Maertje Jacobsdr. Hoijcaes, voor ¼ part, Cornelis Pietersz. Post gehuwd met Annetje Claesdr. weduwe van Claes Jacobsz. Hoijcaes en Pieter Willemsz. Thoen gehuwd met Grietje Claesdr, enige dochter van de voorn. Claes Jacobsz. voor ¼ part, Claes Jorisz. en Willem Jorisz. mondige kinderen, mitsgaders Leendert Wiggersz. en de voorn. Jacob Jansz. de Jonge als voogden van Willem Jorisz. de Jongste, onmondige zoon van Joris Jacobsz. Hoijcaes voor ¾ parten in het laatste ¼ part, allen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Jacob Jansz. Hoijcaes, hebben verkocht aan Jacob Jorisz. Hoijcaes, geassisteerd met de voorn. Leendert Wiggersz. en Jacob Jansz. de Jonge zijn voogden, 15/16 parten in een woning als huis, bijhuis, bargen en geboomte, waarvan hij zelf het resterende 1/16 part toekomt, staande in het dorp Kethel, belend ten O: de Vlaardingerweg en ten W: Arijen Arijensz. van der Hout wielmaker. Strekkende voor van de straat tot achter aan het land van de voorn. Jacob Jansz. de Jonge. De jongste opdrachtbrief in dato 07-10-1620. Belast met een opstal van 15 st. per jaar, toekomende degene die daartoe gerechgtigd is. Prijs f 1.725.

Bronnen:
1.Oud Rechterlijk Archief Kethel en Spaland (ORA 040), GA Schiedam, Inventarisnr.: 92, Kethel, van 10 aug 1654 tot 30 okt 1671  (3 mei 1656 akte 11)
2.Oud Rechterlijk Archief Kethel en Spaland (ORA 040), GA Schiedam, Inventarisnr.: 92, Kethel, van 10 aug 1654 tot 30 okt 1671  (11 mei 1661 akte 86)


Sanne Helena Scharloo
Sanne Helena Scharloo, geb. Purmerend op 11 okt 2017.

 
 


Lijsbeth Jorisdr Verhouck
Lijsbeth Jorisdr Verhouck.

tr.
met

Jacob Jansz Hoijcaes2,1,3,4, ovl. voor 1656.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maertje     
Brechje     
Claes     
Joris     



Bronnen:
1.Dingboek Kethel en Spaland (A 157), GA Schiedam, Rechterlijk Archief Kethel en Spaland, Toegang.nr. 31, Inventarisnr.: 84, Kethel, van nov 1603 tot 7 mrt 1646  (27 mei 1622)
2.Ellen Couvret (A 156), Website: https://gw.geneanet.org/ecouvret
3.Oud Rechterlijk Archief Kethel en Spaland (ORA 040), GA Schiedam, Inventarisnr.: 92, Kethel, van 10 aug 1654 tot 30 okt 1671  (15 dec 1655 akte 14)
4.Oud Rechterlijk Archief Kethel en Spaland (ORA 040), GA Schiedam, Inventarisnr.: 92, Kethel, van 10 aug 1654 tot 30 okt 1671  (3 mei 1656 akte 11)


Joris Claesz. Verhouck
Joris Claesz. Verhouck1.

tr.
met

Lijsbeth Sijmonsdr1,
, Lijsbeth Sijmonsdr. weduwe Joris Claesz. Verhouck constitueert Lenert Jorisz. haar zoon en Jacob Jansz. Hoijcaes haar schoonzoon, om uit haar naam te verkopen al haar roerende en onroerende goederen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Lijsbeth     
Lenert     



Bronnen:
1.Dingboek Kethel en Spaland (A 157), GA Schiedam, Rechterlijk Archief Kethel en Spaland, Toegang.nr. 31, Inventarisnr.: 84, Kethel, van nov 1603 tot 7 mrt 1646  (27 mei 1622)


Lijsbeth Sijmonsdr
Lijsbeth Sijmonsdr1,
, Lijsbeth Sijmonsdr. weduwe Joris Claesz. Verhouck constitueert Lenert Jorisz. haar zoon en Jacob Jansz. Hoijcaes haar schoonzoon, om uit haar naam te verkopen al haar roerende en onroerende goederen.

tr.
met

Joris Claesz. Verhouck1.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Lijsbeth     
Lenert     



Bronnen:
1.Dingboek Kethel en Spaland (A 157), GA Schiedam, Rechterlijk Archief Kethel en Spaland, Toegang.nr. 31, Inventarisnr.: 84, Kethel, van nov 1603 tot 7 mrt 1646  (27 mei 1622)


Lenert Jorisz Verhouck
Lenert Jorisz Verhouck1.



Bronnen:
1.Dingboek Kethel en Spaland (A 157), GA Schiedam, Rechterlijk Archief Kethel en Spaland, Toegang.nr. 31, Inventarisnr.: 84, Kethel, van nov 1603 tot 7 mrt 1646  (27 mei 1622)


Dammis Janszn
Dammis Janszn1,2, geb. circa 1551, schout van Spaland.

tr.
met

Katrijn (Krientgen) Jorijsdr Jongste1, dr. van Jorijs Corneliszn Jongste en Katrijn Jorijsdr, geb. Kethel in 1552.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan     



Bronnen:
1.Rechterlijk Archief Kethel en Spaland, bijlagen bij de Dingboeken (ORA 043), GA Schiedam, Inventarisnr.: 87, Kethel, van 1575 tot 2 feb 1619  (9 feb 1580)
2.Rechterlijk Archief Kethel en Spaland (ORA 044), Inventarisnr.: 91, Kethel, van 1602 tot 1612 (18 feb 1611 akte 147)


Johanna Heurnius
Johanna Heurnius, geb. Leiden circa 1612.

tr. Leiden op 17 apr 1635
met

Laurens van 's-Gravenzande1, ged. Delft in 1605, ovl. 's-Hertogenbosch op 24 okt 1686,
, raad en schepen te 's Hertogenbosch 1640-1685; contr. van 's lands conv. en lit, opziener-generaal over het looden der uitheemsche lakens.
De jeugdjaren van Laurens van ’s Gravesande speelden zich af in Holland. Zijn vader Ewoud, geboren in Delft, was in 1595 in Leiden getrouwd met Eva van Swaenswijck, de dochter van een Leidse burgemeester. Uit dit huwelijk werd Laurens van ’s Gravesande in 1605 geboren in Delft. In navolging van zijn vader trouwde ook hij een meisje uit Leiden, te weten de in 1612 geboren Johanna Hurnius of Van Heurn, dochter van de Leidse hoogleraar geneeskunde Otto Hurnius. In 1632 verwierf hij het poorterschap van Den Bosch, maar omdat geen schepenen present waren, werd het afleggen van de eed uitgesteld. Uiteindelijk zou dit pas in februari 1638 gebeuren. In 1640 werd hij voor het eerst in de Bossche schepenbank benoemd, tot 1681 zou hij hier in totaal veertien jaren zitting nemen. Hij was tevens controleur van de convooien en licenten.
Uit het huwelijk van Laurens van ’s Gravesande en Johanna Heurnius werden negen kinderen geboren, van wie de twee oudste hun vader zouden voorgaan in de dood. Het betrof zijn dochter Johanna, gehuwd met Willem van Wassenburch, en zijn zoon Johannes, die op jonge leeftijd naar Oost-Indië vertrok en daar overleed. Van zijn overige kinderen zullen Eva en Anna Maria vermoedelijk eveneens op jonge leeftijd zijn overleden, zij worden in zijn testament van 1672 in ieder geval niet meer genoemd. Dit in tegenstelling tot de op dat moment nog ongetrouwde dochters Anna en Christina, en de zonen Laureijns, Jacob en Dirck. Anna was in 1645 geboren in ’s-Hertogenbosch en werd ten doop gehouden in de Geertruikerk. Het was de eerste protestantse doopplechtigheid die daar plaatsvond, nadat de kerk was toegewezen aan de Nederduits-gereformeerde gemeente ter vervanging van Sint-Pieterskerk, toen die vanwege de aanleg van het fort Willem-Maria was gesloopt. De zonen Laureijns, Jacob en Dirck waren respectievelijk advocaat in Utrecht – maar deze zou in 1694 alsnog poorter van Den Bosch worden –, vaandrig in de compagnie van kapitein Van der Dussen, en raad van ’s-Hertogenbosch. De laatstgenoemde Dirck trad in het huwelijk met Anna Josina Blom, zie zerk 94. Uit dat huwelijk werd onder meer de befaamde natuurkundige, wiskundige en filosoof Willem Jacob van ’s Gravesande geboren (’s-Hertogenbosch, 1688 – Leiden, 1742). Johanna van Heurn overleed op 29 september 1668. Haar echtgenoot Laurens van ’s Gravesande volgde haar op 24 oktober 1686.

Bronnen:
1.Algemeen Nederlandsch Familieblad (ANF 001), van 1883 tot 1905


Laurens van 's-Gravenzande
Laurens van 's-Gravenzande1, ged. Delft in 1605, ovl. 's-Hertogenbosch op 24 okt 1686,
, raad en schepen te 's Hertogenbosch 1640-1685; contr. van 's lands conv. en lit, opziener-generaal over het looden der uitheemsche lakens.
De jeugdjaren van Laurens van ’s Gravesande speelden zich af in Holland. Zijn vader Ewoud, geboren in Delft, was in 1595 in Leiden getrouwd met Eva van Swaenswijck, de dochter van een Leidse burgemeester. Uit dit huwelijk werd Laurens van ’s Gravesande in 1605 geboren in Delft. In navolging van zijn vader trouwde ook hij een meisje uit Leiden, te weten de in 1612 geboren Johanna Hurnius of Van Heurn, dochter van de Leidse hoogleraar geneeskunde Otto Hurnius. In 1632 verwierf hij het poorterschap van Den Bosch, maar omdat geen schepenen present waren, werd het afleggen van de eed uitgesteld. Uiteindelijk zou dit pas in februari 1638 gebeuren. In 1640 werd hij voor het eerst in de Bossche schepenbank benoemd, tot 1681 zou hij hier in totaal veertien jaren zitting nemen. Hij was tevens controleur van de convooien en licenten.
Uit het huwelijk van Laurens van ’s Gravesande en Johanna Heurnius werden negen kinderen geboren, van wie de twee oudste hun vader zouden voorgaan in de dood. Het betrof zijn dochter Johanna, gehuwd met Willem van Wassenburch, en zijn zoon Johannes, die op jonge leeftijd naar Oost-Indië vertrok en daar overleed. Van zijn overige kinderen zullen Eva en Anna Maria vermoedelijk eveneens op jonge leeftijd zijn overleden, zij worden in zijn testament van 1672 in ieder geval niet meer genoemd. Dit in tegenstelling tot de op dat moment nog ongetrouwde dochters Anna en Christina, en de zonen Laureijns, Jacob en Dirck. Anna was in 1645 geboren in ’s-Hertogenbosch en werd ten doop gehouden in de Geertruikerk. Het was de eerste protestantse doopplechtigheid die daar plaatsvond, nadat de kerk was toegewezen aan de Nederduits-gereformeerde gemeente ter vervanging van Sint-Pieterskerk, toen die vanwege de aanleg van het fort Willem-Maria was gesloopt. De zonen Laureijns, Jacob en Dirck waren respectievelijk advocaat in Utrecht – maar deze zou in 1694 alsnog poorter van Den Bosch worden –, vaandrig in de compagnie van kapitein Van der Dussen, en raad van ’s-Hertogenbosch. De laatstgenoemde Dirck trad in het huwelijk met Anna Josina Blom, zie zerk 94. Uit dat huwelijk werd onder meer de befaamde natuurkundige, wiskundige en filosoof Willem Jacob van ’s Gravesande geboren (’s-Hertogenbosch, 1688 – Leiden, 1742). Johanna van Heurn overleed op 29 september 1668. Haar echtgenoot Laurens van ’s Gravesande volgde haar op 24 oktober 1686.

tr. Leiden op 17 apr 1635
met

Johanna Heurnius, dr. van prof dr Otto Heurnius (Professor in de anatomie te Leiden) en Johanna (Jannetje Laurensdr) van Swaenswyck, geb. Leiden circa 1612.

Bronnen:
1.Algemeen Nederlandsch Familieblad (ANF 001), van 1883 tot 1905


Hendrick Hugensz. Storm
Hendrick Hugensz. Storm1,, vanaf 1883 Jrg. 1917, kolom 185,2,3, geb. circa 1460, ovl. Delft na 12 dec 1544,
, priester, beleend met de helft van 15 morgen te Vrijenban 29 juni 1525 na overdracht van zijn broer Heynrick Hugesz, hulde door zijn vader Huich Cornelisz.
woonde,in de ROOS” te Delft, maakt 12 Dec. 1544 een beschikking ten gunste van een der Delftsche parochiekerken.

  • Vader:
    Huijch Cornelisz Storm van 's-Gravenzande2,1,2,4, geb. circa 1470 pachter van de waag te 's-Gravenzande, overl. 's-Gravenzande tussen 31 mei 1538 en 24 sept. 1540, 1494 schepen, in 1502-1514 burgemeester van 's-Gravenzande, ovl. tussen 31 mei 1538 en 24 sep 1540 ,
    , De stamreeks begint met Huyg Cornelisz die in 1494 schepen en in 1502 burgemeester van 's-Gravenzande was. Zijn zoon, die voor 15 januari 1544 overleed, noemde zich Hendrick Hugensz Storm en vestigde zich te Delft. Een zoon van de laatste, Dirk Hendricksz (†1579) wordt soms aangeduid met de toenaam van 's Gravesande en werd veertigraad en schepen van Delft. Nageslacht van die laatste noemden zich steeds van 's Gravesande, en vanaf de 18e eeuw voerden nazaten de naam Storm van 's Gravesande. Bij Koninklijk Besluit van 7 juni 1831 werd het eerste lid van de familie verheven in de Nederlandse adel; verheffingen vonden plaats tot en met 28 november 1843 maar enkele vervielen wegens niet lichten, tr. met Katrijn Heynric Stormzndr4. Uit dit huwelijk een zoon.
 

tr.
met

Neeltje Adriaensdr. van der Hoogh1,2,5, geb. circa 1495, ovl. Delft in 1553.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dirk*1520 Delft †1579 Delft 59



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw (NL), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.Nederland’s Adelsboek (NA), Centraal Bureau voor Genealogie, ‘s-Gravenhage, vanaf 1903
3.Genealogie Storm, waaruit stammende een geslacht Storm van 's Gravensande (B 242), Hans K. Nagtegaal (blz. 7)
4.Genealogie Storm, waaruit stammende een geslacht Storm van 's Gravensande (B 242), Hans K. Nagtegaal (blz. 6)
5.De Wapenheraut (WH), van 1897 tot 1920


Neeltje Adriaensdr. van der Hoogh
Neeltje Adriaensdr. van der Hoogh1,2,3, geb. circa 1495, ovl. Delft in 1553.

tr.
met

Hendrick Hugensz. Storm1,, vanaf 1883 Jrg. 1917, kolom 185,2,4, zn. van Huijch Cornelisz Storm van 's-Gravenzande (1494 schepen, in 1502-1514 burgemeester van 's-Gravenzande), geb. circa 1460, ovl. Delft na 12 dec 1544,
, priester, beleend met de helft van 15 morgen te Vrijenban 29 juni 1525 na overdracht van zijn broer Heynrick Hugesz, hulde door zijn vader Huich Cornelisz.
woonde,in de ROOS” te Delft, maakt 12 Dec. 1544 een beschikking ten gunste van een der Delftsche parochiekerken.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dirk*1520 Delft †1579 Delft 59



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw (NL), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.Nederland’s Adelsboek (NA), Centraal Bureau voor Genealogie, ‘s-Gravenhage, vanaf 1903
3.De Wapenheraut (WH), van 1897 tot 1920
4.Genealogie Storm, waaruit stammende een geslacht Storm van 's Gravensande (B 242), Hans K. Nagtegaal (blz. 7)


Katrijn Heynric Stormzndr
Katrijn Heynric Stormzndr1, geb. circa 1458, ovl. voor 4 aug 1520,
, beleend met de helft van 15 morgen te Vrijenban 26 januari 1495.

tr. voor 26 jan 1495
met

Huijch Cornelisz Storm van 's-Gravenzande2,3,2,1, geb. circa 1470 pachter van de waag te 's-Gravenzande, overl. 's-Gravenzande tussen 31 mei 1538 en 24 sept. 1540, 1494 schepen, in 1502-1514 burgemeester van 's-Gravenzande, ovl. tussen 31 mei 1538 en 24 sep 1540 ,
, De stamreeks begint met Huyg Cornelisz die in 1494 schepen en in 1502 burgemeester van 's-Gravenzande was. Zijn zoon, die voor 15 januari 1544 overleed, noemde zich Hendrick Hugensz Storm en vestigde zich te Delft. Een zoon van de laatste, Dirk Hendricksz (†1579) wordt soms aangeduid met de toenaam van 's Gravesande en werd veertigraad en schepen van Delft. Nageslacht van die laatste noemden zich steeds van 's Gravesande, en vanaf de 18e eeuw voerden nazaten de naam Storm van 's Gravesande. Bij Koninklijk Besluit van 7 juni 1831 werd het eerste lid van de familie verheven in de Nederlandse adel; verheffingen vonden plaats tot en met 28 november 1843 maar enkele vervielen wegens niet lichten, 2 kinderen.

 

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrick*1490     



Bronnen:
1.Genealogie Storm, waaruit stammende een geslacht Storm van 's Gravensande (B 242), Hans K. Nagtegaal (blz. 6)
2.Nederland’s Adelsboek (NA), Centraal Bureau voor Genealogie, ‘s-Gravenhage, vanaf 1903
3.De Nederlandsche Leeuw (NL), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883


Hendrick Hugensz. Storm
Hendrick Hugensz. Storm1,2, geb. circa 1490, priester.

  • Vader:
    Huijch Cornelisz Storm van 's-Gravenzande3,1,3,2, geb. circa 1470 pachter van de waag te 's-Gravenzande, overl. 's-Gravenzande tussen 31 mei 1538 en 24 sept. 1540, 1494 schepen, in 1502-1514 burgemeester van 's-Gravenzande, ovl. tussen 31 mei 1538 en 24 sep 1540 ,
    , De stamreeks begint met Huyg Cornelisz die in 1494 schepen en in 1502 burgemeester van 's-Gravenzande was. Zijn zoon, die voor 15 januari 1544 overleed, noemde zich Hendrick Hugensz Storm en vestigde zich te Delft. Een zoon van de laatste, Dirk Hendricksz (†1579) wordt soms aangeduid met de toenaam van 's Gravesande en werd veertigraad en schepen van Delft. Nageslacht van die laatste noemden zich steeds van 's Gravesande, en vanaf de 18e eeuw voerden nazaten de naam Storm van 's Gravesande. Bij Koninklijk Besluit van 7 juni 1831 werd het eerste lid van de familie verheven in de Nederlandse adel; verheffingen vonden plaats tot en met 28 november 1843 maar enkele vervielen wegens niet lichten, 2 kinderen., tr. voor 26 jan 1495.
 



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw (NL), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.Genealogie Storm, waaruit stammende een geslacht Storm van 's Gravensande (B 242), Hans K. Nagtegaal (blz. 6)
3.Nederland’s Adelsboek (NA), Centraal Bureau voor Genealogie, ‘s-Gravenhage, vanaf 1903


Maritgen Dircksdr
Maritgen Dircksdr1, geb. circa 1553.

tr.
met

Adrieaen Jorisz (Aryen) Jongste (Jonckste)1, zn. van Jorijs Corneliszn Jongste en Katrijn Jorijsdr, geb. Schiedam circa 1555, ovl. voor 18 feb 1611,
, Nr. 101 d.d. 09-02-1580.
Jan Doessen schout van Kethel, Pieter Cornelisz. Verhoel en Gherijt Jansz. van der Moelen schepenen in Kethel, oorkonden dat gecompareerd zijn de gemene buren en inwoners van Kethel welke daar althans woonachtig zijn, te weten; Adriaen Jorijsz. genaamd Jonckste oud omtrent 25 jaar, Marritgen Dirricxdochter zijn huisvrouw oud omtrent 27 jaar, Dammes Jansz. timmerman oud omtrent 29 jaar, Krientgen Jorijsdochter zijn huisvrouw oud omtrent 27 jaar, Jorijs Florijsz. oud omtrent 39 jaar, Krientgen Anthoenisdochter zijn huisvrouw oud omtrent 34 jaar, Jop Gherijtsz. waard in het dorp oud omtrent 35 jaar, Ariaentgen Woutersdochter zijn huisvrouw oud omtrent 32 jaar, Meijnsgen Pietersdochter huisvrouw van Huijch Cornelisz. oud omtrent 23 jaar, Cornelis Adriaensz. wonende tot Dammes Jansz. timmerman oud omtrent 27 jaar, Cornelis Jansz. bode van Kethel en mede waard in het dorp Kethel oud omtrent 43 jaar, Marritgen Jansdochter zijn huisvrouw oud omtrent 36 jaar,
Jannitgen Lenertsdochter het jongwijf van de voorsz. Cornelis Jansz. oud omtrent 21 jaar, AnthoenisClaarijsz. timmerknecht oud omtrent 21 jaar, Cornelis Pietersz. mede timmerknecht oud omtrent 19 jaar, beiden thans wonende tot Maertijn Bartolmeesz. timmerman, hebben allen getuigd en gedeposeerd ten verzoeke van Cornelis Claesz. zijnde een zoon van Claes Cornelisz. rietdekker, burger en inwoner van Schiedam, mitsgaders ten verzoeke van Neeltgen Willemsdr. huisvrouw van dezelve Claes Cornelisz. en ook ten verzoeke van Cornelis Bastiaensz. zijn buurman, mede burger van Schiedam.
Ten 1° getuigt Adriaen Jorijsz. Jonckste en Marritgen Dircxdochter zijn huisvrouw, dat zij deposanten op woensdag 3-2-1580 stilo corie geweest zijn tot hun deposantens woning en woonplaats in het dorp Kethel, alwaar zij gezien hebben ene Claes Cornelisz. rietdekker voorsz, welke daar bracht vorstpannen op de woning en hofstede van ene Elant Ariaensz. oud burgemeester van Schiedam, staande in het dorp Kethel, om ze aldaar op dezelfde woning te verwerken, alzo Claes Cornelisz. in het jaar '79 de gehele woning en hofstede gedekt had.
En alzo de voorsz. Claes Cornelisz. nagegeven en nagezegd was door "clap" van ene Ariaen Lenertsz. van Zoetermeer, hun deposantens dienstknecht, die deze Claes Cornelisz. belast heeft en nagezegd dat hij op de voorsz. woensdag 3 Februari, door raad of ingeving van de boze vijand van de hellen, dat Claes Cornelisz. zich ontgaan zou hebben en dat hij te doen gehad zou mogen hebben met haar deposantens koe, staande tot hun woonplaats, alwelk tendeert tot grote schande en blamage van dezelve Claes Cornelisz. en niet betamelijk is voor God en voor alle Christenmensen te verhalen of vertellen en gerekend wordt voor de mensen van deze wereld voor boggerije (=hekserij).
De deposanten verklaren dat zij hiervan niets weten of gezien hebben, hoewel zij wel thuis waren en dat dezelve Claes Cornelisz. zolang als zij hem kennen, gehouden hebben voor een schoon eerlijk man die altijd zijn brood met arbeiden voor zijn huisvrouwen kinderen gewonnen heeft.
Dammes Jansz. timmerman en Krientgen Jorisdr. zijn huisvrouw getuigen dat zij woonachtig zijn in het dorp Kethel naast de voorn. Ariaen Jorijsz. en dat zij deposanten op de voorn. woensdag ook thuis geweest waren. Zij hebben dezelfde Claes Cornelisz. bezig gezien met de vorstpannen op de woning van Elandt Ariaens aan te brengen en niets oneerlijk van Claes Cornelisz. gezien nog bemerkt van wat Adriaen Lenertsz. knecht van Ariaen Jorijsz. Jonckste, heeft beweerd. Zij kennen Claes Cornelisz. voor een schoon eerlijk man.
Cornelis Ariaensz. woonachtig ten huize van Dammes Jansz. timmerman in het dorp Kethel heeft op dezelve woensdagmiddag zitten eten met zijn huisvrouw toen Adriaen Lenertsz. wilde hebben dat hij deposant naar hem zou gaan tot Ariaen Jorijsz. Jonckste zijn meester, maar hij deposant wist niet wat te doen. Hij is opgestaan en naar Ariaen Jorijsz. Jonckste gegaan en zag daar dat Adriaen Lenertsz. van Zoetermeer kwestie had met Claes Cornelisz. en Adriaen Lenertsz. smeet en sloeg Claes Cornelisz, niet wetende waarom de kwestie ging. De deposant zegt niets gezien te hebben van wat Adriaen Lenertsz. beweerd, maar houdt Claes Cornelisz. voor een eerlijk man.
Jorijs Florijsz. en Krientgen Anthonisdr. zijn huisvrouw wonende in het dorp Kethel getuigen dat op woensdag voorn. beiden thuis geweest zijn en hebben Claes Cornelisz. met de orstpannen op de woning van Eelant Ariaensz. bezig gezien, om ze aldaar te verwerken. Zij hebben van Claes Cornelisz. niets ombehoorlijks gezien en kennen hem als een eerlijk man die met arbeid voor zijn huisvrouwen kinderen de kost verdiend. Ook hun kinderen hebben niets gemerkt. Zij hebben wel gezien dat Arien Lenertsz. van Zoetermeer met Claes Cornelisz. kwestie had, niet wetende waarom.
Cornelis Jansz. bode en waard en Marritgen Jansdr. zijn huisvrouw waardin in het dorp Kethel, getuigen dat zij beiden thuis geweest waren en hebben Claes Cornelisz. met de vorstpannen bezig gezien op de woning van Eelandt Ariaensz. Zij hebben van de beschuldiging van Arien Lenertsz. niets
gezien.
Meijnsgen Pietersdr. huisvrouw van Huijch Cornelisz. wonende op de woning en hofstede van Eelandt Ariaensz. getuigt dat Claes Cornelisz. op woensdag voorn. vorstpannen boven op het huis heeft verwerkt. Zij heeft niets bemerkt van de beschuldigingen van Arien Lenertsz.
Jannetgen Lenertsdr. het jongwijf van Cornelis Jansz. waard persisteert bij haar meester en getuigt dat zij mede van Zoetermeer is, en dat zij dikwijls heeft horen zeggen dat Adriaen Lenertsz. een weduwe te Bleiswijk gehuwd heeft en daar vanaf is. Meer weet zij niet te getuigen.
Anthoenis Claurijsz. en Cornelis Pietersz. beiden timmerknechten van Maertijn Bartelmeesz. timmerman, wonende in het dorp Kethel, getuigen dat zij op woensdag 3 Februari in het dorp geweest zijn tot hun meesters woonplaats en dat zij Claes Cornelisz. gezien hebben in het dorp Kethel bezig met pannen te brengen op de woning van Elant Ariaensz. te Schiedam. Verder hebben zij niets gezien.
Jop Gherijtsz. en Ariaentgen Woutersdr. zijn huisvrouw getuigen dat zij woonachtig zijn in het dorp Kethel en dat zij op woensdag 3 Februari in Schiedam geweest zijn en niets van het feit gehoord en gezien hebben, maar kennen Claes Cornelisz. al zeer lang en hebben hem altijd voor een goed en eerlijk man gehouden.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dirck*1597 Schiedam †1666  69



Bronnen:
1.Rechterlijk Archief Kethel en Spaland (ORA 044), Inventarisnr.: 91, Kethel, van 1602 tot 1612 (18 feb 1611 akte 147)


Jorijs Corneliszn Jongste
Jorijs Corneliszn Jongste1, ovl. Kethel vanaf 23 nov 1575,
, Nr. 101 d.d. 09-02-1580.
Jan Doessen schout van Kethel, Pieter Cornelisz. Verhoel en Gherijt Jansz. van der Moelen schepenen in Kethel, oorkonden dat gecompareerd zijn de gemene buren en inwoners van Kethel welke daar althans woonachtig zijn, te weten; Adriaen Jorijsz. genaamd Jonckste oud omtrent 25 jaar, Marritgen Dirricxdochter zijn huisvrouw oud omtrent 27 jaar, Dammes Jansz. timmerman oud omtrent 29 jaar, Krientgen Jorijsdochter zijn huisvrouw oud omtrent 27 jaar, Jorijs Florijsz. oud omtrent 39 jaar, Krientgen Anthoenisdochter zijn huisvrouw oud omtrent 34 jaar, Jop Gherijtsz. waard in het dorp oud omtrent 35 jaar, Ariaentgen Woutersdochter zijn huisvrouw oud omtrent 32 jaar, Meijnsgen Pietersdochter huisvrouw van Huijch Cornelisz. oud omtrent 23 jaar, Cornelis Adriaensz. wonende tot Dammes Jansz. timmerman oud omtrent 27 jaar, Cornelis Jansz. bode van Kethel en mede waard in het dorp Kethel oud omtrent 43 jaar, Marritgen Jansdochter zijn huisvrouw oud omtrent 36 jaar,
Jannitgen Lenertsdochter het jongwijf van de voorsz. Cornelis Jansz. oud omtrent 21 jaar, AnthoenisClaarijsz. timmerknecht oud omtrent 21 jaar, Cornelis Pietersz. mede timmerknecht oud omtrent 19 jaar, beiden thans wonende tot Maertijn Bartolmeesz. timmerman, hebben allen getuigd en gedeposeerd ten verzoeke van Cornelis Claesz. zijnde een zoon van Claes Cornelisz. rietdekker, burger en inwoner van Schiedam, mitsgaders ten verzoeke van Neeltgen Willemsdr. huisvrouw van dezelve Claes Cornelisz. en ook ten verzoeke van Cornelis Bastiaensz. zijn buurman, mede burger van Schiedam.
Ten 1° getuigt Adriaen Jorijsz. Jonckste en Marritgen Dircxdochter zijn huisvrouw, dat zij deposanten op woensdag 3-2-1580 stilo corie geweest zijn tot hun deposantens woning en woonplaats in het dorp Kethel, alwaar zij gezien hebben ene Claes Cornelisz. rietdekker voorsz, welke daar bracht vorstpannen op de woning en hofstede van ene Elant Ariaensz. oud burgemeester van Schiedam, staande in het dorp Kethel, om ze aldaar op dezelfde woning te verwerken, alzo Claes Cornelisz. in het jaar '79 de gehele woning en hofstede gedekt had.
En alzo de voorsz. Claes Cornelisz. nagegeven en nagezegd was door "clap" van ene Ariaen Lenertsz. van Zoetermeer, hun deposantens dienstknecht, die deze Claes Cornelisz. belast heeft en nagezegd dat hij op de voorsz. woensdag 3 Februari, door raad of ingeving van de boze vijand van de hellen, dat Claes Cornelisz. zich ontgaan zou hebben en dat hij te doen gehad zou mogen hebben met haar deposantens koe, staande tot hun woonplaats, alwelk tendeert tot grote schande en blamage van dezelve Claes Cornelisz. en niet betamelijk is voor God en voor alle Christenmensen te verhalen of vertellen en gerekend wordt voor de mensen van deze wereld voor boggerije (=hekserij).
De deposanten verklaren dat zij hiervan niets weten of gezien hebben, hoewel zij wel thuis waren en dat dezelve Claes Cornelisz. zolang als zij hem kennen, gehouden hebben voor een schoon eerlijk man die altijd zijn brood met arbeiden voor zijn huisvrouwen kinderen gewonnen heeft.
Dammes Jansz. timmerman en Krientgen Jorisdr. zijn huisvrouw getuigen dat zij woonachtig zijn in het dorp Kethel naast de voorn. Ariaen Jorijsz. en dat zij deposanten op de voorn. woensdag ook thuis geweest waren. Zij hebben dezelfde Claes Cornelisz. bezig gezien met de vorstpannen op de woning van Elandt Ariaens aan te brengen en niets oneerlijk van Claes Cornelisz. gezien nog bemerkt van wat Adriaen Lenertsz. knecht van Ariaen Jorijsz. Jonckste, heeft beweerd. Zij kennen Claes Cornelisz. voor een schoon eerlijk man.
Cornelis Ariaensz. woonachtig ten huize van Dammes Jansz. timmerman in het dorp Kethel heeft op dezelve woensdagmiddag zitten eten met zijn huisvrouw toen Adriaen Lenertsz. wilde hebben dat hij deposant naar hem zou gaan tot Ariaen Jorijsz. Jonckste zijn meester, maar hij deposant wist niet wat te doen. Hij is opgestaan en naar Ariaen Jorijsz. Jonckste gegaan en zag daar dat Adriaen Lenertsz. van Zoetermeer kwestie had met Claes Cornelisz. en Adriaen Lenertsz. smeet en sloeg Claes Cornelisz, niet wetende waarom de kwestie ging. De deposant zegt niets gezien te hebben van wat Adriaen Lenertsz. beweerd, maar houdt Claes Cornelisz. voor een eerlijk man.
Jorijs Florijsz. en Krientgen Anthonisdr. zijn huisvrouw wonende in het dorp Kethel getuigen dat op
woensdag voorn. beiden thuis geweest zijn en hebben Claes Cornelisz. met de vorstpannen op de
woning van Eelant Ariaensz. bezig gezien, om ze aldaar te verwerken. Zij hebben van Claes
Cornelisz. niets ombehoorlijks gezien en kennen hem als een eerlijk man die met arbeid voor zijn
huisvrouwen kinderen de kost verdiend. Ook hun kinderen hebben niets gemerkt. Zij hebben wel
gezien dat Arien Lenertsz. van Zoetermeer met Claes Cornelisz. kwestie had, niet wetende waarom.
Cornelis Jansz. bode en waard en Marritgen Jansdr. zijn huisvrouw waardin in het dorp Kethel,
getuigen dat zij beiden thuis geweest waren en hebben Claes Cornelisz. met de vorstpannen bezig
gezien op de woning van Eelandt Ariaensz. Zij hebben van de beschuldiging van Arien Lenertsz. niets
gezien.
Meijnsgen Pietersdr. huisvrouw van Huijch Cornelisz. wonende op de woning en hofstede van Eelandt
Ariaensz. getuigt dat Claes Cornelisz. op woensdag voorn. vorstpannen boven op het huis heeft
verwerkt. Zij heeft niets bemerkt van de beschuldigingen van Arien Lenertsz.
Jannetgen Lenertsdr. het jongwijf van Cornelis Jansz. waard pesisteert bij haar meester en getuigt dat
zij mede van Zoetermeer is, en dat zij dikwijls heeft horen zeggen dat Adriaen Lenertsz. een weduwe
te Bleiswijk gehuwd heeft en daar vanaf is. Meer weet zij niet te getuigen.
Anthoenis Claurijsz. en Cornelis Pietersz. beiden timmerknechten van Maertijn Bartelmeesz.
timmerman, wonende in het dorp Kethel, getuigen dat zij op woensdag 3 Februari in het dorp geweest
zijn tot hun meesters woonplaats en dat zij Claes Cornelisz. gezien hebben in het dorp Kethel bezig
met pannen te brengen op de woning van Elant Ariaensz. te Schiedam. Verder hebben zij niets
gezien.
Jop Gherijtsz. en Ariaentgen Woutersdr. zijn huisvrouw getuigen dat zij woonachtig zijn in het dorp
Kethel en dat zij op woensdag 3 Februari in Schiedam geweest zijn en niets van het feit gehoord en
gezien hebben, maar kennen Claes Cornelisz. al zeer lang en hebben hem altijd voor een goed en
eerlijk man gehouden.

tr.
met

Katrijn Jorijsdr1, ovl. Kethel na 7 dec 1575.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adrieaen*1555 Schiedam †1611  56
Katrijn*1552 Kethel    



Bronnen:
1.Rechterlijk Archief Kethel en Spaland, bijlagen bij de Dingboeken (ORA 043), GA Schiedam, Inventarisnr.: 87, Kethel, van 1575 tot 2 feb 1619  (9 feb 1580)


Katrijn Jorijsdr
Katrijn Jorijsdr1, ovl. Kethel na 7 dec 1575.

tr.
met

Jorijs Corneliszn Jongste1, zn. van Cornelis Jongste, ovl. Kethel vanaf 23 nov 1575,
, Nr. 101 d.d. 09-02-1580.
Jan Doessen schout van Kethel, Pieter Cornelisz. Verhoel en Gherijt Jansz. van der Moelen schepenen in Kethel, oorkonden dat gecompareerd zijn de gemene buren en inwoners van Kethel welke daar althans woonachtig zijn, te weten; Adriaen Jorijsz. genaamd Jonckste oud omtrent 25 jaar, Marritgen Dirricxdochter zijn huisvrouw oud omtrent 27 jaar, Dammes Jansz. timmerman oud omtrent 29 jaar, Krientgen Jorijsdochter zijn huisvrouw oud omtrent 27 jaar, Jorijs Florijsz. oud omtrent 39 jaar, Krientgen Anthoenisdochter zijn huisvrouw oud omtrent 34 jaar, Jop Gherijtsz. waard in het dorp oud omtrent 35 jaar, Ariaentgen Woutersdochter zijn huisvrouw oud omtrent 32 jaar, Meijnsgen Pietersdochter huisvrouw van Huijch Cornelisz. oud omtrent 23 jaar, Cornelis Adriaensz. wonende tot Dammes Jansz. timmerman oud omtrent 27 jaar, Cornelis Jansz. bode van Kethel en mede waard in het dorp Kethel oud omtrent 43 jaar, Marritgen Jansdochter zijn huisvrouw oud omtrent 36 jaar,
Jannitgen Lenertsdochter het jongwijf van de voorsz. Cornelis Jansz. oud omtrent 21 jaar, AnthoenisClaarijsz. timmerknecht oud omtrent 21 jaar, Cornelis Pietersz. mede timmerknecht oud omtrent 19 jaar, beiden thans wonende tot Maertijn Bartolmeesz. timmerman, hebben allen getuigd en gedeposeerd ten verzoeke van Cornelis Claesz. zijnde een zoon van Claes Cornelisz. rietdekker, burger en inwoner van Schiedam, mitsgaders ten verzoeke van Neeltgen Willemsdr. huisvrouw van dezelve Claes Cornelisz. en ook ten verzoeke van Cornelis Bastiaensz. zijn buurman, mede burger van Schiedam.
Ten 1° getuigt Adriaen Jorijsz. Jonckste en Marritgen Dircxdochter zijn huisvrouw, dat zij deposanten op woensdag 3-2-1580 stilo corie geweest zijn tot hun deposantens woning en woonplaats in het dorp Kethel, alwaar zij gezien hebben ene Claes Cornelisz. rietdekker voorsz, welke daar bracht vorstpannen op de woning en hofstede van ene Elant Ariaensz. oud burgemeester van Schiedam, staande in het dorp Kethel, om ze aldaar op dezelfde woning te verwerken, alzo Claes Cornelisz. in het jaar '79 de gehele woning en hofstede gedekt had.
En alzo de voorsz. Claes Cornelisz. nagegeven en nagezegd was door "clap" van ene Ariaen Lenertsz. van Zoetermeer, hun deposantens dienstknecht, die deze Claes Cornelisz. belast heeft en nagezegd dat hij op de voorsz. woensdag 3 Februari, door raad of ingeving van de boze vijand van de hellen, dat Claes Cornelisz. zich ontgaan zou hebben en dat hij te doen gehad zou mogen hebben met haar deposantens koe, staande tot hun woonplaats, alwelk tendeert tot grote schande en blamage van dezelve Claes Cornelisz. en niet betamelijk is voor God en voor alle Christenmensen te verhalen of vertellen en gerekend wordt voor de mensen van deze wereld voor boggerije (=hekserij).
De deposanten verklaren dat zij hiervan niets weten of gezien hebben, hoewel zij wel thuis waren en dat dezelve Claes Cornelisz. zolang als zij hem kennen, gehouden hebben voor een schoon eerlijk man die altijd zijn brood met arbeiden voor zijn huisvrouwen kinderen gewonnen heeft.
Dammes Jansz. timmerman en Krientgen Jorisdr. zijn huisvrouw getuigen dat zij woonachtig zijn in het dorp Kethel naast de voorn. Ariaen Jorijsz. en dat zij deposanten op de voorn. woensdag ook thuis geweest waren. Zij hebben dezelfde Claes Cornelisz. bezig gezien met de vorstpannen op de woning van Elandt Ariaens aan te brengen en niets oneerlijk van Claes Cornelisz. gezien nog bemerkt van wat Adriaen Lenertsz. knecht van Ariaen Jorijsz. Jonckste, heeft beweerd. Zij kennen Claes Cornelisz. voor een schoon eerlijk man.
Cornelis Ariaensz. woonachtig ten huize van Dammes Jansz. timmerman in het dorp Kethel heeft op dezelve woensdagmiddag zitten eten met zijn huisvrouw toen Adriaen Lenertsz. wilde hebben dat hij deposant naar hem zou gaan tot Ariaen Jorijsz. Jonckste zijn meester, maar hij deposant wist niet wat te doen. Hij is opgestaan en naar Ariaen Jorijsz. Jonckste gegaan en zag daar dat Adriaen Lenertsz. van Zoetermeer kwestie had met Claes Cornelisz. en Adriaen Lenertsz. smeet en sloeg Claes Cornelisz, niet wetende waarom de kwestie ging. De deposant zegt niets gezien te hebben van wat Adriaen Lenertsz. beweerd, maar houdt Claes Cornelisz. voor een eerlijk man.
Jorijs Florijsz. en Krientgen Anthonisdr. zijn huisvrouw wonende in het dorp Kethel getuigen dat op
woensdag voorn. beiden thuis geweest zijn en hebben Claes Cornelisz. met de vorstpannen op de
woning van Eelant Ariaensz. bezig gezien, om ze aldaar te verwerken. Zij hebben van Claes
Cornelisz. niets ombehoorlijks gezien en kennen hem als een eerlijk man die met arbeid voor zijn
huisvrouwen kinderen de kost verdiend. Ook hun kinderen hebben niets gemerkt. Zij hebben wel
gezien dat Arien Lenertsz. van Zoetermeer met Claes Cornelisz. kwestie had, niet wetende waarom.
Cornelis Jansz. bode en waard en Marritgen Jansdr. zijn huisvrouw waardin in het dorp Kethel,
getuigen dat zij beiden thuis geweest waren en hebben Claes Cornelisz. met de vorstpannen bezig
gezien op de woning van Eelandt Ariaensz. Zij hebben van de beschuldiging van Arien Lenertsz. niets
gezien.
Meijnsgen Pietersdr. huisvrouw van Huijch Cornelisz. wonende op de woning en hofstede van Eelandt
Ariaensz. getuigt dat Claes Cornelisz. op woensdag voorn. vorstpannen boven op het huis heeft
verwerkt. Zij heeft niets bemerkt van de beschuldigingen van Arien Lenertsz.
Jannetgen Lenertsdr. het jongwijf van Cornelis Jansz. waard pesisteert bij haar meester en getuigt dat
zij mede van Zoetermeer is, en dat zij dikwijls heeft horen zeggen dat Adriaen Lenertsz. een weduwe
te Bleiswijk gehuwd heeft en daar vanaf is. Meer weet zij niet te getuigen.
Anthoenis Claurijsz. en Cornelis Pietersz. beiden timmerknechten van Maertijn Bartelmeesz.
timmerman, wonende in het dorp Kethel, getuigen dat zij op woensdag 3 Februari in het dorp geweest
zijn tot hun meesters woonplaats en dat zij Claes Cornelisz. gezien hebben in het dorp Kethel bezig
met pannen te brengen op de woning van Elant Ariaensz. te Schiedam. Verder hebben zij niets
gezien.
Jop Gherijtsz. en Ariaentgen Woutersdr. zijn huisvrouw getuigen dat zij woonachtig zijn in het dorp
Kethel en dat zij op woensdag 3 Februari in Schiedam geweest zijn en niets van het feit gehoord en
gezien hebben, maar kennen Claes Cornelisz. al zeer lang en hebben hem altijd voor een goed en
eerlijk man gehouden.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adrieaen*1555 Schiedam †1611  56
Katrijn*1552 Kethel    



Bronnen:
1.Rechterlijk Archief Kethel en Spaland, bijlagen bij de Dingboeken (ORA 043), GA Schiedam, Inventarisnr.: 87, Kethel, van 1575 tot 2 feb 1619  (9 feb 1580)


Katrijn (Krientgen) Jorijsdr Jongste
Katrijn (Krientgen) Jorijsdr Jongste1, geb. Kethel in 1552.

tr.
met

Dammis Janszn1,2, geb. circa 1551, schout van Spaland.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan     



Bronnen:
1.Rechterlijk Archief Kethel en Spaland, bijlagen bij de Dingboeken (ORA 043), GA Schiedam, Inventarisnr.: 87, Kethel, van 1575 tot 2 feb 1619  (9 feb 1580)
2.Rechterlijk Archief Kethel en Spaland (ORA 044), Inventarisnr.: 91, Kethel, van 1602 tot 1612 (18 feb 1611 akte 147)


Cornelis Jongste
Cornelis Jongste.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jorijs  †1575 Kethel  


Annetje Pietersdr Houwaert
Annetje Pietersdr Houwaert.

tr. circa 1657
met

Leendert Diepenburgh, geb. circa 1615.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maartje*1658 Vlaardingen    
Leendert*1660 de Lier †1730 Maasland 70
Bastiaan*1658  †1730 Maasland 72



Bronnen:
1.Notariele akte Delfshaven (Notar 396), GA Rotterdam, DLFS Delfshaven, Inventarisnr.: 3839, legaatafwikkeling, Christiaan van Vliet, Delfshaven, 1649 (12 apr 1646 akte 29)
2.Begraafboek 't Woud (B 243), N.A., DTB 't Woud, 't Woud, van 1667 tot 1725 (13 mei 1679)


Anneke Pietersdr van der Oest
Anneke Pietersdr van der Oest, geb. circa 1601, ovl. 't Woud op 18 dec 1667 niet gevonden.

tr. op 22 mei 1622 is niet te verifiëren
met

Pieter Dircksz Houwaert1,2,, 13 mei 1679 FamilySearch scan 16, zn. van Dirck Cornelissen Hauwaert en Dieuwer Jansdr, ged. Delft op 21 nov 1593 is niet te verifiëren, begr. 't Woud bijgezet in het graf beneden op 13 mei 1679.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Annetje     



Bronnen:
1.Notariele akte Delfshaven (Notar 396), GA Rotterdam, DLFS Delfshaven, Inventarisnr.: 3839, legaatafwikkeling, Christiaan van Vliet, Delfshaven, 1649 (12 apr 1646 akte 29)
2.Begraafboek 't Woud (B 243), N.A., DTB 't Woud, 't Woud, van 1667 tot 1725 (13 mei 1679)