Genealogische website van Cees Hagenbeek
Johanna van Ewijk
Johanna van Ewijk.

tr.
met

Evert van Leeuwen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Magdalena*1712 Zoelen    


Jan Wessele van Rijn
Jan Wessele van Rijn.

tr. Ochten op 22 sep 1722
met

Cuijnera van den Berg, dr. van Remmer Rijcken van den Berg en Maria Jacobsen Schartsen, ged. Ochten op 17 apr 1693, ovl. voor 1729


Alewijn Hendricksen van Dodoweert
Alewijn Hendricksen van Dodoweert, ged. Hien en Dodewaard op 15 jan 1688.

tr. Hien en Dodewaard op 3 dec 1717
met

Anneken Jansen.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Metjen~1720 Hien en Dodewaard    
Hendrick~1719 Hien en Dodewaard    
Johannes~1721 Hien en Dodewaard    



Bronnen:
1.DTB boek Hien en Dodewaard (T 223), Gelders Archief, DTB Hien en Dodewaard, Inventarisnr.: 482, NH, Hien en Dodewaard, 1675 (6 mrt 1675 blz. 203)
2.DTB boek Hien en Dodewaard (T 223), Gelders Archief, DTB Hien en Dodewaard, Inventarisnr.: 482, NH, Hien en Dodewaard, 1675 (6 mrt 1675 blz. 371)
3.Gelderland protocol van Hien en Dodewaard (A 136), Gelders Archief, Inventarisnr.: 256, Hien en Dodewaard, 1681 (23 jun 1681)
4.DTB boek Hien en Dodewaard (T 223), Gelders Archief, DTB Hien en Dodewaard, Inventarisnr.: 482, NH, Hien en Dodewaard, 1675 (3 dec 1717 blz. 278)


Matthijs Vorster
Matthijs Vorster, geb. Olpe [Duitsland] circa 1638, papiermaker in de Gosensmolen, Mathijs Vorster - pachter en papiermaker.(eigenaar opstal) Hall in 1678, ovl. Rozendaal in 1692,
, Holland: Angaben meines Onkels Jan Willem Versteeg (www.geneaweb.org/hofmannholland)]] Matthijs komt uit een Duitse papiermakersfamilie. Rond 1660 komt hij met een neef Willem Rittinghausen naar Eerbeek. In 1665 werkt hij als papiermakersknecht. In 1667 wordt hij genoemd op de molen Het Klooster met Jan Peters Lubberhuysen - papiermolen gelegd. Willem Rittinkhuysen (Rittinghausen) - papiermaker en Matthias Vorster - papiermaker en Johannes Lubberhuysen, papiermaker. In 1678 is hij pachter en papiermaker.(eigenaar opstal van de Gosensmolen). Uit dit huwelijk worden 8 kinderen geboren.

tr. (1) Rozendaal in dec 1676
met

Willemke Jans Seins (Sijns, Zijns), geb. Hall voor 1658,
, Na het overlijden van Matthijs houdt Willemke de molen.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ermina*1680 Velp    
Willem~1677 Velp    
Jan Roosendaal en Nispen    

tr. (2) Broich a.d. Ruhr voor 1660
met

Ermgard Rittinghausen, dr. van Georgius Heinrich ? Rittinghausen, geb. Broich a.d. Ruhr circa 1638, ovl. Rozendaal in 1672.

Uit dit huwelijk 8 kinderen.


Willemke Jans Seins
Willemke Jans Seins (Sijns, Zijns), geb. Hall voor 1658,
, Na het overlijden van Matthijs houdt Willemke de molen.

tr. Rozendaal in dec 1676
met

Matthijs Vorster, zn. van Adolf Vorster (papiermaker) en Maria , geb. Olpe [Duitsland] circa 1638, papiermaker in de Gosensmolen, Mathijs Vorster - pachter en papiermaker.(eigenaar opstal) Hall in 1678, ovl. Rozendaal in 1692,
, Holland: Angaben meines Onkels Jan Willem Versteeg (www.geneaweb.org/hofmannholland)]] Matthijs komt uit een Duitse papiermakersfamilie. Rond 1660 komt hij met een neef Willem Rittinghausen naar Eerbeek. In 1665 werkt hij als papiermakersknecht. In 1667 wordt hij genoemd op de molen Het Klooster met Jan Peters Lubberhuysen - papiermolen gelegd. Willem Rittinkhuysen (Rittinghausen) - papiermaker en Matthias Vorster - papiermaker en Johannes Lubberhuysen, papiermaker. In 1678 is hij pachter en papiermaker.(eigenaar opstal van de Gosensmolen). Uit dit huwelijk worden 8 kinderen geboren, tr. (2) met Ermgard Rittinghausen. Uit dit huwelijk 8 kinderen.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ermina*1680 Velp    
Willem~1677 Velp    
Jan Roosendaal en Nispen    


Ermgard Rittinghausen
Ermgard Rittinghausen, geb. Broich a.d. Ruhr circa 1638, ovl. Rozendaal in 1672.

tr. Broich a.d. Ruhr voor 1660
met

Matthijs Vorster, zn. van Adolf Vorster (papiermaker) en Maria , geb. Olpe [Duitsland] circa 1638, papiermaker in de Gosensmolen, Mathijs Vorster - pachter en papiermaker.(eigenaar opstal) Hall in 1678, ovl. Rozendaal in 1692,
, Holland: Angaben meines Onkels Jan Willem Versteeg (www.geneaweb.org/hofmannholland)]] Matthijs komt uit een Duitse papiermakersfamilie. Rond 1660 komt hij met een neef Willem Rittinghausen naar Eerbeek. In 1665 werkt hij als papiermakersknecht. In 1667 wordt hij genoemd op de molen Het Klooster met Jan Peters Lubberhuysen - papiermolen gelegd. Willem Rittinkhuysen (Rittinghausen) - papiermaker en Matthias Vorster - papiermaker en Johannes Lubberhuysen, papiermaker. In 1678 is hij pachter en papiermaker.(eigenaar opstal van de Gosensmolen). Uit dit huwelijk worden 8 kinderen geboren, tr. (1) met Willemke Jans Seins. Uit dit huwelijk 3 kinderen.

Uit dit huwelijk 8 kinderen.


Johann zum Forst
Johann zum Forst, geb. Olpe [Duitsland] voor 1590.

tr.
met

Maria , geb. voor 1592.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adolf Olpe [Duitsland] †1675 Broich a.d. Ruhr  


Maria
Maria , geb. voor 1592.

tr.
met

Johann zum Forst, zn. van Hans zum Forst (papiermaker), geb. Olpe [Duitsland] voor 1590.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adolf Olpe [Duitsland] †1675 Broich a.d. Ruhr  


Adolf Vorster
Adolf Vorster, geb. Olpe [Duitsland], papiermaker, ovl. Broich a.d. Ruhr op 3 jan 1675.


Hans zum Forst
Hans zum Forst, geb. voor 1556, papiermaker, ovl. Olpe [Duitsland],
, Er muss um das Jahr 1584 in Olpe geboren worden sein. Er war 1623 bis 1624 Schöffe in Olpe. Als Schöffe ist er als Johann zum Forste bezeichnet, während er, als er im Jahre 1633 zum Hofschöffen ernannt wurde, als Johann zum Vorste erwähnt wurde. Es ist weiter bekannt, dass er mit einer Maria verheiratet war. Da die Kirchenbücher nicht mehr vorhanden sind, so lässt sich von ihm leider nichts mehr sagen, wohl aber von seinen Söhnen, die uns bekannt geworden sind.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johann*1590 Olpe [Duitsland]    


Claus Heinrich George Rittinghausen
Claus Heinrich George Rittinghausen, geb. Broich a.d. Ruhr circa 1615, ovl. voor 1678.

tr.
met

Maria Hagerhoff, geb. Mülheim, Bernkastel-Wittlich [Duitsland] circa 1619, ovl. circa 1649.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wilhelm*1644  †1707 Philadelphia [Verenigde Staten] 63
Ermgard Mülheim, Bernkastel-Wittlich [Duitsland]    
Heinrich*1646 Mülheim, Bernkastel-Wittlich [Duitsland]    


Maria Hagerhoff
Maria Hagerhoff, geb. Mülheim, Bernkastel-Wittlich [Duitsland] circa 1619, ovl. circa 1649.

tr.
met

Claus Heinrich George Rittinghausen, zn. van Georgius Heinrich ? Rittinghausen, geb. Broich a.d. Ruhr circa 1615, ovl. voor 1678.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wilhelm*1644  †1707 Philadelphia [Verenigde Staten] 63
Ermgard Mülheim, Bernkastel-Wittlich [Duitsland]    
Heinrich*1646 Mülheim, Bernkastel-Wittlich [Duitsland]    


Wilhelm Rittinghausen
Wilhelm Rittinghausen, geb. circa 1644, ovl. Philadelphia [Verenigde Staten] op 18 feb 1707,
, Grondvester van de Rittenhouse Papermill in Philadelphia, Pennsylvania, USA. Wilhelm Rittinghausen, born in 1644, learned the papermaking trade in Mulheim, Germany, while working at his uncles Adolf and Mathias Vorster's mill. Wilhelm ande his uncle Mathias later went to Holland, where they were employed in a Gelderland mill near Arnhem. In 1688, Mr. Rittinghausen, by now a Dutch citizen, emigrated to British North America and changed his name to William Rittenhouse. In 1690, he established a paper mill on the Monoshone Creek near Germantown, which is now Philadelphia. Joining him in the venture were three partners, Robert Turner, Thomas Tresse, and a printer named William Bradford.
Mr. Rittenhouse's knowledge and skill played a major role in this courageous undertaking. His ability to organize financial backers as partners and a printer-partner as a contractual customer for the products led to an expedient and successful enterprise. Previous to this operation, all paper was imported from Europe and taxed accordingly. The new mill provided a local source of printing, writing, and wrapping paper, as well as pasteboard. Mr. Rittenhouse could well be called America's father of recycling, since all of the mill's fiber for hand papermaking was obtained from discarded rags and cotton.
In 1706, Mr. Rittenhouse bought out the other partners and became sole proprietor of Rittenhouse Paper Mill. He, and later his son, Claus, trained and developed a versatile work force to produce good products. This eventually led to starting up additional mills in Pennsylvania. Mr. Rittenhouse proved that papermaking in America could be a viable, economically sound business. Thus began the saga a vital and dynamic industry that fulfilled a significant role in America's growth.
Mr. Rittenhouse died in 1708 and left the paper mill to his son, Claus. The business prospered at the site, and was operated by six generations of family descendants. For twenty years, Rittenhouse Paper Mill was the only paper mill in the Colonies. In 1710, William Dewees, who was married to Claus Rittenhouse's sister, built a mill nearby in Chestnut Hill, having learned the trade at Rittenhouse Paper Mill. In 1729, the Willcox Ivey Mill was built in Chester County.
Forty years after the founding of Rittenhouse Paper Mill, the number of printers and paper mills grew exponentially. The Rittenhouse family monopoly in paper was over, but Mr. Rittenhouse's descendants continued making paper on the Monoshone Creek until the 19th Century Industrial Revolution, when the development of the Fourdrinier, with its endless web and cylinder papermaking, changed the industry forever. The story begins with William Rittenhouse, born Wilhelm Rittinghausen in
1644 in the village of Broich near the town of Mulheim on the Ruhr River, in
the northwest corner of Germany only a few miles from the border with Holland.
His father's name was Claus and his mother was Maria Hagerhoff. His father's
sister Ermgard had married the papermaker Mathias Vorster whose older brother
Adolf had leased a paper mill in Broich just before Wilhelm was born. Wilhelm
probably learned the trade from Adolf Vorster at an early age. About 1660
Mathias, as was customary with younger sons, struck off on his own; he and
Ermgard went to work in Eerbeck in the province of Gelderland, Holland, and
their teenage nephew Wilhelm went with them. In 1665 Wilhelm married Geertruid
Pieters of Eerbeck; their son Claus was born the next year. By 1672 both Uncle
and nephew had moved to the mill at Rozendaal near Arnhem. In 1678 Mathais
became the head of the large mill there and sent Wilhelm to Amsterdam to be
the mill's agent in that publishing center. When Wilhelm applied for
citizenship in amsterdam he filed papers stating his place of birth, mother's
name, and profession. These documents were found in the 19th century, but the
rest of the story was unearthed only a few years ago by a Dutch paper
historian Henk Voorn in the church and town records of several Dutch
papermaking villages. Voorn has ended a century of speculation about the
origins of the Rittenhouse family which at one point went so far as to imagine
them part of the royal house of Hapsburg. We do not know what caused Wilhelm
to emigrate to Philadelphia after a decade in Amsterdam. In Amsterdam his was
converted to the Mennonite faith, and he may have met William Penn there in
the 1670s of 1680s.(he was to become a leader of the Mennonites in
Pennsylvania.).

tr. Loenen (Gld) Loenen (Gld) in jun 1665
met

Geertruid Kesten Pieters, geb. Eerbeek bij Brummen circa 1648, ovl. Philadelphia [Verenigde Staten] in 1708


Geertruid Kesten Pieters
Geertruid Kesten Pieters, geb. Eerbeek bij Brummen circa 1648, ovl. Philadelphia [Verenigde Staten] in 1708.

tr. Loenen (Gld) Loenen (Gld) in jun 1665
met

Wilhelm Rittinghausen, zn. van Claus Heinrich George Rittinghausen en Maria Hagerhoff, geb. circa 1644, ovl. Philadelphia [Verenigde Staten] op 18 feb 1707,
, Grondvester van de Rittenhouse Papermill in Philadelphia, Pennsylvania, USA. Wilhelm Rittinghausen, born in 1644, learned the papermaking trade in Mulheim, Germany, while working at his uncles Adolf and Mathias Vorster's mill. Wilhelm ande his uncle Mathias later went to Holland, where they were employed in a Gelderland mill near Arnhem. In 1688, Mr. Rittinghausen, by now a Dutch citizen, emigrated to British North America and changed his name to William Rittenhouse. In 1690, he established a paper mill on the Monoshone Creek near Germantown, which is now Philadelphia. Joining him in the venture were three partners, Robert Turner, Thomas Tresse, and a printer named William Bradford.
Mr. Rittenhouse's knowledge and skill played a major role in this courageous undertaking. His ability to organize financial backers as partners and a printer-partner as a contractual customer for the products led to an expedient and successful enterprise. Previous to this operation, all paper was imported from Europe and taxed accordingly. The new mill provided a local source of printing, writing, and wrapping paper, as well as pasteboard. Mr. Rittenhouse could well be called America's father of recycling, since all of the mill's fiber for hand papermaking was obtained from discarded rags and cotton.
In 1706, Mr. Rittenhouse bought out the other partners and became sole proprietor of Rittenhouse Paper Mill. He, and later his son, Claus, trained and developed a versatile work force to produce good products. This eventually led to starting up additional mills in Pennsylvania. Mr. Rittenhouse proved that papermaking in America could be a viable, economically sound business. Thus began the saga a vital and dynamic industry that fulfilled a significant role in America's growth.
Mr. Rittenhouse died in 1708 and left the paper mill to his son, Claus. The business prospered at the site, and was operated by six generations of family descendants. For twenty years, Rittenhouse Paper Mill was the only paper mill in the Colonies. In 1710, William Dewees, who was married to Claus Rittenhouse's sister, built a mill nearby in Chestnut Hill, having learned the trade at Rittenhouse Paper Mill. In 1729, the Willcox Ivey Mill was built in Chester County.
Forty years after the founding of Rittenhouse Paper Mill, the number of printers and paper mills grew exponentially. The Rittenhouse family monopoly in paper was over, but Mr. Rittenhouse's descendants continued making paper on the Monoshone Creek until the 19th Century Industrial Revolution, when the development of the Fourdrinier, with its endless web and cylinder papermaking, changed the industry forever. The story begins with William Rittenhouse, born Wilhelm Rittinghausen in
1644 in the village of Broich near the town of Mulheim on the Ruhr River, in
the northwest corner of Germany only a few miles from the border with Holland.
His father's name was Claus and his mother was Maria Hagerhoff. His father's
sister Ermgard had married the papermaker Mathias Vorster whose older brother
Adolf had leased a paper mill in Broich just before Wilhelm was born. Wilhelm
probably learned the trade from Adolf Vorster at an early age. About 1660
Mathias, as was customary with younger sons, struck off on his own; he and
Ermgard went to work in Eerbeck in the province of Gelderland, Holland, and
their teenage nephew Wilhelm went with them. In 1665 Wilhelm married Geertruid
Pieters of Eerbeck; their son Claus was born the next year. By 1672 both Uncle
and nephew had moved to the mill at Rozendaal near Arnhem. In 1678 Mathais
became the head of the large mill there and sent Wilhelm to Amsterdam to be
the mill's agent in that publishing center. When Wilhelm applied for
citizenship in amsterdam he filed papers stating his place of birth, mother's
name, and profession. These documents were found in the 19th century, but the
rest of the story was unearthed only a few years ago by a Dutch paper
historian Henk Voorn in the church and town records of several Dutch
papermaking villages. Voorn has ended a century of speculation about the
origins of the Rittenhouse family which at one point went so far as to imagine
them part of the royal house of Hapsburg. We do not know what caused Wilhelm
to emigrate to Philadelphia after a decade in Amsterdam. In Amsterdam his was
converted to the Mennonite faith, and he may have met William Penn there in
the 1670s of 1680s.(he was to become a leader of the Mennonites in
Pennsylvania.)


Hendrik Berthout
Hendrik Berthout, ovl. in 1283.


Berthout Heer van Mechelen
Berthout Heer van Mechelen, ovl. na 1288.


Arnold Berthout
Arnold Berthout, ovl. na 1226.


Willem Voster
Willem Voster, ged. Velp op 11 nov 1677.


Jan Vorster Zijns
Jan (Johannes) Vorster Zijns, geb. Roosendaal en Nispen,
, Volgende na zijn dood zijn vader op in de papiermolen, maar ging over naar een kopermolen.

tr.
met

Petronella de Ridder, dr. van Adriaan Hendricks de Ridder en Neeltje Jacobs, geb. Rozendaal


Adolf Vorster
Adolf Vorster, geb. Olpe [Duitsland] circa 1610, papiermaker, ovl. Broich a.d. Ruhr op 3 jan 1675,
, Adolf Vorster, den wir als unseren Stammvater betrachten, ist um das Jahr 1610 in Olpe geboren und war von Beruf Papiermacher. Über seine Jugend ist nichts bekannt, auch nicht, wo er als Papiermacher gearbeitet hat. Dies zu ergründen, bleibt einer späteren Forschung vorbehalten.
Im Jahre 1643 wollte er sich selbständig machen und es bot sich hierzu die Gelegenheit, von dem Grafen Wilhelm Wyrich von Dhaun, Graf zu Falkenstein, Herr zu Broich (1623-1682) die Papiermühle zu Broich bei Mülheim zu pachten, die dann bis 1911, also 268 Jahre lang im Besitz der Familie Vorster verblieben ist. Nach dem Vertrage vom 3. Oktober 1643 mit dem Grafen wurde die Pachtzeit erstmalig auf 20 Jahre festgesetzt und es wurde eine Pachtsumme von 60 Reichstalern pro Jahr gefordert.
Adolf Vorster war dreimal verheiratet. Seine erste Frau Marie kennen wir aus dem Pachtvertrage. Mit ihr hatte er 2 Kinder, nämlich Adolf und Sibille. Adolf wurde 1640 in Olpe geboren und ehelichte am 27. April 1660 die Anna vom Velt, mit der er nach Holland ging und in Arnheim die holländische Linie Vorster begründete. Dies ist keine Hypothese, sondern es kann aktenmässig nachgewiesen werden.
Das zweite Kind war Sibille Vorster, die am l7. August 1642 in Olpe getauft wurde und am 15. November 1662 den Stephan Plöcker aus Solingen heiratete, der mit ihr nach Langenberg zog und dort eine Papiermühle baute, die heute noch die Plöckersmühle genannt wird.
In zweiter Ehe war Adolf Vorster mit Christine aus Mülheim (unsere Vorfahrin) verheiratet, die am 18. November 1672 in Broich im Wochenbette starb. Mit dieser hatte Adolf 9 Kinder, darunter 3 Söhne, nämlich Johannes, Mathias und Hermann.
Der jüngste Sohn - Hermann - wurde im Hause seines ältesten (Halb-)Bruders Adolf Vorster in Arnheim erzogen, heiratete dort eine Gertrud von Amerongen und verzog mit ihr nach Wesel, wo er eine Papiermühle erbaute. Dieser Stamm ist dann in der 3. Generation in der männlichen Linie ausgestorben.

tr. (1) circa 1638
met

Maria .

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adolf*1640 Olpe [Duitsland] †1674  34
Sibilla~1642 Olpe [Duitsland]    
Matthijs*1638 Olpe [Duitsland] †1692 Rozendaal 5411 
Jasperke*1640     

tr. (2) circa 1651
met

Christine Broich, geb. Mühlheim [Duitsland], ovl. Broich a.d. Ruhr op 18 nov 1672.

Uit dit huwelijk 9 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johannes*1653 Broich a.d. Ruhr †1708 Broich a.d. Ruhr 55
Mathias*1659 Broich a.d. Ruhr †1704 Delstern [Duitsland] 45

tr. (3) Mühlheim an der Ruhr [Duitsland] op 17 mrt 1674
met

Catharina aus dem Bieg.

Uit dit huwelijk een kind.