Genealogische website van Cees Hagenbeek
Jan II Persijn
Jan II Persijn, ovl. op 21 dec 1283,
, Ridder; heer van Waterland en het huis Velsen, vermeld tussen 1252 en 1283. Hij was de bezitter van het huis Swanenburg bij Monnickendam, dat in een verzoeningsverdrag op 30-08-1275 met de inwoners van Waterland nog geheel van hout bleek te zijn. Hij was op 4 sep 1252 te Middelburg tegenwoordig, toen Floris, broeder van Holland, aan Boudewijn van Noordwijk vrijdom van Schot en Bede voor zijn pachters tussen het Veen en Warmond vergunde. (Oorkondeboek I no 568).
Op 5 okt 1256 was hij met Hendrik, heer van Voorne, Symon van Haarlem, Dirk van Teylingen, Claes van Borsselen, Godfried van Cruyningen, Hendrik van de Leckem Arnous van Eemskek (burggraaf van Torenburg), Willem van Strijen, Hugo van Naaldwijk, Hugo van Schouwen en Simon van Souburgh te Brussel toen zij beloofden te zullen zorgen dat de vrede tussen Margaretha, gravin van Vlaanderen, en graaf Floris, voogd van Holland, gemaakt, bewaard bleef (Oorkondeboek II no 13).
Op 6 juni 1257 komt hij als getuige voor in de brief die Lubbertus, abt van Egmond, uitgaf ter aanwijzing van enige renten ter betaling van wijn en brood voor de monniken (Oorkondeboek II no 26).
Op 12 feb 1259 komt hij als ridder en getuige voor bij de bevestiging die Aleid, voogdes van Holland, gaf aan de abdis van Rijnsburg van de goederen haar vroeger door gravin Petronella en anderen geschonken, benevens goedkeuring van de vermangeling met Dirk, heer van Teylingen, aangegaan (Oorkondeboek II no 51).
Op 1 mei 1262 vergunde hij te Haarlem aan zijn neef Nicolaas van Rietwijk, dat op diens zonen en dochters het goed zou mogen versterven, dat die van hem in leen had (Oorkondeboek II no 86).
Op 18 nov 1263 was hij getuige bij de gift van Lubbertus, abt van Egmond, aan Symon van Haarlem en zijn erven van enige landerijen te Limmen (Oorkondeboek II no 106).
Op 28 okt 1264 was hij tegenwoordig bij de verkoop van Dirk van Wassenaar van de tienden tussen Alphen en Woerden aan Heer Willem van Brederode (Oorkondeboek II no 119).
Op 29 apr 1267 was hij getuige bij de belening van Albrecht, heer van Voorne, aan het Huis ten Velde met toebehoren aan Floris van den Velde (Oorkondeboek II no 156).
Op 23 okt 1268 was hij borg voor Hendrik, heer van de Lecke, ridder, tegenover het Kapittel van St. Marie (Oorkondeboek II no 173). In datzelfde jaar beschermde hij de stad Haarlem tegen de aanloop der kennemerlanders (zie Hollandse Kroniek).
Op 23 juni 1270 was hij in de Raad van de graaf toen Floris V het vrijgeleide van Lübeck bevestigde (Oorkondeboek II no 202).
In 1273 gaf hij die van Waterland handvesten en privileges, welke later tot onaangenaamheden aanleiding gaven.
Op 25 apr 1274 vergunde hij aan Ysbrand van Spaarnewoude, dat diens leengoederen bij gebrek van zoons op de dochters zouden mogen overgaan (Oorkondeboek II no 267). In datzelfde jaar stond hij graaf Floris V terzijde als getuige, toen deze de voorrechten van de abdij van Leeuwenhorst bevestigde en die in zijn bescherming nam (Oorkondeboek II no 282).
In tegenwoordigheid van de graaf en van diens Raden verzoende hij zich op 30 sep 1275 met zijn ontevreden geworden Waterlanders (Oorkondeboek II no 301). Daardoor waren echter alle moeilijkheden voor hem nog niet uit de weg geruimd, zodat op 13 juni 1277 Johannes, bisschop van Utrecht, met enige van zijn prelaten de geschillen tot een oplossing moest brengen, die er tussen Heer Jan Persijn en die van de Zeevang gerezen waren (Oorkondeboek II no 339).
Blijkens de verklaring die Floris V op 3 mei 1280 uitgaf, dat de heer Nicolaas van Cats de lijftocht had afgekocht, die vrouwe Aefkyn, weduwe van heer Hugo Botter, op Schoonhoven bezat, lag heer Johan Persijn met de graaf voor Vredelant (Oorkondeboek II no 392).
Op 27 juli 1282 verkocht heer Jan de helft van zijn vrije heerlijkheid Waterland en Zeevang, benevens zijn rechten in Amsterdam aan graaf Floris V tegen diens goederen in de Lier en Zouteveen, onder beding dat zijn zoon en erfgenaam Claes Persijn Waterland voortann als leen van de graaf zou ontvangen en altijd bezitten; deze zaak kreeg kreeg de volgende dag haar volkomen beslag (Oorkondeboek II no 460 en 461).
In het jaar 1285 schijnt hij met Amsterdam begiftigd te zijn, omdat de drie gebroedrs van Amstel, Willem, proost van St. Jan te Utrecht, Gijsbert, heer van Amstel, en Arnoud van Amstel op 27 okt 1285 de afgeperste verklaring aflegden dat zij genoegen zouden nemen en vrede hebben met die gift van Amsterdam aan heer Jan Persijn (Oorkondeboek II no 571).
Volgens van Leeuwen overleed heer jan Persijn in 1292. Dit is meer waarschijnlijk dan hetgeen de Kroniek van Egmond vermeld, 26 dec 1283, doch voor 1283 moet wellicht 1293 gelezen worden. Hij was waarschijnlijk gehuwd met Luitgaert van Linden, van wie echter niets bekend is.
23-01-1277 Archief E.A.Ochtman Den Haag. Transcriptie vanuit het Latijns.
Heer Jan Persijn belooft dat na den dood zijns broeders Symon, diens kinderen hetzij zoons of dochters, in zijne lenen zullen opvolgen.
Nos Johannes milles dictus Persyn notum facimus universis presentia visuris, quod omnia bona et predia que Symon frater noster dilectus a noblis in feudum obtinet, post obitum suum et uxoris sue Machtildis purkines ipsorum tali modo concedimus possidenda, videlicet quod filius post filium dummodo fuerit filius, quod absit, flia post filiam cum eorum heredibus jure feudali omnia bona seu predia a nobis collata sive conferenda in perpetuum obtinebit. In cujus rei testimonium ipsis presentem litteram nostri sigilli munimine contulimus roboratum. Datum anno Domini MCC septuagesimo sexto, sabbato ante conversionem Paulli".
Vertaling:
Ik Johannes, genoemd Persijn bij leven hier aanwezig, verklaar hierbij, dat hetgeen ik hier bevestig ten overstaande van mijn broeder Symon, vader zijne kinderen, edel in leven, te weten, dat na mijn overlijden, hij en zijne echgenote Machtildis en hunne kinderen in al mijne erfgoederen en lenen zullen opvolgen. Hetgeen ik hier bevestig ten overstaande van hun en door mij vastgelegd in de als getuigenis aanwezige schepenbrief. In het jaar des heren 1276, zaterdag voor de bekeerde Paulli.
Naar een afschrift der 17 eeuw geextract uit het leenregister van Hodenpijl en Haamstede. mr. LPC van den Bergh, oorkonde boek van Hollanden Zeeland, deel II nr.61.

tr.
met

Ludgard van Linden.

Uit dit huwelijk 3 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Nicolaas II  †1304   
Dirk     
Jan     


Ludgard van Linden
Ludgard van Linden.

tr.
met

Jan II Persijn, zn. van Nicolaas I Persijn genaamd van Haarlem, ovl. op 21 dec 1283,
, Ridder; heer van Waterland en het huis Velsen, vermeld tussen 1252 en 1283. Hij was de bezitter van het huis Swanenburg bij Monnickendam, dat in een verzoeningsverdrag op 30-08-1275 met de inwoners van Waterland nog geheel van hout bleek te zijn. Hij was op 4 sep 1252 te Middelburg tegenwoordig, toen Floris, broeder van Holland, aan Boudewijn van Noordwijk vrijdom van Schot en Bede voor zijn pachters tussen het Veen en Warmond vergunde. (Oorkondeboek I no 568).
Op 5 okt 1256 was hij met Hendrik, heer van Voorne, Symon van Haarlem, Dirk van Teylingen, Claes van Borsselen, Godfried van Cruyningen, Hendrik van de Leckem Arnous van Eemskek (burggraaf van Torenburg), Willem van Strijen, Hugo van Naaldwijk, Hugo van Schouwen en Simon van Souburgh te Brussel toen zij beloofden te zullen zorgen dat de vrede tussen Margaretha, gravin van Vlaanderen, en graaf Floris, voogd van Holland, gemaakt, bewaard bleef (Oorkondeboek II no 13).
Op 6 juni 1257 komt hij als getuige voor in de brief die Lubbertus, abt van Egmond, uitgaf ter aanwijzing van enige renten ter betaling van wijn en brood voor de monniken (Oorkondeboek II no 26).
Op 12 feb 1259 komt hij als ridder en getuige voor bij de bevestiging die Aleid, voogdes van Holland, gaf aan de abdis van Rijnsburg van de goederen haar vroeger door gravin Petronella en anderen geschonken, benevens goedkeuring van de vermangeling met Dirk, heer van Teylingen, aangegaan (Oorkondeboek II no 51).
Op 1 mei 1262 vergunde hij te Haarlem aan zijn neef Nicolaas van Rietwijk, dat op diens zonen en dochters het goed zou mogen versterven, dat die van hem in leen had (Oorkondeboek II no 86).
Op 18 nov 1263 was hij getuige bij de gift van Lubbertus, abt van Egmond, aan Symon van Haarlem en zijn erven van enige landerijen te Limmen (Oorkondeboek II no 106).
Op 28 okt 1264 was hij tegenwoordig bij de verkoop van Dirk van Wassenaar van de tienden tussen Alphen en Woerden aan Heer Willem van Brederode (Oorkondeboek II no 119).
Op 29 apr 1267 was hij getuige bij de belening van Albrecht, heer van Voorne, aan het Huis ten Velde met toebehoren aan Floris van den Velde (Oorkondeboek II no 156).
Op 23 okt 1268 was hij borg voor Hendrik, heer van de Lecke, ridder, tegenover het Kapittel van St. Marie (Oorkondeboek II no 173). In datzelfde jaar beschermde hij de stad Haarlem tegen de aanloop der kennemerlanders (zie Hollandse Kroniek).
Op 23 juni 1270 was hij in de Raad van de graaf toen Floris V het vrijgeleide van Lübeck bevestigde (Oorkondeboek II no 202).
In 1273 gaf hij die van Waterland handvesten en privileges, welke later tot onaangenaamheden aanleiding gaven.
Op 25 apr 1274 vergunde hij aan Ysbrand van Spaarnewoude, dat diens leengoederen bij gebrek van zoons op de dochters zouden mogen overgaan (Oorkondeboek II no 267). In datzelfde jaar stond hij graaf Floris V terzijde als getuige, toen deze de voorrechten van de abdij van Leeuwenhorst bevestigde en die in zijn bescherming nam (Oorkondeboek II no 282).
In tegenwoordigheid van de graaf en van diens Raden verzoende hij zich op 30 sep 1275 met zijn ontevreden geworden Waterlanders (Oorkondeboek II no 301). Daardoor waren echter alle moeilijkheden voor hem nog niet uit de weg geruimd, zodat op 13 juni 1277 Johannes, bisschop van Utrecht, met enige van zijn prelaten de geschillen tot een oplossing moest brengen, die er tussen Heer Jan Persijn en die van de Zeevang gerezen waren (Oorkondeboek II no 339).
Blijkens de verklaring die Floris V op 3 mei 1280 uitgaf, dat de heer Nicolaas van Cats de lijftocht had afgekocht, die vrouwe Aefkyn, weduwe van heer Hugo Botter, op Schoonhoven bezat, lag heer Johan Persijn met de graaf voor Vredelant (Oorkondeboek II no 392).
Op 27 juli 1282 verkocht heer Jan de helft van zijn vrije heerlijkheid Waterland en Zeevang, benevens zijn rechten in Amsterdam aan graaf Floris V tegen diens goederen in de Lier en Zouteveen, onder beding dat zijn zoon en erfgenaam Claes Persijn Waterland voortann als leen van de graaf zou ontvangen en altijd bezitten; deze zaak kreeg kreeg de volgende dag haar volkomen beslag (Oorkondeboek II no 460 en 461).
In het jaar 1285 schijnt hij met Amsterdam begiftigd te zijn, omdat de drie gebroedrs van Amstel, Willem, proost van St. Jan te Utrecht, Gijsbert, heer van Amstel, en Arnoud van Amstel op 27 okt 1285 de afgeperste verklaring aflegden dat zij genoegen zouden nemen en vrede hebben met die gift van Amsterdam aan heer Jan Persijn (Oorkondeboek II no 571).
Volgens van Leeuwen overleed heer jan Persijn in 1292. Dit is meer waarschijnlijk dan hetgeen de Kroniek van Egmond vermeld, 26 dec 1283, doch voor 1283 moet wellicht 1293 gelezen worden. Hij was waarschijnlijk gehuwd met Luitgaert van Linden, van wie echter niets bekend is.
23-01-1277 Archief E.A.Ochtman Den Haag. Transcriptie vanuit het Latijns.
Heer Jan Persijn belooft dat na den dood zijns broeders Symon, diens kinderen hetzij zoons of dochters, in zijne lenen zullen opvolgen.
Nos Johannes milles dictus Persyn notum facimus universis presentia visuris, quod omnia bona et predia que Symon frater noster dilectus a noblis in feudum obtinet, post obitum suum et uxoris sue Machtildis purkines ipsorum tali modo concedimus possidenda, videlicet quod filius post filium dummodo fuerit filius, quod absit, flia post filiam cum eorum heredibus jure feudali omnia bona seu predia a nobis collata sive conferenda in perpetuum obtinebit. In cujus rei testimonium ipsis presentem litteram nostri sigilli munimine contulimus roboratum. Datum anno Domini MCC septuagesimo sexto, sabbato ante conversionem Paulli".
Vertaling:
Ik Johannes, genoemd Persijn bij leven hier aanwezig, verklaar hierbij, dat hetgeen ik hier bevestig ten overstaande van mijn broeder Symon, vader zijne kinderen, edel in leven, te weten, dat na mijn overlijden, hij en zijne echgenote Machtildis en hunne kinderen in al mijne erfgoederen en lenen zullen opvolgen. Hetgeen ik hier bevestig ten overstaande van hun en door mij vastgelegd in de als getuigenis aanwezige schepenbrief. In het jaar des heren 1276, zaterdag voor de bekeerde Paulli.
Naar een afschrift der 17 eeuw geextract uit het leenregister van Hodenpijl en Haamstede. mr. LPC van den Bergh, oorkonde boek van Hollanden Zeeland, deel II nr.61.

Uit dit huwelijk 3 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Nicolaas II  †1304   
Dirk     
Jan     


Nicolaas I Persijn genaamd van Haarlem
Nicolaas I Persijn genaamd van Haarlem, ovl. Velsen in 1255,
, Claes Persijn, genaamd van Haarlem, is vermoedelijk gehuwd geweest met een dochter van Dirk van Voorne en Alverade. Deze Claes Persijn is oorkondelijk bekend in de periode 1225-1256.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan II  †1283   


Jan I Persijn
Jan I Persijn, ovl. op 20 sep 1224.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Nicolaas I  †1255 Velsen  


Bruno van Este
Bruno van Este.

tr.
met

NN des Ursins.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bruno*930 Floretinië [Italië]    


NN des Ursins
NN des Ursins.

tr.
met

Bruno van Este.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bruno*930 Floretinië [Italië]    


NN van Bohemen
NN van Bohemen.

tr.
met

Willem van Este van Wachtendonk, zn. van Arnold II van Este van Wachtendonk (Heer van Wachtendonk) en Agnes van Meurs van Loon, geb. Wachtendonk voor 1140.

Uit dit huwelijk 4 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnold     
Willem     
Pieter     
Maurits     


Hendrik van Wachtendonk
Hendrik van Wachtendonk, geb. circa 1320,
, 1376. Hendrik van Wachtendonk, zoon van Arnold II heer van Wachtendonk, verklaart wegens in oorlog geleden schade door de stad Keulen schadeloos te zijn gesteld. Wachtendonk p 60.
Diverse ridders en heren treden in soldij van de stad Keulen
tegen de aartsbisschop o.a.:
- Hendrik van Wachtendonk;
- Engelbert III graaf van der Mark met 50 lansen a 100 guldens
per lans per 3 maanden;
- Syvart van Kriekenbecke, Johan van Wachtendonk, Godert van Elmpt, Rutger van Brede, Goswin Spede, Johan van der Steegen, Henkyn van Wachtendunck.
Regesten EB Köln VIII p 402/30.


Margaretha von Bocholtz
Margaretha von Bocholtz, ovl. op 18 feb 1467,
, vermeld 1455.

tr.
met

Johann van Wachtendonck, zn. van Godard van Wachtendonck, geb. voor 1434, leenman van de Dorenburgh ten noorden van Gefrath, een Gelders leen.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnold*1410 Wachtendonk †1460 Wachtendonk 50


Lambrecht van Wachtendonck
Lambrecht van Wachtendonck, geb. circa 1440, kanunnik.


Sweder van Wachtendonck
Sweder van Wachtendonck, geb. circa 1350, ovl. in 1388.

tr.
met

NN van Blockhausen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnold*1470     


NN van Blockhausen
NN van Blockhausen.

tr.
met

Sweder van Wachtendonck, zn. van Godard van Wachtendonck, geb. circa 1350, ovl. in 1388.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnold*1470     


Arnold van Wachtendonck
Arnold van Wachtendonck, geb. circa 1470.

tr.
met

NN van Brandenborch.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnold*1450  †1487  37
Hendrik*1500     


NN van Brandenborch
NN van Brandenborch.

tr.
met

Arnold van Wachtendonck, zn. van Sweder van Wachtendonck en NN van Blockhausen, geb. circa 1470.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnold*1450  †1487  37
Hendrik*1500     


Arnold van Wachtendonck
Arnold van Wachtendonck, geb. circa 1450, ovl. in 1487.

tr.
met

NN van Pallant


Hendrik van Wachtendonck
Hendrik van Wachtendonck, geb. circa 1500.

tr.
met

NN van Bemmelen, geb. circa 1500.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Rombout*1530  †1567  37
Hendrik*1530     


NN van Pallant
NN van Pallant.

tr.
met

Arnold van Wachtendonck, zn. van Arnold van Wachtendonck en NN van Brandenborch, geb. circa 1450, ovl. in 1487


NN van Bemmelen
NN van Bemmelen, geb. circa 1500.

tr.
met

Hendrik van Wachtendonck, zn. van Arnold van Wachtendonck en NN van Brandenborch, geb. circa 1500.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Rombout*1530  †1567  37
Hendrik*1530     


Rombout van Wachtendonck
Rombout van Wachtendonck, geb. circa 1530, ovl. in 1567.

tr.
met

Aleyde de Cock van Beusecom, dr. van Othon de Cock van Beusecom en Anne van Royen.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik  †1529   
Maria*1560     
Christine     
Bonaventura     


Hendrik van Wachtendonck
Hendrik van Wachtendonck, geb. circa 1530.