Genealogische website van Cees Hagenbeek
Jasper III Baersdonck gnt Mom
Jasper III Baersdonck gnt Mom, Richter, schepen en burgemeester te Bocholt 1556-1586.

tr.
met

Agnes van Gent.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jasper IV     


Agnes van Gent
Agnes van Gent.

tr.
met

Jasper III Baersdonck gnt Mom, Richter, schepen en burgemeester te Bocholt 1556-1586.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jasper IV     


Maria van Aerssen van Sommelsdijk
Maria van Aerssen van Sommelsdijk, ovl. op 9 okt 1641.

tr. in 1631
met

Willem Maurits van Nassau, zn. van Justinus van Nassau en Anna van Merode-Petershem, geb. in jun 1603, heer van Grimhuizen, ritmeester in Staatse dienst, ovl. voor 22 nov 1638, begr. Leiden (Hooglandse Kerk).

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna*1639  †1721 Den Haag 82


Gijsbrecht III van Amstel
Gijsbrecht III van Amstel, geb. circa 1200, ovl. voor 22 nov 1254,
, Heer van Amstel, ministeriaal van de bisschop van Utrecht, ridder. Getuige voor de elect Otto in 1238 (samen met zijn vader), 1239, 1240, mogelijk ook in 1241, 1244 (2x); in 1245 verkoopt Gijsbrecht van Vechten 12 morgen land bij Amelisweerd, welke hij in leen van Gijsbrecht van Amstel en in achterleen van de bisschop houdt, aan de abdij van Oostbroek en hij zal ze de abdij in volle eigendom overdragen zodra het leenverband is opgeheven; belooft in 1247 aan de voogd, de raden en de gemeente van Lubek zijn medewerking om aan hun medeburgers, die in de strijd tegen de rover Markward Culen gewond zijn, hun schade te doen herstellen en verzoekt daarentegen aan zijn mannen hun kogge te doen teruggeven; in 1247 getuige als de rooms-koning Willem zekere bij Delft gelegen landerijen aan zijn tante Richarda geeft en deze ze vervolgens aan de Duitse orde schenkt; getuige voor het kapittel van Oudmunster te Utrecht in 1247; in 1249 getuige voor de echtgenote van Gijsbrecht van Ruwiel en in 1248/49 onder de zegelaars voor Gijsbrecht van Ruwiel.

tr. (1) circa 1220
met

Margaretha/Aleidis? van Cuyck, dr. van Ridder Albert van Kuyc (ridder, vermeld 1191-1233, Heer van Cuyk en Grave 1204-1233, van Herpen, Merum en half Asten 1220) en Heilwig van Merheim (erfdochter van Merum en half Asten), ovl. circa 1240,
, De naam van de echtgenote van Gijsbrecht III vam Amstel wordt nergens expliciet vermeld. Van Spaen, in zijn “Historie der Heeren van Amstel, van IJsselstein en Mijnden”, vermeldt op blz. 30: “Alleen uit eene verklaring, door Floris van Oegstgeest in 1364 gegeven, verneemt men, dat de Heer van Amstel en zijn broeder Willem, Proost van S. Jan, moeije kinders waren van zijnen vader Heer Willem van Oegsgeest, Ridder; derhalve is waarschijnlijk de vrouw van Gijsbrecht den III, uit het geslacht van Oegstgeest gesproten”. Als bron vermeldt Van Spaen: Mieris III, 172. Zie voorts J.A.Coldeweij, “De heren van Kuijc 1096-1400”, blz. 88-90. Uit de verklaring van 1364 blijkt voorts dat burggraaf Hendrik van Leiden (Kuyc) een oom was van Floris van Oegstgeest. Uit het feit dat in de verklaring slechts sprake is van Gijsbrecht IV en Willem van Amstel, concludeert Coldeweij dat deze Arnoud uit een ander huwelijk stamt, waarbij Coldeweij, gezien de naam Arnold (van IJsselstein), denkt aan een huwelijk met een dochter van Arnold II van Heusden. Echter zou in dat geval, zoals G.J.J. van Wimersma Greidanus in zijn “Kwartieren Greidanus-Jaeger in stamreeksen” op blz. 690 vermeldt, huwelijksdispensatie nodig zijn geweest voor het huwelijk tussen Gijsbrechts’ kleinzoon Gijsbrecht (zoon van Arnold van IJsselstein) met Bertha van Heukelom. Greidanus blijft echter het huwelijk van Gijsbrecht IV van Amstel met een dochter uit het huis Van Heusden vermelden, waarbij zoon Arnold dan als moeder de dochter van de heer van Kuyc zou hebben. Ik denk echter dat, gezien de terechte opmerking van Greidanus over de noodzakelijke huwelijksdispensatie voor diens kleinzoon, er helemaal geen huwelijk is geweest tussen Gijsbrecht III van Amstel met een Van Heusden. Coldeweij heeft dat slechts gesuggereerd omdat Floris van Oegstgeest in 1364, dus bijna 100 jaar na dato (!), alleen gewag maakt van Gijsbrecht en Willem van Amstel en niet van hun broer Arnold. Behalve het feit dat Floris zijn uitspraak bijna 100 jaar na dato deed, en dus zeker niet volledig in zijn uitspraak hoeft te zijn, verzuimde hij ook de zuster Elisabeth van Amstel te vermelden; weliswaar een zuster, maar dan wel één die met de bekende Herman VI van Woerden was gehuwd. Dit is een duidelijk voorbeeld hoe e.e.a. een eigen leven kan gaan leiden. Een ander huwelijk van Gijsbrecht IV waaruit Arnold zou stammen blijft natuurlijk (vooralsnog) tot de mogelijkheden behoren.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbrecht IV*1235     
Elizabeth  †1296   
Willem*1235  †1292  57

tr. (2) na 1240
met

Bertrade (Baarte) van Bensschop en IJsselstein (Bertrade van Heukelom), dr. van Arnold II van IJsselstein.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnoud*1240  †1291  51


Bertrade (Baarte) van Bensschop en IJsselstein
Bertrade (Baarte) van Bensschop en IJsselstein (Bertrade van Heukelom).

tr. na 1240
met

Gijsbrecht III van Amstel, zn. van Gijsbrecht II van Amstel, geb. circa 1200, ovl. voor 22 nov 1254,
, Heer van Amstel, ministeriaal van de bisschop van Utrecht, ridder. Getuige voor de elect Otto in 1238 (samen met zijn vader), 1239, 1240, mogelijk ook in 1241, 1244 (2x); in 1245 verkoopt Gijsbrecht van Vechten 12 morgen land bij Amelisweerd, welke hij in leen van Gijsbrecht van Amstel en in achterleen van de bisschop houdt, aan de abdij van Oostbroek en hij zal ze de abdij in volle eigendom overdragen zodra het leenverband is opgeheven; belooft in 1247 aan de voogd, de raden en de gemeente van Lubek zijn medewerking om aan hun medeburgers, die in de strijd tegen de rover Markward Culen gewond zijn, hun schade te doen herstellen en verzoekt daarentegen aan zijn mannen hun kogge te doen teruggeven; in 1247 getuige als de rooms-koning Willem zekere bij Delft gelegen landerijen aan zijn tante Richarda geeft en deze ze vervolgens aan de Duitse orde schenkt; getuige voor het kapittel van Oudmunster te Utrecht in 1247; in 1249 getuige voor de echtgenote van Gijsbrecht van Ruwiel en in 1248/49 onder de zegelaars voor Gijsbrecht van Ruwiel, tr. (1) met Margaretha/Aleidis? van Cuyck. Uit dit huwelijk 3 kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnoud*1240  †1291  51


Gijsbrecht VI van Amstel van IJsselstein
Gijsbrecht VI (Gijsbert VI) van Amstel van IJsselstein, geb. in 1260, ovl. in 1333,
, Hij nam geen deel aan de aanslag en moord op graaf Floris V, waarbij zijn gelijknamige oom, zijn broeder Arnoud van Benscoop en zijn verwant Herman van Woerden wel zeer nauw betrokken waren; hij nam zelfs deel aan de belegering van het slot Cronenburg, alwaar de schuldigen hun toevlucht hadden gezocht. Moeilijkheden met de graven van Holland waren, hem echter ook niet bespaard gebleven en gedurende een beleg door de Hollanders van het slot IJsselstein omtrent het jaar 1297 kreeg zijn echtgenote Berta van Heukelom, die het slot met een handjevol mannen gedurende bijna een jaar in handen wist te houden, de gelegenheid te tonen, dat zij een lid was van het geslacht -Van Arkel, dat in Holland als het,stoutste” bekend stond. Bij de overgave wist zij voor zich en de helft van de verdedigers vrije aftocht te bedingen.

tr. circa 1280
met

Bertha van Arkel van Heukelom, dr. van Otto I van Arkel ridder (heer van Heukelom en Asperen), ovl. op 25 feb 1322, begr. IJsselstein,
, Vermeld 1297-1298, zij verdedigde kasteel IJsselstein toen dat werd belegerd door Wolfert van Borsselen. Zelfs toen zij hoorde dat haar man inmiddels gevangengenomen was hield zij stand. Uiteindelijk moets zij na een jaar het kasteel prijsgeven en toenzien hoe acht van haar zestien manschappen werden onthoofd.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnout  †1363 IJsselstein  
Otto  †1353   
Agnes  †1360   


Willem Baudart
 
ds Willem Baudart (Baudartius), geb. Deinze [België] op 13 feb 1565, ovl. Zutphen (St. Walburgskerk) in 1640,
, geboren als Willem Baudart, theoloog en predikant. Baudartius studeerde in Canterbury, Gent, Leiden, Franeker en Heidelberg, en werd predikant in achtereenvolgens Kampen (1593), Lisse (1596) en Zutphen (1598). Tijdens het werk aan de Statenvertaling woonde hij in Leiden (1626 - 1637). Hij stond bekend om zijn goede kennis van het Hebreeuws en was een fervent contraremonstrant. Hij publiceerde een verzameling spreuken (Apophthegmata Christiana, 1605), een pamflet tegen het Twaalfjarig Bestand (Morghen-Wecker der vrye Nederlantsche provintien, 1610) en het historische werk Memoriën (1620/24).

tr. (1) Bommel (Kasteel Brakel) in sep 1617
met

Josina Mom, dr. van Jasper IV Baersdonck gnt Mom en Elisabeth van Olft (Ulft), geb. Bocholt [Duitsland] tussen 1583 en 1584, ovl. Zutphen op 14 mrt 1626.

tr. (2)
met

Barbara Martens, ovl. voor 1617.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1600     


Willem van Ulft geheten Matelang
Willem van Ulft geheten Matelang,
, in 1577 met Hoekelum beleend, waarschijnlijk dezelfde Willem van Ulft, die op 20 Juli 1605, als burgemeester van ‘s Heerenberg, het vonnis mede onderteekende, waarbij een oude vrouw wegens hekserij tot den brandstapel veroordeeld werd, het laatste voorbeeld van dien aard in Gelderland (P. C. Molhuysen in de Bijdragen van Nijhoff, nieuwe reeks, 1, 205). - In 1611 burgemeester van Terborgh. Niet lang daarna is hij zeker ongehuwd, althans kinderloos overleden.

tr.
met

Maria van Broeckhuysen, dr. van Gerdinck van Broeckhuysen en Sophia van Trier


Arent van Ulft geheten Matelang
Arent van Ulft geheten Matelang, ovl. circa 1630,
, hij werd in 1613 met Hoekelum beleend.
In 1614, omstreeks 50 jaren oud, legt hij een getuigenis
af over den aanwas van een rijswaard onder Millingen
(B. A.). Hij,komt nog onder 1 Maart 1626 in het Roek
der kentn. van Kreynck, fol. 186, voor Joffer :,Josina Mum,
huisvr. Wilhelmi Baudartii, Joffer Anna Mum, huisvr. van
Burgemr. (van Zutphen namelijk) Derick te Wal], Joff.
Maria en Margaretha Mum gezusters, Arent van Ulft, haar
oom.” Arent is omstreeks 1630 gestorven, ongehuwd of
althans kinderloos.


NN van Ulft geheten Matelang
NN van Ulft geheten Matelang,
, van den derden broeder is de voornaam onbekend,
doch het blijkt, - dat hij twee zonen had, Casparus en Jacobus.
1. Casparus van Ulft, deken te Xanten, in 1630 met
Hoekelum beleend. 163l. Onse ‘L. Burgerm. Derick van der Wall, Joffer Anna Mom syn Ed. huisvr., Jos.
Johan van der Steen, D’E. Caspar van Ulft, decanus
tot Xanten.” (Kreynch, Boek der kentn, fo 191).,1672,
8 Jan, D’ heer Diderick vań Wall tot den Velhorst
en vrouw Helena van der Leeuw syn huisvr, heeft
gecedeert an d’ Heer Adriaen Roet alsodane goederen
als hem van syn neef Nicolaucr l Ulft, gewesen cano-
nicus te Xanthen, syn angeërvet.” (Id., fol. 191).
2. Jacobus van Ulft. -,Te Douay zal op 16 Aug.
1618 Jacobus van Ulft, een Gelderschman uit het
graafschap Berg, in het publiek eenige theses defen-
deeren. Hij draagt die op aan Ridderschap en Steden
van het kwartier Zutphen, de Heeren Everardue van
Lintelo en Henricus van Boehoff. Voorts aan de heeren
van Heeckeren tot Ruurlo, Hendrik van der Hoeven
zu der Hoeff en Poelwick, Johan en Gerlach Smul-
lingh, Ricquin Cloeck en Arnold van Ulft, zijn oom,
bloedverwanten en aanver wan ten ” (Zutph. ar&.)
4. Waarschijnijk een dochter met . . . . . Mom gehuwd.


Derick van der Wall
Derick van der Wall, burgemeester van Zutphen.

tr.
met

Anna Mom, dr. van Jasper IV Baersdonck gnt Mom en Elisabeth van Olft (Ulft)


Maria van Broeckhuysen
Maria van Broeckhuysen.

tr.
met

Willem van Ulft geheten Matelang, zn. van Jasper van Ulft geheten Matelang,
, in 1577 met Hoekelum beleend, waarschijnlijk dezelfde Willem van Ulft, die op 20 Juli 1605, als burgemeester van ‘s Heerenberg, het vonnis mede onderteekende, waarbij een oude vrouw wegens hekserij tot den brandstapel veroordeeld werd, het laatste voorbeeld van dien aard in Gelderland (P. C. Molhuysen in de Bijdragen van Nijhoff, nieuwe reeks, 1, 205). - In 1611 burgemeester van Terborgh. Niet lang daarna is hij zeker ongehuwd, althans kinderloos overleden


Gerdinck van Broeckhuysen
Gerdinck van Broeckhuysen.

tr.
met

Sophia van Trier.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria     


Sophia van Trier
Sophia van Trier.

tr.
met

Gerdinck van Broeckhuysen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria     


Elizabeth van Amstel
Elizabeth (Badeloch of Clementia) van Amstel, ovl. in 1296.

tr. circa 1265
met

Herman VI van Woerden, zn. van Herman V van Woerden en dochter Gijsbrecht II van Amstel, geb. in 1274, ovl. in 1304,
, stamt uit een oud geslacht van Utrechtse diesntlieden (ministerialen). Uit een oorkonde van 21 maart 1288 blijkt dat Herman van Woerden aan graaf Floris V beloofde dat zijn dochters niet zonder toestemming van de graaf zouden huwen (Coldeweij "De heren van Kuyc 1096-1400", blz. 88-93), tr. (1) met Elisabeth van Brederode, dr. van Willem heer van Brederode (2e heer van Brederode) en Hillegonda van Voorne. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Clementia*1265  †1312  47
Hildegonde  †1318   


Herman VI van Woerden
Herman VI van Woerden, geb. in 1274, ovl. in 1304,
, stamt uit een oud geslacht van Utrechtse diesntlieden (ministerialen). Uit een oorkonde van 21 maart 1288 blijkt dat Herman van Woerden aan graaf Floris V beloofde dat zijn dochters niet zonder toestemming van de graaf zouden huwen (Coldeweij "De heren van Kuyc 1096-1400", blz. 88-93).

tr. (1)
met

Elisabeth van Brederode, dr. van Willem heer van Brederode (2e heer van Brederode) en Hillegonda van Voorne.

tr. (2) circa 1265
met

Elizabeth (Badeloch of Clementia) van Amstel, dr. van Gijsbrecht III van Amstel en Margaretha/Aleidis? van Cuyck, ovl. in 1296.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Clementia*1265  †1312  47
Hildegonde  †1318   


Willem van Amstel
Willem van Amstel, geb. circa 1235, kanunnik en deken kapittel St Jan te Utrecht, ovl. op 25 mei 1292.


Neeltje Frans van Poelgeest
Neeltje Frans (Niesje Fransdr) van Poelgeest, ged. Hazerswoude op 27 apr 1664, doopgetuige van haar nicht Geertje Claas van Poelgeest Hazerswoude op 25 dec 1691, begr. Hazerswoude op 15 okt 1732.

tr. Hazerswoude op 24 jan 1694
met

Arij Jacobsz van der Doeff, zn. van Jacob Ariensz van der Doeff en Annetje Jacobs, ged. Hazerswoude op 13 mrt 1672, begr. Hazerswoude op 1 aug 1746.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maertje~1696 Hazerswoude    


Arij Jacobsz van der Doeff
Arij Jacobsz van der Doeff, ged. Hazerswoude op 13 mrt 1672, begr. Hazerswoude op 1 aug 1746.

tr. Hazerswoude op 24 jan 1694
met

Neeltje Frans (Niesje Fransdr) van Poelgeest, dr. van Frans Claes van Poelgeest en Geertje Ariens Benth, ged. Hazerswoude op 27 apr 1664, doopgetuige van haar nicht Geertje Claas van Poelgeest Hazerswoude op 25 dec 1691, begr. Hazerswoude op 15 okt 1732.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maertje~1696 Hazerswoude    


Jacob Ariensz van der Doeff
Jacob Ariensz van der Doeff, ged. vermoedelijk Alphen aan den Rijn op 17 sep 1645.

tr. op 16 jan 1667
met

Annetje Jacobs.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arij~1672 Hazerswoude 1746 Hazerswoude 74