tr. circa 1450
met
Barbara Coppairtsdochter, dr. van Coppairt Henrycxz.
Barbara Coppairtsdochter.
Op 19-3-1492 verklaarden Coppairt Heynrycsz, zijn schoonzoons en zijn dochter Barbara dat Jan van der Croft Dircxz. een stuk land zou krijgen als betaling voor het bij .
huwelijkse voorwaarden toegezegde bedrag. In 1505 kreeg het Sint Ursulaconvent te Schiedam van Coppert Heynricksz. een stuk land, gedeeltelijk gemeen met hemzelf en met de .
kleinkinderen van Jan Vercroft. Op 3-3-1508 worden Jan van Crocht en kinderen vermeld als erfgenamen van Coppert Heynriksz.
Het is niet bewezen dat de Naaldwijkse Jan Dircxz. van .
der Croft en de echtgenoot van Barbara dezelfde persoon zijn. Wanneer het zo is, dan moet of het huwelijk omstreeks 1450 plaatsgevonden hebben, of moet er sprake zijn van een tweede huwelijk.
Uit dit huwelijk een zoon:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Cornelis | †1522 | 1 | 5 |
tr. circa 1450
met
Jan Dirxz van der Croft.
Jan Dirxz van der Croft.
Vermeld sedert 1471 tot en met 1493 als pachter van grafelijke tienden te Maasland en Schipluiden, overl. voor 21-5-1506, verm. tussen 27-7-1496 en 20-12-1505. .
Hij getuigde op 21-10-1483 voor Delfland; op 5-2-1485 werd een zaak behandeld betreffende Jan van Crofte; op 15-10-1490 kreeg hij een leen van 5 hond land bij de Broekweg in Naaldwijk overgedragen van Pieter Willemsz. Hij bezat een huis bij het Marktveld te Naaldwijk, waar hij op 27-7-1496 als belender vermeld wordt.
Uit dit huwelijk een zoon:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Cornelis | †1522 | 1 | 5 |
Hij krijgt een dochter:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Barbara | 1 | 1 |
tr. (1)
met
Leendert Leendertsz Smeer, zn. van Leendert Meusz Smeer en Barbara Jacobs, geb. Charlois in 1550, ovl. in 1615.
Leendert Leendertsz Smeer.
na 2 november 1627 : .
Kinderen van Leendert Leendertsz maar wrs broers/zussen?.
Huybert Jansz Ruyter, gemachtigde van Meeus Leendertsz Smeer, Cornelis Leendertsz Smeer, oom en voogd van Crijntgen, Adriaentgen en Neeltgen Leendertsdr, en namens Isaac Leendertsz Prost, man van Leentgen Leendertsdr, en Barent Jorisz, man van Maycken Leendertsdr, tezamen erfgenamen in de nalatenschap van Leendert Leendertsz Smeer, verklaart ontvangen te hebben van Willem Robrechts, man van Lybeth Burchts, weduwe van Leendert Leendertsz Smeer wonende in Princelant, de somma van 200 gulden.
na 25 april 1637 : .
Not akte Charlois, Cornelis Leenderts is voogd (ws de zoon van Leendert).
fol. 273 d.d. 25-4-1637: Maertgen Woutersdr. weduwe van Huijbert Jansz. Ruijter wonende tot Rotterdam voor de ene helft, Wessel Egbertsz. van der Huel als bij de heren schepenen van Rotterdam voor en vanwege de erfgenamen van de voorn. Huijbert Jansz. Ruijter geauthoriseerd zijnde blijkens akte van authorisatie d.d. 13-12-1636, mitsgaders Cornelis Lenertsz. Smeer en Lenert Woutersz. Grawert als geordonneerde voogden over de weeskinderen van Aelbert Jansz. Ruijter en Neeltgen Lenertsdr. beide zaliger mede erfgenamen van dezelve Huijbert Jansz. Ruijter die hier mede zijn comparerende voor zoveel het nodig mocht zijn voor de andere helft, hebben getransporteerd aan Jaeffhet Cornelisz. wonende in Katendrecht omtrent 1700 roeden vrije vronen teelland gelegen in Charlois in het Vrijeblok in kamp no. 144.
na 24 mei 1644 :.
134 kwitantie 24-mei-1644.
Maertge Wouters, weduwe van Hubert Jans Ruiter, heeft van haar zoon, Cornelis Leenders Smeer, het geld ontvangen dat deze schuldig was aan de boedel, ter zake van een borgtocht.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Maertge | *1569 | 1648 | Charlois | 79 | 1 | 5 | |
2 | Cornelis | *1595 | Charlois | 1 | 8 |
tr. (2) circa 1615
met
Huijbert Jansz Ruijter, ovl. voor 25 apr 1638.
Huijbert Jansz Ruijter.
na 2 november 1627 :.
Huybert Jansz Ruyter, gemachtigde van Meeus Leendertsz Smeer, Cornelis Leendertsz Smeer, oom en voogd van Crijntgen, Adriaentgen en Neeltgen Leendertsdr, en namens Isaac Leendertsz Prost, man van Leentgen Leendertsdr, en Barent Jorisz, man van Maycken Leendertsdr, tezamen erfgenamen in de nalatenschap van Leendert Leendertsz Smeer, verklaart ontvangen te hebben van Willem Robrechts, man van Lybeth Burchts, weduwe van Leendert Leendertsz Smeer wonende in Princelant, de somma van 200 gulden.
na 18 juni 1630 .
huibert heeft een broer Aelbert, zij stellen zich borg voor hendrick Jan Ingens (ook in de stamboom).
Henrick Jonge Jan Ingensz. verklaarde bij akte van 18-6-1630 gekocht en ontvangen te hebben van Dirck Jansz. Claer zeker ‘rootblest merrypaert’ van omtrent een jaar oud. Echter was de betaling, die reeds lang verricht had moeten zijn, nog steeds niet gedaan, ‘tselve niet wel en heeft connen bij brengen, gelijck hij alsnoch de betalinge niet en can gedaen’. Henrick had Claer er toe kunnen be wegen om hem toe te staan om ter voldoening hiervan op de eerstkomende Kerstdag de betaling met 34 schepelen en achtendelen tarwe of 50 ponden vlaams te voldoen. Als Henrick’s borgen stelden zich de gebroeders Huijbert Jansz. Ruijter en Aelbert Jansz. Ruijter, die mede compareerden.
Huijbert Jansz. (de) Ruijter, wonende te Rotterdam, ter ene zijde, en Henrick Jan Ingensz, wonende in Charlois, ter andere zijde, gaven op 18-8-1634 te kennen dat (De) Ruijter tot laste van Henrick Jansz. als principaal en P(iet)r Schout als borg, te vorderen had de som van 218 gld. 10 stuivers, waarvan ten laste van Henrick voor schepenen van Charlois akte was gemaakt. De Ruijter (Ruitter) nu had deze schuld van Henrick en diens borg door Daniël van Leeuwen, exploiter van den Hove (van Holland ?), laten executeren. Daar Henrick echter ook enige schulden van (De) Ruijter te vorderen had, kwamen zij nu beiden tot akkoord en liquidatie van hun wederzijdse vorderingen.
Allerlei posten zijn genoemd, waaronder een obligatie, beesten, landbouwproducten en ook een post aan ‘Henrick Jansz. vrou’.
tr. (3) circa 1605
met
Japhet Cornelisz Westduel (Westduul, Westduyl), zn. van Cornelis Japhetsz Westduel in 't Veld en NN Florisdochter Verschoor, geb. circa 1575, begr. Charlois in 't hoochkoor op 3 okt 1644.
Japhet Cornelisz Westduel.
schepen 1611 en kerkmeester 1620-1622, te Charlois, gegoed aldaar.
Een vooraanstaande boerenfamilie te Charlois was het geslacht Westduel. De genealogie vangt aan met de omstreeks 1550 geboren Cornelis Jaephetsz. Mogelijk was hij verwant aan Raes Claesen, die in de eerste helft der 17e eeuw te Poortugaal leefde. Raes voerde een identiek wapen (een hooivork) met de familie Westduel.
1 In de tweede generatie wordt voor de eerste maal melding gemaakt van de familienaam. Deze zal ontleend zijn aan het vijfde tiendblok in de polder Charlois: ‘den Westduyl’, alwaar de familie grondbezit had.
2 Het geslacht heeft te Charlois een belangrijke plaats ingenomen. Het toppunt van het maatschappelijk aanzien werd in 1731 bereikt, toen de 23jarige Cornelis Westduel de ambachtsheerlijkheid Charlois aankocht. Hij overleed 10 jaar later als laatste van zijn geslacht.
Charlois Periode/jaartal: 1594-1664 Bron type: Oud rechterlijk archief Omschrijving: Openbare verkopingen en verpachtingen, Charlois, ORA inv. nr. 28 Auteur(s): E. Karsseboom, M. Ball.
No. 24 Ewout Wouterse Verduijn, Dirk Wouterse Verduijn, Willem Wouterse Verduijn, Cornelis Wouterse Verduijn, Japhet Cornelisse als getrouwd hebbende Marigje Wouterse jongen, Pieter Janse de Raet als getrouwd hebbende Elisabeth Wouterse, Adriaan Lenertse Smitshoek als getrouwd hebbende Lijgje Wouterse, Juibert Janse Ruiter als getrouwd hebbende Marigje Wouterse ouden, Joop Pieterse als getrouwd hebbende de dochter van Nelletje Wouterse, Krijn Hendrikse, Abraham Hendrikse, Isaak Hendrikse en Dammis Pieterse als getrouwd hebbende Marigje Hendrikse, kinderen van Hendrik Wouterse Verduijn, allen erfgenamen van Wouter Hendrikse Verduijn en Maartje Cornelisse verkopen te velde staand gewas in Varkensoord, karnemelksland in het griffioenblok, het struisblok, de lage boezem en in de hoge boezem. 29 juli 1626.
na 25 april 1637 :.
Not akte Charlois fol. 273 d.d. 25-4-1637: .
Maertgen Woutersdr (de oude, IK). weduwe van Huijbert Jansz. Ruijter wonende tot Rotterdam voor de ene helft, Wessel Egbertsz. van der Huel als bij de heren schepenen van Rotterdam voor en vanwege de erfgenamen van de voorn. Huijbert Jansz. Ruijter geauthoriseerd zijnde blijkens akte van authorisatie d.d. 13-12-1636, mitsgaders Cornelis Lenertsz. Smeer en Lenert Woutersz. Grawert als geordonneerde voogden over de weeskinderen van Aelbert Jansz. Ruijter en Neeltgen Lenertsdr. beide zaliger mede erfgenamen van dezelve Huijbert Jansz. Ruijter die hier mede zijn comparerende voor zoveel het nodig mocht zijn voor de andere helft, hebben getransporteerd aan Jaeffhet Cornelisz. wonende in Katendrecht omtrent 1700 roeden vrije vronen teelland gelegen in Charlois in het Vrijeblok in kamp no. 144.
na 5 juni 1660 :Vermelding.
97 boedelrekening 5-jun-1660.
Voorafgaand aan de akte staat de afrekening, debet en credit, voor de erfgenamen van wijlen Maertgen Wouters, in haar leven weduwe van Japhet Cornelisz.
De erfgenamen, kinderen en kleinkinderen, zijn:.
Cornelis Japhetsz, Schout van Catendrecht; Leendert Cornelisz de Groot te Poortugael, man van Dingetgen Japhets; Pieter Cornelisz Couwenhoven te Hoogvliet, die getrouwd was met Leentgen Japhets; Aert Verstolck, getrouwd met Lideweij (=Hadeweij) Cornelis van Driel, dochter van wijlen Hadeweij Japhets.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Cornelis | †1670 | Charlois | 2 | 1 | |||
2 | Leentgen | *1608 | Charlois | †1702 | 94 | 1 | 2 |
1. | Ons Voorgeslacht, Ons Voorgeslacht (OV 006) (blz. 111) |
tr. circa 1615
met
Maertge Woutersdr Verduijn de Jonge (Verduijn), dr. van Wouter Heijndricks Verduijn (schepen van Charlois 1582-1604) en Maartje Cornelisdr Valkenoord, geb. Charlois in 1586, ovl. aldaar op 14 apr 1646, tr. (1) met Leendert Leendertsz Smeer. Uit dit huwelijk 2 kinderen, tr. (3) met Japhet Cornelisz Westduel. Uit dit huwelijk 2 kinderen.
Maertge Woutersdr Verduijn de Jonge.
woont op tolhuys te Katendrecht 1645.
tr.
met
Cornelis Japhetsz Westduel in 't Veld, zn. van Japhet Andriesz in 't Veld (boer op pachthoeve in de 14e Houve te Oost-IJsselmonde) en Sebastiaantgen Cornelisdr Cranendonck, geb. Rotterdam circa 1550, begr. Charlois in 1638.
Cornelis Japhetsz Westduel in 't Veld.
Vóór omstreeks 1800 werd het gebied nabij de. dorpen Charlois, Rhoon, Poortugaal, Hoogvliet en Pernis als het ware geregeerd door een groep van welvarende boerengeslachten, welke vrijwel alle op één of andere wijze aan elkaar geparenteerd waren. Aangezien zij de belangrijkste landeigenaren waren in die streek, lag het voor de hand, dat uit hun kring de personen werden gekozen voor het dorps-, polder- en kerkbestuur. Het kwam nogal eens voor, dat bepaalde funkties lange tijd ,,in de familie” bleven. In hoeverre deze families ten eigen bate munt hebben geslagen uit deze machtsposities, valt moeilijk vast te stellen. Sommige geslachten kwamen - mede door het volgen van een bepaalde huwelijkspolitiek - tot grote welstand. Geheel volgens de geest van die tijd, huwde men doorgaans met partners van ,,gelijke stand”. Een vooraanstaande boerenfamilie te Charlois was het geslacht Westduel. De genealogie vangt aan met de omstreeks 1550 geboren Cornelis Jaephetsz. Mogelijk was hij verwant aan Raes Claesen, die in de eerste helft der 17e eeuw te Poortugaal leefde. Raes voerde een identiek wapen (een hooivork) met de familie Westduel. In de tweede generatie wordt voor de eerste maal melding gemaakt van de familienaam. Deze zal ontleend zijn aan het vijfde tiendblok in de polder Charlois: ,,den Westduyl”, alwaar de familie grondbezit had. Het geslacht heeft te Charlois een belangrijke plaats ingenomen. Het toppunt van het maatschappelijk aanzien werd in 1731 bereikt, toen de 23jarige Cornelis Westduel de ambachtsheerlijkheid Charlois aankocht. Hij overleed 10 jaar later als laatste van zijn geslacht.
Uit dit huwelijk een zoon:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Japhet | *1575 | 1644 | Charlois | 69 | 1 | 2 |
tr.
met
Floris Diercxz van Schoer, zn. van Dirck Jacobsz van Schoer (schepen van Charlois,vermelding 1484 en 1498) en Hadewij Aertsdr van Driel, geb. Ridderkerk in 1480, ged. Charlois, begr. aldaar in 1543.
Floris Diercxz van Schoer.
Mogelijk een zoon Dirc Florisz de oude.
Vanaf 1517 tot in 15566 is Floris (Floer) Dircxz. veelvuldig genoemd als koper van korentienden van diverse blokken in het Land van Charlois. Zo kocht hij vanaf 1519 tienden van het tweede blok,7 die tussen 1493 en 1499 diverse malen gekocht waren door Dirck Jacopsz, zijn veronderstelde vader.
Tussen 1524 en 1554 kocht Floris ook enige malen korentienden in Katendrecht.
Blijkens de 10e penning van Charlois van 1543 gebruikte Florys Dircxz. in de polder Charlois 2 morgen 5½ hond en in het Charloisse gedeelte van de polder Dirk Smeetsland nog eens 7 morgen Als Floer Dircxz. is hij dan in de polder De Hillen geboekt voor 12 morgen. Tevens is hij voor een huis in Charlois.
aangeslagen.
Op 27 april 1573 procedeerde een groot aantal landgebruikers in de Charloisse polder Robbenoord tegen de eigenaren van die polder. Onder die gebruikers is genoemd Maritgen Cornelisdr, weduwe van Floer Dirckx, die gezamenlijk op de 25e april dat jaar voor de schout en schepenen van Charlois akte van procuratie hadden verleend.
Er zijn geen akten bekend waaruit zonneklaar zijn kinderschaar blijkt. Gezien het grote leeftijdsverschil tussen diverse door mij aan hem toegekende kinderen, moet hij bij meerdere echtgenoten kinderen hebben gehad.
Alvorens deze te behandelen wil ik eerst nog melding maken van de persoon van Dirck Florisz. den ouden, die mede een zoon zou kunnen zijn geweest van de hier te behandelen Florys Diercx. Hij was waarschijnlijk boer in de jurisdictie van Katendrecht en aldaar schepen in 154311 en 1547.12.
Helaas is er van hem geen zegel bekend, waarmee zekerheid zou kunnen zijn verkregen of hij inderdaad een Verschoor zou zijn geweest.
Blijkens de 10e penning van Charlois van 1543 gebruikte Dirck Florysz. in de polder Charlois 2 morgen, alsmede in de polder Robbenoord 4 morgen.
In 1542 gebruikte Dirck Florysz. 7½ morgen in Katendrecht en op 24 september 1543 ondertekende hij als schepen dit 10e penningkohier.14 Ik meen althans dat dit landgebruik geen betrekking heeft op Dirck Florisz. den jongen, die na zijn huwelijk met een boerendochter van de Hordijck in Barendrecht zich vestigde op een hoeve aan de Hordijck in de polder Dirk Smeetsland onder de jurisdictie van West IJsselmonde.
Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Dirck | *1510 | Charlois | †1571 | IJsselmonde | 61 | 1 | 1 |
2 | NN | Charlois | 1656 | Charlois | 1 | 1 |
tr. circa 1305
met
Herberen van Arkel van Heukelom, zn. van Otto I bastaard van Arkel ridder (heer van Heukelom en Asperen) en NN Jansdr van Heusden van Asperen, geb. circa 1265, heer van Ackoy 1340, ovl. circa 1333, tr. (1) met Agnes van Mirlaer. Uit dit huwelijk 3 kinderen.
Herberen van Arkel van Heukelom.
Otto Herbarensz van Heuckelom, geb. ± 1300, ovl. voor 3 mei 1384.
Heer van Acquoy 1333-1359. Hij stond in 1333 onder voogdij van zijn oom Otto, heer van Asperen, daarna van zijn stiefvader. Hij werd 28 Mei 1353 beleend met 6 morgen in het gericht van Beeds en werd op 11 Nov 1363 door Otto, heer van Arkel, beleend met tienden te Borchmalsen en Buurmalsen. Op 1 Sep 1365 wordt hij vermeld als ridder en op 30 Jun 1369 als leenman van de vrouwe van Valkenburg. Godevaert van Loon, heer van Heijnsberg, verkocht hem op 15 Aug 1371 de heerlijkheid Acquoy. Hij zegeldeop 1 Mrt 1381 met de Arkelfiguur en een mereltje in het schildhoofd.
2) Laurens Herbaren van Heuckelom, geb. voor 1306, ovl. na 1339.
"Laurentius, filius Herberti de Hoeclem", Vermeld 1329 en 1339, gegoed te Roemde bij Acquoy, leenman van Voorne, liet het ambacht Kijfhoek bedijken.
Uit dit huwelijk een zoon:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Laurens | *1300 | †1339 | 39 | 1 | 1 |
tr. voor 30 apr 1589
met
Fijtgen Maertensdr, dr. van Maerten Pietersz ter Bregge en Aeltge Cornelisdr, ovl. voor 31 aug 1602.
Uit dit huwelijk een dochter:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Geertjen | *1585 | 1 | 1 |
tr. voor 30 apr 1589
met
Jan Vincenten, ovl. op 5 mrt 1626.
Uit dit huwelijk een dochter:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Geertjen | *1585 | 1 | 1 |
tr.
met
Uit dit huwelijk een dochter:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Fijtgen | †1602 | 1 | 1 |
tr.
met
Uit dit huwelijk een dochter:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Fijtgen | †1602 | 1 | 1 |
Hij krijgt een zoon:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Floris | *1525 | †1606 | 80 | 1 | 2 |
Bronnen:
1. | Ons Voorgeslacht, Ons Voorgeslacht (OV 006) |
2. | Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XIV) (blz. 315) |
Bronnen:
1. | Ons Voorgeslacht, Ons Voorgeslacht (OV 006) |
2. | Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XIV) (blz. 315) |
Bronnen:
1. | Ons Voorgeslacht, Ons Voorgeslacht (OV 006) |
2. | Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XIV) (blz. 315) |
Bronnen:
1. | Ons Voorgeslacht, Ons Voorgeslacht (OV 006) |
2. | Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XIV) (blz. 315) |
Bronnen:
1. | Ons Voorgeslacht, Ons Voorgeslacht (OV 006) |
2. | Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XIV) (blz. 315) |
Bronnen:
1. | Ons Voorgeslacht, Ons Voorgeslacht (OV 006) |
2. | Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XIV) (blz. 315) |
Bronnen:
1. | Ons Voorgeslacht, Ons Voorgeslacht (OV 006) |
2. | Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XIV) (blz. 315) |