Website van Cees Hagenbeek
Rudolf Rudofsz van Bürum van Fivelgo van Werl
Rudolf Rudofsz van Bürum van Fivelgo van Werl, geb. Bierum circa 1035, ovl. Groningen.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Lefferd*1070 Bierum †1150  80


Rudof van Fivelgo van Werl
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek

Rudof graaf van Fivelgo van Werl, geb. Groningen in 982, Graaf van Fivelgo, ovl. Groningen op 12 jul 1044.

Rudof graaf van Fivelgo van Werl.
Werl Ludolf van Fivelgo Meinhövel von Werl Graaf van Fivelgo Godfried als graaf van Fivelgo Godfried met de baard van Opper-Lotharingen.

Vermeld in 1040. In zijn graafschap lagen Leermens en Eenrum en vermoedelijk ook Bierum.

Ook Rudolph I von Werl, vermeld 1038; graaf van Fivelgo(gouw); gebied Eenrum tot Leermens (vermoedelijk incl Bierum); hij wordt gehouden voor een graaf van Werle in Westfalen. Kort na hem wordt Godfried als graaf van Fivelgo genoemd, waarschijnlijk Godfried met de baard van Opper-Lotharingen. Deze kwam in opstand tegen de keizer, Hendrik III, die vervolgens in 1047 aartsbisschop Adalbart van Bremen met Godfried's graafschap beleende.

Bekende neef, eventueel zoon van Rudolf is Herman (III), geboren ca 1013, overleden ca 1050, getrouwd ca 1045 Richenza van Schwaben, dochter van Otto van Schwaben en N. van Egisheim; zij trouwt 2) Otto van Northeim uit huwelijk met Herman is dochterOda bekend, deze trouwt Lotharius Udo III van Stade.

tr.
met

Adelheid van Verdun, dr. van Godfried van Verdun (graaf van Verdun 965, graaf van Henegouwen 973-995, 960-963 Graf im Bid- und Methingau) en Mathilde Billung von Sachsen, geb. in 983, ovl. in 1047, tr. (2) met Godizo van Aspelt en Heimbac. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Rudolf*1035 Bierum  Groningen  


Adelheid van Verdun
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek

Adelheid van Verdun, geb. in 983, ovl. in 1047.

tr. (1)
met

Rudof graaf van Fivelgo van Werl, zn. van Hermann I van Werl Graf von Hövel (graaf van Werl) en Gerberga prinses van Bourgondië, geb. Groningen in 982, Graaf van Fivelgo, ovl. Groningen op 12 jul 1044.

Rudof graaf van Fivelgo van Werl.
Werl Ludolf van Fivelgo Meinhövel von Werl Graaf van Fivelgo Godfried als graaf van Fivelgo Godfried met de baard van Opper-Lotharingen.

Vermeld in 1040. In zijn graafschap lagen Leermens en Eenrum en vermoedelijk ook Bierum.

Ook Rudolph I von Werl, vermeld 1038; graaf van Fivelgo(gouw); gebied Eenrum tot Leermens (vermoedelijk incl Bierum); hij wordt gehouden voor een graaf van Werle in Westfalen. Kort na hem wordt Godfried als graaf van Fivelgo genoemd, waarschijnlijk Godfried met de baard van Opper-Lotharingen. Deze kwam in opstand tegen de keizer, Hendrik III, die vervolgens in 1047 aartsbisschop Adalbart van Bremen met Godfried's graafschap beleende.

Bekende neef, eventueel zoon van Rudolf is Herman (III), geboren ca 1013, overleden ca 1050, getrouwd ca 1045 Richenza van Schwaben, dochter van Otto van Schwaben en N. van Egisheim; zij trouwt 2) Otto van Northeim uit huwelijk met Herman is dochterOda bekend, deze trouwt Lotharius Udo III van Stade.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Rudolf*1035 Bierum  Groningen  

tr. (2)
met

Godizo van Aspelt en Heimbac, graaf van de Luikgouw.


Mechtelt van Gheesteren
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Mechtelt van Gheesteren1.

tr. in 1424
met

Hendrick de Vos van Steenwijk1, zn. van Coenraad de Vos van Steenwijk (burgemeester van Groningen 1415-1417) en Agnes van Buckhorst, geb. Dwingelo circa 1388, ovl. Elburg op 4 jun 1478, tr. (1) met zijn nicht Elisabeth de Vos Van Steenwijck, dr. van Bertold de Vos Van Steenwijck en Huijs van Ruine. Uit dit huwelijk 3 kinderen.

Hendrick de Vos van Steenwijk.
21 September 1388.
Florens Van Wevelichoeven bisschop te Utreght bekrachtigt de stichting door Johan de Vos van Steenwijck en Hedewigh e.l. van het O.L.V.-altaar in de kerspelkerk te Dwingelo; - de begiftiging ervan met 15 mudden rogge groninger maat en 18 mudden gerst als voren en een halve maat "de Brasen geheten waert", jaarlijks "wt handelinge van tho tweehuijsen" in hetkerspel Beijlen; verder 3 mudden rogge en 3 mudden gerst groninger maat gelegen in Voeren op Buddingewolt, welke 6 mudden jaarlijks te Dwingelo moeten worden betaald voor of op St.Petri ad Cathedram op straffe van verdubbeling; 12 hoenders en 5 mudden rogge deventer maat uit "dat gewende knijplandes guet" gelegen op den Staphaerst; een huis "mit knijplandes guet" gelegen op denStaphaerst; eenhuis "mit eenen parden" bij de kerk te Dwingelo; * mud rogge groninger maat uit het goed Witmertigh te Dijveren; 1 mud rogge als voren uit "dat genomden mente-guet Odinghe"; 2 stukkenland op den kamp of de esch te Leede "tho landt tot XII voeder hoijs" in de marke Dwingelo; -het voorbehouden door J. d. V. v. S. voor zich en zijne nakomelingen van het recht van presentatie, mits met goedvinden van den pastoor;1388 September 21Florens Van Wevelichoeven bisschop te Utreght bekrachtigt de stichting door Johan de Vos van Steenwijck en Hedewigh e.l. van het O.L.V.-altaar in de kerspelkerk te Dwingelo; - de begiftiging ervan met 15 mudden rogge groninger maat en 18 mudden gerst als voren en een halve maat "de Brasen geheten waert", jaarlijks "wth andelinge van thotweehuijsen" in het kerspel Beijlen; verder 3 mudden rogge en 3 mudden gerst groninger maat gelegen in Voeren op Buddingewolt, welke 6 mudden jaarlijks te Dwingelo moeten worden betaald voor of op St.Petri ad Cathedram op straffe van verdubbeling; 12 hoenders en 5 mudden rogge deventer maat uit "dat gewende knijplandes guet" gelegen op den Staphaerst; een huis "mit knijplandes guet" gelegenopden Staphaerst; een huis "mit eenen parden" bij de kerk te Dwingelo; * mud rogge groninger maat uit het goed Witmertigh te Dijveren; 1 mud rogge als voren uit "dat genomden mente-guet Odinghe"; 2 stukken land op den kamp of de esch te Leede "tho landt tot XII voeder hoijs" in de marke Dwingelo; -het voorbehouden door J. d. V. v. S. voor zich en zijne nakomelingen van het rechtvanpresentatie, mits met goedvinden van den pastoor;1401, Juni 17 of Januari 28, Dinsdag na Vincentii viel in 1410 op 28 Januari. Dinsdag na Modesti (n.l. Viti Modesti et Crescentie) op 7 Juni. Waarschijnlijk is deze laatste dag bedoeld en is Vincent eene verschrijving voor ?Viti et.? Het tweede afschrift leest ?Vicet Modesti?.Coenradt van Steenwyck geheeten de Voss verklaart, ter eere van Jhesus Christus, zijne moeder Maria en St. Marten episcopus en confessor, te hebben gesticht in de kerk te Dwingeloe een altaar en daaraan te hebben geschonken 34 groninger mudden rogge? (*sjaars)uit ....) In het stuk H.S. niet ingevulg wegens onduidelijkheid van het oorspronkelijke stuk.details...1436, September 29 Henric Vos, Reynolt Vos en Aerent Vos van Steenwijck bepalen als scheidslieden tusschen de gebroeders Johan de Vos en Roelof de Vos van Steenwijck met betrekking tot de nalatenschap van Henric Vos hun vader, - dat:details...1369 Een brief daervan die segels meerendeel gebraecken sijnde sunsten twe geweest, in dato 1369, waer Gijse van Ansen d*olde en de jonge vercoft hebben an Jan de Vos van Steenwijck haer goet toe Scheerwoude gelegen in den kerspel van Emmeninckhem.


Bronnen:

1.Nederlands Adelsboek, Nederlands Adelsboek, rode boekjes, Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag, 1949 (NA 002) (blz. 168)

Ludiken van Gheesteren
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Ludiken van Gheesteren1.


Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Mechtelt     



Bronnen:
1.Nederlands Adelsboek, Nederlands Adelsboek, rode boekjes, Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag, 1949 (NA 002) (blz. 168)

Guers Kruse
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Guers Kruse1.

Guers Kruse.
vermeld 1505.

tr.
met

Hendrik de Vos van Steenwijk2,1, zn. van Johan de Vos van Steenwijk en Beerte van Echten tot Oldengaerden, geb. Echten circa 1446, ovl. in 1501, tr. (1) met Johanna van Heest, dr. van Johan van Heest en NN Oosterhuis. Uit dit huwelijk 2 kinderen.


Bronnen:

1.Nederlands Adelsboek, Nederlands Adelsboek, rode boekjes, Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag, 1949 (NA 002) (blz. 168)
2.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Herman Kruse
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Herman Kruse1.

tr.
met

Cunegonda van den Clooster1.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Guers     



Bronnen:
1.Nederlands Adelsboek, Nederlands Adelsboek, rode boekjes, Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag, 1949 (NA 002) (blz. 168)

Cunegonda van den Clooster
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Cunegonda van den Clooster1.

tr.
met

Herman Kruse1.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Guers     



Bronnen:
1.Nederlands Adelsboek, Nederlands Adelsboek, rode boekjes, Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag, 1949 (NA 002) (blz. 168)

Hidde Onsta
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Hidde Onsta1.

tr.
met

Anna van Voorst1.

Uit dit huwelijk een dochter:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna*1526 Sauwerd †1596  70



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Anna van Voorst
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Anna van Voorst1.

tr.
met

Hidde Onsta1.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna*1526 Sauwerd †1596  70



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Dirk van Arnhem
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Dirk van Arnhem1, ovl. in 1434.

Dirk van Arnhem.
ridder, heer van Resande, kamerling van de graaf van Kleef, raadslid van Arnhem in 1422 en maarschalk van Gelre in 1429.

In 1410 beleend met de tienden te Engeland onder Beekbergen Derck van Arnhem Winandssoon. Tocht zijn vrouw Margriet, weduwe van Wolter van Voshem 1415.
In 1413 en 1428 werd Dirk van Arnhem met het kasteel beleend. Zijn zoon Wijnand stierf in 1482, waarna Rosande aan zijn zuster Elisabeth kwam, die getrouwd was met Evert van Wilp. Hun zoon Evert werd ermee beleend in 1500. Na zijn dood in 1505 ging Rosande naar zijn zuster Belia, gehuwd met Arend van Middachten, maar zij stierf kort daarna. Filips de Schone, die Gelre in 1505 veroverd had, gaf Rosande in leen aan Diederik van Bronkhorst, wiens moeder een stiefzuster was van Belia van Wilp. Er waren echter meer gerechtigde aanspraken: Margaretha van Arnhem, een zuster van de eerder genoemde Wijnand, eiste Rosande op. In 1506 werd het aan haar toegewezen. Zij gaf het aan haar dochter Adriana van .
Broeckhuysen, gehuwd met Andries Vissenich.

tr.
met

Jutte Lembeck1, dr. van Wessel von Lembeck, ovl. in 1462, tr. (2) met Johan van Alphen1, geb. in 1402, ovl. op 1 aug 1491. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Johan van Alphen.
heer tot Honnepel, ridder, drost van het land van Cleve.

Datum 1467-03-03 (opden dinxtage die darde dach in den meerte) .
Titel/Regest Johann Pfalzgraf bei Rhein, Herzog in Bayern und Konfirmat zu Münster belehnt den Johann von Alphen, Herr zu Honipel mit der Burg zu Lembeck wie der verstorbene Wessel von Lembeck und dessen Vorfahren dieselbe als Lehen zu halten pflegten.

Zeugen: Albert Torck, Johann Schenkinch, Dietrich von der Recke.

Datum 1467-05-22 (des vrydages na den hilligen pinxderdach).
Titel/Regest Vertrag zwischen Johann von Alphen und seiner Tochter Kathryn van Batenborch einerseits, und Wynalds von Arnheim, Frau Elizabeth von Arnheim und von Wylp, sowie der Schwester Wynalds, Margriete von Arnheim und von Brockhusen andererseits, wegen des Nachlasses der verstorbenen Frau Jutte von Lembeck und von Alphen betreffend die Burg Lembeck.

Zeugen: Goessen Sterck, Dietrich von Buetzeler, Johann von der Capelle, Thys van Eyl, Arndt van Myddachten und Lering.

Johann von Alphen und Wynald von Arnheim kündigen ihre Siegel an.

Jutte Lembeck.
vrouwe van Lembeck en Eyl (in Huysberden).

Uit dit huwelijk 4 kinderen.


Bronnen:

1.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Jutte Lembeck
Jutte Lembeck1, ovl. in 1462.

Jutte Lembeck.
vrouwe van Lembeck en Eyl (in Huysberden).

tr. (1)
met

Dirk van Arnhem1, zn. van Wijnand van Arnhem van Resande en Elisabeth van Assendelft, ovl. in 1434.

Dirk van Arnhem.
ridder, heer van Resande, kamerling van de graaf van Kleef, raadslid van Arnhem in 1422 en maarschalk van Gelre in 1429.

In 1410 beleend met de tienden te Engeland onder Beekbergen Derck van Arnhem Winandssoon. Tocht zijn vrouw Margriet, weduwe van Wolter van Voshem 1415.
In 1413 en 1428 werd Dirk van Arnhem met het kasteel beleend. Zijn zoon Wijnand stierf in 1482, waarna Rosande aan zijn zuster Elisabeth kwam, die getrouwd was met Evert van Wilp. Hun zoon Evert werd ermee beleend in 1500. Na zijn dood in 1505 ging Rosande naar zijn zuster Belia, gehuwd met Arend van Middachten, maar zij stierf kort daarna. Filips de Schone, die Gelre in 1505 veroverd had, gaf Rosande in leen aan Diederik van Bronkhorst, wiens moeder een stiefzuster was van Belia van Wilp. Er waren echter meer gerechtigde aanspraken: Margaretha van Arnhem, een zuster van de eerder genoemde Wijnand, eiste Rosande op. In 1506 werd het aan haar toegewezen. Zij gaf het aan haar dochter Adriana van .
Broeckhuysen, gehuwd met Andries Vissenich.

Uit dit huwelijk 4 kinderen.

tr. (2)
met

Johan van Alphen1, geb. in 1402, ovl. op 1 aug 1491, tr. (2) op 8 mrt 1470 met Catharina van Bronckhorst Batenburg, dr. van Derick van Bronckhorst tot Batenburg en Anholt en Katharina van Gronsfeld (erfdochter van Gronsveld en Rimburg). Uit dit huwelijk geen kinderen.

Catharina van Bronckhorst Batenburg.
Heer Johan van Alphem, ridder, heer tHonpell, en Katheryne van Bronchorst en van Bathenborch, dochter van wijlen heer Deriek van Bronchorst, heer tot Bathentjorch, tAnholt, Gronsfelt en Rymberghe, maken huwelijksche voorwaarden, waarbij o.a. bepaald wordt, dat haar vijf broeders gezamenlijk 5000 Philippus schilden zullen inbrengen, waarvan haar .
broeder Herman er 1100 zal geven. Gegeven int jaor ons Heren duysent vijrhondert ind tseventich dess Donredaigs na den Sonnendach Esto Michi. Oorspr. (Inv. nr. 7), met de.
geschonden zegels van den eersten oorkonder en de huwelijksvrienden heer Johan van Bronchorst en Bathenborch, domproost te Munster, heer Gijsbert van Bronchorst, heer tot.
Bathenborch en tAnholt, Henrick van Bronchorst en van Bathenborch, heer tot Gronsfelt en Rymbergh, Herman van Bronchorst en van Bathenborch, heer tot Steyn, Derick van Bronchorst en van Bathenborch en Gadert Keteler in groene was; de zegels van de huwelijksvrienden Goisswijn Steck, ridder, erfmaarschalk van Cleve, Derick van den Boitseler en Wessell van den Boitseler, heeren tot Asperen, en heer Johan, graaf tot Meghen, heer tot Myerle, ridder, zijn verloren.

Johan van Alphen.
heer tot Honnepel, ridder, drost van het land van Cleve.

Datum 1467-03-03 (opden dinxtage die darde dach in den meerte) .
Titel/Regest Johann Pfalzgraf bei Rhein, Herzog in Bayern und Konfirmat zu Münster belehnt den Johann von Alphen, Herr zu Honipel mit der Burg zu Lembeck wie der verstorbene Wessel von Lembeck und dessen Vorfahren dieselbe als Lehen zu halten pflegten.

Zeugen: Albert Torck, Johann Schenkinch, Dietrich von der Recke.

Datum 1467-05-22 (des vrydages na den hilligen pinxderdach).
Titel/Regest Vertrag zwischen Johann von Alphen und seiner Tochter Kathryn van Batenborch einerseits, und Wynalds von Arnheim, Frau Elizabeth von Arnheim und von Wylp, sowie der Schwester Wynalds, Margriete von Arnheim und von Brockhusen andererseits, wegen des Nachlasses der verstorbenen Frau Jutte von Lembeck und von Alphen betreffend die Burg Lembeck.

Zeugen: Goessen Sterck, Dietrich von Buetzeler, Johann von der Capelle, Thys van Eyl, Arndt van Myddachten und Lering.

Johann von Alphen und Wynald von Arnheim kündigen ihre Siegel an.


Bronnen:

1.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Johan van Alphen
Johan van Alphen1, geb. in 1402, ovl. op 1 aug 1491.

Johan van Alphen.
heer tot Honnepel, ridder, drost van het land van Cleve.

Datum 1467-03-03 (opden dinxtage die darde dach in den meerte) .
Titel/Regest Johann Pfalzgraf bei Rhein, Herzog in Bayern und Konfirmat zu Münster belehnt den Johann von Alphen, Herr zu Honipel mit der Burg zu Lembeck wie der verstorbene Wessel von Lembeck und dessen Vorfahren dieselbe als Lehen zu halten pflegten.

Zeugen: Albert Torck, Johann Schenkinch, Dietrich von der Recke.

Datum 1467-05-22 (des vrydages na den hilligen pinxderdach).
Titel/Regest Vertrag zwischen Johann von Alphen und seiner Tochter Kathryn van Batenborch einerseits, und Wynalds von Arnheim, Frau Elizabeth von Arnheim und von Wylp, sowie der Schwester Wynalds, Margriete von Arnheim und von Brockhusen andererseits, wegen des Nachlasses der verstorbenen Frau Jutte von Lembeck und von Alphen betreffend die Burg Lembeck.

Zeugen: Goessen Sterck, Dietrich von Buetzeler, Johann von der Capelle, Thys van Eyl, Arndt van Myddachten und Lering.

Johann von Alphen und Wynald von Arnheim kündigen ihre Siegel an.

tr. (1)
met

Jutte Lembeck1, dr. van Wessel von Lembeck, ovl. in 1462, tr. (1) met Dirk van Arnhem. Uit dit huwelijk 4 kinderen.

Jutte Lembeck.
vrouwe van Lembeck en Eyl (in Huysberden).

tr. (2) op 8 mrt 1470
met

Catharina van Bronckhorst Batenburg, dr. van Derick van Bronckhorst tot Batenburg en Anholt en Katharina van Gronsfeld (erfdochter van Gronsveld en Rimburg).

Catharina van Bronckhorst Batenburg.
Heer Johan van Alphem, ridder, heer tHonpell, en Katheryne van Bronchorst en van Bathenborch, dochter van wijlen heer Deriek van Bronchorst, heer tot Bathentjorch, tAnholt, Gronsfelt en Rymberghe, maken huwelijksche voorwaarden, waarbij o.a. bepaald wordt, dat haar vijf broeders gezamenlijk 5000 Philippus schilden zullen inbrengen, waarvan haar .
broeder Herman er 1100 zal geven. Gegeven int jaor ons Heren duysent vijrhondert ind tseventich dess Donredaigs na den Sonnendach Esto Michi. Oorspr. (Inv. nr. 7), met de.
geschonden zegels van den eersten oorkonder en de huwelijksvrienden heer Johan van Bronchorst en Bathenborch, domproost te Munster, heer Gijsbert van Bronchorst, heer tot.
Bathenborch en tAnholt, Henrick van Bronchorst en van Bathenborch, heer tot Gronsfelt en Rymbergh, Herman van Bronchorst en van Bathenborch, heer tot Steyn, Derick van Bronchorst en van Bathenborch en Gadert Keteler in groene was; de zegels van de huwelijksvrienden Goisswijn Steck, ridder, erfmaarschalk van Cleve, Derick van den Boitseler en Wessell van den Boitseler, heeren tot Asperen, en heer Johan, graaf tot Meghen, heer tot Myerle, ridder, zijn verloren.


Bronnen:

1.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Catharina van Bronckhorst Batenburg
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Catharina van Bronckhorst Batenburg.

Catharina van Bronckhorst Batenburg.
Heer Johan van Alphem, ridder, heer tHonpell, en Katheryne van Bronchorst en van Bathenborch, dochter van wijlen heer Deriek van Bronchorst, heer tot Bathentjorch, tAnholt, Gronsfelt en Rymberghe, maken huwelijksche voorwaarden, waarbij o.a. bepaald wordt, dat haar vijf broeders gezamenlijk 5000 Philippus schilden zullen inbrengen, waarvan haar .
broeder Herman er 1100 zal geven. Gegeven int jaor ons Heren duysent vijrhondert ind tseventich dess Donredaigs na den Sonnendach Esto Michi. Oorspr. (Inv. nr. 7), met de.
geschonden zegels van den eersten oorkonder en de huwelijksvrienden heer Johan van Bronchorst en Bathenborch, domproost te Munster, heer Gijsbert van Bronchorst, heer tot.
Bathenborch en tAnholt, Henrick van Bronchorst en van Bathenborch, heer tot Gronsfelt en Rymbergh, Herman van Bronchorst en van Bathenborch, heer tot Steyn, Derick van Bronchorst en van Bathenborch en Gadert Keteler in groene was; de zegels van de huwelijksvrienden Goisswijn Steck, ridder, erfmaarschalk van Cleve, Derick van den Boitseler en Wessell van den Boitseler, heeren tot Asperen, en heer Johan, graaf tot Meghen, heer tot Myerle, ridder, zijn verloren.

tr. op 8 mrt 1470
met

Johan van Alphen1, geb. in 1402, ovl. op 1 aug 1491, tr. (1) met Jutte Lembeck. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Johan van Alphen.
heer tot Honnepel, ridder, drost van het land van Cleve.

Datum 1467-03-03 (opden dinxtage die darde dach in den meerte) .
Titel/Regest Johann Pfalzgraf bei Rhein, Herzog in Bayern und Konfirmat zu Münster belehnt den Johann von Alphen, Herr zu Honipel mit der Burg zu Lembeck wie der verstorbene Wessel von Lembeck und dessen Vorfahren dieselbe als Lehen zu halten pflegten.

Zeugen: Albert Torck, Johann Schenkinch, Dietrich von der Recke.

Datum 1467-05-22 (des vrydages na den hilligen pinxderdach).
Titel/Regest Vertrag zwischen Johann von Alphen und seiner Tochter Kathryn van Batenborch einerseits, und Wynalds von Arnheim, Frau Elizabeth von Arnheim und von Wylp, sowie der Schwester Wynalds, Margriete von Arnheim und von Brockhusen andererseits, wegen des Nachlasses der verstorbenen Frau Jutte von Lembeck und von Alphen betreffend die Burg Lembeck.

Zeugen: Goessen Sterck, Dietrich von Buetzeler, Johann von der Capelle, Thys van Eyl, Arndt van Myddachten und Lering.

Johann von Alphen und Wynald von Arnheim kündigen ihre Siegel an.


Bronnen:

1.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Wijnand van Arnhem
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek

Wijnand van Arnhem1, geb. Arnhem in 1356, ovl. Velp op 26 mrt 1433.

Wijnand van Arnhem.
ridder, heer van Resande.

ridder, heer van Resande, vermeld 1360-1419, heeft de heerlijkheid Resande in leen van het huis Doorwerth, beleend met het halve veer aan de Praets 1360, met het Malburgse veer 1371, bezegelt als knape de huwelijksvoorwaarden van hertog Eduard 1368 en de 'landvrede' van 1377, beleend met andere lenen 1382, 1383, 1394, als knape borg voor de hertog 1403, ridder 1419, tr. Elisabeth van Assendelft.
Ten westen van de stad Arnhem slijpt al sinds de ijstijden een beek een dal van de stuwwal uit. Deze beek werd en wordt Slijpbeek (Sliepbeek), Klingelbeek (?cling?= heuvel) of Mariëndaalbeek genoemd. In het dal bevinden zich meer kleinere beken die vanuit verschillende bronnen en sprengkoppen (uitgegraven verzamelplek van grondwater) beginnen.
In een hoger gelegen deel van dat dal, in de onmiddellijke nabijheid van de sprengkop van de beek, stelde een aanzienlijke Arnhemse burger - Wijnand van Arnhem - in 1392 grond ter beschikking om een klooster te stichten. Het klooster kreeg, naar de ligging bij de bronnen en beken, de naam ?Domus Fontis Beatae Mariae?, ?Het huis bij de bron van de Heilige Maria?. Deze lange naam werd in het dagelijks gebruik Fonteijne-klooster (fonteijn=bron), Mariënborn (born=bron) en later Mariëndaal.
Wijnand van Arnhem had van de Gelderse Hertog Willem van Gulik en de bisschop van Utrecht, Floris van Wevelinchoven, toestemming gekregen om het klooster te vormen naar het voorbeeld van het beroemde klooster te Windesheim, even ten zuiden van Zwolle. Daar leefden Geert Grote en zijn volgelingen volgens de regels van de ?Augustijner orde der Reguliere kanunniken?. Eén van die volgelingen, de Arnhemse burger Arent van Gruythuijzen, ondersteunde Wijnand van Arnhem bij de stichting van het nieuwe Augustijnerklooster bij Arnhem. enkele geestelijken, waaronder Meester Floris Radewijns, Willem van Gronde en Jan van Brinkrink, kwamen uit Windesheim over om voor de inrichting van het klooster te zorgen.
De bouwmeesters waren Hendrik Wildo uit Þs-Hertogenbosch en Hendrik Wilsen uit Kampen. De eerste rector van het klooster was Johannes van Kempen, de broer van de beroemde Thomas à Kempis. De eerste prior (bestuurder) was Arnold van Kalkar.
Het klooster maakte een geheel uit met het klooster te Windesheim en werd ?de oudste dochter van Windesheim" genoemd. De kleding van de kloosterlingen bestond uit een wit overkleed met daarboven een zwarte kap. De bewoners van het klooster hielden zich vooral bezig met landbouw en wetenschap. Beroemd was de schrijf- en boekenzaal, het scriptorium, van het klooster. Het klooster had een eigen kerkhof. Daar werd o.a. Mechteld van Gelre (overleden 1381) begraven.

tr. (1) in okt 1370
met

Odilia (Udilia) van den Gruuthuys1, dr. van Arend van den Gruuthuys, geb. Arnhem, ovl. in 1399.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerrit*1390 Arnhem  Arnhem  

otr. (2) in 1400 137. Resp.: Gemeente-archief van Zwolle, rechterl. archieven, inv. nr.
001-00167, blz. 98 (boedelbeschrijving uit 1630 van J r . A. van
den Rutenborgh: Huwelijksvoorwaarden tussen Winald van
Arnhem en Agnes van Buchorst 1400 (o.i. dient dit Mie
(Euphemie), IX B, 2, te z(jn)). en Het geslacht de Vos van
Steenwrjk blz. 161—165 (tweede huwelijk, en levensloop tweede
echtgenoot): Ned. Adelsb. 1953, blz. 168; De Ned. Leeuw
1959, k. 289, 290, tr.
met

Mie (Euphemie, Agnes) van Buckhorst1, dr. van Willem van Buckhorst en Lutgard , geb. circa 1378.


Bronnen:

1.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Elisabeth van Assendelft
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Elisabeth van Assendelft1, geb. Heemskerk circa 1360, ovl. in 1405.

Elisabeth van Assendelft.
18 okt. 1380, Naaldwijk. Jonkvrouwe Lysbeth Gherijtsdochter van Assendelft wordt beleend met 20 morgen land onder Naaldwijk.

tr.
met

Wijnand van Arnhem van Resande1, zn. van Diederik Wijnandsz van Arnhem en NN van Resande.

Wijnand van Arnhem van Resande.
vermeld 1360-1419.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dirk  †1434   



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Diederik Wijnandsz van Arnhem
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek

Diederik Wijnandsz van Arnhem1, ovl. kort voor 12 jan 1360.

Diederik Wijnandsz van Arnhem.
ridder, vermeld 1350-1360, rentmeester van Veluwe 1350-1359, schepen van Arnhem 1353 en 1359, richter van Veluwe 1353, richter van Arnhem 1356-1357.

tr. in 1353
met

NN van Resande1.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wijnand     



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

NN van Resande
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek

NN van Resande1.

tr. in 1353
met

Diederik Wijnandsz van Arnhem1, zn. van Wijnand Diederiksz van Arnhem (ridder, heer van Resande) en Mechtildis Punder, ovl. kort voor 12 jan 1360.

Diederik Wijnandsz van Arnhem.
ridder, vermeld 1350-1360, rentmeester van Veluwe 1350-1359, schepen van Arnhem 1353 en 1359, richter van Veluwe 1353, richter van Arnhem 1356-1357.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wijnand     



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Wijnand Diederiksz van Arnhem
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek

Wijnand Diederiksz van Arnhem1 (Wynand Tike), ridder, heer van Resande, ovl. na 1419.

Wijnand Diederiksz van Arnhem.
vermeld 1360-1419, heeft de heerlijkheid Resande in.
leen van het huis Doorwerth, beleend met het halve veer aan de.
Praets 1360, met het Malburgse veer 1371, bezegelt als knape de huwelijksvoorwaarden van hertog Eduard 1368 en de 'landvrede' van 1377, beleend met andere lenen 1382, 1383, 1394, als knape borg voor de hertog 1403, ridder 1419.

vermeld 1313-1351, meermaals schepen van Arnhem tussen 1317 en 1332, krijgt de helft van het veer op de Praets in erfpacht 1323, knape 1324, ridder 1335.

tr. Arnhem in 1326
met

Mechtildis Punder1, dr. van Gerrit Ludofsz Punder en Christina , geb. circa 1305.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Diederik  †1360   
Gerrit     



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Mechtildis Punder
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek

Mechtildis Punder1, geb. circa 1305.

tr. Arnhem in 1326
met

Wijnand Diederiksz van Arnhem1 (Wynand Tike), zn. van Theodoricus Wynandsz van Arnhem, ridder, heer van Resande, ovl. na 1419.

Wijnand Diederiksz van Arnhem.
vermeld 1360-1419, heeft de heerlijkheid Resande in.
leen van het huis Doorwerth, beleend met het halve veer aan de.
Praets 1360, met het Malburgse veer 1371, bezegelt als knape de huwelijksvoorwaarden van hertog Eduard 1368 en de 'landvrede' van 1377, beleend met andere lenen 1382, 1383, 1394, als knape borg voor de hertog 1403, ridder 1419.

vermeld 1313-1351, meermaals schepen van Arnhem tussen 1317 en 1332, krijgt de helft van het veer op de Praets in erfpacht 1323, knape 1324, ridder 1335.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Diederik  †1360   
Gerrit     



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)