Website van Cees Hagenbeek
Vrouwtje Jans Schols
Vrouwtje Jans Schols1, geb. Haarlem circa 1644, ovl. Amsterdam op 6 mrt 1724.

otr. Amsterdam op 26 feb 1664, tr.
met

Jan van Vollenhoven1, zn. van Jan Lubberts van Vollenhoven en Maria Haesbaert, geb. Amsterdam in 1639, ovl. aldaar op 9 mrt 1714.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1670 Amsterdam †1737  66



Bronnen:
1.Nederlands Patriciaat (NP 001), van 1910 tot 1936

Jan Lubberts van Vollenhoven
Jan Lubberts van Vollenhoven1,2, ged. Schiedam op 27 jan 1614, ovl. vanaf 4 mrt 1663,
, zijn kinderen worden ook lakenkoopmannen of trouwen met mensen uit die sector, en een enkele houtkoopman. Zoon Jacob verdrinkt, zijnde met de schuit uit Edam komende, overboord gevallen, daarbij blijkbaar zijn broer Hendrik meesleurend, die ook verdrinkt. Dit is een tak van de van Vollenhovens die zich in de adel inhuwt; achter-achter-kleindochter Johanna Anna van Vollenhoven (1767) trouwt met baron Jan van Styrum (1737), vrijmetselaar, hoog Bataafs bestuurder, behorend zowel tot de Nederlandse als de Franse adel.

 

otr. Amsterdam op 9 nov 1636, tr.
met

Maria Haesbaert1,2, dr. van Jacob Haesbaert en Clara van Tongerloo, geb. Amsterdam in 1614, ovl. na 11 feb 1674.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1639 Amsterdam †1714 Amsterdam 74



Bronnen:
1.Afgeschermd, van 1937 tot 1997
2.Nederlands Patriciaat (NP 001), van 1910 tot 1936

Maria Haesbaert
Maria Haesbaert1,2, geb. Amsterdam in 1614, ovl. na 11 feb 1674.

otr. Amsterdam op 9 nov 1636, tr.
met

Jan Lubberts van Vollenhoven1,2, zn. van Lubertus van Vollenhoven (schipper, lakenkoper reder te Schiedam) en Maartje Coenraads van der Muyle, ged. Schiedam op 27 jan 1614, ovl. vanaf 4 mrt 1663,
, zijn kinderen worden ook lakenkoopmannen of trouwen met mensen uit die sector, en een enkele houtkoopman. Zoon Jacob verdrinkt, zijnde met de schuit uit Edam komende, overboord gevallen, daarbij blijkbaar zijn broer Hendrik meesleurend, die ook verdrinkt. Dit is een tak van de van Vollenhovens die zich in de adel inhuwt; achter-achter-kleindochter Johanna Anna van Vollenhoven (1767) trouwt met baron Jan van Styrum (1737), vrijmetselaar, hoog Bataafs bestuurder, behorend zowel tot de Nederlandse als de Franse adel.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1639 Amsterdam †1714 Amsterdam 74



Bronnen:
1.Afgeschermd, van 1937 tot 1997
2.Nederlands Patriciaat (NP 001), van 1910 tot 1936

Dirkgen Cornelisdr Cornelisdr
Dirkgen Cornelisdr Cornelisdr.


Jacob Haesbaert
Jacob Haesbaert1, geb. in 1580, ovl. in 1653.

tr. in 1605
met

Clara van Tongerloo1, dr. van Cornelis van Tongerloo (vermogend Doopsgezind koopman te Amsterdam) en Maritge Pietersdr.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1614 Amsterdam †1674  59



Bronnen:
1.Nederlands Patriciaat (NP 001), van 1910 tot 1936

Clara van Tongerloo
Clara van Tongerloo1.

  • Vader:
    Cornelis van Tongerloo2, zn. van Thomas Thomasz van Tongerloo (lakenkoper) en Geertruyd de Vreede, geb. Antwerpen [België] in 1555, DG, vermogend Doopsgezind koopman te Amsterdam, ovl. in 1617,
    , De namen van de beide andere koopers, Cornelis van Tongerlou en Tobias Jansz, zijn ten deze van het grootste belang, immers alle drie vinden wij wederom broederlijk vereenigd vermeld in een acte van den Amsterdamschen notaris J . Gijsberti dd. 24 Jan. 1611. Op genoemden datum „heeft Cornelis Outgersz vercoft ende Peter Ihimasz zo voor hem selve als uyt den name ende vanwege Cornelis van Tongerloo ende Tobias Jansz, die hij hierinne vervangen heeft, gecoft een huys ende erfve gestaen op de Nieuwezijdsoosterachterburchwal" te Amsterdam. Onder de acte vindt men o.a. de hand- teekening van Pieter Thomasz: De drie genoemde acten, alle verleden in de maand Januari van het jaar 1611, doen ons vermoeden, dat wij hier te doen hebben met huizenspeculanten, die voor gezamenlijke rekening huizen kochten, om die eenigen tijd later met winst te verkoopen. Geen wonder dat — zooals Bastert dan ook vermeldt — de brouwerij „de twee manen" in 1614 wederom veikocht werd; men vindt de verkoopacte in het reeds genoemde trans- portregister van Weesp (309), 1°. 193. Als verkoopers worden genoemd „Cornelis van Tungerlo, Pieter Thomasz ende Agniesgen Symunsdr wed(uw)e wijlen Tobias Jansz za. geassisteert met Abraham Jansz haere overleden mans broeder en(de) gecoren voocht in desen"; de kopper was Cornelis Jacubsz Wayer. Cornelis van Tongerloo was inderdaad het type van den grond- en huizenspeculant. Zoowel te Weesp als te, Amsterdam kocht hij tallooze erven en huizen. Zoo kochten hij, Tobias Jansz en Abraham Janz op 15 Mei 1611 een huis en erve te Weespercarspel (reg. der transporten te Weesp, n°. 309, f°. 13 v0 .), op denzelfden datum een morgen land aan de Vecht (f°. 16). Zelf kocht hij huizen en landerijen in en bij Weesp, zie hetzelfde register, f°. 186 v°, 187 vs , 223, 225, 226, 229, 230 enz. In de Kwijtscheldingen te Amsterdam komt zijn naam herhaaldelijk voor in acten uit het begin van de 17d e eeuw. Hij kocht huizen in de Rapen- burgerstraat (Kwijtscheldingen, dl. 38, f°. 196 v0 .), Smak- steeg (dl. 20, f°.'43 v°.), O.Z. Voorburgwal (dl. 27, f°. 144 v0.)', Warmoesstraat (dl. 14, 1°. 224), op het Wees- pad (dl. 21, f°. 245, dl. 29, f°. 87 v°) enz. enz. Bij Mr. W. R. Veder, Het Archief van de Gasthuizen te Amsterdam (1908), blz. 297 en 304 leest men dat op 15 Juli 1593 Jan Claesz Clouck en Cornelis van Tongerloo kochten twee huizen en erven, zijnde vier woningen onder één dak, genaamd de Oude Lombart, op de Grimnessesluis te Amsterdam, welk complex door hem op 6 Mei 1699 wederom verkocht werd aan Michiel Michielsz van Verlaer, een neef van Vondel: Tezamen met Pieter Thomasz kocht Cornelis van lonqerloo nog „een huys ende erve zijnde twee woninghen onder een dack gestaen int Mandemaeckerssteeghje" te Amsterdam op 14 Maart 1611 (Kwijtscheldingen, dl. 33, f°. 225 v°.). Vermoedelijk was deze Pieter Thomas? dezelfde als de „Pieter Thomasz Koeckebacker", die op 27 Nov. 1615 kocht 3923 voet „erfi¨s gelegen opde Keysersgracht, daer lendenen van zijn hij comparant (d.i. Pieter Thomasz) Tongerlo met Jacob Haesbaert geswaegers ende mede aende zuytsijde ende de vercooper (Andries Qernout) aende Noortsijde" en op 2 Mei 1616 „een ledich ertif gelegen aende Westsijde van de Keysersgraft breet 20 voeten ende lang 150 voeten" (Kwijtscheldingen, dl. 37, en 206 v°). Ook kocht Pieter Thomasz een erf 1°. 92 v°. aan het Lange Tuinpad te Amsterdam (Kwijschel- dingen, dl. 37, f°. 257). Cornelis van Tongerloo was een vermogend Doops- gezind koopman te Amsterdam. Het is mij niet duidelijk waarom P. J . Dobbelaar in zijn proefschrift over de branderijen in Holland tot het begin der 19d e eeuw (1930), blz. 40 hem glasblazer noemt. Dobbelaar citeert een acte uit de Weesper transportregisters, waarin staat vermeld, dat op 17 Aug. 1614 Cornelis van Tongerlo, coopman tot Amsterdam, aan Pieter Wiggertsz, brandewijnbrander, transporteert een huis en erve in de Nieuwstad te Weesp. Het volgend overzicht doet ons Cornelis van kennen temidden van zijn familieleden: Zelf behoorde Cornelis van Tongerloo tot de Vlaamsche gemeente der Doopsgezinden; zijn zoon Jaspar was bij deze gemeente dienaar of diaken. Jan Munter, de stamvader van het Amsterdamsche regeeringsgeslacht van dien naam, behoorde daarentegen tot de Water- landsche gemeente der Doopsgezinden. Gezien de toenmalige mentaliteit der Doopsgezinden is het wel waarschijnlijk, dat ook Pieter Thomasz, die met Cornelis van longerloo zaken deed, eveneens tot de Mennisten behoorde. De volgelingen van Menno hielden zich over het algemeen van de overige bevolking wat afzijdig en zullen voor firmanten wel geloofsgenooten gekozen hebben. Een en ander is echter slechts een hypothese, die evenwel versterkt wordt door het feit, dat men in het Amsterdamsche Poorterboek vermeld vindt, dat op 2 Dec. 1602 poorter werd op poorter- belofie: Pieter Thomasz van Franiker, wever. Aangezien deze poorter niet den eed aflegde, doch de gelofte, weten wij, dat wij hier met een Doopsgezinde te doen hebben; mogelijk is, dat de wever uit Franeker dezelfde is als de huizenkooper uit 1611 en volgende jaren. Hier wordt ten slotte nog vermeld, dat na den dood van Cornelis van Tongerloo (1617) vele hem toebehoo- rende huizen te Weesp door zijn erfenamen werden verkocht. Zoo vindt men, dat een dergelijk huis op den laatsten Juni 1618 verkocht werd door „Jasper van, tr, Vondel een bruiloftsgedicht maakte op het Huwelijk van Jacob Haesbaert en Claerken van Tongerloo. Omtrent de familie van Tongerloo vindt men vele gegevens bij Elias met

tr. in 1605
met

Jacob Haesbaert1, geb. in 1580, ovl. in 1653.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1614 Amsterdam †1674  59



Bronnen:
1.Nederlands Patriciaat (NP 001), van 1910 tot 1936
2.De Nederlandsche Leeuw (NL-2), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883

Cornelis van Tongerloo
Cornelis van Tongerloo1, geb. Antwerpen [België] in 1555, DG, vermogend Doopsgezind koopman te Amsterdam, ovl. in 1617,
, De namen van de beide andere koopers, Cornelis van Tongerlou en Tobias Jansz, zijn ten deze van het grootste belang, immers alle drie vinden wij wederom broederlijk vereenigd vermeld in een acte van den Amsterdamschen notaris J . Gijsberti dd. 24 Jan. 1611. Op genoemden datum „heeft Cornelis Outgersz vercoft ende Peter Ihimasz zo voor hem selve als uyt den name ende vanwege Cornelis van Tongerloo ende Tobias Jansz, die hij hierinne vervangen heeft, gecoft een huys ende erfve gestaen op de Nieuwezijdsoosterachterburchwal" te Amsterdam. Onder de acte vindt men o.a. de hand- teekening van Pieter Thomasz: De drie genoemde acten, alle verleden in de maand Januari van het jaar 1611, doen ons vermoeden, dat wij hier te doen hebben met huizenspeculanten, die voor gezamenlijke rekening huizen kochten, om die eenigen tijd later met winst te verkoopen. Geen wonder dat — zooals Bastert dan ook vermeldt — de brouwerij „de twee manen" in 1614 wederom veikocht werd; men vindt de verkoopacte in het reeds genoemde trans- portregister van Weesp (309), 1°. 193. Als verkoopers worden genoemd „Cornelis van Tungerlo, Pieter Thomasz ende Agniesgen Symunsdr wed(uw)e wijlen Tobias Jansz za. geassisteert met Abraham Jansz haere overleden mans broeder en(de) gecoren voocht in desen"; de kopper was Cornelis Jacubsz Wayer. Cornelis van Tongerloo was inderdaad het type van den grond- en huizenspeculant. Zoowel te Weesp als te, Amsterdam kocht hij tallooze erven en huizen. Zoo kochten hij, Tobias Jansz en Abraham Janz op 15 Mei 1611 een huis en erve te Weespercarspel (reg. der transporten te Weesp, n°. 309, f°. 13 v0 .), op denzelfden datum een morgen land aan de Vecht (f°. 16). Zelf kocht hij huizen en landerijen in en bij Weesp, zie hetzelfde register, f°. 186 v°, 187 vs , 223, 225, 226, 229, 230 enz. In de Kwijtscheldingen te Amsterdam komt zijn naam herhaaldelijk voor in acten uit het begin van de 17d e eeuw. Hij kocht huizen in de Rapen- burgerstraat (Kwijtscheldingen, dl. 38, f°. 196 v0 .), Smak- steeg (dl. 20, f°.'43 v°.), O.Z. Voorburgwal (dl. 27, f°. 144 v0.)', Warmoesstraat (dl. 14, 1°. 224), op het Wees- pad (dl. 21, f°. 245, dl. 29, f°. 87 v°) enz. enz. Bij Mr. W. R. Veder, Het Archief van de Gasthuizen te Amsterdam (1908), blz. 297 en 304 leest men dat op 15 Juli 1593 Jan Claesz Clouck en Cornelis van Tongerloo kochten twee huizen en erven, zijnde vier woningen onder één dak, genaamd de Oude Lombart, op de Grimnessesluis te Amsterdam, welk complex door hem op 6 Mei 1699 wederom verkocht werd aan Michiel Michielsz van Verlaer, een neef van Vondel: Tezamen met Pieter Thomasz kocht Cornelis van lonqerloo nog „een huys ende erve zijnde twee woninghen onder een dack gestaen int Mandemaeckerssteeghje" te Amsterdam op 14 Maart 1611 (Kwijtscheldingen, dl. 33, f°. 225 v°.). Vermoedelijk was deze Pieter Thomas? dezelfde als de „Pieter Thomasz Koeckebacker", die op 27 Nov. 1615 kocht 3923 voet „erfi¨s gelegen opde Keysersgracht, daer lendenen van zijn hij comparant (d.i. Pieter Thomasz) Tongerlo met Jacob Haesbaert geswaegers ende mede aende zuytsijde ende de vercooper (Andries Qernout) aende Noortsijde" en op 2 Mei 1616 „een ledich ertif gelegen aende Westsijde van de Keysersgraft breet 20 voeten ende lang 150 voeten" (Kwijtscheldingen, dl. 37, en 206 v°). Ook kocht Pieter Thomasz een erf 1°. 92 v°. aan het Lange Tuinpad te Amsterdam (Kwijschel- dingen, dl. 37, f°. 257). Cornelis van Tongerloo was een vermogend Doops- gezind koopman te Amsterdam. Het is mij niet duidelijk waarom P. J . Dobbelaar in zijn proefschrift over de branderijen in Holland tot het begin der 19d e eeuw (1930), blz. 40 hem glasblazer noemt. Dobbelaar citeert een acte uit de Weesper transportregisters, waarin staat vermeld, dat op 17 Aug. 1614 Cornelis van Tongerlo, coopman tot Amsterdam, aan Pieter Wiggertsz, brandewijnbrander, transporteert een huis en erve in de Nieuwstad te Weesp. Het volgend overzicht doet ons Cornelis van kennen temidden van zijn familieleden: Zelf behoorde Cornelis van Tongerloo tot de Vlaamsche gemeente der Doopsgezinden; zijn zoon Jaspar was bij deze gemeente dienaar of diaken. Jan Munter, de stamvader van het Amsterdamsche regeeringsgeslacht van dien naam, behoorde daarentegen tot de Water- landsche gemeente der Doopsgezinden. Gezien de toenmalige mentaliteit der Doopsgezinden is het wel waarschijnlijk, dat ook Pieter Thomasz, die met Cornelis van longerloo zaken deed, eveneens tot de Mennisten behoorde. De volgelingen van Menno hielden zich over het algemeen van de overige bevolking wat afzijdig en zullen voor firmanten wel geloofsgenooten gekozen hebben. Een en ander is echter slechts een hypothese, die evenwel versterkt wordt door het feit, dat men in het Amsterdamsche Poorterboek vermeld vindt, dat op 2 Dec. 1602 poorter werd op poorter- belofie: Pieter Thomasz van Franiker, wever. Aangezien deze poorter niet den eed aflegde, doch de gelofte, weten wij, dat wij hier met een Doopsgezinde te doen hebben; mogelijk is, dat de wever uit Franeker dezelfde is als de huizenkooper uit 1611 en volgende jaren. Hier wordt ten slotte nog vermeld, dat na den dood van Cornelis van Tongerloo (1617) vele hem toebehoo- rende huizen te Weesp door zijn erfenamen werden verkocht. Zoo vindt men, dat een dergelijk huis op den laatsten Juni 1618 verkocht werd door „Jasper van.

tr, Vondel een bruiloftsgedicht maakte op het Huwelijk van Jacob Haesbaert en Claerken van Tongerloo. Omtrent de familie van Tongerloo vindt men vele gegevens bij Elias
met

Maritge Pietersdr1.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Clara     



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw (NL-2), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883

Maritge Pietersdr
Maritge Pietersdr1.

tr.
met

Cornelis van Tongerloo1, zn. van Thomas Thomasz van Tongerloo (lakenkoper) en Geertruyd de Vreede, geb. Antwerpen [België] in 1555, DG, vermogend Doopsgezind koopman te Amsterdam, ovl. in 1617,
, De namen van de beide andere koopers, Cornelis van Tongerlou en Tobias Jansz, zijn ten deze van het grootste belang, immers alle drie vinden wij wederom broederlijk vereenigd vermeld in een acte van den Amsterdamschen notaris J . Gijsberti dd. 24 Jan. 1611. Op genoemden datum „heeft Cornelis Outgersz vercoft ende Peter Ihimasz zo voor hem selve als uyt den name ende vanwege Cornelis van Tongerloo ende Tobias Jansz, die hij hierinne vervangen heeft, gecoft een huys ende erfve gestaen op de Nieuwezijdsoosterachterburchwal" te Amsterdam. Onder de acte vindt men o.a. de hand- teekening van Pieter Thomasz: De drie genoemde acten, alle verleden in de maand Januari van het jaar 1611, doen ons vermoeden, dat wij hier te doen hebben met huizenspeculanten, die voor gezamenlijke rekening huizen kochten, om die eenigen tijd later met winst te verkoopen. Geen wonder dat — zooals Bastert dan ook vermeldt — de brouwerij „de twee manen" in 1614 wederom veikocht werd; men vindt de verkoopacte in het reeds genoemde trans- portregister van Weesp (309), 1°. 193. Als verkoopers worden genoemd „Cornelis van Tungerlo, Pieter Thomasz ende Agniesgen Symunsdr wed(uw)e wijlen Tobias Jansz za. geassisteert met Abraham Jansz haere overleden mans broeder en(de) gecoren voocht in desen"; de kopper was Cornelis Jacubsz Wayer. Cornelis van Tongerloo was inderdaad het type van den grond- en huizenspeculant. Zoowel te Weesp als te, Amsterdam kocht hij tallooze erven en huizen. Zoo kochten hij, Tobias Jansz en Abraham Janz op 15 Mei 1611 een huis en erve te Weespercarspel (reg. der transporten te Weesp, n°. 309, f°. 13 v0 .), op denzelfden datum een morgen land aan de Vecht (f°. 16). Zelf kocht hij huizen en landerijen in en bij Weesp, zie hetzelfde register, f°. 186 v°, 187 vs , 223, 225, 226, 229, 230 enz. In de Kwijtscheldingen te Amsterdam komt zijn naam herhaaldelijk voor in acten uit het begin van de 17d e eeuw. Hij kocht huizen in de Rapen- burgerstraat (Kwijtscheldingen, dl. 38, f°. 196 v0 .), Smak- steeg (dl. 20, f°.'43 v°.), O.Z. Voorburgwal (dl. 27, f°. 144 v0.)', Warmoesstraat (dl. 14, 1°. 224), op het Wees- pad (dl. 21, f°. 245, dl. 29, f°. 87 v°) enz. enz. Bij Mr. W. R. Veder, Het Archief van de Gasthuizen te Amsterdam (1908), blz. 297 en 304 leest men dat op 15 Juli 1593 Jan Claesz Clouck en Cornelis van Tongerloo kochten twee huizen en erven, zijnde vier woningen onder één dak, genaamd de Oude Lombart, op de Grimnessesluis te Amsterdam, welk complex door hem op 6 Mei 1699 wederom verkocht werd aan Michiel Michielsz van Verlaer, een neef van Vondel: Tezamen met Pieter Thomasz kocht Cornelis van lonqerloo nog „een huys ende erve zijnde twee woninghen onder een dack gestaen int Mandemaeckerssteeghje" te Amsterdam op 14 Maart 1611 (Kwijtscheldingen, dl. 33, f°. 225 v°.). Vermoedelijk was deze Pieter Thomas? dezelfde als de „Pieter Thomasz Koeckebacker", die op 27 Nov. 1615 kocht 3923 voet „erfi¨s gelegen opde Keysersgracht, daer lendenen van zijn hij comparant (d.i. Pieter Thomasz) Tongerlo met Jacob Haesbaert geswaegers ende mede aende zuytsijde ende de vercooper (Andries Qernout) aende Noortsijde" en op 2 Mei 1616 „een ledich ertif gelegen aende Westsijde van de Keysersgraft breet 20 voeten ende lang 150 voeten" (Kwijtscheldingen, dl. 37, en 206 v°). Ook kocht Pieter Thomasz een erf 1°. 92 v°. aan het Lange Tuinpad te Amsterdam (Kwijschel- dingen, dl. 37, f°. 257). Cornelis van Tongerloo was een vermogend Doops- gezind koopman te Amsterdam. Het is mij niet duidelijk waarom P. J . Dobbelaar in zijn proefschrift over de branderijen in Holland tot het begin der 19d e eeuw (1930), blz. 40 hem glasblazer noemt. Dobbelaar citeert een acte uit de Weesper transportregisters, waarin staat vermeld, dat op 17 Aug. 1614 Cornelis van Tongerlo, coopman tot Amsterdam, aan Pieter Wiggertsz, brandewijnbrander, transporteert een huis en erve in de Nieuwstad te Weesp. Het volgend overzicht doet ons Cornelis van kennen temidden van zijn familieleden: Zelf behoorde Cornelis van Tongerloo tot de Vlaamsche gemeente der Doopsgezinden; zijn zoon Jaspar was bij deze gemeente dienaar of diaken. Jan Munter, de stamvader van het Amsterdamsche regeeringsgeslacht van dien naam, behoorde daarentegen tot de Water- landsche gemeente der Doopsgezinden. Gezien de toenmalige mentaliteit der Doopsgezinden is het wel waarschijnlijk, dat ook Pieter Thomasz, die met Cornelis van longerloo zaken deed, eveneens tot de Mennisten behoorde. De volgelingen van Menno hielden zich over het algemeen van de overige bevolking wat afzijdig en zullen voor firmanten wel geloofsgenooten gekozen hebben. Een en ander is echter slechts een hypothese, die evenwel versterkt wordt door het feit, dat men in het Amsterdamsche Poorterboek vermeld vindt, dat op 2 Dec. 1602 poorter werd op poorter- belofie: Pieter Thomasz van Franiker, wever. Aangezien deze poorter niet den eed aflegde, doch de gelofte, weten wij, dat wij hier met een Doopsgezinde te doen hebben; mogelijk is, dat de wever uit Franeker dezelfde is als de huizenkooper uit 1611 en volgende jaren. Hier wordt ten slotte nog vermeld, dat na den dood van Cornelis van Tongerloo (1617) vele hem toebehoo- rende huizen te Weesp door zijn erfenamen werden verkocht. Zoo vindt men, dat een dergelijk huis op den laatsten Juni 1618 verkocht werd door „Jasper van.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Clara     



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw (NL-2), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883

Thomas Thomasz van Tongerloo
Thomas Thomasz van Tongerloo1, geb. Antwerpen [België] in 1522, lakenkoper, ovl. Amsterdam in 1591.

tr. na 1545
met

Geertruyd de Vreede1, tr. (2) in 1606 met Guilaume van Utenhove. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelis*1555 Antwerpen [België] †1617  62
Sara*1578 Amsterdam †1642 Amsterdam 63



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw (NL-2), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883

Geertruyd de Vreede
Geertruyd de Vreede1.

tr. (1) na 1545
met

Thomas Thomasz van Tongerloo1, zn. van Thomas van Tongerloo en Clara Hans Pietersdochter, geb. Antwerpen [België] in 1522, lakenkoper, ovl. Amsterdam in 1591.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelis*1555 Antwerpen [België] †1617  62
Sara*1578 Amsterdam †1642 Amsterdam 63

tr. (2) in 1606
met

Guilaume van Utenhove1.

Bronnen:

1.De Nederlandsche Leeuw (NL-2), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883

Guilaume van Utenhove
Guilaume van Utenhove1.

tr. in 1606
met

Geertruyd de Vreede1.

Bronnen:

1.De Nederlandsche Leeuw (NL-2), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883

Thomas van Tongerloo
Thomas van Tongerloo.

tr.
met

Clara Hans Pietersdochter.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Thomas*1522 Antwerpen [België] †1591 Amsterdam 69


Clara Hans Pietersdochter
Clara Hans Pietersdochter.

tr.
met

Thomas van Tongerloo.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Thomas*1522 Antwerpen [België] †1591 Amsterdam 69


Jan Pietersz Schols
Jan Pietersz Schols1.

tr.
met

Dieuwertje Cornelis.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Vrouwtje*1644 Haarlem †1724 Amsterdam 79



Bronnen:
1.Nederlands Patriciaat (NP 001), van 1910 tot 1936

Dieuwertje Cornelis
Dieuwertje Cornelis.

tr.
met

Jan Pietersz Schols1.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Vrouwtje*1644 Haarlem †1724 Amsterdam 79



Bronnen:
1.Nederlands Patriciaat (NP 001), van 1910 tot 1936

Willem Palm
Willem Palm, DG, regent Weeshuis (1685), Officier van de Krijgsraad Haarlem (1678, 1684), ovl. na 1684.

tr. Sneek op 22 sep 1667, kerk.huw. (DG)
met

Immetie Dirks Oosterhout, ovl. voor 1692,
, wonende te Sneek (voor huwelijk met Willem Palm wonende te Haarlem).

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1670 Haarlem †1745 Amsterdam 74
Engeltje     


Immetie Dirks Oosterhout
Immetie Dirks Oosterhout, ovl. voor 1692,
, wonende te Sneek (voor huwelijk met Willem Palm wonende te Haarlem).

tr. Sneek op 22 sep 1667, kerk.huw. (DG)
met

Willem Palm, DG, regent Weeshuis (1685), Officier van de Krijgsraad Haarlem (1678, 1684), ovl. na 1684.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1670 Haarlem †1745 Amsterdam 74
Engeltje     


Dirk Brunink
Dirk Brunink, geb. Haarlem circa 1667, coopman uit Haarlem,
, Het echtpaar Edens-Inses testeert voor not. P. Basteels te Rotterdam 21 Sept. 1696. Op 16 Juni 1700 wordt Pieter Edens in de Nieuwe Kerk te Amsterdam begraven, komende van, de Keizersgracht bij de Hartenstraat, één onmondig kind nalatende.
Zijn weduwe ondertrouwt te Amsterdam op 13 Febr. 1705 met Dirck Bruninck, koopman, geboren en wonendes te Haarf lem, oud 38 jaar. O p 9 Febr. hadden zij voor not.  Backer te Amsterdam huwelijkse voorwaarden gesloten; hij werd daarbij geassisteerd door zijn neef Jan van Vollenhoven de Jonge, zij door haar schoonmoeder Josyna Lompe en haar oom Michiel Slachregen. Op 10 Febr. had zij voor denzelfden notaris tot voogden over haar achtjarig dochtertje Josina benoemd: Egbert en Abraham Edens en Egbert Thesingh, en aan haar, voor vaders en broeders erfenis, ƒ 30.000,— bewezen. Het huwelijk wordt 8 Maart 1705 voor schepenen voltrokken.
1) Dirclk Bruninck was een zoon van Lambert en Anna Ooslerhont. Uit zijn huwelijk met Catharina Inses liet hij twee dochters na, Anna en Catharina Wilhelmina, iresp. gehuwd met Jan en Willem van Vollenhoven.
2) Abraham Edens, ongehuwd o\crleden 22, begr. Amsterdam Nieuwe Keik 30 Aug. 1720. Zijn met collateraal successiorechf belastbare nalatenschap bedroeg ƒ 21.900,— (voornamelijk de hofstede Sparenhoul in den Hout onder Heemstede).

tr. op 13 feb 1705
met

Catharina Inses (Inzes, Enses, Intes, IJnses, Ynses), dr. van Abraham Inses en Willemijntje Stock, ovl. op 18 mrt 1718,
, Ter onsterfelyker gedagtenisse van de nooyt volprezene, en in deugd uytmuntende juffrouw Catharina Inses, zeer dierbaare echtgenoot van den heere Dirk Brunink : in het 44ste, jaar haares ouderdoms, overleeden den 18 van Lentemaand 1718, en den 23ste roustaatelik ter aarden besteld [te Haarlem] / Jacobus Crajenhoff, 1718, otr. (2) op 29 jan 1696 huwelijkse voorwaarde, tr. met Pieter Edens. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Catharina*1708 Haarlem †1755 Haarlem 47


Catharina Inses
Catharina Inses (Inzes, Enses, Intes, IJnses, Ynses), ovl. op 18 mrt 1718,
, Ter onsterfelyker gedagtenisse van de nooyt volprezene, en in deugd uytmuntende juffrouw Catharina Inses, zeer dierbaare echtgenoot van den heere Dirk Brunink : in het 44ste, jaar haares ouderdoms, overleeden den 18 van Lentemaand 1718, en den 23ste roustaatelik ter aarden besteld [te Haarlem] / Jacobus Crajenhoff, 1718.

  • Vader:
    Abraham Inses, geb. in 1636, DG, ovl. Haarlem op 18 apr 1696,
    , Doopsgezinde Koopman en fabrikeur (leverancier: laken)
    Abraham Inses, koopman, wonende op de Oude Gracht, ziek te bed liggende, testeert op 16 Nov. 1695 voor notaris P. Gerlings te Haarlem. Zijn vrouw is blijkbaar reeds overleden; erfgenamen zijn zijn vijf onmondige kinderen: Catharina, Nicolaas, Maria, Abraham en Michiel. Tot voogden benoemt hij: Michiel Slaghregem Louwtens Willemsz. en Johannis van de Rijp. Op 29 Jan. 1696 worden voor denzelfden notaris huwelijkse voorwaarden gesloten tussen Pieter Edens, jonge man, geassisteerd met zijn moeder Josyna Lompe, w e d . Abraham Edens, en zijn broeder Egbert Edens en Catharina Inses, jonge dochter, geassisteerd met de hierboven genoemde voogden. Het echtpaar Edens-Inses testeert voor not. P. Basteels te Rotterdam 21 Sept. 1696. Op 16 Juni 1700 wordt Pieter Edens in de Nieuwe Kerk te Amsterdam begraven. komende van, de Keizersgracht bij de Hartenstraat, één onmondig kind nalatende.
    Vlietzorg Ingeklemd tussen het Spaarne, de Buitenrustlaan en nieuwe bebouwing ligt de buitenplaats Vlietzorg. Van deze buitenplaats zijn het huis en het koetshuis of bollenschuur (gezien vanaf de straat, rechts van het huis gelegen) overgebleven. De tuinen die reikten tot Welgelegen zijn nu volgebouwd met woningen. Eind zeventiende-eeuw laat Pieter van Zel in een al bestaande tuin aan het Zuider Buiten Spaarne een speelhuis bouwen. In 1686 is de Haarlemse doopgezinde koopman Abraham Inses eigenaar. Hij breidt de buitenplaats uit met nieuwe grondaankopen. In 1688 komt de naam Vlietzorg voor in een hofdicht van Antoni Jansens: ‘Op den hof, genaamd Vliedzorg, van Abraham Inses, geleegen buiten Haarlem, aan ’t Spaaren.’
    Een schilderij uit ca. 1699 laat Vlietzorg zien met het naastgelegen Zorgvliet. De tuin van Vlietzorg heeft op dat moment twee kleine vijvers met fonteinen, verschillende in vormgesnoeide struiken en een heester- of moestuin.
    Het ontwerp De goudsmid Hendrik Pieter de Pauw koopt de buitenplaats in 1791. Hij laat het huis verbouwen tot het huidige woonhuis. Het huis is op een rechthoekige plattegrond gebouwd met twee bouwlagen (begane grond en eerste verdieping) onder een schilddak. Op de hoeken van het dak staan twee schoorstenen. De gevels zijn bepleisterd en wit geschilderd. Het gehele huis krijgt een classicistisch uiterlijk.
    De voorgevel werd symmetrisch ingedeeld met in het midden de hoofdentree met Ionische uitbouwsels die een lijst boven de deur dragen. Aan weerszijden van de deur is een geblokte stenen band langs de gevel geplaatst.Aan de achterzijde staat de erker met bovengelegen balkon en een terras aan de waterzijde.
    De tuin wordt in opdracht van De Pauw omgevormd tot een Engels landschapspark. Bij de verkoop van de buitenplaats in 1809 wordt Vlietzorg beschreven als een buitenplaats met een modern herenhuis. Het heeft een ruim plein met twee springende fonteinen en in Engelse stijl aangelegde lanen met bloempartijen, een goudvissenkom en planten en bomen. Ook staan er op de buitenplaats een timmerschuur met loods, een koetshuis met stalling, een tuinmanswoning, een bleekveld, een moestuin en een berghok in de Rustenburgerlaan.
    Vlietzorg als koninklijk verblijf. In 1809 koopt Lodewijk Napoleon Vlietzorg en betrekt de buitenplaats. In 1813, wanneer Willem I koning wordt, krijgt prinses Wilhelmina van Pruisen, weduwe van Stadhouder Willem V en moeder van Koning Willem I het paviljoen Welgelegen toegewezen als buitenverblijf. Haar dochter, Prinses Louise van Brunswijk- Wolfenbüttel, weduwe van hertog Karel van Brunswijk – Wolfenbüttel, krijgt Vlietzorg toebedeelt als haar buitenhuis. Louise overlijdt in 1819.
    Vanaf 1829 wisselt Vlietzorg meerdere keren van eigenaar. De tuin wordt bebouwd met woningen en de Buitenrustlaan wordt aangelegd. Met haar markante gevel markeert Vlietzorg de rijke periode van Haarlem en een herinnering aan het verleden met Haarlem als hofstad, tr. Haarlem op 28 jul 1668 met

tr. (1) op 13 feb 1705
met

Dirk Brunink, geb. Haarlem circa 1667, coopman uit Haarlem,
, Het echtpaar Edens-Inses testeert voor not. P. Basteels te Rotterdam 21 Sept. 1696. Op 16 Juni 1700 wordt Pieter Edens in de Nieuwe Kerk te Amsterdam begraven, komende van, de Keizersgracht bij de Hartenstraat, één onmondig kind nalatende.
Zijn weduwe ondertrouwt te Amsterdam op 13 Febr. 1705 met Dirck Bruninck, koopman, geboren en wonendes te Haarf lem, oud 38 jaar. O p 9 Febr. hadden zij voor not.  Backer te Amsterdam huwelijkse voorwaarden gesloten; hij werd daarbij geassisteerd door zijn neef Jan van Vollenhoven de Jonge, zij door haar schoonmoeder Josyna Lompe en haar oom Michiel Slachregen. Op 10 Febr. had zij voor denzelfden notaris tot voogden over haar achtjarig dochtertje Josina benoemd: Egbert en Abraham Edens en Egbert Thesingh, en aan haar, voor vaders en broeders erfenis, ƒ 30.000,— bewezen. Het huwelijk wordt 8 Maart 1705 voor schepenen voltrokken.
1) Dirclk Bruninck was een zoon van Lambert en Anna Ooslerhont. Uit zijn huwelijk met Catharina Inses liet hij twee dochters na, Anna en Catharina Wilhelmina, iresp. gehuwd met Jan en Willem van Vollenhoven.
2) Abraham Edens, ongehuwd o\crleden 22, begr. Amsterdam Nieuwe Keik 30 Aug. 1720. Zijn met collateraal successiorechf belastbare nalatenschap bedroeg ƒ 21.900,— (voornamelijk de hofstede Sparenhoul in den Hout onder Heemstede).

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Catharina*1708 Haarlem †1755 Haarlem 47

otr. (2) op 29 jan 1696 huwelijkse voorwaarde, tr.
met

Pieter Edens, geb. Rotterdam, begr. Amsterdam (Nieuwe Kerk) op 16 jun 1700


Pieter Edens
Pieter Edens, geb. Rotterdam, begr. Amsterdam (Nieuwe Kerk) op 16 jun 1700.

otr. op 29 jan 1696 huwelijkse voorwaarde, tr.
met

Catharina Inses (Inzes, Enses, Intes, IJnses, Ynses), dr. van Abraham Inses en Willemijntje Stock, ovl. op 18 mrt 1718,
, Ter onsterfelyker gedagtenisse van de nooyt volprezene, en in deugd uytmuntende juffrouw Catharina Inses, zeer dierbaare echtgenoot van den heere Dirk Brunink : in het 44ste, jaar haares ouderdoms, overleeden den 18 van Lentemaand 1718, en den 23ste roustaatelik ter aarden besteld [te Haarlem] / Jacobus Crajenhoff, 1718