Genealogische website van Cees Hagenbeek
Adriaen Jacobsz Block
Adriaen Jacobsz Block.

tr.
met

Catharina Anthonisdr van Essen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Lysbeth*1589 Amsterdam Ü1655 Amsterdam 65


Catharina Anthonisdr van Essen
Catharina Anthonisdr van Essen.

tr.
met

Adriaen Jacobsz Block.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Lysbeth*1589 Amsterdam Ü1655 Amsterdam 65


Cornelis van Alderwerelt
Cornelis van Alderwerelt, ovl. voor 8 jun 1605.

tr. Menen [BelgiŽ]
met

Cathelyne Pleviers, dr. van Lenaart Pleviers en Janneken de Heuvel, ovl. na 1 aug 1606.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan~1586 Middelburg Ü1637 Amsterdam 50


Cathelyne Pleviers
Cathelyne Pleviers, ovl. na 1 aug 1606.

tr. Menen [BelgiŽ]
met

Cornelis van Alderwerelt, ovl. voor 8 jun 1605.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan~1586 Middelburg Ü1637 Amsterdam 50


Lenaart Pleviers
Lenaart Pleviers.

tr.
met

Janneken de Heuvel.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cathelyne  Ü1606   


Janneken de Heuvel
Janneken de Heuvel.

tr.
met

Lenaart Pleviers.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cathelyne  Ü1606   


Alida de Roo
Alida de Roo, ged. Delft op 15 nov 1725, ovl. Delft op 12 apr 1785,
, zij heeft zeer interessante voorouders met o.m. de familie van Kinschot met dubbele kwartieren.

tr. Delft op 30 nov 1751
met

Joan Carel van Alderwerelt, zn. van Rogier Jans van Alderwerelt en Tanneken Carels van Savelsteyn, ged. Judja [Thailand] faqctorij Judja op 3 mei 1726, ovl. Delft op 20 jun 1791.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Rugier~1754 Delft Ü1820 Den Haag 65


Rogier Jans van Alderwerelt
Rogier Jans van Alderwerelt, ged. Amsterdam op 15 sep 1695, ovl. Batavia [IndonesiŽ] op 27 mrt 1737.

tr. Batavia [IndonesiŽ] op 17 jun 1717
met

Tanneken Carels van Savelsteyn.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Joan~1726 Judja [Thailand] Ü1791 Delft 65


Tanneken Carels van Savelsteyn
Tanneken Carels van Savelsteyn.

tr. Batavia [IndonesiŽ] op 17 jun 1717
met

Rogier Jans van Alderwerelt, zn. van Jan van Alderwerelt (koopman) en Suzanna van Weert, ged. Amsterdam op 15 sep 1695, ovl. Batavia [IndonesiŽ] op 27 mrt 1737.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Joan~1726 Judja [Thailand] Ü1791 Delft 65


Jan Andeas Racket
Jan Andeas Racket, geb. in 1691, studeerde Theologie in Leiden, begr. Amsterdam (Oude Kerk) op 17 okt 1709.



Bronnen:
1.The Family Raket (B 255), ir. de Vos tot Nederveen Cappel, Den Haag, 1985 (blz. 3)


Peter Racket
Peter Racket1,2, kramer te Aken.

tr.
met

Agnes Syb2.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
David     



Bronnen:
1.Een "Indische" familie kroniek van het geslacht RAKET (B 256), D.A. Visker, Den Haag, 1988
2.The Family Raket (B 255), ir. de Vos tot Nederveen Cappel, Den Haag, 1985 (blz. 2)


Agnes Syb
Agnes Syb1.

tr.
met

Peter Racket2,1, kramer te Aken.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
David     



Bronnen:
1.The Family Raket (B 255), ir. de Vos tot Nederveen Cappel, Den Haag, 1985 (blz. 2)
2.Een "Indische" familie kroniek van het geslacht RAKET (B 256), D.A. Visker, Den Haag, 1988


Pieter Willemszn van der Jagt
Pieter Willemszn van der Jagt, ged. Maassluis op 22 sep 1762, ontvanger der directe belastingen, ovl. Breukelen op 17 sep 1852,
, aanvankelijk opgeleid voor de koophandel ontvanger der directe belastingen te Dordrecht (1793), klerk en commies bij de Administratie der Domeinen (1798-1818), klerk bij het Agentschap van FinanciŽn (1-7-1800 t/m 1801), en klerk bij de Thesaurier-Generaal en Raden van FinanciŽn (1802- mei 1805), geref. lidmaat te 's-Gravenhage, ontvanger der directe belastingen over Moordrecht, Nieuwenkerk aan den IJssel, Noord en Zuid Waddinxveen en Zevenhuizen (1818-1824), met pensioen 1824, woont op de Achtergracht over de Ossemarkt te Amsterdam als gepensioneerd ambtenaar (1829).

tr. Dordrecht op 16 jun 1793
met

Geertruij Pieternella van Volkom, dr. van Adrianus van Volkom en Maria Kock, geb. Dordrecht op 23 feb 1777, ged. Dordrecht op 28 feb 1777, ovl. Breukelen op 21 aug 1855.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adrianus*1798 Dordrecht Ü1858 Utrecht 60


Geertruij Pieternella van Volkom
Geertruij Pieternella van Volkom, geb. Dordrecht op 23 feb 1777, ged. Dordrecht op 28 feb 1777, ovl. Breukelen op 21 aug 1855.

tr. Dordrecht op 16 jun 1793
met

Pieter Willemszn van der Jagt, zn. van Willem van der Jagt en Neeltje Ridderus, ged. Maassluis op 22 sep 1762, ontvanger der directe belastingen, ovl. Breukelen op 17 sep 1852,
, aanvankelijk opgeleid voor de koophandel ontvanger der directe belastingen te Dordrecht (1793), klerk en commies bij de Administratie der Domeinen (1798-1818), klerk bij het Agentschap van FinanciŽn (1-7-1800 t/m 1801), en klerk bij de Thesaurier-Generaal en Raden van FinanciŽn (1802- mei 1805), geref. lidmaat te 's-Gravenhage, ontvanger der directe belastingen over Moordrecht, Nieuwenkerk aan den IJssel, Noord en Zuid Waddinxveen en Zevenhuizen (1818-1824), met pensioen 1824, woont op de Achtergracht over de Ossemarkt te Amsterdam als gepensioneerd ambtenaar (1829).

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adrianus*1798 Dordrecht Ü1858 Utrecht 60


Adrianus van Volkom
Adrianus van Volkom, ged. Dordrecht op 9 mei 1751, ovl. Amsterdam op 27 okt 1834,
, woonde te Dordrecht in de Voorstraat (ca. 1797) bij de Munt, in wijk C nr. 1042 (1796-1798)[319] in wijk C nr. 1338, (ca. 1800) te Dordrecht, op de Achtergracht bij het Weesperplein te Amsterdam (1834), vermeld op de Lijst van leden, donateurs en donatrices van het Patriottisch exercitiegenootschap De vrijheid te Dordrecht (1783-1788), ondertekent op 13-6-1798 de verklaring van burgers te Dordrecht tegen het Stadhouderlijk Bestuur, het Faederalismus, de Aristocratie en Regeeringloosheid, vermeld als stemgerechtigde burger der stad Dordrecht behorend tot het Oost-einde, Zesde wijk, Vergaderende in de Augustijnen Kerk ca. 1797, betaalt É 1-- quotisatie klasse 40, (ca. 1800), huw.get. (1828), otr. Dordrecht 4-5-1776, otr./tr. Den Haag Grote Kerk 12-5/2-6-1776 als j.m. met attestatie van Dordrecht.

otr. Dordrecht op 4 mei 1776, tr. Dordrecht op 2 jun 1776
met

Maria Kock (KO(C)K, KOLK, KOOK (KOEK!), dr. van Pieter Kock (scheepstimmerman (1760)) en Geertruy Nieuwenhuysen, ged. op 3 mrt 1751, ovl. Amsterdam op 23 mrt 1809, begr. Amstelveen op 27 mrt 1809,
, woonde Vriesestraat te Dordrecht (1776), woonde op de Amstel bij de Achtergracht, op de Lindengracht op 't Suijkerhoffie te Amsterdam (1809).
In het Suijkerhofje, gelegen aan de Lindengracht 149-163 te Amsterdam, en gesticht uit de nalatenschap van Jan Suijkerhof (ovl. 1667), werden protestantse vrouwen boven de 50 jaar gehuisvest.

Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geertruij*1777 Dordrecht Ü1855 Breukelen 78


Maria Kock
Maria Kock (KO(C)K, KOLK, KOOK (KOEK!), ged. op 3 mrt 1751, ovl. Amsterdam op 23 mrt 1809, begr. Amstelveen op 27 mrt 1809,
, woonde Vriesestraat te Dordrecht (1776), woonde op de Amstel bij de Achtergracht, op de Lindengracht op 't Suijkerhoffie te Amsterdam (1809).
In het Suijkerhofje, gelegen aan de Lindengracht 149-163 te Amsterdam, en gesticht uit de nalatenschap van Jan Suijkerhof (ovl. 1667), werden protestantse vrouwen boven de 50 jaar gehuisvest.

otr. Dordrecht op 4 mei 1776, tr. Dordrecht op 2 jun 1776
met

Adrianus van Volkom, zn. van Abraham van Volkom en Geertruy Targier, ged. Dordrecht op 9 mei 1751, ovl. Amsterdam op 27 okt 1834,
, woonde te Dordrecht in de Voorstraat (ca. 1797) bij de Munt, in wijk C nr. 1042 (1796-1798)[319] in wijk C nr. 1338, (ca. 1800) te Dordrecht, op de Achtergracht bij het Weesperplein te Amsterdam (1834), vermeld op de Lijst van leden, donateurs en donatrices van het Patriottisch exercitiegenootschap De vrijheid te Dordrecht (1783-1788), ondertekent op 13-6-1798 de verklaring van burgers te Dordrecht tegen het Stadhouderlijk Bestuur, het Faederalismus, de Aristocratie en Regeeringloosheid, vermeld als stemgerechtigde burger der stad Dordrecht behorend tot het Oost-einde, Zesde wijk, Vergaderende in de Augustijnen Kerk ca. 1797, betaalt É 1-- quotisatie klasse 40, (ca. 1800), huw.get. (1828), otr. Dordrecht 4-5-1776, otr./tr. Den Haag Grote Kerk 12-5/2-6-1776 als j.m. met attestatie van Dordrecht.

Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geertruij*1777 Dordrecht Ü1855 Breukelen 78


Willem van der Jagt
Willem van der Jagt, geb. Maassluis op 30 jan 1727, ged. Maassluis op 2 feb 1728, ovl. Maassluis op 19 apr 1805, begr. Maassluis Grote Kerk, graf 141 op 25 apr 1805,
, controleur der Convooien en Licenten te Maassluis, dichter, als publicist van 1772 tot 1788 buitengewoon lid van verdienste van het letterkundig genootschap "Kunstliefde spaart geen vlijt"
Het gedicht "De ware vereischten in een' Dichter" waarmee Willem van der Jagt (1727-1805) een' tweeden zilveren eerpenning verdiende, in 1774 uitgereikt door het Haagsche Dichtgenootschap "Kunstliefde spaart geen vlijt".(•)
Bron: "Proeven van PoŽtische Mengelstoffen", door het dichtlievend kunstgenootschap onder de spreuk: Kunstliefde spaart geen vlijt, en prijsvaarzen, II Deel, bl. 298, Uitg. C. van Hoogeveen Jr, 1774. [225]
Kunstliefde spaart geen vlijt, Haags dichtgenootschap van 1772-1818. Jacobus Bellamy werd er in 1779 'aankweekeling'. Staring werd in 1783 tot lid benoemd. Van 1774-1799 verschenen de genootschapsdichtbundels. De raadpensionaris Steyn was er de Maecenas. De leden waren verplicht tot jaarlijks 4 dichtstukjes, groter dan een sonnet, maar zij konden zich met een dukaat vrijkopen. Men vergaderde in het Mauritshuis. Bellamy had er reeds in 1783 genoeg van.  Ook Willem Bilderdijk, actief lid van maar liefst vier dichtgenootschappen, was lid van dit genootschap met een prinsgezind imago.
Willem van der Jagt was een veelbesproken figuur in Maassluis. Zijn dichtstuk "De ware vereischte in een dichter" werd met een zilveren erepenning bekroond. Toen in 1763 een nieuwe kerkklok in gebruik werd genomen leverde Willem de volgende tekst ervoor :
Ik tel all' de uren / En roep het arbeidsvolk te werk
Verkondig rouwe en vreugde / En noodig elk ter kerk
In 1775 ontstond ruzie in de kerk over de "zangtoon" der nieuwe psalmberijming(•). Willem en Ds. van Sprang werden ervan beschuldigd de uitvinders en doordrijvers van deze "Dans en Comediezang" te zijn. Het liep uit op handtastelijkheden, en Willem en zijn zoon Adriaan moesten beloven weer op de "oude toon" te zingen. In 1781 schrijft Willem nog een gedicht ter gelegenheid van het behouden terugkeren van de Maassluise en Vlaardingse vissersvloot na het uitbreken van de oorlog met Engeland.
In 1795 komen de burgers W. van der Jagt, A. de Vos en J. Kaldeijer op tegen de gewoonte van de regenten van het Hervormd Weeshuis te Maassluis om rekening af te leggen tegenover Schout en Schepenen, zij wensen, als democraten, dat de regenten aftreden en dat er door de gereformeerde (sic!) burgers nieuwe regenten zouden worden gekozen en dat rekening zou worden afgelegd tegenover gecommitteerden uit de burgerij. Hun verzoek wordt niet ingewilligd.
In het familiearchief van Dam bevinden zich o.a.
- een gedicht ophet huwelijk van Willem van Dam, schepen van den ambacht van Beukelsdijk, Oost- en West-Bloemersdijk, gen. Kool, enz, met Margaretha van der Kloot te Rotterdam 24-8-1746 (dichters Nicolaes Versteeg en W. van der Jagt).
- een lijkzang op 't ontijdig afsterven van Elisabeth Tamť, huisvrouw van Severijn van der Kloot, ob. buiten Rotterdam, oud 36 j, 6 m. en 9 d. op den llden dag na hare bevalling van eenen zoon en wel op den 23 Oct. 1765 (dichter Willem van der Jagt).

tr. Maassluis op 12 jan 1749
met

Neeltje Ridderus, dr. van Adrianus Ridderus en Trijntje Boogerd, geb. Maassluis op 10 apr 1727, ovl. Maassluis op 9 dec 1803, begr. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 141) op 15 dec 1803.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter~1762 Maassluis Ü1852 Breukelen 89


Neeltje Ridderus
Neeltje Ridderus, geb. Maassluis op 10 apr 1727, ovl. Maassluis op 9 dec 1803, begr. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 141) op 15 dec 1803.

tr. Maassluis op 12 jan 1749
met

Willem van der Jagt, zn. van Gerrit van der Jagt en Joanna Breur, geb. Maassluis op 30 jan 1727, ged. Maassluis op 2 feb 1728, ovl. Maassluis op 19 apr 1805, begr. Maassluis Grote Kerk, graf 141 op 25 apr 1805,
, controleur der Convooien en Licenten te Maassluis, dichter, als publicist van 1772 tot 1788 buitengewoon lid van verdienste van het letterkundig genootschap "Kunstliefde spaart geen vlijt"
Het gedicht "De ware vereischten in een' Dichter" waarmee Willem van der Jagt (1727-1805) een' tweeden zilveren eerpenning verdiende, in 1774 uitgereikt door het Haagsche Dichtgenootschap "Kunstliefde spaart geen vlijt".(•)
Bron: "Proeven van PoŽtische Mengelstoffen", door het dichtlievend kunstgenootschap onder de spreuk: Kunstliefde spaart geen vlijt, en prijsvaarzen, II Deel, bl. 298, Uitg. C. van Hoogeveen Jr, 1774. [225]
Kunstliefde spaart geen vlijt, Haags dichtgenootschap van 1772-1818. Jacobus Bellamy werd er in 1779 'aankweekeling'. Staring werd in 1783 tot lid benoemd. Van 1774-1799 verschenen de genootschapsdichtbundels. De raadpensionaris Steyn was er de Maecenas. De leden waren verplicht tot jaarlijks 4 dichtstukjes, groter dan een sonnet, maar zij konden zich met een dukaat vrijkopen. Men vergaderde in het Mauritshuis. Bellamy had er reeds in 1783 genoeg van.  Ook Willem Bilderdijk, actief lid van maar liefst vier dichtgenootschappen, was lid van dit genootschap met een prinsgezind imago.
Willem van der Jagt was een veelbesproken figuur in Maassluis. Zijn dichtstuk "De ware vereischte in een dichter" werd met een zilveren erepenning bekroond. Toen in 1763 een nieuwe kerkklok in gebruik werd genomen leverde Willem de volgende tekst ervoor :
Ik tel all' de uren / En roep het arbeidsvolk te werk
Verkondig rouwe en vreugde / En noodig elk ter kerk
In 1775 ontstond ruzie in de kerk over de "zangtoon" der nieuwe psalmberijming(•). Willem en Ds. van Sprang werden ervan beschuldigd de uitvinders en doordrijvers van deze "Dans en Comediezang" te zijn. Het liep uit op handtastelijkheden, en Willem en zijn zoon Adriaan moesten beloven weer op de "oude toon" te zingen. In 1781 schrijft Willem nog een gedicht ter gelegenheid van het behouden terugkeren van de Maassluise en Vlaardingse vissersvloot na het uitbreken van de oorlog met Engeland.
In 1795 komen de burgers W. van der Jagt, A. de Vos en J. Kaldeijer op tegen de gewoonte van de regenten van het Hervormd Weeshuis te Maassluis om rekening af te leggen tegenover Schout en Schepenen, zij wensen, als democraten, dat de regenten aftreden en dat er door de gereformeerde (sic!) burgers nieuwe regenten zouden worden gekozen en dat rekening zou worden afgelegd tegenover gecommitteerden uit de burgerij. Hun verzoek wordt niet ingewilligd.
In het familiearchief van Dam bevinden zich o.a.
- een gedicht ophet huwelijk van Willem van Dam, schepen van den ambacht van Beukelsdijk, Oost- en West-Bloemersdijk, gen. Kool, enz, met Margaretha van der Kloot te Rotterdam 24-8-1746 (dichters Nicolaes Versteeg en W. van der Jagt).
- een lijkzang op 't ontijdig afsterven van Elisabeth Tamť, huisvrouw van Severijn van der Kloot, ob. buiten Rotterdam, oud 36 j, 6 m. en 9 d. op den llden dag na hare bevalling van eenen zoon en wel op den 23 Oct. 1765 (dichter Willem van der Jagt).

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter~1762 Maassluis Ü1852 Breukelen 89


Gerrit van der Jagt
Gerrit van der Jagt, geb. Maassluis op 24 mei 1698, ovl. Maassluis op 22 mrt 1748, begr. Maassluis op 28 mrt 1748,
, wonend in de Schans aldaar (1722), binnenvader van het weeshuis te Maassluis (1719, 1725-1733). koopman (1722),[287] reeder, schepen (1728-1730) en burgemeester (1737-1739, 1742-1744) te Maassluis, regent van het Hervormd Weeshuis aldaar (1740-1743), erft 20-9-1725 graf nr. N344 in de Grote Kerk aldaar.

tr. Maassluis op 13 dec 1722
met

Joanna Breur, dr. van Mr. Willem Breur en Weynanda van Waesberghe, geb. Den Haag op 17 apr 1696, ged. RE Den Haag op 18 apr 1696, ovl. Maassluis op 26 jun 1728, begr. Maassluis Grote Kerk (graf nr. N344 op 1 jul 1728.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1727 Maassluis Ü1805 Maassluis 78


Joanna Breur
Joanna Breur, geb. Den Haag op 17 apr 1696, ged. RE Den Haag op 18 apr 1696, ovl. Maassluis op 26 jun 1728, begr. Maassluis Grote Kerk (graf nr. N344 op 1 jul 1728.

tr. Maassluis op 13 dec 1722
met

Gerrit van der Jagt, zn. van Willems Jacobs van der Jagt en Klaasje Gerritsdr van Bezooyen, geb. Maassluis op 24 mei 1698, ovl. Maassluis op 22 mrt 1748, begr. Maassluis op 28 mrt 1748,
, wonend in de Schans aldaar (1722), binnenvader van het weeshuis te Maassluis (1719, 1725-1733). koopman (1722),[287] reeder, schepen (1728-1730) en burgemeester (1737-1739, 1742-1744) te Maassluis, regent van het Hervormd Weeshuis aldaar (1740-1743), erft 20-9-1725 graf nr. N344 in de Grote Kerk aldaar.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1727 Maassluis Ü1805 Maassluis 78