Genealogische website van Cees Hagenbeek
Jan Leendertse Patijn
Jan Leendertse Patijn,
, hij is weduwnaar als hij met Johanna Cleijn trouwt.

otr. Schiedam op 3 nov 17083,2, tr. Delft op 18 nov 1708
met

Johanna Cleijn (Anna Kleijn), geb. Delft.

Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw (NL), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.Trouwboek Schiedam (T 342), GA Schiedam, DTB Schiedam, FS filmnr. 120913, NH, Schiedam, van 1576 tot 1741 (3 nov 1708)
3.Trouwboek Delft (T 343), GA Delft, DTB Delft, Inventarisnr.: 24, Delft, 1708 (3 nov 1708 blz. 77)


Johanna Cleijn
Johanna Cleijn (Anna Kleijn), geb. Delft.

otr. Schiedam op 3 nov 17082,1, tr. Delft op 18 nov 1708
met

Jan Leendertse Patijn, zn. van Leendert Jansz Patijn (smid) en Aaltgen Pietersdr van Hodenpijl,
, hij is weduwnaar als hij met Johanna Cleijn trouwt.

Bronnen:
1.Trouwboek Schiedam (T 342), GA Schiedam, DTB Schiedam, FS filmnr. 120913, NH, Schiedam, van 1576 tot 1741 (3 nov 1708)
2.Trouwboek Delft (T 343), GA Delft, DTB Delft, Inventarisnr.: 24, Delft, 1708 (3 nov 1708 blz. 77)


Huijbrecht Leenderts Patijn
Huijbrecht Leenderts Patijn http://stamboom.doevos.nl/getperson.php?personID=I1041526056&tree=doevos, geb. Kethel in 1656, woont in Kethel in 1702,
, kan geen broer van de anderen zijn
Maar... het is belast met een schuld van f. 200,00 aan de gereformeerde diaconie en f. 300,00 toekomend aan Heilige Geest armenfonds. Huybrecht trachtte de eindjes aan elkaar te smeden door nog meer geld-leningen.Vergeefs. In 1687 is het zo ver, de geabandoneerde ( failliete ) boedel wordt openbaar geveild en afgemijnd door zijn zwager Johannes Heckenhoeckten bedrage van f. 1150,00.de smid blijft er wonen en werken tot... Heckenhoeck het in 1695 aan Arent Huige van der Meer verkoopt. "Huijs en erve mitsgaders een smitswinckel, travaye en gereedschappen zoals blaesbalch, schrouff, slijpsteen, gereedschap voor beslaen, blockken, waterback enz."voor de lieve som vanf. 1650,00, boven 31 gulden en 10 stuijvers tot speldengeld".Nu helpt er geen moedertje-lief aan, nu moet Huybrecht het huis uit. Hijtrekt het zich zo aan, dat het hem blijkbaar in z'n bol slaat. Op 12 augustus 1695 getuigen, voor een notaris te Schiedam, onder anderen buurman Claes van den Tempel, "dat hij in een nacht in maert Pathijn vanuit de smitswinckel, dat aldernaest sijn huysinghe in de dorp staende is, hem menigmael hadden horen fulmeren ( razen ) en schelden omdat hij uijt het voorseijde huijs most vertrecken. Hem hooren en sien seggen dat hij de roon (rode ) haen daerin soude jagen. Denoteerende ( bedoelend ) 't voorseijdehuijs daer hij uijt most verhuijsen." Leendert Hoffwegh wist te vertellen "dat hij op dinsdagh voor Ketel kermis sijnde 2 augustus, des 's mergens half vier uur bij Gabriël van der Koij, herbergier ( in de VerguldeValck ) de smit heeft gezien, in de hant een soopje hebbend en als doen seergroffelijck en goddeloos swoer en vloekte en seij: "de duijvel heeft mij al wegh, daer quam per een in mijn deur, de Duijvel gaff mijn in dat ick hem soude dood steken; daer sit nog een duijvel in 't voorhuijs. Waerop gevraegt wie is dat, Pathijn antwoordde 't is Jan Marckenburgh, die sal ick mede doodsteken. de duijvel heeft mij ingegeven dat ick mijn handen in 't bloet van mijn vrunden ( familie ) sal wassen. Daarbij ook Johan Heckenhoeck bedoelende, en verder: " Ick ga met de duijvel reijsenm ick moet 12 uren van deze dagh met hem marcheren". Het welk Arij Jacobs Coppert ook getuigde. Terwijl Arent Huijgen van der Meer, smid in het dorp, verklaarde dat hij op 't kerckhoff heeft liggen een hoop koolasche enzagh dat op 9 augustus Huybrecht Pathijn daer eenighe van deselve koolassche wegh haelde. dat gethuige hem dat verbood, maer hij met wegh haelenoortgingh.Mogelijk bracht Pathijn "die koolassche"naar sijn huijs ( in de Dorpstraat ) zo pas gekocht met geld van zwager Johan; alwaar hij en zijn vrouw hun laatste levensjaren zouden slijten.

tr. Schiedam op 13 mei 1676
met

Jannetje Heckenhoeck.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Leendert     
Elisabeth     
Trijntje     
Jan     


Jannetje Heckenhoeck
Jannetje Heckenhoeck.

tr. Schiedam op 13 mei 1676
met

Huijbrecht Leenderts Patijn http://stamboom.doevos.nl/getperson.php?personID=I1041526056&tree=doevos, zn. van Leendert Pieters Patijn en Jaepje Huybrechts van der Nol, geb. Kethel in 1656, woont in Kethel in 1702,
, kan geen broer van de anderen zijn
Maar... het is belast met een schuld van f. 200,00 aan de gereformeerde diaconie en f. 300,00 toekomend aan Heilige Geest armenfonds. Huybrecht trachtte de eindjes aan elkaar te smeden door nog meer geld-leningen.Vergeefs. In 1687 is het zo ver, de geabandoneerde ( failliete ) boedel wordt openbaar geveild en afgemijnd door zijn zwager Johannes Heckenhoeckten bedrage van f. 1150,00.de smid blijft er wonen en werken tot... Heckenhoeck het in 1695 aan Arent Huige van der Meer verkoopt. "Huijs en erve mitsgaders een smitswinckel, travaye en gereedschappen zoals blaesbalch, schrouff, slijpsteen, gereedschap voor beslaen, blockken, waterback enz."voor de lieve som vanf. 1650,00, boven 31 gulden en 10 stuijvers tot speldengeld".Nu helpt er geen moedertje-lief aan, nu moet Huybrecht het huis uit. Hijtrekt het zich zo aan, dat het hem blijkbaar in z'n bol slaat. Op 12 augustus 1695 getuigen, voor een notaris te Schiedam, onder anderen buurman Claes van den Tempel, "dat hij in een nacht in maert Pathijn vanuit de smitswinckel, dat aldernaest sijn huysinghe in de dorp staende is, hem menigmael hadden horen fulmeren ( razen ) en schelden omdat hij uijt het voorseijde huijs most vertrecken. Hem hooren en sien seggen dat hij de roon (rode ) haen daerin soude jagen. Denoteerende ( bedoelend ) 't voorseijdehuijs daer hij uijt most verhuijsen." Leendert Hoffwegh wist te vertellen "dat hij op dinsdagh voor Ketel kermis sijnde 2 augustus, des 's mergens half vier uur bij Gabriël van der Koij, herbergier ( in de VerguldeValck ) de smit heeft gezien, in de hant een soopje hebbend en als doen seergroffelijck en goddeloos swoer en vloekte en seij: "de duijvel heeft mij al wegh, daer quam per een in mijn deur, de Duijvel gaff mijn in dat ick hem soude dood steken; daer sit nog een duijvel in 't voorhuijs. Waerop gevraegt wie is dat, Pathijn antwoordde 't is Jan Marckenburgh, die sal ick mede doodsteken. de duijvel heeft mij ingegeven dat ick mijn handen in 't bloet van mijn vrunden ( familie ) sal wassen. Daarbij ook Johan Heckenhoeck bedoelende, en verder: " Ick ga met de duijvel reijsenm ick moet 12 uren van deze dagh met hem marcheren". Het welk Arij Jacobs Coppert ook getuigde. Terwijl Arent Huijgen van der Meer, smid in het dorp, verklaarde dat hij op 't kerckhoff heeft liggen een hoop koolasche enzagh dat op 9 augustus Huybrecht Pathijn daer eenighe van deselve koolassche wegh haelde. dat gethuige hem dat verbood, maer hij met wegh haelenoortgingh.Mogelijk bracht Pathijn "die koolassche"naar sijn huijs ( in de Dorpstraat ) zo pas gekocht met geld van zwager Johan; alwaar hij en zijn vrouw hun laatste levensjaren zouden slijten.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Leendert     
Elisabeth     
Trijntje     
Jan     


Leendert Huijbrechts Patijn
Leendert Huijbrechts Patijn1.



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006


Elisabeth Huybrechtsdr Patijn
Elisabeth Huybrechtsdr Patijn1,
, Elysabeth Huybertsdochter Patijn, gehuwd met IJsaac Kool, mede namens Trijntje- en Jan Huyberts Patijn, met de helft van het leen op 4 aug 1727.

tr.
met

IJsaac Kool1.

Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006


Trijntje Huybrechtsdr Patijn
Trijntje Huybrechtsdr Patijn1.



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006


Jan Huybrechts Patijn
Jan Huybrechts Patijn1.



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006


IJsaac Kool
IJsaac Kool1.

tr.
met

Elisabeth Huybrechtsdr Patijn1, dr. van Huijbrecht Leenderts Patijn en Jannetje Heckenhoeck,
, Elysabeth Huybertsdochter Patijn, gehuwd met IJsaac Kool, mede namens Trijntje- en Jan Huyberts Patijn, met de helft van het leen op 4 aug 1727.

Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006


Lijsbeth Leenderts Cool
Lijsbeth Leenderts Cool, ged. Overschie op 9 dec 1640 (getuigen: Laurents Jansen en Maertie Pieters).


Aryen Pietersz van Noort
Aryen Pietersz van Noort1, geb. Noordhoorn, bouwman onder het Hof van Delft.

otr. Delft op 22 nov 1664
met

Maria Aryens van den Berch1, geb. Hodenpijl, ovl. na 11 nov 1706.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dirk*1665 Noordhoorn †1742 Vrijenban 7713 



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 31)
2.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 43)


Maria Aryens van den Berch
Maria Aryens van den Berch1, geb. Hodenpijl, ovl. na 11 nov 1706.

otr. Delft op 22 nov 1664
met

Aryen Pietersz van Noort1, zn. van Pieter Adriaensz van Noordt (gezworene van Hof van Delft 1639) en Leentje Jansdr van Leeuwen, geb. Noordhoorn, bouwman onder het Hof van Delft.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dirk*1665 Noordhoorn †1742 Vrijenban 7713 



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 31)


Pieter Adriaensz van Noordt
Pieter Adriaensz van Noordt1, gezworene van Hof van Delft 1639, ovl. voor 22 dec 1675,
, beleend met 2 morgen land 2 hond en 50 roeden land in de Poeldijk bij de Harnasmolen op 23 feb 1637.

tr.
met

Leentje Jansdr van Leeuwen1, dr. van Jan Ariens van Leeuwen, ovl. na 12 okt 1676.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aryen Noordhoorn    



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 43)
2.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 57)


Leentje Jansdr van Leeuwen
Leentje Jansdr van Leeuwen1, ovl. na 12 okt 1676.

tr.
met

Pieter Adriaensz van Noordt1, zn. van Adriaen Jacobsz Quant alias van Noort en Maertge Arijensdr, gezworene van Hof van Delft 1639, ovl. voor 22 dec 1675,
, beleend met 2 morgen land 2 hond en 50 roeden land in de Poeldijk bij de Harnasmolen op 23 feb 1637.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aryen Noordhoorn    



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 43)


Adriaen Jacobsz Quant alias van Noort
Adriaen Jacobsz Quant alias van Noort1, geb. circa 1578, gezworene van het Hof van Delft op 5 jun 1611, ovl. voor 12 apr 1628,
, beleend met 2 morgen land 2 hond en 50 roeden land in de Poeldijk bij de Harnasmolen op 26 maart 1618.

tr.
met

Maertge Arijensdr1, ovl. na 7 mei 1636.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter  †1675   



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 57)
2.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 69)
3.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 70)


Maertge Arijensdr
Maertge Arijensdr1, ovl. na 7 mei 1636.

tr.
met

Adriaen Jacobsz Quant alias van Noort1, zn. van Jacob Cornelis Quant alias van Noort en Geertgen Jans, geb. circa 1578, gezworene van het Hof van Delft op 5 jun 1611, ovl. voor 12 apr 1628,
, beleend met 2 morgen land 2 hond en 50 roeden land in de Poeldijk bij de Harnasmolen op 26 maart 1618.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter  †1675   



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 57)


Jan Ariens van Leeuwen
Jan Ariens van Leeuwen.

een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Leentje  †1676   


Jacob Cornelis Quant alias van Noort
Jacob Cornelis Quant alias van Noort1, woont in de Schans bij de Quaeckelbrugge te Kethel, ovl. voor 19 mrt 1608.

tr.
met

Geertgen Jans3, dr. van Ouwe Jan Cornelisz en Meinsgen Theesdr.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adriaen*1578  †1628  50



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 69)
2.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 80)
3.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 70)


Geertgen Jans
Geertgen Jans1.

tr.
met

Jacob Cornelis Quant alias van Noort3, zn. van Cornelis Louris Quant en Neeltgen Jacobs, woont in de Schans bij de Quaeckelbrugge te Kethel, ovl. voor 19 mrt 1608.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adriaen*1578  †1628  50



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 70)
2.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 80)
3.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 69)


Cornelis Louris Quant
Cornelis Louris Quant1, geb. Zoeterwoude circa 1510, woont ambacht Zoeterwoude, woont Leiden vanaf 1581, ovl. voor 18 jan 1587.

tr.
met

Neeltgen Jacobs1, dr. van Jacob Florisz (kuiper) en Anna Claesdr Onderwater, ovl. voor 13 jan 1568.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob  †1608   
Cornelis  †1629   



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 80)