Alithea Adriaen Jansdr
Alithea Adriaen Jansdr, ged. Dordrecht op 20 mei 1589, ovl. Amsterdam op 28 jul 1656, begr. aldaar op 4 aug 1656.
tr. Dordrecht op 8 mei 1611
met
Elias Jacobsz Trip, zn. van Jacob Janszn Trip (Schipper, gasthuismeester) en Jacoba Eliasdr de Cocq, geb. Zaltbommel in 1569, ovl. Amsterdam, begr. aldaar, tr. (2) met Marie Louisdr de Geer. Uit dit huwelijk geen kinderen.
Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
1 | Jacobus | ~1627 | Amsterdam (Nieuwe Kerk) | 1670 | Amsterdam | 43 | 2 | 8 |
Jacob Janszn Trip
Jacob Janszn Trip, geb. Zaltbommel in 1535, Schipper, gasthuismeester, ovl. Gorinchem op 8 mei 1584.
tr.
met
Jacoba Eliasdr de Cocq, geb. Herwijnen in 1540, begr. Zaltbommel op 19 okt 1589.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
1 | Elias | *1569 | Zaltbommel | | Amsterdam | | 2 | 7 |
2 | Jacob | *1575 | Zaltbommel | †1661 | Dordrecht | 85 | 1 | 10 |
Jacoba Eliasdr de Cocq
Jacoba Eliasdr de Cocq, geb. Herwijnen in 1540, begr. Zaltbommel op 19 okt 1589.
tr.
met
Jacob Janszn Trip, zn. van Jan Gerritszn in den Trip en Jeanne Gemart, geb. Zaltbommel in 1535, Schipper, gasthuismeester, ovl. Gorinchem op 8 mei 1584.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
1 | Elias | *1569 | Zaltbommel | | Amsterdam | | 2 | 7 |
2 | Jacob | *1575 | Zaltbommel | †1661 | Dordrecht | 85 | 1 | 10 |
Jan Gerritszn in den Trip
Jan Gerritszn in den Trip, vermoord Zaltbommel op 4 aug 1586 doodgestoken.
Jan Gerritszn in den Trip.
Scheepskapitein, eigenaar van het huis 'de Trip' in de Kerkstraat in Zaltbommel.
tr.
met
Jeanne Gemart.
Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
1 | Jacob | *1535 | Zaltbommel | †1584 | Gorinchem | 48 | 1 | 2 |
Jeanne Gemart
Jeanne Gemart.
tr.
met
Jan Gerritszn in den Trip, zn. van Gerrit Jansz Trip, vermoord Zaltbommel op 4 aug 1586 doodgestoken.
Jan Gerritszn in den Trip.
Scheepskapitein, eigenaar van het huis 'de Trip' in de Kerkstraat in Zaltbommel.
Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
1 | Jacob | *1535 | Zaltbommel | †1584 | Gorinchem | 48 | 1 | 2 |
Gerrit Jansz Trip
Gerrit Jansz Trip.
Gerrit Jansz Trip.
De stamreeks begint met Gerrit Jansz. Trip die zich in 1495 in Zaltbommel vestigde. Zijn oudste zoon Mattheus Trip, ijzerhandelaar vestigde zich in Dordrecht; zijn broer Cornelis in Tiel. Twee neven, de gebroeders Elias en Jacob Trip, vestigden zich vanuit Dordrecht in Amsterdam en vormden een handelsfirma die haar fortuin maakte met wapenhandel. Hun compagnon was neef Pieter Trip. De Trippen waren sterk betrokken bij de ijzer- en graanhandel, de Straatvaart naar de Middellandse Zee, een compagnie op Guinee, de Noordsche Compagnie, de VOC en de WIC. Veel gegevens over de familie Trip komen uit de Collectie ‘t Hart, een kaartsysteem op de notariële akten.
Trip is de achternaam van een roemrucht geslacht van Amsterdamse kooplieden “in wapenen, geschut, cogels & amonitie van oorloge“. Ze maakten naam met het vervoer van ijzer via de Maas en Zweeds koper uit de mijnen die werden geëxploiteerd door Louis de Geer. In de 18e eeuw had de handel afgedaan en behoorden leden tot invloedrijke regenten en bankiers. Na 1805 raakte de familie bijna uitgestorven; evenwel niet in Dordrecht en Groningen.
Hij krijgt een zoon:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
1 | Jan | | | †1586 | Zaltbommel | | 1 | 3 |
Marie Louisdr de Geer
Marie Louisdr de Geer, geb. Luik (B) op 14 aug 1574, ovl. op 26 jan 1609.
tr. Luik (B) op 22 jun 1592
met
Elias Jacobsz Trip, zn. van Jacob Janszn Trip (Schipper, gasthuismeester) en Jacoba Eliasdr de Cocq, geb. Zaltbommel in 1569, ovl. Amsterdam, begr. aldaar, tr. (1) met Alithea Adriaen Jansdr, dr. van Adrian Jansz Jansdr en Sophia Andriesdr Heijmans. Uit dit huwelijk 7 kinderen.
Bronnen:
Louis Lambertszn de Geer.
Vader Louys III de Geer, grootgrondbezitter in het prinsbisdom Luik, geldschieter voor de Zweedse koning en investeerder in de ijzer- en kopermijnen van Zweden, week van Luik uit naar Aken. In 1595 gaf hij zijn tweede vrouw Jeanne de Neille opdracht om gedurende zijn afwezigheid al het onroerend goed in Luik te verkopen, uitgezonderd het huis en goed Gaillarmont. Het jaar daarop, in 1596, vertrok hij met zijn gezin definitief naar Dordrecht, waar zijn dochter Marie en andere familieleden al woonden en ook diverse andere Luikse kooplieden zich hadden gevestigd. Als reden voor deze migratie wordt vaak de geloofsvervolging in het Luikse genoemd, maar hoewel Louys de Geer inderdaad naar het protestantisme was overgegaan, in Dordrecht en elders een aantal protestantse kooplieden als handelspartners koos en daar ook een actief lid van de Waalse gereformeerde gemeente werd, lijkt het hoofdmotief voor zijn emigratie veeleer van sociaaleconomische aard te zijn geweest, vanwege de onrust in de stad Luik als gevolg van de daar steeds oproerige ambachten en de militaire operaties aan het eind van de zestiende eeuw, alsmede de achterstelling van protestantse ondernemers en industriëlen in het prinsbisdom. In 1593 had hij in Luik nog een begijnhof gesticht, dat hij aan zijn schoonzoon Elias Trip overdeed. In de Dordtse Augustijnenkerk bevindt zich boven het familiegraf een Franstalige grafsteen voor hem en zijn vrouw.
tr. (1) Luik (B) op 21 dec 1563
met
Marie Gillesdr Groulart1, geb. Luik (B) circa 1545, ovl. aldaar op 26 nov 1578.
Uit dit huwelijk een dochter:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
1 | Marie | *1574 | Luik (B) | †1609 | | 34 | 1 | 0 |
tr. (2) Luik (B) op 11 dec 1579
met
Jeanne de Neille5, dr. van Henri de Neille en Isabeau de Halinck, geb. Luik (B) in 1557, ovl. Dordrecht op 30 dec 1641.
Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
1 | Marguerite | *1583 | Luik (B) | †1673 | Dordrecht | 89 | 1 | 10 |
2 | Louis | ~1587 | Luik (B) | †1652 | Amsterdam | 64 | 1 | 14 |
Bronnen:
1. | Het geslacht de Geer van het begin der XIIde tot het einde der XIXe eeuw. Het geslacht de Geer, Genealogisch en Heraldisch Archief, Oisterwijk, 1893 (B 052) (blz. 54) |
2. | Nederland’s Adelsboek, Centraal Bureau voor Genealogie, ‘s-Gravenhage, vanaf 1903 (NA) |
3. | Het geslacht de Geer van het begin der XIIde tot het einde der XIXe eeuw. Het geslacht de Geer, Genealogisch en Heraldisch Archief, Oisterwijk, 1893 (B 052) (blz. 47) |
4. | Het geslacht de Geer van het begin der XIIde tot het einde der XIXe eeuw. Het geslacht de Geer, Genealogisch en Heraldisch Archief, Oisterwijk, 1893 (B 052) (blz. 48) |
5. | Het geslacht de Geer van het begin der XIIde tot het einde der XIXe eeuw. Het geslacht de Geer, Genealogisch en Heraldisch Archief, Oisterwijk, 1893 (B 052) (blz. 55) |
Marie Gillesdr Groulart
in
Kwartierstaat van Cees Pronk
Kwartierstaat van Han Bekke.
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk.
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Marinus Pannevis
Marie Gillesdr Groulart1, geb. Luik (B) circa 1545, ovl. aldaar op 26 nov 1578.
tr. Luik (B) op 21 dec 1563
met
Louis Lambertszn de Geer.
Vader Louys III de Geer, grootgrondbezitter in het prinsbisdom Luik, geldschieter voor de Zweedse koning en investeerder in de ijzer- en kopermijnen van Zweden, week van Luik uit naar Aken. In 1595 gaf hij zijn tweede vrouw Jeanne de Neille opdracht om gedurende zijn afwezigheid al het onroerend goed in Luik te verkopen, uitgezonderd het huis en goed Gaillarmont. Het jaar daarop, in 1596, vertrok hij met zijn gezin definitief naar Dordrecht, waar zijn dochter Marie en andere familieleden al woonden en ook diverse andere Luikse kooplieden zich hadden gevestigd. Als reden voor deze migratie wordt vaak de geloofsvervolging in het Luikse genoemd, maar hoewel Louys de Geer inderdaad naar het protestantisme was overgegaan, in Dordrecht en elders een aantal protestantse kooplieden als handelspartners koos en daar ook een actief lid van de Waalse gereformeerde gemeente werd, lijkt het hoofdmotief voor zijn emigratie veeleer van sociaaleconomische aard te zijn geweest, vanwege de onrust in de stad Luik als gevolg van de daar steeds oproerige ambachten en de militaire operaties aan het eind van de zestiende eeuw, alsmede de achterstelling van protestantse ondernemers en industriëlen in het prinsbisdom. In 1593 had hij in Luik nog een begijnhof gesticht, dat hij aan zijn schoonzoon Elias Trip overdeed. In de Dordtse Augustijnenkerk bevindt zich boven het familiegraf een Franstalige grafsteen voor hem en zijn vrouw.
Uit dit huwelijk een dochter:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
1 | Marie | *1574 | Luik (B) | †1609 | | 34 | 1 | 0 |
Bronnen:
Jeanne de Neille
in
Kwartierstaat van Cees Pronk
Kwartierstaat van Han Bekke.
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk.
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Marinus Pannevis
Jeanne de Neille1, geb. Luik (B) in 1557, ovl. Dordrecht op 30 dec 1641.
tr. Luik (B) op 11 dec 1579
met
Louis Lambertszn de Geer.
Vader Louys III de Geer, grootgrondbezitter in het prinsbisdom Luik, geldschieter voor de Zweedse koning en investeerder in de ijzer- en kopermijnen van Zweden, week van Luik uit naar Aken. In 1595 gaf hij zijn tweede vrouw Jeanne de Neille opdracht om gedurende zijn afwezigheid al het onroerend goed in Luik te verkopen, uitgezonderd het huis en goed Gaillarmont. Het jaar daarop, in 1596, vertrok hij met zijn gezin definitief naar Dordrecht, waar zijn dochter Marie en andere familieleden al woonden en ook diverse andere Luikse kooplieden zich hadden gevestigd. Als reden voor deze migratie wordt vaak de geloofsvervolging in het Luikse genoemd, maar hoewel Louys de Geer inderdaad naar het protestantisme was overgegaan, in Dordrecht en elders een aantal protestantse kooplieden als handelspartners koos en daar ook een actief lid van de Waalse gereformeerde gemeente werd, lijkt het hoofdmotief voor zijn emigratie veeleer van sociaaleconomische aard te zijn geweest, vanwege de onrust in de stad Luik als gevolg van de daar steeds oproerige ambachten en de militaire operaties aan het eind van de zestiende eeuw, alsmede de achterstelling van protestantse ondernemers en industriëlen in het prinsbisdom. In 1593 had hij in Luik nog een begijnhof gesticht, dat hij aan zijn schoonzoon Elias Trip overdeed. In de Dordtse Augustijnenkerk bevindt zich boven het familiegraf een Franstalige grafsteen voor hem en zijn vrouw.
Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
1 | Marguerite | *1583 | Luik (B) | †1673 | Dordrecht | 89 | 1 | 10 |
2 | Louis | ~1587 | Luik (B) | †1652 | Amsterdam | 64 | 1 | 14 |
Bronnen:
Marguerite Louisdr de Geer
in
Kwartierstaat van Cees Pronk
Kwartierstaat van Han Bekke.
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk.
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Marinus Pannevis
Marguerite Louisdr de Geer, geb. Luik (B) op 10 nov 1583, ovl. Dordrecht op 11 feb 1673.
tr. Dordrecht op 9 feb 1603
met
Jacob Jacobszn Trip, zn. van Jacob Janszn Trip (Schipper, gasthuismeester) en Jacoba Eliasdr de Cocq, geb. Zaltbommel in 1575, ovl. Dordrecht op 8 mei 1661.
Jacob Jacobszn Trip.
Schipper, ijzerhandelaar, partner in het familiebedrijf te Amsterdam.
Uit dit huwelijk 10 kinderen, waaronder:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
1 | Hendrik | ~1607 | Dordrecht | †1666 | Amsterdam | 59 | 0 | 0 |
2 | Louis | ~1605 | Dordrecht | †1684 | Amsterdam | 79 | 0 | 0 |
Bronnen:
Jacob Jacobszn Trip
Jacob Jacobszn Trip, geb. Zaltbommel in 1575, ovl. Dordrecht op 8 mei 1661.
Jacob Jacobszn Trip.
Schipper, ijzerhandelaar, partner in het familiebedrijf te Amsterdam.
tr. Dordrecht op 9 feb 1603
met
Marguerite Louisdr de Geer, dr. van Louis Lambertszn de Geer (Koopman (ijzer) en ijzergieter) en Jeanne de Neille, geb. Luik (B) op 10 nov 1583, ovl. Dordrecht op 11 feb 1673.
Uit dit huwelijk 10 kinderen, waaronder:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
1 | Hendrik | ~1607 | Dordrecht | †1666 | Amsterdam | 59 | 0 | 0 |
2 | Louis | ~1605 | Dordrecht | †1684 | Amsterdam | 79 | 0 | 0 |
Hendrik Jacobsz Trip
Hendrik Jacobsz Trip, ged. Dordrecht op 14 jan 1607, ovl. Amsterdam op 15 nov 1666.
Hendrik Jacobsz Trip.
Wapenhandelaar: 'Firma Louis & Hendrick Trip kooplieden in waepenen, geschut, cogels & amonitie van oorloge.
Het Trippenhuis is een paleisachtig gebouw aan de Kloveniersburgwal 29 in Amsterdam. Het is een ontwerp van Justus Vingboons en tussen 1660-1662 gebouwd voor de gebroeders Louys en Hendrick Trip, wapenhandelaren. Het Trippenhuis is een van de laatste voorbeelden van het Hollands classicisme in Amsterdam. Dit grachtenpand is een van de weinige met een monumentale achtergevel. Al aan het begin van de 19e eeuw kreeg het pand een representatieve functie, toen de stad Amsterdam eigenaar werd van het zuidelijke gedeelte. Sinds 1812 is het in gebruik door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en haar voorloper het Koninklijk Instituut van Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten. Van 1817 tot 1885 deelde de Akademie het gebouw met het Rijksmuseum. Sinds 1887 is het gehele Trippenhuis eigendom van de Staat der Nederlanden (Rijksvastgoedbedrijf).
Het huis is gebouwd in opdracht van de gebroeders Louys (Lodewijk) Trip (1605-1684) en Hendrick Trip (1607-1666), zonen van Jacob Trip en Margaretha de Geer.[1] Louys en Hendrick verbleven een tijdlang in Zweden om zich te bekwamen in mijnbouw en handel en vestigden zich rond 1630 in Amsterdam. Louys trouwde met Emerentia Hoefslager; na het overlijden van Cecilia Godin, hertrouwde Hendrick met Johanna de Geer, een nichtje van hun grote concurrent en oom Louis de Geer. Ze woonden aanvankelijk op de Keizersgracht, maar verhuisden naar de Sint Antoniesbreestraat en de Oude Turfmarkt. Louys en Hendrick Trip handelden in koper, teer, ijzer, wapens en munitie, en bezaten in Zweden mijnen, ovens, smederijen en geschutgieterijen. Ze waren tot 1640 tijdelijk betrokken bij patroonschappen in Nieuw-Nederland..
Hendrick was meestal de bedenker van de plannen en Louys de uitvoerder.[2].
De broers wilden het huis van Louis de Geer, het Huis met de Hoofden, in de schaduw stellen. Om dit te kunnen doen, sloegen zij in 1655 de handen ineen en lieten door Justus Vingboons (1620/21-1698) een burgerpaleis ontwerpen, bestaande uit twee volledige huizen achter een gemeenschappelijke voorgevel. De kosten van de bouw van het Trippenhuis bedroegen 250.000 gulden. Het pand is zeven traveeën breed; tegenwoordig de breedste grachtenhuisgevel van Amsterdam..
Justus Vingboons, die een tijdlang in Zweden actief was, ontwierp een lijstgevel met een kolossale Korinthische orde van acht Korinthische pilasters, een van de meest indrukwekkende pilastergevels van Amsterdam. Het geheel is in Bremer- en Bentheimer zandsteen uitgevoerd. Een groot driehoekig fronton rust op vier pilasters. De twee pilasters aan weerszijden vormen een eveneens naar voren komend gedeelte, waardoor het karakter van een paleisgevel wordt verkregen. Het gebruik van Korinthische pilasters bij een woonhuis werd aanvankelijk niet geschikt geacht voor burgerhuizen, zeker niet pilasters met voor Amsterdam unieke gecanneleerde schachten. Het Trippenhuis als burgerpaleis onderstreept het burgerlijk karakter van Amsterdam. Het huis is heel bewust aan de Kloveniersburgwal gebouwd en niet in de in die tijd moderne grachtengordel. Over de toen veel lagere huizen was goed het stadhuis aan de Dam te zien - en vanuit het stadhuis dus ook het huis van de gebroeders Trip van Dordrecht. Oorspronkelijk was het zelfs de bedoeling het Trippenhuis te sieren met een koepeltorentje zoals op het stadhuis aan de Dam maar dit is niet doorgegaan, waarschijnlijk omdat de toren op de scheidingsmuur tussen de twee huizen moest rusten. De zware houtconstructie waarop het torentje moest rusten is wel gemaakt en op de zolders van het Trippenhuis goed te zien..
Achter de voorgevel bevinden zich twee huizen; links het huis van Hendrick, rechts dat van Louys (waarschijnlijk hebben de broers geloot). De scheidingsmuur tussen de twee huizen, een halve meter dik, bevindt zich precies in het midden van de gevel, achter de middelste rij ramen. Volgens de klassieke voorschriften mocht er geen pilaster in de as van het huis zitten: het aantal pilasters is dus even en daarom moesten er wel ramen in het midden zitten (oorspronkelijk waren deze middelste ramen geblindeerd)..
Detail dak met schoorsteen.
De gevel is versierd met vruchtenslingers tussen de ramen, in het midden met olijf- en palmtakken (symbolen van de vrede). Op het dak staan hoekschoorstenen in de vorm van mortieren, verwijzend naar de produkten waarmee de gebroeders hun rijkdom hadden verworven. In het timpaan zit het wapen van de familie Trip (drie tripklompjes) geflankeerd door vier kanonlopen en aan weerszijden een voorraad kanonskogels.[3] De achtergevel heeft een timpaan met het familiewapen..
In 1730 is het rechterhuis (van Louys) in Lodewijk XIV-stijl verbouwd, in opdracht van Elisabeth van Loon. Op de begane grond werd een gestucte gang gemaakt en het voorhuis werd gewijzigd. Overigens woonde Elisabeth van Loon maar kort in het Trippenhuis: van 1730 tot 1733. Het linkerhuis heeft meer van zijn oorspronkelijk interieur behouden, zoals de plafonds door Nicolaes de Helt Stockade. Tot het begin van de negentiende eeuw bleef het Trippenhuis eigendom van de familie Trip, maar het werd bewoond door o.a. Nicolaas Six.[4] Gerrit Braamcamp had er tussen 1750 en 1758 zijn collectie opgehangen, met beneden een suppoost.[5] Ook Willem Buys en Nicolaes Warin, beiden directeur van de Sociëteit van Suriname bewoonden het pand.
Louis Jacobszn Trip
Louis Jacobszn Trip, ged. Dordrecht op 11 mei 1605, ovl. Amsterdam op 14 jul 1684, begr. aldaar op 20 jul 1684.
Louis Jacobszn Trip.
Wapenhandelaar, vroedschap, burgemeester, bewindhebber van de O.I.C. en medestichter (en bewoner) van het Trippenhuis.
Louis was in 1674 burgemeester van Amsterdam. Op zijn voorstel werd eene schuld van twee millioenen guldens, ten laste van prins Willem III, voor rekening van de provintie, overgenomen. Hij is de vermoedelijke stichter van het Trippenhuis te Amsterdam..
- Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek - P.J. Blok, P.C. Molhuysen - Deel 10 - TRIP (Louis) (1), ged. te Dordrecht 1605, begr. te Amsterdam 20 Juli 1684, zoon van Jacob (1), hiervoor, en Margaretha Louis de Geer. Hij huwde 25 Nov. 1631 te Dordrecht met Emerentia Hoeffslager. In 1624 werd hem door zijn oom Elias ƒ 1000 gelegateerd, waarmede hij evenals deze, met zijn broeder Hendrik (1) onder de firma L. en H. Trip handel dreef, hoofdzakelijk in oorlogswapens. In 1672, bij den val der partij van de Witt, nam hij onder de candidaten van den prins van Oranje plaats in de vroedschap. In de schepenbank moesten anderen voor hem wijken. Als burgemeester nam hij in 1674 een zetel in. In 1677 kwam hij weer aan en in 1679 werd hij uit de oud-burgemeesteren herkozen. Hij en zijn ambtgenooten, de burgemeesteren Gillis Valckenier, Nicolaes Pancras en Joan Munter, wetende dat de boedel van stadhouder Willem III met vele schulden was bezwaard en dat dit Z.H. zou kunnen weerhouden van een huwelijk overeenkomstig zijn staat, deden in 1674 den raad een voorstel, den Prins te ontheffen van een schuld van 2 millioen gln. en deze voor rekening van de provincie over te nemen, gelijk ook geschiedde. In 1680 werd hij benoemd in een commissie in zake den aanleg van nieuwe waterkeeringen langs den IJkant. Op een marmeren tafel aan de Nieuwebrug op het Damrak staat o.a. zijn wapen, daar aangebracht bij den verbouw, 25 Juli 1681. Hij was bewindhebber van de O.I.C. en medestichter van het Trippenhuis, waarvan hij het zuidelijk deel bewoonde.
tr. Luik (B) op 16 jun 1518
met
Jeanne Matthieusdr de Belleflamme5, dr. van Mathias de Belleflamme en Marie Fexhe.
Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
1 | Louis | *1535 | Luik (B) | †1602 | Dordrecht | 67 | 2 | 4 |
Bronnen:
1. | Nederland’s Adelsboek, Centraal Bureau voor Genealogie, ‘s-Gravenhage, vanaf 1903 (NA) |
2. | Het geslacht de Geer van het begin der XIIde tot het einde der XIXe eeuw. Het geslacht de Geer, Genealogisch en Heraldisch Archief, Oisterwijk, 1893 (B 052) (blz. 47) |
3. | Het geslacht de Geer van het begin der XIIde tot het einde der XIXe eeuw. Het geslacht de Geer, Genealogisch en Heraldisch Archief, Oisterwijk, 1893 (B 052) (blz. 45) |
4. | Het geslacht de Geer van het begin der XIIde tot het einde der XIXe eeuw. Het geslacht de Geer, Genealogisch en Heraldisch Archief, Oisterwijk, 1893 (B 052) (blz. 46) |
5. | Het geslacht de Geer van het begin der XIIde tot het einde der XIXe eeuw. Het geslacht de Geer, Genealogisch en Heraldisch Archief, Oisterwijk, 1893 (B 052) (blz. 48) |
Jeanne Matthieusdr de Belleflamme
Jeanne Matthieusdr de Belleflamme1.
tr. Luik (B) op 16 jun 1518
met
Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
1 | Louis | *1535 | Luik (B) | †1602 | Dordrecht | 67 | 2 | 4 |
Bronnen:
Adrian Jansz Jansdr
Adrian Jansz Jansdr (Adriaen Heeren Janszn), ovl. Dordrecht in 1613.
Adrian Jansz Jansdr.
Lakenkoopman, weesmeester, schepen, ontvanger der Gemene Middelen en burgemeester.
tr.
met
Sophia Andriesdr Heijmans, dr. van Andries Jansz Heijmans en Aelken (Alid Claes Hendriksdr) Colff, geb. Dordrecht circa 1549.
Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
1 | Alithea | ~1589 | Dordrecht | †1656 | Amsterdam | 67 | 1 | 7 |
Sophia Andriesdr Heijmans
Sophia Andriesdr Heijmans, geb. Dordrecht circa 1549.
- Vader:
Andries Jansz Heijmans, geb. Dordrecht in 1523, ovl. aldaar op 5 nov 1569, tr. Gorinchem in 1545 met
tr.
met
Adrian Jansz Jansdr (Adriaen Heeren Janszn), ovl. Dordrecht in 1613.
Adrian Jansz Jansdr.
Lakenkoopman, weesmeester, schepen, ontvanger der Gemene Middelen en burgemeester.
Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
1 | Alithea | ~1589 | Dordrecht | †1656 | Amsterdam | 67 | 1 | 7 |
Andries Jansz Heijmans
Andries Jansz Heijmans, geb. Dordrecht in 1523, ovl. aldaar op 5 nov 1569.
tr. Gorinchem in 1545
met
Aelken (Alid Claes Hendriksdr) Colff, dr. van Claes Hendrikszn Colff en Heijlwich Jansdr van der Haer, geb. Gorinchem in 1525, ovl. Dordrecht in 1564.
Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
1 | Sophia | *1549 | Dordrecht | | | | 1 | 4 |
Alid Claes Hendriksdr Colff
Aelken (Alid Claes Hendriksdr) Colff, geb. Gorinchem in 1525, ovl. Dordrecht in 1564.
tr. Gorinchem in 1545
met
Andries Jansz Heijmans, geb. Dordrecht in 1523, ovl. aldaar op 5 nov 1569.
Willem Boudewijszn Drenckwaertr.
Burgemeester, raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, deken van de Dordtse broederschap van de wijnkopers.
Vrijheer van Giessenburg en Drenkwaard.
Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:
| naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
1 | Sophia | *1549 | Dordrecht | | | | 1 | 4 |