Website van Cees Hagenbeek
Roelof van den Ruitenberg
in
Kwartierstaat van Hans van der Wind
Kwartierstaat van Mechelien Mezach

Roelof van den Ruitenberg1 (Rutenberg, van den), geb. circa 1355, ovl. in 1420.

tr. tussen 20 mrt 1386 en 17 nov 1386
met

Lutgard Albertsdr van Almelo van Hulsen1, dr. van Albert van Almelo, geb. circa 1360, ovl. voor 5 jun 1409, tr. (1) met Hendrik de Jonge van Essen. Uit dit huwelijk 2 kinderen.

Lutgard Albertsdr van Almelo van Hulsen.
beleend met Gerner 1394.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Mechteld*1385     



Bronnen:
1.Afstammingsreeksen van de Hertogen van Brabant, Afstammingsreeksen van de Hertogen van Brab, Vic Hamers, Rob Dix en Zeno Deurvorst, NGV, Woerden, 2006, 978-90-72771-08-7 (B 009) (blz. 48)

NN van Eelde
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Hans van der Wind
Kwartierstaat van Mechelien Mezach

NN van Eelde1.

tr.
met

Herman Polman1, zn. van Otto Polman.

Herman Polman.
filiatie gereconstrueerd. Vermeld te Eelde1323-1334.

Een N. Polman, van wie verder niets oorkondelijks.
bekend is, moet de vader zijn geweest van een Rolof.
Polman, die de oudste staak vertegenwoordigde en de stamreeks voortzette. Zijn waarschijnlijke voornaam was Herman (wegens deze naam in latere, van hem afstammende generaties).
Gezien het verderop te signaleren feit, dat de zoon.
Rolof in 1380 een gedeelte van de heerlijkheid Ruinen erfde, zal Herman Van Ruinen-bloed in zich hebben gehad en wel via een echtgenote N. van Eelde.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aelbert*1390 Ruinen    
Rolof     



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Steven van de Ruitenberg
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Steven van de Ruitenberg, geb. circa 1320, ovl. in 1371.

tr.
met

Jutta de Cocq van Isendoorn (van Isendoorn), dr. van Willem de Cock van Isendoorn (heer van Isendoorn) en Arnolda van Keppel.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Roelof*1355  †1420  65


Herman Polman
in
Genealogie van Arnold IV van Flodrop van Wachtendonk.
Genealogie van Arnold IV van Flodrop van Wachtendonk.
Parenteel van Heer Rudolphus von Hagenbeck

Herman Polman1, geb. circa 1275.

Herman Polman.
vermeld in 1311—1334 in noordelijk Drenthe.

Bij de Stad-Groningse onenigheden tussen de bisschoppelijke prefect aldaar, Ludoïf van Selwerd, en de stedelijke onafhankelijkheidspartij, de „Westerpartie", trof de bisschop 17 februari 1311 een regeling. Daarbij trad als borg voor Ludolf o.m. een Herman Polman op. (op grond hiervan stellen we diens geboortetijd op ca.1275). Daarna was Herman in 1323 borg bij de goedkeuring van een overeenkomst tussen het klooster Essen (bij Groningen) en het Winsumer zijlvest door de .
bewoners van Eelde, Noordlaren, Haren, Noorddijk,.
Middelbert, Engelbert, (Wester)broek, Kropswolde en Berge, en wel namens Eelde, zijn woonplaats. Herman Polman kwam 24 november 1325 voor bij regionale politieke zaken, toen de bisschop het over de Drenten gevelde vonnis liet aflezen; daarbij compareerde o.m. Herman als borg. Tenslotte is er nog een vermelding van 25 maart 1334: Herman Polman en Coenraad van den Ghore zegelden als „maghen", toen Otto van Norg, zijn vrouw Ida (van Ruinen) en hun kinderen Wijcher, Johan en Herman, en Otto's broer Wijcher van Norg aan de abdij te Dikninge hun tienden te Hooghalen verkochten, met het recht van herberg aldaar, hun aangeërfd van hun ouders (bij de verkoop werden ook vermeld de aan het convent toekomende tienden over het „kothuis" Nijsinghe te Hooghalen).


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Otto     



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Hendrik van Eelde
Hendrik van Eelde1.

Hendrik van Eelde.
vermeld 1324-1325.

tr.
met

NN van Ruinen1, dr. van Johan van Ruinen en Ermengarde .

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
NN     



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

NN van Ruinen
in
Kwartierstaat van Cees Boer
Kwartierstaat van Dinah Begeer

NN van Ruinen1.

tr.
met

Hendrik van Eelde1.

Hendrik van Eelde.
vermeld 1324-1325.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
NN     



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Johan van Ruinen
in
Kwartierstaat van Anneke Romeijn
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Arie Roobol
Kwartierstaat van Han Bekke.
Kwartierstaat van Henk de Snoo
Kwartierstaat van Irene Hellemans
Kwartierstaat van Lourens de Groot

Johan van Ruinen1, geb. in 1260, ovl. voor 1304.

Johan van Ruinen.
vermeld 1291-1297.

tr.
met

Ermengarde 1.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
NN     
Ida*1290     



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Ermengarde
Ermengarde 1.

tr.
met

Johan van Ruinen1, geb. in 1260, ovl. voor 1304.

Johan van Ruinen.
vermeld 1291-1297.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
NN     
Ida*1290     



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Ida van Ruinen
in
Genealogie van Arnold IV van Flodrop van Wachtendonk.
Genealogie van Arnold IV van Flodrop van Wachtendonk.
Parenteel van Heer Rudolphus von Hagenbeck

Ida van Ruinen1, geb. circa 1290.

tr.
met

Otto van Norch1, zn. van Hendrik van Kuinre van Norg, geb. Norg circa 1284 (circa 1280), Landbouwer en handelaar, ovl. in 1335.

Otto van Norch.
28-12-1324: .
Otto van Norgh en zijn borgen betalen een gedeelte van de bruidschat voor de dochter van Otto aan Rudolf van Echten. Getekend te Kampen waar de van Norchs als verbannenen uit Drenthe, verbleven.

18 januari 1325: .
Otto van Norch en anderen verklaren de verpande goederen van Pelgrim van Putten binnen zekere tijd te zullen lossen. Vermeld zijn Wicher, kanunnik te Steenwijk, broer van Otto, Hendrik van der Ese, Gerard Klecke en zijn broer Johannes, Coenraad Utengore (van Steenwijk), Volker, zoon van vrouwe Ermengardis.

25-03-1334 verkopen Otto, Ida zijn vrouw en hun kinderen Wycher, Johan en Herman, met zijn broer Wycher, kanunnik van Steenwijk, de tienden van Hooghalen, en het recht van herberg, geërfd van hun ouders, aan de abdij van Dikninge. Hij verzocht zijn 'maghen' Coenraad van de Goer en Herman Polleman mede te zegelen (Arch.Dikninge, Benedictijnerabdij, inv. nr. I, reg 43). .
"dragen over voor buren en kerspellieden van Beilen aan de abdij van Dickninghe de tienden te Halen, grof en smal, met het recht van herberg en van "vore des sades" in Drenthe, door hen geerfd van hunne ouders; met belofte van vrijwaring, behalve voor de smalle tienden over de hof te Halen, de aan het convent te geven vlastienden en de grove en smalle tienden over het kothuis Nysinghe. Met medebezegeling door Herman Polleman, Coenraed van den Ghore en en het land van Drenthe.
Request van 15 januari 1335. Otto van Norch verkoopt aan het convent van Dickninghe de tienden te Halen, na ze eerst, volgens zijn verplichting, te hebben aangeboden aan Roelof van Peize, Bole van Eelde en het convent van Assen.
24-11-1335 Drents dienstman van bisschop Jan van Diest (1322-1340) (drs. O.D.J. Roemeling,'Adelijke geslachten in de ME van Drente',NL1973).
Oorkondenboek Groningen-Drenthe 340; omstreeks 1335.
Register van inkomsten van het Domkapittel te Utrecht.
Goederen van Henrici de Norch, waarvan de betalingen als volgt zijn verdeeld:.
ten eerste Arnoldus 5 en een halve sc. van het goed Buninc in Snole, het gerecht in Norch en sommige goederen in Ede (Een) (Arnold was dus de opvolger van zijn vader in het gerecht en was dus de oudste zoon.).
Rodolphus, zijn broer, 4 en een halve sc. van het goed Haddinghe in Ede (Een).
Hilla Gerardi de Norch (Hille, de dochter van Gerard van Norch) 3 en een halve sc. van hetzelfde goed (van Hendrik die dus kennelijk overleden was).
Rudolf Butruant 6 b. en 1 cop. van het goed Bonekinc in Anlo; (Opmerking: Rudolf Butruant = Rudolf van Peize van Almelo, getrouwd met een zuster van Henric van Norch).
De tienden in Borc, die heer Folkert en broer aan de parochie hebben verkocht, 2 sol. en een halve cop. Folkert van Dwingelo van het goed Rensinc in Anlo 15,5 sc. (Opmerking: Folkert van Dwingelo moet getrouwd zijn met een niet met name bekende zuster van Henric).
Johan Pipe 2 sol. en een halve cop. van het goed genaamd Battinc. (Opmerking: Johan Pipe is Johan van Steenwijck, getrouwd met Johanna van Norch).
Idem van dezelfde voorschreven goederen betaald jaarlijks Otto van Norch 13,5 sc. Ten eerste de tienden in Halen, met inbegrip van het klooster Dickninge, idem tienden in Ees in de parochie Borger, door burgers gekocht, Idem het goed genaamd Grudelinge dat nu in bezit is van Hille van Norch als opvolger van Gerard van Norch. idem het goed Gorthorst in de parochie Beilen die Reiynerus Heymighe koopt.
Vermelding omstreeks 1325. ndva 1980 artikel Keverlingh Buisman. Zie ook bij Hendrik van Norch. Henric van Eelde, schout, Herman Polman c.s. beklagen zich bij de bisschop over Ot en Conraerd van Norch. (Met Coenraed van Norch wordt misschien bedoeld Coenraed van Steenwijck, zoon van Johanna van Norch en Johan van Steenwijck).
Otto van Norch en verwante edelen streden aan de zijde van de bisschop van Utrecht tegen de Drenten en zijn een tijdlang uit Drente verbannen. Zij verbleven in één van de overgebleven bolwerken van de bisschop, de stad Kampen. Daar verhandelden ze graan uit Drenthe om in hun levensonderhoud te voorzien.
Uit de Schepenboeken van Kampen: (Kamper Schepenacten nr. 71).
29 augustus 1318, garantieverklaring voor een bedrag van 10 mark (Samen met andere Drentse lage adel) verder ook nog:.
4 oktober 1319, Otto van Norch en anderen stellen zich garant voor 454,5 schepel goed winterkoren.
28 december 1324, 90 mark als aandeel in de bruidschat voor de zoon van Rolof van Echten,.
16 januari 1325, schuldbekentenis ten gunste van Pelgrim van Putten, bedrag 90 mark,.
16 april 1325, zekerheidsstelling voor een betaling,.
4 juli 1325, verklaring van vrijwaring bij een korenleverantie,.
11 november 1325, borgstelling bij een korenleverantie van bijna 21 mark, (zie ook ogd0291).
17 november 1325, schuldbekentenissen van 4 pond en 71/2e stuiver, 9 pond en 5 pond, ogd0292.
21 februari 1326, schuldbekendtenis van 24 brabantse marken,.
9 maart 1326, schuldbekentenis van 100 pond klein,.
20 april 1326, zekerheidsstelling voor de levering van 100 schepel graan,.
22 december 1326, schuldbekentenis van 30 mark,.
5 februari 1327, borgstelling voor Geert Clencke,.
28 februari 1327, een schuldbekentenis.
In bovengenoemde 16 vermeldingen komt hij negen keer voor samen met Coenraad van de Gore, een familielid, acht keer met Geert Clencke, drie keer met diens broer Johan Clencke, twee keer met Arnold Lansinge, en één keer met Gyse Geuzinge, Bertold van Ansen, Volker van Echten, Rolof van Norch Hendrikzoon, Wicher van Norch zijn broer (kanunnik te Steenwijk).
Zijn volle neef Cyse wordt 28 februari 1327 vermeld (met incorrecte voornaam Thise) als één van de twaalf borgen voor Otto van Norg.

Aantekeningen.
Otto van Norch verkocht en leverde in Kampen agrarische produkten van hemzelf en van andere lagere adelen en ook als commisinair voor de hogere adel. Hij reisde dus veel van Norg naar Kampen, waarschijnlijk via Ruinen en heeft daar zijn vrouw gevonden.

Otto van Norch, geb. circa 1280, overl. na 1335, 28-12-1324 betaalt Otto een deel van de bruidschat voor zijn dochter.235 25-03-1334 verkopen Otto, Ida zijn vrouw en hun kinderen Wycher, Johan en Herman, met zijn broer Wycher, kanunnik van Steenwijk, de tienden van Hooghalen, geërfd van hun ouders, aan de abdij van Dikninge. Hij verzocht zijn 'maghen' Coenraad van de Goer en Herman Polleman mede te zegelen.236 24-11-1335 Drents dienstman van bisschop Jan van Diest (1322-1340).237 Tr. Ida van Ruinen, geb. circa 1290. Uit dit huwelijk: 1.m Johan van Norch, geb. circa 1310. Vermeld in een oorkonde van het jaar 1334 samen met zijn broer Herman. Johan van Norch werd ook wel Johan van Ruinen genoemd. 2.v N.N. Ottodr. van Norch. Tr. Rudolf van Echten, zn. van Rudolf van Echten en Jutte van Dedem? 3.m Wijcher van Norch, kannunnik. 4.m Herman van Norch. 5.v N.N. van Norch.

28-12-1324.
Otto van Norgh en zijn borgen betalen een gedeelte van de bruidschat voor de dochter van Otto aan Rudolf van Echten. Getekend te Kampen waar de van Norchs als verbannenen uit Drenthe, verbleven.
18 januari 1325: Otto van Norch en anderen verklaren de verpande goederen van Pelgrim van Putten binnen zekere tijd te zullen lossen. Vermeld zijn Wicher, kanunnik te Steenwijk, broer van Otto, Hendrik van der Ese, Gerard Klecke en zijn broer Johannes, Coenraad Utengore (van Steenwijk), Volker, zoon van vrouwe Ermengardis.
25-03-1334 verkopen Otto, Ida zijn vrouw en hun kinderen Wycher, Johan en Herman, met zijn broer Wycher, kanunnik van Steenwijk, de tienden van Hooghalen, en het recht van herberg, geërfd van hun ouders, aan de abdij van Dikninge. Hij verzocht zijn ’maghen’ Coenraad van de Goer en Herman Polleman mede te zegelen (Arch.Dikninge, Benedictijnerabdij, inv. nr. I, reg 43). .
"dragen over voor buren en kerspellieden van Beilen aan de abdij van Dickninghe de tienden te Halen, grof en smal, met het recht van herberg en van "vore des sades" in Drenthe, door hen geerfd van hunne ouders; met belofte van vrijwaring, behalve voor de smalle tienden over de hof te Halen, de aan het convent te geven vlastienden en de grove en smalle tienden over het kothuis Nysinghe. Met medebezegeling door Herman Polleman, Coenraed van den Ghore en en het land van Drenthe.
Request van 15 januari 1335. Otto van Norch verkoopt aan het convent van Dickninghe de tienden te Halen, na ze eerst, volgens zijn verplichting, te hebben aangeboden aan Roelof van Peize, Bole van Eelde en het convent van Assen.
24-11-1335 Drents dienstman van bisschop Jan van Diest (1322-1340) (drs. O.D.J. Roemeling,’Adelijke geslachten in de ME van Drente’,NL1973).
Oorkondenboek Groningen-Drenthe 340; omstreeks 1335.
Register van inkomsten van het Domkapittel te Utrecht.
Goederen van Henrici de Norch, waarvan de betalingen als volgt zijn verdeeld:.
ten eerste Arnoldus 5 en een halve sc. van het goed Buninc in Snole, het gerecht in Norch en sommige goederen in Ede (Een) (Arnold was dus de opvolger van zijn vader in het gerecht en was dus de oudste zoon.).
Rodolphus, zijn broer, 4 en een halve sc. van het goed Haddinghe in Ede (Een).
Hilla Gerardi de Norch (Hille, de dochter van Gerard van Norch) 3 en een halve sc. van hetzelfde goed (van Hendrik die dus kennelijk overleden was).
Rudolf Butruant 6 b. en 1 cop. van het goed Bonekinc in Anlo; (Opmerking: Rudolf Butruant = Rudolf van Peize van Almelo, getrouwd met een zuster van Henric van Norch).
De tienden in Borc, die heer Folkert en broer aan de parochie hebben verkocht, 2 sol. en een halve cop. Folkert van Dwingelo van het goed Rensinc in Anlo 15,5 sc. (Opmerking: Folkert van Dwingelo moet getrouwd zijn met een niet met name bekende zuster van Henric).
Johan Pipe 2 sol. en een halve cop. van het goed genaamd Battinc. (Opmerking: Johan Pipe is Johan van Steenwijck, getrouwd met Johanna van Norch).
Idem van dezelfde voorschreven goederen betaald jaarlijks Otto van Norch 13,5 sc. Ten eerste de tienden in Halen, met inbegrip van het klooster Dickninge, idem tienden in Ees in de parochie Borger, door burgers gekocht, Idem het goed genaamd Grudelinge dat nu in bezit is van Hille van Norch als opvolger van Gerard van Norch. idem het goed Gorthorst in de parochie Beilen die Reiynerus Heymighe koopt.

Vermelding omstreeks 1325. ndva 1980 artikel Keverlingh Buisman. Zie ook bij Hendrik van Norch. Henric van Eelde, schout, Herman Polman c.s. beklagen zich bij de bisschop over Ot en Conraerd van Norch. .
(Met Coenraed van Norch wordt misschien bedoeld Coenraed van Steenwijck, zoon van Johanna van Norch en Johan van Steenwijck ??) .

Otto van Norch en verwante edelen streden aan de zijde van de bisschop van Utrecht tegen de Drenten en zijn een tijdlang uit Drente verbannen. Zij verbleven in één van de overgebleven bolwerken van de bisschop, de stad Kampen. Daar verhandelden ze graan uit Drenthe om in hun levensonderhoud te voorzien.
28-12-1324 betaalt Otto een deel van de bruidschat voor zijn dochter. .
25-3-1334 verkopen Otto, Ida zijn vrouw en hun kinderen Wycher, Johan en Herman, met zijn broer Wycher, kanunnik van Steenwijk, de tienden van Hooghalen, ge ë rfd van hun ouders, aan de abdij van Dikninge. Hij verzocht zijn 'maghen' Coenraad van de Goer en Herman Polleman mede te zegelen. .

24-11-1335 Drents dienstman van bisschop Jan van Diest (1322 1340).

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
NN     
Lamme     



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Otto van Norch
in
Kwartierstaat van Mark Schneiders

Otto van Norch1, geb. Norg circa 1284 (circa 1280), Landbouwer en handelaar, ovl. in 1335.

Otto van Norch.
28-12-1324: .
Otto van Norgh en zijn borgen betalen een gedeelte van de bruidschat voor de dochter van Otto aan Rudolf van Echten. Getekend te Kampen waar de van Norchs als verbannenen uit Drenthe, verbleven.

18 januari 1325: .
Otto van Norch en anderen verklaren de verpande goederen van Pelgrim van Putten binnen zekere tijd te zullen lossen. Vermeld zijn Wicher, kanunnik te Steenwijk, broer van Otto, Hendrik van der Ese, Gerard Klecke en zijn broer Johannes, Coenraad Utengore (van Steenwijk), Volker, zoon van vrouwe Ermengardis.

25-03-1334 verkopen Otto, Ida zijn vrouw en hun kinderen Wycher, Johan en Herman, met zijn broer Wycher, kanunnik van Steenwijk, de tienden van Hooghalen, en het recht van herberg, geërfd van hun ouders, aan de abdij van Dikninge. Hij verzocht zijn 'maghen' Coenraad van de Goer en Herman Polleman mede te zegelen (Arch.Dikninge, Benedictijnerabdij, inv. nr. I, reg 43). .
"dragen over voor buren en kerspellieden van Beilen aan de abdij van Dickninghe de tienden te Halen, grof en smal, met het recht van herberg en van "vore des sades" in Drenthe, door hen geerfd van hunne ouders; met belofte van vrijwaring, behalve voor de smalle tienden over de hof te Halen, de aan het convent te geven vlastienden en de grove en smalle tienden over het kothuis Nysinghe. Met medebezegeling door Herman Polleman, Coenraed van den Ghore en en het land van Drenthe.
Request van 15 januari 1335. Otto van Norch verkoopt aan het convent van Dickninghe de tienden te Halen, na ze eerst, volgens zijn verplichting, te hebben aangeboden aan Roelof van Peize, Bole van Eelde en het convent van Assen.
24-11-1335 Drents dienstman van bisschop Jan van Diest (1322-1340) (drs. O.D.J. Roemeling,'Adelijke geslachten in de ME van Drente',NL1973).
Oorkondenboek Groningen-Drenthe 340; omstreeks 1335.
Register van inkomsten van het Domkapittel te Utrecht.
Goederen van Henrici de Norch, waarvan de betalingen als volgt zijn verdeeld:.
ten eerste Arnoldus 5 en een halve sc. van het goed Buninc in Snole, het gerecht in Norch en sommige goederen in Ede (Een) (Arnold was dus de opvolger van zijn vader in het gerecht en was dus de oudste zoon.).
Rodolphus, zijn broer, 4 en een halve sc. van het goed Haddinghe in Ede (Een).
Hilla Gerardi de Norch (Hille, de dochter van Gerard van Norch) 3 en een halve sc. van hetzelfde goed (van Hendrik die dus kennelijk overleden was).
Rudolf Butruant 6 b. en 1 cop. van het goed Bonekinc in Anlo; (Opmerking: Rudolf Butruant = Rudolf van Peize van Almelo, getrouwd met een zuster van Henric van Norch).
De tienden in Borc, die heer Folkert en broer aan de parochie hebben verkocht, 2 sol. en een halve cop. Folkert van Dwingelo van het goed Rensinc in Anlo 15,5 sc. (Opmerking: Folkert van Dwingelo moet getrouwd zijn met een niet met name bekende zuster van Henric).
Johan Pipe 2 sol. en een halve cop. van het goed genaamd Battinc. (Opmerking: Johan Pipe is Johan van Steenwijck, getrouwd met Johanna van Norch).
Idem van dezelfde voorschreven goederen betaald jaarlijks Otto van Norch 13,5 sc. Ten eerste de tienden in Halen, met inbegrip van het klooster Dickninge, idem tienden in Ees in de parochie Borger, door burgers gekocht, Idem het goed genaamd Grudelinge dat nu in bezit is van Hille van Norch als opvolger van Gerard van Norch. idem het goed Gorthorst in de parochie Beilen die Reiynerus Heymighe koopt.
Vermelding omstreeks 1325. ndva 1980 artikel Keverlingh Buisman. Zie ook bij Hendrik van Norch. Henric van Eelde, schout, Herman Polman c.s. beklagen zich bij de bisschop over Ot en Conraerd van Norch. (Met Coenraed van Norch wordt misschien bedoeld Coenraed van Steenwijck, zoon van Johanna van Norch en Johan van Steenwijck).
Otto van Norch en verwante edelen streden aan de zijde van de bisschop van Utrecht tegen de Drenten en zijn een tijdlang uit Drente verbannen. Zij verbleven in één van de overgebleven bolwerken van de bisschop, de stad Kampen. Daar verhandelden ze graan uit Drenthe om in hun levensonderhoud te voorzien.
Uit de Schepenboeken van Kampen: (Kamper Schepenacten nr. 71).
29 augustus 1318, garantieverklaring voor een bedrag van 10 mark (Samen met andere Drentse lage adel) verder ook nog:.
4 oktober 1319, Otto van Norch en anderen stellen zich garant voor 454,5 schepel goed winterkoren.
28 december 1324, 90 mark als aandeel in de bruidschat voor de zoon van Rolof van Echten,.
16 januari 1325, schuldbekentenis ten gunste van Pelgrim van Putten, bedrag 90 mark,.
16 april 1325, zekerheidsstelling voor een betaling,.
4 juli 1325, verklaring van vrijwaring bij een korenleverantie,.
11 november 1325, borgstelling bij een korenleverantie van bijna 21 mark, (zie ook ogd0291).
17 november 1325, schuldbekentenissen van 4 pond en 71/2e stuiver, 9 pond en 5 pond, ogd0292.
21 februari 1326, schuldbekendtenis van 24 brabantse marken,.
9 maart 1326, schuldbekentenis van 100 pond klein,.
20 april 1326, zekerheidsstelling voor de levering van 100 schepel graan,.
22 december 1326, schuldbekentenis van 30 mark,.
5 februari 1327, borgstelling voor Geert Clencke,.
28 februari 1327, een schuldbekentenis.
In bovengenoemde 16 vermeldingen komt hij negen keer voor samen met Coenraad van de Gore, een familielid, acht keer met Geert Clencke, drie keer met diens broer Johan Clencke, twee keer met Arnold Lansinge, en één keer met Gyse Geuzinge, Bertold van Ansen, Volker van Echten, Rolof van Norch Hendrikzoon, Wicher van Norch zijn broer (kanunnik te Steenwijk).
Zijn volle neef Cyse wordt 28 februari 1327 vermeld (met incorrecte voornaam Thise) als één van de twaalf borgen voor Otto van Norg.

Aantekeningen.
Otto van Norch verkocht en leverde in Kampen agrarische produkten van hemzelf en van andere lagere adelen en ook als commisinair voor de hogere adel. Hij reisde dus veel van Norg naar Kampen, waarschijnlijk via Ruinen en heeft daar zijn vrouw gevonden.

Otto van Norch, geb. circa 1280, overl. na 1335, 28-12-1324 betaalt Otto een deel van de bruidschat voor zijn dochter.235 25-03-1334 verkopen Otto, Ida zijn vrouw en hun kinderen Wycher, Johan en Herman, met zijn broer Wycher, kanunnik van Steenwijk, de tienden van Hooghalen, geërfd van hun ouders, aan de abdij van Dikninge. Hij verzocht zijn 'maghen' Coenraad van de Goer en Herman Polleman mede te zegelen.236 24-11-1335 Drents dienstman van bisschop Jan van Diest (1322-1340).237 Tr. Ida van Ruinen, geb. circa 1290. Uit dit huwelijk: 1.m Johan van Norch, geb. circa 1310. Vermeld in een oorkonde van het jaar 1334 samen met zijn broer Herman. Johan van Norch werd ook wel Johan van Ruinen genoemd. 2.v N.N. Ottodr. van Norch. Tr. Rudolf van Echten, zn. van Rudolf van Echten en Jutte van Dedem? 3.m Wijcher van Norch, kannunnik. 4.m Herman van Norch. 5.v N.N. van Norch.

28-12-1324.
Otto van Norgh en zijn borgen betalen een gedeelte van de bruidschat voor de dochter van Otto aan Rudolf van Echten. Getekend te Kampen waar de van Norchs als verbannenen uit Drenthe, verbleven.
18 januari 1325: Otto van Norch en anderen verklaren de verpande goederen van Pelgrim van Putten binnen zekere tijd te zullen lossen. Vermeld zijn Wicher, kanunnik te Steenwijk, broer van Otto, Hendrik van der Ese, Gerard Klecke en zijn broer Johannes, Coenraad Utengore (van Steenwijk), Volker, zoon van vrouwe Ermengardis.
25-03-1334 verkopen Otto, Ida zijn vrouw en hun kinderen Wycher, Johan en Herman, met zijn broer Wycher, kanunnik van Steenwijk, de tienden van Hooghalen, en het recht van herberg, geërfd van hun ouders, aan de abdij van Dikninge. Hij verzocht zijn ’maghen’ Coenraad van de Goer en Herman Polleman mede te zegelen (Arch.Dikninge, Benedictijnerabdij, inv. nr. I, reg 43). .
"dragen over voor buren en kerspellieden van Beilen aan de abdij van Dickninghe de tienden te Halen, grof en smal, met het recht van herberg en van "vore des sades" in Drenthe, door hen geerfd van hunne ouders; met belofte van vrijwaring, behalve voor de smalle tienden over de hof te Halen, de aan het convent te geven vlastienden en de grove en smalle tienden over het kothuis Nysinghe. Met medebezegeling door Herman Polleman, Coenraed van den Ghore en en het land van Drenthe.
Request van 15 januari 1335. Otto van Norch verkoopt aan het convent van Dickninghe de tienden te Halen, na ze eerst, volgens zijn verplichting, te hebben aangeboden aan Roelof van Peize, Bole van Eelde en het convent van Assen.
24-11-1335 Drents dienstman van bisschop Jan van Diest (1322-1340) (drs. O.D.J. Roemeling,’Adelijke geslachten in de ME van Drente’,NL1973).
Oorkondenboek Groningen-Drenthe 340; omstreeks 1335.
Register van inkomsten van het Domkapittel te Utrecht.
Goederen van Henrici de Norch, waarvan de betalingen als volgt zijn verdeeld:.
ten eerste Arnoldus 5 en een halve sc. van het goed Buninc in Snole, het gerecht in Norch en sommige goederen in Ede (Een) (Arnold was dus de opvolger van zijn vader in het gerecht en was dus de oudste zoon.).
Rodolphus, zijn broer, 4 en een halve sc. van het goed Haddinghe in Ede (Een).
Hilla Gerardi de Norch (Hille, de dochter van Gerard van Norch) 3 en een halve sc. van hetzelfde goed (van Hendrik die dus kennelijk overleden was).
Rudolf Butruant 6 b. en 1 cop. van het goed Bonekinc in Anlo; (Opmerking: Rudolf Butruant = Rudolf van Peize van Almelo, getrouwd met een zuster van Henric van Norch).
De tienden in Borc, die heer Folkert en broer aan de parochie hebben verkocht, 2 sol. en een halve cop. Folkert van Dwingelo van het goed Rensinc in Anlo 15,5 sc. (Opmerking: Folkert van Dwingelo moet getrouwd zijn met een niet met name bekende zuster van Henric).
Johan Pipe 2 sol. en een halve cop. van het goed genaamd Battinc. (Opmerking: Johan Pipe is Johan van Steenwijck, getrouwd met Johanna van Norch).
Idem van dezelfde voorschreven goederen betaald jaarlijks Otto van Norch 13,5 sc. Ten eerste de tienden in Halen, met inbegrip van het klooster Dickninge, idem tienden in Ees in de parochie Borger, door burgers gekocht, Idem het goed genaamd Grudelinge dat nu in bezit is van Hille van Norch als opvolger van Gerard van Norch. idem het goed Gorthorst in de parochie Beilen die Reiynerus Heymighe koopt.

Vermelding omstreeks 1325. ndva 1980 artikel Keverlingh Buisman. Zie ook bij Hendrik van Norch. Henric van Eelde, schout, Herman Polman c.s. beklagen zich bij de bisschop over Ot en Conraerd van Norch. .
(Met Coenraed van Norch wordt misschien bedoeld Coenraed van Steenwijck, zoon van Johanna van Norch en Johan van Steenwijck ??) .

Otto van Norch en verwante edelen streden aan de zijde van de bisschop van Utrecht tegen de Drenten en zijn een tijdlang uit Drente verbannen. Zij verbleven in één van de overgebleven bolwerken van de bisschop, de stad Kampen. Daar verhandelden ze graan uit Drenthe om in hun levensonderhoud te voorzien.
28-12-1324 betaalt Otto een deel van de bruidschat voor zijn dochter. .
25-3-1334 verkopen Otto, Ida zijn vrouw en hun kinderen Wycher, Johan en Herman, met zijn broer Wycher, kanunnik van Steenwijk, de tienden van Hooghalen, ge ë rfd van hun ouders, aan de abdij van Dikninge. Hij verzocht zijn 'maghen' Coenraad van de Goer en Herman Polleman mede te zegelen. .

24-11-1335 Drents dienstman van bisschop Jan van Diest (1322 1340).

tr.
met

Ida van Ruinen1, dr. van Johan van Ruinen en Ermengarde , geb. circa 1290.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
NN     
Lamme     



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Willem van Gendt
in
Kwartierstaat van Mark Schneiders

Willem van Gendt, geb. circa 1348, ovl. na 1438.

tr.
met

Agnes van Doornick.

Uit dit huwelijk 2 zonen:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1380  †1430  50
Arend*1390  †1463  73


Agnes van Doornick
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Agnes van Doornick.

tr.
met

Willem van Gendt, zn. van Willem II van Gent en Christine van Oye, geb. circa 1348, ovl. na 1438.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1380  †1430  50
Arend*1390  †1463  73


Reynald van Oye
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Reynald van Oye.

tr.
met

Bona (Bonne) van Homoet.

Uit dit huwelijk een dochter:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Christine*1310     


Bona van Homoet
Bona (Bonne) van Homoet.

tr.
met

Reynald van Oye.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Christine*1310     


Arnoud von Kerpen
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek

Arnoud von Kerpen.

tr.
met

Anastasia gravin von Manderscheidt, dr. van Diederik I graaf von Kerpen von Manderscheidt (heer van Kerpen) en Gertrud von Nassau von Sayn.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna Kerpen [Duitsland]    


Anastasia von Manderscheidt
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek

Anastasia gravin von Manderscheidt.

tr.
met

Arnoud von Kerpen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna Kerpen [Duitsland]    


Hendrik van Kuinre van Norg
Hendrik van Kuinre van Norg, geb. circa 1230, ovl. circa 1290.

Hendrik van Kuinre van Norg.
Deze Hendrik van Norch is opgevoerd op grond van de oorkonde van omstreeks 1335 waarin de inkomsten van het kapittel te Utrecht zijn vermeld van de goederen van Hendrik (Heyne) van Norch en die als volgt zijn verdeeld (volgen de namen van de erven/opvolgers die dan nog in leven zijn en de leengoederen bezitten). De zoons van Heyne worden vermeld; Hille, de dochter van Gerard; Rudolf van Peize, de man van dochter NN; Folkert van Dwingelo, de man van Ermgard; Johan Pipe, de man van Johanna; en Otto van Norch.Wycher, Heyne, Berta en Gerard zijn dan al overleden.
Van de vermelde kinderen staan enkele onderlinge relaties vast op grond van vermeldingen in oorkonden, zoals Wycher, Gerard en Otto en dochter NN g/m Rudolf van Peize. De broer/zuster verwantschap tussen Ermgard, Heyne, Berta en Otto is afgeleid van de oorkonde van 1316.
Mogelijk vermeld in oorkonden van 1263 en 1265; (Uit de Vos van Steenwijk, graven en heren van Kuinre).
"In een oorkonde van 11 september 1263 is hij getuige, als de Utrechtse bisschop, Hendrik van Vianden, een voorziening treft t.a.v. goederen van het klooster te Ruinen. Na vier geestelijken getuigen Hendrik van Almelo, Herman van Voerst, Hendrik van Overberch, Hendrik van Essen, Egbert van Groningen, Mewekinus van Ruinen, Hendrik van Kuinre, Elyas van Rininge, Volkier van Echten en Hendrik Scultinc van Eelde, ridders.
(Driessen, Monumenta Groningana deel I p. 40; O.B.G.D. I no. 134; O.B.U. III no. 1594 en O.B.O. II no. 278).
Op 21 april 1265 staat bisschop Hendrik aan Zwolle toe een jaarmarkt te houden op Sint Bonifacius. Onder de getuigen komen we tegen Gijsbert van Amstel, Filip van Rininge, Gijsbert van Goye, de maarschalk, Willem van Rijswijk, Hendrik van Almelo, Herman van Voerst, Gijsbert van Buchorst, Hendrik van Overberg, Hendrik van Hervethe, Pelgrim van Putten, Hendrik van Kuinre, Egbert prefect van Groningen, Gerard Clenke, Hacko kastelein van Coevorden en Mewekinus van Ruinen, 'milites et meninsteriales nostros'(OBU III no. 1657 en OBO II no. 290).


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Otto*1284 Norg †1335  51


Hendrik II van Kuinre van Norg
Hendrik II van Kuinre van Norg, geb. circa 1210, ovl. na 1240.

tr. circa 1232
met

Ermgard van IJsselmuiden, dr. van Wolter van IJsselmuiden, geb. circa 1215.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*1230  †1290  60


Ermgard van IJsselmuiden
Ermgard van IJsselmuiden, geb. circa 1215.

tr. circa 1232
met

Hendrik II van Kuinre van Norg, zn. van Rudolphus van Kuinre van Norg, geb. circa 1210, ovl. na 1240.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*1230  †1290  60


Wolter van IJsselmuiden
in
Genealogie van Dietrich/Thiery de Looz Sire de Hornes
Genealogie van Willem I van Horne

Wolter (Volradis) van IJsselmuiden, geb. circa 1185.

Wolter van IJsselmuiden.
Het is niet uit te sluiten dat deze Wolter dezelfde persoon is als Wolter Crane, vermeld als zoon van Hendrik van Cunre van Urk.
Vermeld in een oorkonde van 1208 als getuige waarin Diederik, bisschop van Utrecht enige goederen aan de IJssel schenkt aan de kerk van St Marie te Utrecht.
Andere getuigen: Abt Frederik van Ruinen, de leken Folker van Coevorden, Walter Rading, (Vollenhove) Arnold Wilde (omgeving Steenwijk), Bernard Benze (Benthe te Dalen), Menso van Peize, Egbert van Groningen, Otto Proeys, Jacob en Gerard Ter A.
Vermeld in een oorkonde van 26 maart 1217, waarin Ermengardis, dochter van Volmaris, een tiende schenkt van het goed Wolmaringhe aan het klooster te Ruinen. zoals met Wolter is overeengekomen.


Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ermgard*1215