Cees Hagenbeek
Jan Dircksz Glimmer
in
Kwartierstaat van Maarten (Maarten Walter) Elink Schuurman arts

Jan Dircksz Glimmer, geb. te Asperen in 1480, ovl. te Gorinchem in 1532.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Govert*1520 Gorinchem †1603 Amsterdam 83


Dirk Glimmer
in
Kwartierstaat van Maarten (Maarten Walter) Elink Schuurman arts

Dirk Glimmer, geb. te Asperen circa 1450, ovl. te Asperen in 1517.

Dirk Glimmer.
11-4-1518: Gijsbert Brunt voor Adriaan, weduwe Dirk Glimmer, waarna overdracht aan Jan Dobbe voor Heilwig Dirk Glimmers, haar dochter, eventueel te komen op Jan en Dirk, Adriaans kinderen, of Adriaan, Heilwigs zuster, I fol. 37.

tr. circa 1480
met

Adriaentje .

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1480 Asperen †1532 Gorinchem 52


Adriaentje
in
Kwartierstaat van Maarten (Maarten Walter) Elink Schuurman arts

Adriaentje .

tr. circa 1480
met

Dirk Glimmer, geb. te Asperen circa 1450, ovl. te Asperen in 1517.

Dirk Glimmer.
11-4-1518: Gijsbert Brunt voor Adriaan, weduwe Dirk Glimmer, waarna overdracht aan Jan Dobbe voor Heilwig Dirk Glimmers, haar dochter, eventueel te komen op Jan en Dirk, Adriaans kinderen, of Adriaan, Heilwigs zuster, I fol. 37.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1480 Asperen †1532 Gorinchem 52


Frans Johannesz de Booser
in
Kwartierstaat van Maarten (Maarten Walter) Elink Schuurman arts

Frans Johannesz de Booser, geb. te Emden [Duitsland] in 1596, winkelier in laken en stoffen, ovl. te Emden [Duitsland] in 1649.

tr. te Amsterdam circa 1625
met

Saartje Jans van Laar, dr. van Jan Janssen van Laer en Maritje Jacobs van den Bosch, geb. te Amsterdam in 1597, ovl. te Emden [Duitsland] op 8 apr 1664.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1634 Emden [Duitsland] †1714  79


Saartje Jans van Laar
in
Kwartierstaat van Maarten (Maarten Walter) Elink Schuurman arts

Saartje Jans van Laar, geb. te Amsterdam in 1597, ovl. te Emden [Duitsland] op 8 apr 1664.

tr. te Amsterdam circa 1625
met

Frans Johannesz de Booser, zn. van Johannes de Booser, geb. te Emden [Duitsland] in 1596, winkelier in laken en stoffen, ovl. te Emden [Duitsland] in 1649.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1634 Emden [Duitsland] †1714  79


Jan Janssen van Laer
in
Kwartierstaat van Maarten (Maarten Walter) Elink Schuurman arts

Jan Janssen van Laer, geb. te Emden [Duitsland] circa 1565, ovl. te Amsterdam op 9 nov 1638.

Jan Janssen van Laer.
The van Laers were an aristocratic Dutch Mennonite family of businessmen. Jan van Laer, a deacon in the Flemish congregation of Amsterdam, was excommunicated in 1623 by the Flemish Elder Jan Luies, because van Laer did not agree with his strict ideas.

  • Vader:
    Jan Cloppenborgh, geb. te Emden [Duitsland] circa 1540, tr. te Emden [Duitsland] circa 1565 met

tr. te Amsterdam circa 1595
met

Maritje Jacobs van den Bosch, ged. te Amsterdam op 15 okt 1571, ovl. te Amsterdam op 24 jan 1652.

Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Saartje*1597 Amsterdam †1664 Emden [Duitsland] 66


Maritje Jacobs van den Bosch
in
Kwartierstaat van Maarten (Maarten Walter) Elink Schuurman arts

Maritje Jacobs van den Bosch, ged. te Amsterdam op 15 okt 1571, ovl. te Amsterdam op 24 jan 1652.

tr. te Amsterdam circa 1595
met

Jan Janssen van Laer, zn. van Jan Cloppenborgh en Katharina Helmichs van Laer, geb. te Emden [Duitsland] circa 1565, ovl. te Amsterdam op 9 nov 1638.

Jan Janssen van Laer.
The van Laers were an aristocratic Dutch Mennonite family of businessmen. Jan van Laer, a deacon in the Flemish congregation of Amsterdam, was excommunicated in 1623 by the Flemish Elder Jan Luies, because van Laer did not agree with his strict ideas.

Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Saartje*1597 Amsterdam †1664 Emden [Duitsland] 66


Jan Cloppenborgh
in
Kwartierstaat van Maarten (Maarten Walter) Elink Schuurman arts

Jan Cloppenborgh, geb. te Emden [Duitsland] circa 1540.

tr. te Emden [Duitsland] circa 1565
met

Katharina Helmichs van Laer, geb. te Emden [Duitsland], ovl. te Emden [Duitsland] in 1602.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1565 Emden [Duitsland] †1638 Amsterdam 73


Katharina Helmichs van Laer
in
Kwartierstaat van Maarten (Maarten Walter) Elink Schuurman arts

Katharina Helmichs van Laer, geb. te Emden [Duitsland], ovl. te Emden [Duitsland] in 1602.

tr. te Emden [Duitsland] circa 1565
met

Jan Cloppenborgh, geb. te Emden [Duitsland] circa 1540.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1565 Emden [Duitsland] †1638 Amsterdam 73


Johannes de Booser
in
Kwartierstaat van Maarten (Maarten Walter) Elink Schuurman arts

Johannes de Booser, geb. te Doornik (Tournai) [België] in 1559, DG, ovl. te Oldersom [Duitsland] op 20 mei 1652.

Johannes de Booser.
1596 tot 1652.
Maeyken Boosers, who was a wealthy woman and only 24 years old when she was executed wrote in a graceful style. On one of the visits of her children to her cell she gave her son a pear. The boy did not eat the pear, but saved it; it is now in Amsterdam. This son Hans (Jan) (b. 1559) escaped to Emden and attended the disputation with the Reformed in 1578. He lived at the "Groote Veen" near Oldersum, East Friesland, where he died on 20 May 1652. This is known through the van Geuns family, which is descended from the de Boosers.

Hij woonde buiten Emden op het Groote Veen.

Het peertje (dat Mayken de Boosere aan haar zoon gaf) wordt bewaard in Universiteitsbibliotheek Amsterdam, Bibliotheca Mennonitica. Blijkens een notitie van de hand van de stad-Groninger zilversmid Jan de Booser (1634-1714) had hij het peertje van zijn grootvader J(oh)an(nes), ook wel Hans, de Booser gekregen.

  • Vader:
    Olivier Roo, geb. circa 1538, ged. DG te Doornik (Tournai) [België] in 1554, tr. circa 1559 met
  • Moeder:
    Mayken de Boosere, dr. van Alaert de Boosere, geb. te Kortrijk [België] circa 1540, ged. te Kortrijk [België] in 1554, ovl. te Doornik (Tournai) [België] op 18 sep 1564.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Frans*1596 Emden [Duitsland] †1649 Emden [Duitsland] 53


Olivier Roo
in
Kwartierstaat van Maarten (Maarten Walter) Elink Schuurman arts

Olivier Roo, geb. circa 1538, ged. DG te Doornik (Tournai) [België] in 1554 volwassendoop.

Olivier Roo.
Tot de Doornikse kring behoorden verder sinds 1560 de Gentse kleermaker Adriaan van Hee (van Yette) - in 1558 bij Armentières herdoopt -, Joos Bernard uit Dendermonde, en sinds 1562 de kousenmaker Christoffel Beyaente uit Gelderland, die in Menen de volwassenendoop had ontvangen. Olivier de Roo werd één der leidende figuren van de kleine kern dopers te Doornik.

tr. circa 1559
met

Mayken de Boosere, dr. van Alaert de Boosere, geb. te Kortrijk [België] circa 1540, ged. te Kortrijk [België] in 1554, ovl. te Doornik (Tournai) [België] op 18 sep 1564.

Mayken de Boosere.
1559 tot 1564.
Verder wist hij (= de inquisiteur Pieter Titelmans) niets kwaads te vertellen over Alaert de Boosere, tenzij dat die een dochter had, Mayken, die tot de sekte der Mennonieten behoorde. Van horen zeggen was hem inderdaad bekend dat ze soms in het ouderlijke huis in Kortrijk logeerde. (De steeds zo goed geïnformeerde inquisiteur moet nochtans wel beter hebben geweten. Uit Doornikse bronnen blijkt dat dochter Mayken de Boosere en haar echtgenoot Olivier de Roo omstreeks 1554 de volwassenendoop hadden ontvangen in het Kortrijkse. Na 1558 was Mayken een van de meest vooraanstaande leden van de doperse kring in Doornik. Zij werd in die stad op 18 september 1564 terechtgesteld. Nu nog wordt een peer die zij vlak voor haar terechtstelling aan haar vijfjarige zoontje zou hebben gegeven als een soort relikwie bewaard in de doopsgezinde gemeente in Amsterdam.).

De martelares Maeyken Boosers (Maaycke de Booser) werd in 1564 tot de brandstapel veroordeeld vanwege haar doopsgezinde geloof. Van haar zijn enkele brieven bewaard gebleven, die ze vanuit de gevangenis heeft geschreven.

Maeyken Boosers (d. 1564). Maeyken Boosers, an Anabaptist martyr, a descendant of the Alard de Boosere family, magistrates of Doornik (Tournai, Belgium), was burned at the stake there, 18 September 1564. A song written for her, "Die op den Heere betrouwen" (Those who trust in the Lord), is found in Offer and later martyrbooks. Van Braght's Martyrs' Mirror prints seven short letters written to her parents, children, brothers and sisters, that testify to her clear religious understanding, her strong faith, and her great joy in suffering and dying for her conviction. During her trial Maeyken was disrobed and tortured to compel her to name her fellow believers; the attempt was futile. The 1566 edition of Offer des Heeren also contains a short letter of her children to her, which, however, was not inserted in later editions; it is also missing in the Martyrs' Mirror. Maeyken's letters, and the one written by her children were published in a separate edition of 1566 (n.p.), together withTestament ghemaecket by Jan Gheertsen. This short letter was published by Samuel Cramer in Bibliotheca Reformatoria Neerlandica II (Offer des Heeren), 626. Maeyken Boosers, who was a wealthy woman and only 24 years old when she was executed wrote ina graceful style. On one of the visits of her children to her cell she gave her son a pear. The boy did not eat the pear, but saved it; it is now in Amsterdam. This son Hans (Jan) (b. 1559) escaped to Emden and attended the disputation with the Reformed in 1578. He lived at the "Groote Veen" near Oldersum, East Friesland, where he died on 20 May 1652. This is known through the van Geuns family, which is descended from the de Boosers.

Volgens de website www.archieven.nl is er een boek over de familie De Booser geschreven. De titel daarvan is: "Genealogie van de familie De Booser over de periode 1569-1805", opgesteld door J.G. de Booser, 1805.

De Doorniknaar Michel Delehaye ontving omstreeks 1556 de volwassenendoop in de omgeving van Kortrijk en sloot zich aan bij de Menistenkring in zijn geboortestad, waarvan de Kortrijkse Mayken de Boosere vanaf 1558 één der leidinggevende figuren werd.

Mayken werd als hardnekkig doopsgezinde te Doornik terechtgesteld op 18 september 1564. (G. MOREAU, p. 199-205, 376.) Een lied op haar dood komt voor in alle uitgaven van Het Offer des Heeren vanaf 1570 (?Die op den Heere betrouwen...").

Het peertje (dat Mayken de Boosere aan haar zoon gaf) wordt bewaard in Universiteitsbibliotheek Amsterdam, Bibliotheca Mennonitica. Blijkens een notitie van de hand van de stad-Groninger zilversmid Jan de Booser (1634-1714) had hij het peertje van zijn grootvader J(oh)an(nes), ook wel Hans, de Booser gekregen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johannes*1559 Doornik (Tournai) [België] †1652 Oldersom [Duitsland] 92


Mayken de Boosere
in
Kwartierstaat van Maarten (Maarten Walter) Elink Schuurman arts

Mayken de Boosere, geb. te Kortrijk [België] circa 1540, ged. te Kortrijk [België] in 1554, ovl. te Doornik (Tournai) [België] op 18 sep 1564.

Mayken de Boosere.
1559 tot 1564.
Verder wist hij (= de inquisiteur Pieter Titelmans) niets kwaads te vertellen over Alaert de Boosere, tenzij dat die een dochter had, Mayken, die tot de sekte der Mennonieten behoorde. Van horen zeggen was hem inderdaad bekend dat ze soms in het ouderlijke huis in Kortrijk logeerde. (De steeds zo goed geïnformeerde inquisiteur moet nochtans wel beter hebben geweten. Uit Doornikse bronnen blijkt dat dochter Mayken de Boosere en haar echtgenoot Olivier de Roo omstreeks 1554 de volwassenendoop hadden ontvangen in het Kortrijkse. Na 1558 was Mayken een van de meest vooraanstaande leden van de doperse kring in Doornik. Zij werd in die stad op 18 september 1564 terechtgesteld. Nu nog wordt een peer die zij vlak voor haar terechtstelling aan haar vijfjarige zoontje zou hebben gegeven als een soort relikwie bewaard in de doopsgezinde gemeente in Amsterdam.).

De martelares Maeyken Boosers (Maaycke de Booser) werd in 1564 tot de brandstapel veroordeeld vanwege haar doopsgezinde geloof. Van haar zijn enkele brieven bewaard gebleven, die ze vanuit de gevangenis heeft geschreven.

Maeyken Boosers (d. 1564). Maeyken Boosers, an Anabaptist martyr, a descendant of the Alard de Boosere family, magistrates of Doornik (Tournai, Belgium), was burned at the stake there, 18 September 1564. A song written for her, "Die op den Heere betrouwen" (Those who trust in the Lord), is found in Offer and later martyrbooks. Van Braght's Martyrs' Mirror prints seven short letters written to her parents, children, brothers and sisters, that testify to her clear religious understanding, her strong faith, and her great joy in suffering and dying for her conviction. During her trial Maeyken was disrobed and tortured to compel her to name her fellow believers; the attempt was futile. The 1566 edition of Offer des Heeren also contains a short letter of her children to her, which, however, was not inserted in later editions; it is also missing in the Martyrs' Mirror. Maeyken's letters, and the one written by her children were published in a separate edition of 1566 (n.p.), together withTestament ghemaecket by Jan Gheertsen. This short letter was published by Samuel Cramer in Bibliotheca Reformatoria Neerlandica II (Offer des Heeren), 626. Maeyken Boosers, who was a wealthy woman and only 24 years old when she was executed wrote ina graceful style. On one of the visits of her children to her cell she gave her son a pear. The boy did not eat the pear, but saved it; it is now in Amsterdam. This son Hans (Jan) (b. 1559) escaped to Emden and attended the disputation with the Reformed in 1578. He lived at the "Groote Veen" near Oldersum, East Friesland, where he died on 20 May 1652. This is known through the van Geuns family, which is descended from the de Boosers.

Volgens de website www.archieven.nl is er een boek over de familie De Booser geschreven. De titel daarvan is: "Genealogie van de familie De Booser over de periode 1569-1805", opgesteld door J.G. de Booser, 1805.

De Doorniknaar Michel Delehaye ontving omstreeks 1556 de volwassenendoop in de omgeving van Kortrijk en sloot zich aan bij de Menistenkring in zijn geboortestad, waarvan de Kortrijkse Mayken de Boosere vanaf 1558 één der leidinggevende figuren werd.

Mayken werd als hardnekkig doopsgezinde te Doornik terechtgesteld op 18 september 1564. (G. MOREAU, p. 199-205, 376.) Een lied op haar dood komt voor in alle uitgaven van Het Offer des Heeren vanaf 1570 (?Die op den Heere betrouwen...").

Het peertje (dat Mayken de Boosere aan haar zoon gaf) wordt bewaard in Universiteitsbibliotheek Amsterdam, Bibliotheca Mennonitica. Blijkens een notitie van de hand van de stad-Groninger zilversmid Jan de Booser (1634-1714) had hij het peertje van zijn grootvader J(oh)an(nes), ook wel Hans, de Booser gekregen.

tr. circa 1559
met

Olivier Roo, geb. circa 1538, ged. DG te Doornik (Tournai) [België] in 1554 volwassendoop.

Olivier Roo.
Tot de Doornikse kring behoorden verder sinds 1560 de Gentse kleermaker Adriaan van Hee (van Yette) - in 1558 bij Armentières herdoopt -, Joos Bernard uit Dendermonde, en sinds 1562 de kousenmaker Christoffel Beyaente uit Gelderland, die in Menen de volwassenendoop had ontvangen. Olivier de Roo werd één der leidende figuren van de kleine kern dopers te Doornik.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johannes*1559 Doornik (Tournai) [België] †1652 Oldersom [Duitsland] 92


Alaert de Boosere
in
Kwartierstaat van Maarten (Maarten Walter) Elink Schuurman arts

Alaert de Boosere, ovl. te Kortrijk [België] na 1561.

Alaert de Boosere.
1540 tot na 1561.
Verder wist hij (= de inquisiteur Pieter Titelmans) niets kwaads te vertellen over Alaert de Boosere, tenzij dat die een dochter had, Mayken, die tot de sekte der Mennonieten behoorde. Van horen zeggen was hem inderdaad bekend dat ze soms in het ouderlijke huis in Kortrijk logeerde. (De steeds zo goed geïnformeerde inquisiteur moet nochtans wel beter hebben geweten. Uit Doornikse bronnen blijkt dat dochter Mayken de Boosere en haar echtgenoot Olivier de Roo omstreeks 1554 de volwassenendoop hadden ontvangen in het Kortrijkse. Na 1558 was Mayken een van de meest vooraanstaande leden van de doperse kring in Doornik. Zij werd in die stad op 18 september 1564 terechtgesteld. Nu nog wordt een peer die zij vlak voor haar terechtstelling aan haar vijfjarige zoontje zou hebben gegeven als een soort relikwie bewaard in de doopsgezinde gemeente in Amsterdam.).

Niet minder verdacht was ? steeds volgens de pastoor van Sint-Maarten ? schepen Alaert de Boosere en zijn familie. We zien inderdaad Alaerts zoon Hanskin al voorkomen op de dagingslijst die op 16 mei 1553 door Titelmans aan de magistraat overhandigd werd. Zijn dochter, Mayken, liet zich in 1552 of 1554 de volwassenendoop toedienen, maar nam uit schrik voor de inquisiteur in 1558 de wijk; samen met haar echtgenoot Olivier de Roo werd ze één der leidende figuren van de kleine kern dopers te Doornik 238. Na 1558 werd ze nog herhaaldelijk in het ouderlijk huis terug gezien. Schepen de Boosere, die nog.
steeds kerkelijk was en de sacramenten ontving, deed alsof zijn neus bloedde; zijn echtgenote echter stak haar protestantse gezindheid niet onder stoelen of banken en toonde zich in het openbaar solidair met haar dochter.

Een van hen, Allard de Boosere, werd in 1561 van afvalligheid beschuldigd door den pastoor Jacob tSantele. Jan de Boosere, fs Allard, zetelde inderdaad in den Raad der XVIII mannen ( 1578 ).

Alaert de Boosere was schepen te Kortrijk. Hij woonde in de Doornikstraat, in het huis de Eik.


Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Mayken*1540 Kortrijk [België] †1564 Doornik (Tournai) [België] 24


Elisabeth Fredericksdr Hoevenaer
in
Kwartierstaat van Maarten (Maarten Walter) Elink Schuurman arts
Kwartierstaat van mr Marinus Pannevis

Elisabeth Fredericksdr Hoevenaer.

tr.
met

Adam de Gressenich, Ontvanger-Generaal, hofmeester en Raad van de graaf Filips Theodoor van Waldeck te Culemborg, ovl. te Culemborg op 27 okt 1663.

 


Adam de Gressenich.
Daar graaf Floreis II kinderloos overleed, kwam Culemborg aan Philips Theodoor van Waldeck, de 23-jarige kleinzoon van Floris’ zuster.

.... Veel veranderde er met de komst van het Waldeckse huis. Direct doet het al vreemd aan, dat hofmeester Adam Gressenich op 15 september 1640 een kanunniksprebende van de nieuwe graaf Filips Theodoor ontvangt, om één der kinderen te laten studeren of op te voeden „die hy by zyne huysvrouw soude moogen comen te verwecken”. Dat was ongebruikelijk. Prebenden plachten niet toebedeeld te worden aan nog niet schoolgaande kinderen, laat staan aan nog ongeborenen. Hier gold het dus een vriendelijkheid jegens Gressenich: het tractement van een grafelijk bediende werd zo in verkapte vorm uit de geestelijke goederen verhoogd.

Zo blijkt al dat graaf Filips Theodoor zich geheel vrij beschouwde in het beheer van geestelijk goed.In 1644 verklaarden drost Plettenberg, raadsheer De Lange en de zoeven genoemde Gressenich openlijk voor hun zonen, die „kanunniken” in het Barbarakapittel waren - of die kanunniken kleuters waren deed niet ter zake - dat zij aan de graaf deze kanunniksprebenden overgaven, benevens alle goederen en tienden die daartoe behoorden „om daermede te doen syn vrywille als Syne Genade aigen goed”. Dit verklaarden zij op 2 april. Daarmee vestigen zij de indruk, dat deze studiebeurzen door hun zonen voldoende waren benut en nu maar eens aan anderen ten goede dienden te komen. De volgende dag echter verklaart de graaf dat hij enkele percelen land, toebehoord hebbende aan het kapittel van „Ste Barbarenkerk”, aan deze drie heren opdroeg om voor altijd te bezitten, uit dank voor de goede diensten die zij aan de graaf hadden bewezen. Daarmee komt de opdracht van 25 april in geheel ander licht te staan. Er wordt door de graaf niet gesproken over het — naar gebruik - afstaan van een derde deel der inkomsten voor de geestelijke goederen, de zogenaamde „derde voet”. Deze prebenden worden op deze datum inderdaad geseculariseerd.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Philips~1642 Culemborg    


Adam de Gressenich
 
in
Kwartierstaat van Maarten (Maarten Walter) Elink Schuurman arts

Adam de Gressenich, Ontvanger-Generaal, hofmeester en Raad van de graaf Filips Theodoor van Waldeck te Culemborg, ovl. te Culemborg op 27 okt 1663.


Adam de Gressenich.
Daar graaf Floreis II kinderloos overleed, kwam Culemborg aan Philips Theodoor van Waldeck, de 23-jarige kleinzoon van Floris’ zuster.

.... Veel veranderde er met de komst van het Waldeckse huis. Direct doet het al vreemd aan, dat hofmeester Adam Gressenich op 15 september 1640 een kanunniksprebende van de nieuwe graaf Filips Theodoor ontvangt, om één der kinderen te laten studeren of op te voeden „die hy by zyne huysvrouw soude moogen comen te verwecken”. Dat was ongebruikelijk. Prebenden plachten niet toebedeeld te worden aan nog niet schoolgaande kinderen, laat staan aan nog ongeborenen. Hier gold het dus een vriendelijkheid jegens Gressenich: het tractement van een grafelijk bediende werd zo in verkapte vorm uit de geestelijke goederen verhoogd.

Zo blijkt al dat graaf Filips Theodoor zich geheel vrij beschouwde in het beheer van geestelijk goed.In 1644 verklaarden drost Plettenberg, raadsheer De Lange en de zoeven genoemde Gressenich openlijk voor hun zonen, die „kanunniken” in het Barbarakapittel waren - of die kanunniken kleuters waren deed niet ter zake - dat zij aan de graaf deze kanunniksprebenden overgaven, benevens alle goederen en tienden die daartoe behoorden „om daermede te doen syn vrywille als Syne Genade aigen goed”. Dit verklaarden zij op 2 april. Daarmee vestigen zij de indruk, dat deze studiebeurzen door hun zonen voldoende waren benut en nu maar eens aan anderen ten goede dienden te komen. De volgende dag echter verklaart de graaf dat hij enkele percelen land, toebehoord hebbende aan het kapittel van „Ste Barbarenkerk”, aan deze drie heren opdroeg om voor altijd te bezitten, uit dank voor de goede diensten die zij aan de graaf hadden bewezen. Daarmee komt de opdracht van 25 april in geheel ander licht te staan. Er wordt door de graaf niet gesproken over het — naar gebruik - afstaan van een derde deel der inkomsten voor de geestelijke goederen, de zogenaamde „derde voet”. Deze prebenden worden op deze datum inderdaad geseculariseerd.

tr.
met

Elisabeth Fredericksdr Hoevenaer, dr. van Frederick Lambertszn Hoevenaer (Brouwer, schepen en burgemeester) en Josina Adriaensdr de Moolre (Schepenburgemeester en brouwer).

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Philips~1642 Culemborg    


Philips Theodoor Adamszn de Gressenich
 
in
Kwartierstaat van Maarten (Maarten Walter) Elink Schuurman arts
Kwartierstaat van mr Marinus Pannevis

Philips Theodoor Adamszn de Gressenich, ged. te Culemborg op 2 jun 1642, Ontvanger van de middelen van het gebied van Everdingen en Zijderveld, kerkmeester.

  • Vader:
    Adam de Gressenich, Ontvanger-Generaal, hofmeester en Raad van de graaf Filips Theodoor van Waldeck te Culemborg, ovl. te Culemborg op 27 okt 1663, tr. met
 


Amaziah Joash De Juda Ha -David de Judée
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Maarten (Maarten Walter) Elink Schuurman arts
Kwartierstaat van mr Marinus Pannevis
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Amaziah Joash De Juda Ha -David de Judée.


Hij krijgt een zoon:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ozias*-801  †-736  65


Joas (Ahazia) De Juda Ha -David de Judee
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Maarten (Maarten Walter) Elink Schuurman arts
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Joas (Ahazia) De Juda Ha -David de Judee.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Amaziah     


Ahaziah Ben Joharam Ha-David de Judee
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Maarten (Maarten Walter) Elink Schuurman arts
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Ahaziah Ben Joharam Ha-David de Judee, ged. in 1079 BC.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Joas     


Johoram (Josaphat) De Juda Ha -David de Judee
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Maarten (Maarten Walter) Elink Schuurman arts
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Johoram (Josaphat) De Juda Ha -David de Judee.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ahaziah