Website van Cees Hagenbeek
Elyas van Colverschoten
in
Kwartierstaat van Anthonie Heynsius

Elyas van Colverschoten, geb. in 1353, ovl. in 1380.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1378 Utrecht †1435  57


Willem van Colverschoten
in
Kwartierstaat van Anthonie Heynsius

Willem van Colverschoten, geb. Utrecht in 1378, ovl. in 1435.

Willem van Colverschoten.
Heer van Woudenberg, raad van de bisschop,lid van de hoogste rechtbank.

tr.
met

Margaretha van Woudenberg, dr. van Elias van Woudenberg en Rixa van Polanen, geb. Utrecht in 1380, ovl. op 5 apr 1423.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margriet*1398 Utrecht †1426  27


Rixa van Polanen
in
Kwartierstaat van Anthonie Heynsius

Rixa van Polanen, geb. Monster op 7 jul 1356, ovl. aldaar op 11 aug 1402.

tr.
met

Elias van Woudenberg, zn. van Jan van Woudenberg en Willemette van Diest, geb. Monster op 16 dec 1345, ovl. op 13 dec 1399.

Elias van Woudenberg.
Knape onder leenmannen van Guyote vrouwe van Egmond,bouwt het huis Woude.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha*1380 Utrecht †1423  42


Gerard van Polanen
in
Kwartierstaat van Anthonie Heynsius
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek

Gerard van Polanen, geb. Monster op 14 jan 1324, ovl. aldaar op 3 mei 1380.

Gerard van Polanen.
was heer van Berkel, door huwelijk met Luutgarde van der Horst, heer van Wulvenhors.

 
 

tr.
met

Lutgaert van Wulvenhorst, dr. van Ernst van Wulven en Margriet van Zuylen van Nijevelt, ged. Utrecht op 10 jul 1330, ovl. Monster op 9 dec 1411.

Lutgaert van Wulvenhorst.
vrouwe van Wulvenhorst.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Rixa*1356 Monster †1402 Monster 46


Lutgaert van Wulvenhorst
in
Kwartierstaat van Anthonie Heynsius
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek

Lutgaert van Wulvenhorst, ged. Utrecht op 10 jul 1330, ovl. Monster op 9 dec 1411.

Lutgaert van Wulvenhorst.
vrouwe van Wulvenhorst.

  • Vader:
    Ernst van Wulven, ged. Utrecht op 10 okt 1304, ovl. aldaar op 25 sep 1378, hij krijgt geen kinderen, tr. met

tr.
met

Gerard van Polanen, zn. van Johan I heer van Duivenvoorde van Wassenaer heer van Polanen (heer van Polanen en van der Lecke) en Catharina van Brederode Vrouwe van der Leck, geb. Monster op 14 jan 1324, ovl. aldaar op 3 mei 1380.

Gerard van Polanen.
was heer van Berkel, door huwelijk met Luutgarde van der Horst, heer van Wulvenhors.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Rixa*1356 Monster †1402 Monster 46


Ernst van Wulven
in
Kwartierstaat van Anneke Romeijn
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Anthonie Heynsius
Kwartierstaat van Arie Roobol
Kwartierstaat van Cees Pronk
Kwartierstaat van Dinah Begeer
Kwartierstaat van Elizabeth Dijkstra
kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Han Bekke.
Kwartierstaat van Henk de Snoo
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Kees van Spronsen
Kwartierstaat van Maarten Rol
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis
Kwartierstaat van Olga Broersma
Kwartierstaat van Simonet Koekkoek
Kwartierstaat van Wouter van Welsenes

Ernst van Wulven, ged. Utrecht op 10 okt 1304, ovl. aldaar op 25 sep 1378.

tr. (1)
met

Margriet van Zuylen van Nijevelt, dr. van Zweder van Zuylen van Nijevelt en Rexa van Stoutenburg.

Uit dit huwelijk 3 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Lutgaert~1330 Utrecht †1411 Monster 81
Machteld     
NN     



Margriet van Zuylen van Nijevelt
in
Kwartierstaat van Anneke Romeijn
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Anthonie Heynsius
Kwartierstaat van Arie Roobol
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Cees Pronk
Kwartierstaat van Dinah Begeer
Kwartierstaat van Elizabeth Dijkstra
kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Han Bekke.
Kwartierstaat van Henk de Snoo
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Kees van Spronsen
Kwartierstaat van Maarten Rol
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis
Kwartierstaat van Olga Broersma
Kwartierstaat van Simonet Koekkoek
Kwartierstaat van Wouter van Welsenes

Margriet van Zuylen van Nijevelt.

tr.
met

Ernst van Wulven, ged. Utrecht op 10 okt 1304, ovl. aldaar op 25 sep 1378, hij krijgt geen kinderen.

Uit dit huwelijk 3 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Lutgaert~1330 Utrecht †1411 Monster 81
Machteld     
NN     


Zweder van Zuylen van Nijevelt
in
Kwartierstaat van Anneke Romeijn
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Anthonie Heynsius
Kwartierstaat van Arie Roobol
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Cees Pronk
Kwartierstaat van Dinah Begeer
Kwartierstaat van Elizabeth Dijkstra
kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Han Bekke.
Kwartierstaat van Henk de Snoo
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Irene Hellemans
Kwartierstaat van Kees van Spronsen
Kwartierstaat van Maarten Rol
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis
Kwartierstaat van Marja den Heijer
Kwartierstaat van Olga Broersma
Kwartierstaat van Simonet Koekkoek
Kwartierstaat van Wouter van Welsenes

Zweder van Zuylen van Nijevelt, geb. circa 1285.

tr.
met

Rexa van Stoutenburg, dr. van Everardus I van Stoutenburg, geb. circa 1290.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margriet     


Rexa van Stoutenburg
in
Kwartierstaat van Anneke Romeijn
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Anthonie Heynsius
Kwartierstaat van Arie Roobol
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Cees Pronk
Kwartierstaat van Dinah Begeer
Kwartierstaat van Elizabeth Dijkstra
kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Han Bekke.
Kwartierstaat van Henk de Snoo
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Irene Hellemans
Kwartierstaat van Kees van Spronsen
Kwartierstaat van Maarten Rol
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis
Kwartierstaat van Marja den Heijer
Kwartierstaat van Olga Broersma
Kwartierstaat van Simonet Koekkoek
Kwartierstaat van Wouter van Welsenes

Rexa van Stoutenburg, geb. circa 1290.

tr.
met

Zweder van Zuylen van Nijevelt, zn. van Dirck van Zuijlen van Nijveveld (ridder) en Clementia van Stoutenburg, geb. circa 1285.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margriet     


Frederick I Soudenbalch van Damasche
in
Kwartierstaat van Anneke Romeijn
Kwartierstaat van Anthonie Heynsius
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Dinah Begeer
kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Hans van der Wind
Kwartierstaat van Henk de Snoo
Kwartierstaat van Kees van Spronsen
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis
Kwartierstaat van Olga Broersma

Frederick I Soudenbalch van Damasche, schepen van Utrecht 1277-1308, ovl. op 20 okt 1308.

Frederick I Soudenbalch van Damasche.
Frederik I Zoudenbalch Schepen van Utrecht 1277-1308, overleden op 20-10-1308, begraven te St. Marie Utrecht, zoon van N.N. Zoudenbalch en N.N. .
Gehuwd (1) voor 1270 met Aleid van Lokhorst, 1e echtgenote, dochter van Adam III van Lokhorst en Beatrix Meyen.
Gehuwd (2) voor 1271 met N.N. van Goye.
Gehuwd (3) met Aleid Witte, 3e echtegenote.
Uit het eerste huwelijk:.
  1. Frederik II, eigenaar van Oudaen, schepen van Utrecht, knape (zonder tot ridder geslagen), geboren voor 1269.
Gehuwd met Elbergis.
  2. Adam Fredericksz, schepen, schout van Utrecht, knape (zonder tot ridder geslagen), geboren voor 1270, overleden 1348/1349.
Gehuwd met Gloria N.N.
Uit het tweede huwelijk:.
  3. Tydeman I.
Uit het derde huwelijk:.
  4. Gerrit I 'de Witte', Domdeken, Kanunnik, in 1310 proost van het kapittel van St.Marie, kanunnik van St.Pieter, overleden op 23-04-1312 te St.Joris, begraven te St.Marie Utrecht.
  5. Haese 1310, overleden op 03-04-1310.
  6. Margareta, in 1343 abdis van de Servaasabdij te Utrecht, zuster van Gerard de Wit (domdeken), overleden na 1343.
500225    N.N. van Goye, 2e echtgenote, dochter van N.N. van Goye en N.N. van Merwede.
Uit dit huwelijk: 1 kind.

tr.
met

Aleijd van Lockhorst, dr. van Adam III van Lockhorst en Aleid Soudenbalch.

Aleijd van Lockhorst.
zij en haar kinderen werden door den Graaf van Holland Donderdag na Paaschen 1322 gesteld in al de goederen die haar vader Adam van Lockhorst van Holland hield.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gloria     


Aleijd van Lockhorst
in
Kwartierstaat van Anneke Romeijn
Kwartierstaat van Anthonie Heynsius
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Dinah Begeer
kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Hans van der Wind
Kwartierstaat van Henk de Snoo
Kwartierstaat van Kees van Spronsen
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis
Kwartierstaat van Olga Broersma

Aleijd van Lockhorst.

Aleijd van Lockhorst.
zij en haar kinderen werden door den Graaf van Holland Donderdag na Paaschen 1322 gesteld in al de goederen die haar vader Adam van Lockhorst van Holland hield.

tr.
met

Frederick I Soudenbalch van Damasche, schepen van Utrecht 1277-1308, ovl. op 20 okt 1308.

Frederick I Soudenbalch van Damasche.
Frederik I Zoudenbalch Schepen van Utrecht 1277-1308, overleden op 20-10-1308, begraven te St. Marie Utrecht, zoon van N.N. Zoudenbalch en N.N. .
Gehuwd (1) voor 1270 met Aleid van Lokhorst, 1e echtgenote, dochter van Adam III van Lokhorst en Beatrix Meyen.
Gehuwd (2) voor 1271 met N.N. van Goye.
Gehuwd (3) met Aleid Witte, 3e echtegenote.
Uit het eerste huwelijk:.
  1. Frederik II, eigenaar van Oudaen, schepen van Utrecht, knape (zonder tot ridder geslagen), geboren voor 1269.
Gehuwd met Elbergis.
  2. Adam Fredericksz, schepen, schout van Utrecht, knape (zonder tot ridder geslagen), geboren voor 1270, overleden 1348/1349.
Gehuwd met Gloria N.N.
Uit het tweede huwelijk:.
  3. Tydeman I.
Uit het derde huwelijk:.
  4. Gerrit I 'de Witte', Domdeken, Kanunnik, in 1310 proost van het kapittel van St.Marie, kanunnik van St.Pieter, overleden op 23-04-1312 te St.Joris, begraven te St.Marie Utrecht.
  5. Haese 1310, overleden op 03-04-1310.
  6. Margareta, in 1343 abdis van de Servaasabdij te Utrecht, zuster van Gerard de Wit (domdeken), overleden na 1343.
500225    N.N. van Goye, 2e echtgenote, dochter van N.N. van Goye en N.N. van Merwede.
Uit dit huwelijk: 1 kind.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gloria     


Margaretha van Woudenberg
in
Kwartierstaat van Anthonie Heynsius
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Margaretha van Woudenberg, geb. Utrecht in 1380, ovl. op 5 apr 1423.

tr.
met

Willem van Colverschoten, zn. van Elyas van Colverschoten, geb. Utrecht in 1378, ovl. in 1435.

Willem van Colverschoten.
Heer van Woudenberg, raad van de bisschop,lid van de hoogste rechtbank.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margriet*1398 Utrecht †1426  27


Elias van Woudenberg
in
Kwartierstaat van Anthonie Heynsius

Elias van Woudenberg, geb. Monster op 16 dec 1345, ovl. op 13 dec 1399.

Elias van Woudenberg.
Knape onder leenmannen van Guyote vrouwe van Egmond,bouwt het huis Woude.

tr.
met

Rixa van Polanen, dr. van Gerard van Polanen en Lutgaert van Wulvenhorst, geb. Monster op 7 jul 1356, ovl. aldaar op 11 aug 1402.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha*1380 Utrecht †1423  42


Adam III van Lockhorst
in
Kwartierstaat van Anthonie Heynsius

Adam III van Lockhorst, ovl. in 1327.

Adam III van Lockhorst.
Ridder. Verleid met de goederen zijns vaders en Ruitenbeeck en Wateringhe 1300, verkoopt Heeze en Soest 15 Nov 1325, testeert 2 Apr 1327. Een afschift van zijn testament vindt men bij Mattheus. Bron: De Nederlandse Adel (1915, pag 165).

Na het overlijden van zijn oudste zoon, vreezende verschillen onder zijn kinderen en kindskinderen, maakt hij een testament bij forme van magescheid, waarbij Lockhorst na zijn dood komen moet op zijn overleden oudste zoon Adam van Lockhorst, 1327 donderdag voor Palm Sondag. Bron: CBG, Collectie Regt.

Genealogische en Heraldische Bladen 1909 - Emiclaer -.
1300.Extract uyt het Leenregister van Abdye van St. Pauwels inhoudende de goederen daer die van Lockhorst met beleent sijn geweest:.
Eerst dat goet tot Lockhorst.
Item dat goet tot Lockhorst ende ter Wateringe met alles dat daer toebehoort, dat gerecht ende die thienden wilt ende tam, also dat van outs gelegen is tusschen Leusden ende Hamersfelt.
Voort die thienden op het Veen, dat gelegen is aen de Westziide van der Eme ende Goylant, tusschen Baerne ende Thomas Thienden van Cattenbroeck.
Voert dat gerecht van Zoest, ende van Heese,. van Blan­celf tot op aen kerckoerder Wateringe, daer Everts gerecht van Stoutenburch keert. Voert aen Soesde Stapel, daer Heren Sweders gerecht van Abcoude keert. Voert aen Stoete­keberg daer des Bischops gerecht keert. Voert tusschen de Hoernekamp ende den ouden wech, daer de Heerschap van Leusden ende van Heese scheyt. Voert om Warenburg tot aen de groene wech, die bij Rustelberg nedergaet, ende van Overheese tot aen de groote meeren. Voert van de nieuwe graft aen de Ridderveenen tot aen des Proosten gerecht van St. Johannes bii der Vuyrsche, ende tot aen die sloote daer die scheydinge gaet tusschen Soestlant ende Soestremaeth tot Barnevelt.
Voert dat gerecht Eminclaer also als dat van outs gelegen heeft tusschen die Maelschap van Colhorst ende dat gerecht van Hoefflaecken, ende tusschen Amersfoorder Meente ende Seldrechter waerschap, uytgenomen  tienden ende gerecht dat Heer Wouter van Stoutenburch van den Godshuyse heeft, ende Tideman de Coningh in huere nu besit, ende twee spint mouts koorns, ende twee havick hoenderen, die sij bij haren seggen wanen dat haer eygen sijn, en dienen hem oft hoeren Boden schuldich is te brengen in den Hoff tot Eminclaere op St. Willebroerts dach, als uyt den tween hoeven, die geheeten sijn Lienlare.
Voert dat gerecht tot Scherpenzeel metten broeck tot Rijn­schoten, ende met alle die goeden, die hem die seven ? onderwinden, also verre als den Godshuyse aengaet van St. Pauwels, ende die thienden in den Oest tusschen de nieuwe graft, en de scheydinge van Soest en Baern.
Ende alle dese voorsz. goederen met allen dat daer toe­behoort heeft Heer Adam van Lockhorst Ridder en de Heer Gerrit sijn soon met gesamender hant ontfangen van heer Jan de Klein Abt tot St. Pauls, daer Godt de siel of hebben moet, ende van Henrick van Rijkele die noch le­vet, in alle die rechten, daer heer Adam ende sijn ouderen van den Godshuyse haer toegebracht hebben.

Genealogische en Heraldische Bladen 1909 - Emiclaer - Magescheid.
Donderdag voor Palmzondag 1327.  Allen dengenen die desen brieff.
sullen sien of hooren lesen doe ick verstaen Adam van Lochhorst mit kennisse der waerheyt, dat ick met vrijen wille ende bij raede Gerards van Lochhorst, ende Gillis van Lochhorst mijne kinderen, ende andere mijne magen om ruste ende vrede, ende eendrachticheyt te hebben tusschen mijne kinderen voorsz. ende Adam van Lockhorst ende Aernout sijn broeder, geordonneert heb ende gemaeckt, ende wil dat Adam ende Aernout voornoemt gegoet sijn na mijnre doot van mijn goeden in deser maniere, als hun nae beschreven staet, ende wille, dat Adam ende Aernou voornoemt hier mede gescheyden sijn van mijne voorsz. kinderen, ende vertyen van allen goede dat hem aencomen mach na mijnre doot.
In 't eerste so wil ick dat Adam voorsz. hebbe ende heb­ben sal na mijnre doot dat goet tot Lockhorst, dat goet tot Rutenbeeck, dat goet tot Wateringe, dat goet op Hamers­felt ende te Leusden dat goet dat geheten is Emelaer, ende Drosselaer, ende Daetselaer, ende dat Gerechte van Scher­penzeel, ende den thienden van Westerwoudt, ende den tien­de ende gerechte van Seldrecht, also als dese voersz goede­ner gelegen sijn met allen den rechten, die mijn ouders ende ick in dese voorsz. goederen gebracht hebben. Voorts so sal Aernout hebben uyt dese voorsz. goederen, drie vierdel, also alse gelegen sijn op Hamersfeldt, daer Johan Botter op sit, ende vier vierdelen op Hamersfelt also alsse gelegen sijn aen d'een sijde des weegs te Broeckweert. Voerts dat goet dat geheten is Emelaer met water ende met weyde, met Bosch ende met heyde, also dat gelegen is, also dat Aernout voornoemt dit voorsz. goet houden sal in rechte broeder scheydinge, als tot een onversterffelijck leen, ende te verheergewaden met een sperwer.  Voort so sal ADAM voorsz. jaerlijcks geven Jonckvrou Clara sijn suster die nonne; 't haren lijve also lange als sij leeft drie pont swarte tornoysen, eene goede Hollantsche voor twee penningen gerekent, die hij haer uytreycken sal uyt eenre hoeve Lant gelegen in Leusder­broeck, ende betalen alse die ene helfte tot sinte Martinis ad Cathedram enz. Voerts so wil ick dat Adam ende Aernout voornoemt end geene van hem beyde dit voornoemde goet alst hier voorsz. staet vercoopen, oft wechgeven, versetten oft versellen mach, ten sij elck bij des anderen wille, bij sijnen consente, ende bij sijnen rade, also lange als heur een van hem beyde leeft. Ende om dat ick Adam van Lockhorst Ridder voornoemt wille dat alle dese stucken ende voor­waerden die hier voer beschreven staen vast ende stade blij­ven, ende trouwelick onderhonden worden van mijnen kinderen, ende kints kinderen voorsz. ende heuren rechten erf­genamen, zo heb ick rnijn segel voor aen desen brief gedaen. Ende wij Gerardt van Lockhorst ende Gillis sijn broeder, Adam van Lockhorst en de Aernout sijn broeder voornoemt, oerconden ende kennen dat alle dese .voorsz. stucken bij onsen vrij en wille ende bij rade ons Heeren ons Vaders ende onse Oude Vader voorsz. ende andere onse magen sijn gemaeckt om ruste ende om vrede ende eendrachtichheyt te hebben onder ons ende onse rechte erfgenamen, ende gelo­ven die trouwelyck t'onderhouden ende vol te doen, ende hebben des onse segelen an desen brief mede gedaen in oerconde der waerheyt. Voorts om die meerre vrientschap ende vestenisse deser dingen, soo hebben wij gebeden eersame luyden onse lieve magen Adam van Lockhorst, Ridder, Jacob van Lockhorst, Johan van Liesvelt, ende Adam Soudenbalch, dat sij desen brief hebben mede gesegelt. Ende wij Adam van Lockhorst, presbyter, Jacob van Lockhorst, Johan van Liesvelt, en Adam Soudenbalch hebben door bede willen Heeren Adams van Lockhorst Ridders ende sijnre kinderen onse segelen mee aen desen brief gedaen in oirconde der waerheyt. Gegeven in t jaer ons Heeren CIO.CCC seven ende twintich des Donredachs voor Palmen.

Heer van Lockhorst, Emelaer, Soest, Heeze, Scherpenzeel, Rutenbeeke, Wateringhe, enz. werd door Heer Jan de Cleyne van Colen, Abt van St. Paulus beleend met: "Eerst dat goed tot Lockhorst, item dat goet tot Lockhorst ende ter Weteringe met ales dat daer toebehoort, dat Gerecht ende die thienden wilt ende tam also dat van van outs is gelegen is tusschen Leuden ende Hamersfelt, voort die thienden op het veen, dat gelegen is aen de Westzijde van der Eeme ende Goylant tusschen Baerne ende Thomas van Cattenbroeck. Voert dat Gerecht van Zoest ende van Hees, van Blancelf tot op den Kerckoerder Wateringe daer Everts Gerecht van Stoutenburg keert, voert aen Soesde Stapel daer Heren Sweder Gerecht van Abcoude keert, voert aen Stoetekeberg daer des Bisschops Gerecht keert. Voert tusschen de Hoernekamp ende den ouden wech daer de Heerschap van Leusden ende van Hees scheyt, voert om Warenburg tot aen de groene wech die bij Rustelberg nedergaet ende van Overheese tot aen de groote meeren. Voert van de Nieuwe Graft aen de Ridder veenen tot aen die slooten daer die scheydinge gaet tusschen Soestlant ende Soestremaeth tot Barnevelt. Voert dat Gerecht Eminclaer also als daet van outs is gelegen heeft tusschen die maalschap van Colhorst ende dat Gerecht van Hoefflaecken ende tusschen Amersfoerder Meente ende Seldrechter waerschap uytgenomen tienden ende Gerechte dat heer Wouter van Stoutenburch van den Godshuyse waerschap ende Tideman de Coningh in huere nu besit ende twee spint mout koorns ende twee havick hoenderen die sij bij horen seggen waren dat haer eigen syn en die men hem ofte hoeren Boden schuldich is te brengen in den Hoff tot Eminclaere op St Willebroerts dach als uyt den twee hoeven die geheeten zijn Lienlare. Voert dat Gerecht tot Scherpenzeel metten broeck tot Rynschoten ende met alle die goederen die hem die seven onderwinden also verre als den Godshuyse aangaet van St Pauwels ende die thienden in den oest tusschen de Nieuwe Graft ende scheydinge van Soest en Baern.
Adam van Lockhorst maakte een magenscheid tusschen zijn kinderen en kleinkinderen Donderdag voor Palmzondag 1327 waarbij Adam van Lockhorst den zoon van zijn overleden zoon Adam: Lockhorst, Emiclaer enz. zou krijgen. Niettegenstaande dit werd de jeugdige Adam die zonder oir stierf en na hem zijn broeder Arnout beroofd van Lockhorst door hum oom Gerrit van Lockhorst en naderhand door diens zoon Wouter. Er had een schikking plaats door Hendrik van Bouchout Abt van St Paulus waarbij Wouter: Lockhorst aan den Abt moest opdragen en waarna deze er mede beleende Arnout van Pinxterdag 1352. Adam van Lockhorst verkocht het Gericht van Soest en van Heese aan Heer Sweder van Abcoude in 1325. Hij transporteerde het Gericht van Broedijk en Tienden aan zijn zoon Gilles in 1325. Bron: Bijdrage tot de geschiedenis der Utrechtse ridderhofsteden (uitgave 1909).

tr.
met

Aleid Soudenbalch (Beatrix Meyen).

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aleijd     


Aleid Soudenbalch
in
Kwartierstaat van Anthonie Heynsius

Aleid Soudenbalch (Beatrix Meyen).

tr.
met

Adam III van Lockhorst, zn. van Adam van Lockhorst, ovl. in 1327.

Adam III van Lockhorst.
Ridder. Verleid met de goederen zijns vaders en Ruitenbeeck en Wateringhe 1300, verkoopt Heeze en Soest 15 Nov 1325, testeert 2 Apr 1327. Een afschift van zijn testament vindt men bij Mattheus. Bron: De Nederlandse Adel (1915, pag 165).

Na het overlijden van zijn oudste zoon, vreezende verschillen onder zijn kinderen en kindskinderen, maakt hij een testament bij forme van magescheid, waarbij Lockhorst na zijn dood komen moet op zijn overleden oudste zoon Adam van Lockhorst, 1327 donderdag voor Palm Sondag. Bron: CBG, Collectie Regt.

Genealogische en Heraldische Bladen 1909 - Emiclaer -.
1300.Extract uyt het Leenregister van Abdye van St. Pauwels inhoudende de goederen daer die van Lockhorst met beleent sijn geweest:.
Eerst dat goet tot Lockhorst.
Item dat goet tot Lockhorst ende ter Wateringe met alles dat daer toebehoort, dat gerecht ende die thienden wilt ende tam, also dat van outs gelegen is tusschen Leusden ende Hamersfelt.
Voort die thienden op het Veen, dat gelegen is aen de Westziide van der Eme ende Goylant, tusschen Baerne ende Thomas Thienden van Cattenbroeck.
Voert dat gerecht van Zoest, ende van Heese,. van Blan­celf tot op aen kerckoerder Wateringe, daer Everts gerecht van Stoutenburch keert. Voert aen Soesde Stapel, daer Heren Sweders gerecht van Abcoude keert. Voert aen Stoete­keberg daer des Bischops gerecht keert. Voert tusschen de Hoernekamp ende den ouden wech, daer de Heerschap van Leusden ende van Heese scheyt. Voert om Warenburg tot aen de groene wech, die bij Rustelberg nedergaet, ende van Overheese tot aen de groote meeren. Voert van de nieuwe graft aen de Ridderveenen tot aen des Proosten gerecht van St. Johannes bii der Vuyrsche, ende tot aen die sloote daer die scheydinge gaet tusschen Soestlant ende Soestremaeth tot Barnevelt.
Voert dat gerecht Eminclaer also als dat van outs gelegen heeft tusschen die Maelschap van Colhorst ende dat gerecht van Hoefflaecken, ende tusschen Amersfoorder Meente ende Seldrechter waerschap, uytgenomen  tienden ende gerecht dat Heer Wouter van Stoutenburch van den Godshuyse heeft, ende Tideman de Coningh in huere nu besit, ende twee spint mouts koorns, ende twee havick hoenderen, die sij bij haren seggen wanen dat haer eygen sijn, en dienen hem oft hoeren Boden schuldich is te brengen in den Hoff tot Eminclaere op St. Willebroerts dach, als uyt den tween hoeven, die geheeten sijn Lienlare.
Voert dat gerecht tot Scherpenzeel metten broeck tot Rijn­schoten, ende met alle die goeden, die hem die seven ? onderwinden, also verre als den Godshuyse aengaet van St. Pauwels, ende die thienden in den Oest tusschen de nieuwe graft, en de scheydinge van Soest en Baern.
Ende alle dese voorsz. goederen met allen dat daer toe­behoort heeft Heer Adam van Lockhorst Ridder en de Heer Gerrit sijn soon met gesamender hant ontfangen van heer Jan de Klein Abt tot St. Pauls, daer Godt de siel of hebben moet, ende van Henrick van Rijkele die noch le­vet, in alle die rechten, daer heer Adam ende sijn ouderen van den Godshuyse haer toegebracht hebben.

Genealogische en Heraldische Bladen 1909 - Emiclaer - Magescheid.
Donderdag voor Palmzondag 1327.  Allen dengenen die desen brieff.
sullen sien of hooren lesen doe ick verstaen Adam van Lochhorst mit kennisse der waerheyt, dat ick met vrijen wille ende bij raede Gerards van Lochhorst, ende Gillis van Lochhorst mijne kinderen, ende andere mijne magen om ruste ende vrede, ende eendrachticheyt te hebben tusschen mijne kinderen voorsz. ende Adam van Lockhorst ende Aernout sijn broeder, geordonneert heb ende gemaeckt, ende wil dat Adam ende Aernout voornoemt gegoet sijn na mijnre doot van mijn goeden in deser maniere, als hun nae beschreven staet, ende wille, dat Adam ende Aernou voornoemt hier mede gescheyden sijn van mijne voorsz. kinderen, ende vertyen van allen goede dat hem aencomen mach na mijnre doot.
In 't eerste so wil ick dat Adam voorsz. hebbe ende heb­ben sal na mijnre doot dat goet tot Lockhorst, dat goet tot Rutenbeeck, dat goet tot Wateringe, dat goet op Hamers­felt ende te Leusden dat goet dat geheten is Emelaer, ende Drosselaer, ende Daetselaer, ende dat Gerechte van Scher­penzeel, ende den thienden van Westerwoudt, ende den tien­de ende gerechte van Seldrecht, also als dese voersz goede­ner gelegen sijn met allen den rechten, die mijn ouders ende ick in dese voorsz. goederen gebracht hebben. Voorts so sal Aernout hebben uyt dese voorsz. goederen, drie vierdel, also alse gelegen sijn op Hamersfeldt, daer Johan Botter op sit, ende vier vierdelen op Hamersfelt also alsse gelegen sijn aen d'een sijde des weegs te Broeckweert. Voerts dat goet dat geheten is Emelaer met water ende met weyde, met Bosch ende met heyde, also dat gelegen is, also dat Aernout voornoemt dit voorsz. goet houden sal in rechte broeder scheydinge, als tot een onversterffelijck leen, ende te verheergewaden met een sperwer.  Voort so sal ADAM voorsz. jaerlijcks geven Jonckvrou Clara sijn suster die nonne; 't haren lijve also lange als sij leeft drie pont swarte tornoysen, eene goede Hollantsche voor twee penningen gerekent, die hij haer uytreycken sal uyt eenre hoeve Lant gelegen in Leusder­broeck, ende betalen alse die ene helfte tot sinte Martinis ad Cathedram enz. Voerts so wil ick dat Adam ende Aernout voornoemt end geene van hem beyde dit voornoemde goet alst hier voorsz. staet vercoopen, oft wechgeven, versetten oft versellen mach, ten sij elck bij des anderen wille, bij sijnen consente, ende bij sijnen rade, also lange als heur een van hem beyde leeft. Ende om dat ick Adam van Lockhorst Ridder voornoemt wille dat alle dese stucken ende voor­waerden die hier voer beschreven staen vast ende stade blij­ven, ende trouwelick onderhonden worden van mijnen kinderen, ende kints kinderen voorsz. ende heuren rechten erf­genamen, zo heb ick rnijn segel voor aen desen brief gedaen. Ende wij Gerardt van Lockhorst ende Gillis sijn broeder, Adam van Lockhorst en de Aernout sijn broeder voornoemt, oerconden ende kennen dat alle dese .voorsz. stucken bij onsen vrij en wille ende bij rade ons Heeren ons Vaders ende onse Oude Vader voorsz. ende andere onse magen sijn gemaeckt om ruste ende om vrede ende eendrachtichheyt te hebben onder ons ende onse rechte erfgenamen, ende gelo­ven die trouwelyck t'onderhouden ende vol te doen, ende hebben des onse segelen an desen brief mede gedaen in oerconde der waerheyt. Voorts om die meerre vrientschap ende vestenisse deser dingen, soo hebben wij gebeden eersame luyden onse lieve magen Adam van Lockhorst, Ridder, Jacob van Lockhorst, Johan van Liesvelt, ende Adam Soudenbalch, dat sij desen brief hebben mede gesegelt. Ende wij Adam van Lockhorst, presbyter, Jacob van Lockhorst, Johan van Liesvelt, en Adam Soudenbalch hebben door bede willen Heeren Adams van Lockhorst Ridders ende sijnre kinderen onse segelen mee aen desen brief gedaen in oirconde der waerheyt. Gegeven in t jaer ons Heeren CIO.CCC seven ende twintich des Donredachs voor Palmen.

Heer van Lockhorst, Emelaer, Soest, Heeze, Scherpenzeel, Rutenbeeke, Wateringhe, enz. werd door Heer Jan de Cleyne van Colen, Abt van St. Paulus beleend met: "Eerst dat goed tot Lockhorst, item dat goet tot Lockhorst ende ter Weteringe met ales dat daer toebehoort, dat Gerecht ende die thienden wilt ende tam also dat van van outs is gelegen is tusschen Leuden ende Hamersfelt, voort die thienden op het veen, dat gelegen is aen de Westzijde van der Eeme ende Goylant tusschen Baerne ende Thomas van Cattenbroeck. Voert dat Gerecht van Zoest ende van Hees, van Blancelf tot op den Kerckoerder Wateringe daer Everts Gerecht van Stoutenburg keert, voert aen Soesde Stapel daer Heren Sweder Gerecht van Abcoude keert, voert aen Stoetekeberg daer des Bisschops Gerecht keert. Voert tusschen de Hoernekamp ende den ouden wech daer de Heerschap van Leusden ende van Hees scheyt, voert om Warenburg tot aen de groene wech die bij Rustelberg nedergaet ende van Overheese tot aen de groote meeren. Voert van de Nieuwe Graft aen de Ridder veenen tot aen die slooten daer die scheydinge gaet tusschen Soestlant ende Soestremaeth tot Barnevelt. Voert dat Gerecht Eminclaer also als daet van outs is gelegen heeft tusschen die maalschap van Colhorst ende dat Gerecht van Hoefflaecken ende tusschen Amersfoerder Meente ende Seldrechter waerschap uytgenomen tienden ende Gerechte dat heer Wouter van Stoutenburch van den Godshuyse waerschap ende Tideman de Coningh in huere nu besit ende twee spint mout koorns ende twee havick hoenderen die sij bij horen seggen waren dat haer eigen syn en die men hem ofte hoeren Boden schuldich is te brengen in den Hoff tot Eminclaere op St Willebroerts dach als uyt den twee hoeven die geheeten zijn Lienlare. Voert dat Gerecht tot Scherpenzeel metten broeck tot Rynschoten ende met alle die goederen die hem die seven onderwinden also verre als den Godshuyse aangaet van St Pauwels ende die thienden in den oest tusschen de Nieuwe Graft ende scheydinge van Soest en Baern.
Adam van Lockhorst maakte een magenscheid tusschen zijn kinderen en kleinkinderen Donderdag voor Palmzondag 1327 waarbij Adam van Lockhorst den zoon van zijn overleden zoon Adam: Lockhorst, Emiclaer enz. zou krijgen. Niettegenstaande dit werd de jeugdige Adam die zonder oir stierf en na hem zijn broeder Arnout beroofd van Lockhorst door hum oom Gerrit van Lockhorst en naderhand door diens zoon Wouter. Er had een schikking plaats door Hendrik van Bouchout Abt van St Paulus waarbij Wouter: Lockhorst aan den Abt moest opdragen en waarna deze er mede beleende Arnout van Pinxterdag 1352. Adam van Lockhorst verkocht het Gericht van Soest en van Heese aan Heer Sweder van Abcoude in 1325. Hij transporteerde het Gericht van Broedijk en Tienden aan zijn zoon Gilles in 1325. Bron: Bijdrage tot de geschiedenis der Utrechtse ridderhofsteden (uitgave 1909).

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aleijd     


Adam van Lockhorst
in
Kwartierstaat van Anthonie Heynsius

Adam van Lockhorst (van Lochorst).

Adam van Lockhorst.
Ridder, in 1247 gesteld onder voogdij van zijnen oom Jan, die zich de Lockhorster goederen toeeigent, doch 22 Feb 1253 wordt genoodzaakt het grootste deel dezer goederen terug te geven, bij uitspraak van bisschop Hendrik van Vianden te Utrecht, die in den scheidbrief Adam een zoon van Adamszoon van Lockhorst noemt en afstammeling van den fundator van het oorspronkelijk klooster op de Heiligenberg. Adam krijgt bij dien uitspraak toegewezen den tienden ten westen van de Eem, en de gerechten van Emelaer, Soest, 't Woud en Scherpenzeel. Zijn oom Jan, de tienden ten oosten van de Eem en he gerecht Coelhorst. Bron: De Nederlandse Adel (1, pag. 165).

Beleend met Lockhorst, Eminclaer enz. door Hendrik Abt van St. Paulus. Heer van Lockhorst. Emelaer (Eminclaer), Heeze, Soest, Scherpenzeel, enz. stond onder de voogd van zijn oom Johan van Lockhorst die hem zijn leengoederen betwistte, de strijd hierover werd bijgelegd door Bisschop Hendrik van Vianden 22 februari 1253 waarbij Adam van Lockhorst in het bezit werd gesteld van zijne erfgoederen: Lockhorst, Emelaer, Soest, Heeze, Scherpenzeel, ens. en de tienden ten Westen van de Eem. Zijn oom Jan van Lockhorst verkreeg de tienden ten Oosten van de Eem en het gerecht van Coelhorst. Bron: Bijdrage tot de geschiedenis der Utrechtse ridderhofsteden (uitgave 1909).


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adam  †1327   


Adam van Lockhorst
in
Kwartierstaat van Anthonie Heynsius

Adam van Lockhorst, ovl. in 1247.

Adam van Lockhorst.
Verleid met de Lockhorster goederen door den ambt van St. Paulus 1235. Bron: De Nederlandse Adel (1, pag. 165). Door den Abt van St. Paulus en Bisschop Otto werd hij Miles genoemd, 1246. Hij overleed voor zijn vader (Bron: Bijdrage tot de geschiedenis der Utrechtse ridderhofsteden (uitgave 1909)).

tr. in 1239
met

Ida van Hammerstein.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adam     


Ida van Hammerstein
in
Kwartierstaat van Anthonie Heynsius

Ida van Hammerstein.

tr. in 1239
met

Adam van Lockhorst, zn. van Johan van Lockhorst, ovl. in 1247.

Adam van Lockhorst.
Verleid met de Lockhorster goederen door den ambt van St. Paulus 1235. Bron: De Nederlandse Adel (1, pag. 165). Door den Abt van St. Paulus en Bisschop Otto werd hij Miles genoemd, 1246. Hij overleed voor zijn vader (Bron: Bijdrage tot de geschiedenis der Utrechtse ridderhofsteden (uitgave 1909)).

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adam     


Johan van Lockhorst
in
Kwartierstaat van Anthonie Heynsius

Johan van Lockhorst.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adam  †1247   


Adam van Lockhorst
in
Kwartierstaat van Anthonie Heynsius

Adam van Lockhorst.

Adam van Lockhorst.
Adam van Lochorst nader wert genaempt defenseur van St Ansfriedus clooster op den Heijligenberg bij Amersfort, ware van de gront den geslagte van Lochorst eertijts behoorde; hij gestroven sijnde aldaer begraven wesen in de kercke en de a 1047 met het clooster binnen Utregt getransporteert. Leijt in het choor van S. Paulus kerck binnen Utregt een langwerpig asgrauwe sarcksteen daer op gehouden staet een gewapent man metten schilt van Lochorst, hier meentmen dat desen heer Adam soude begraven leggen, ende desen steen vanden Heijligenberg voort gebragt. (RAU inv. Huis Zuilen 76-1588, div. genealogieën Lockhorst, handschrift van Buchel 1636). Tekening van het graf naast in de inv. stukken ook in de Momenta van Buchel (RAU).

Er is in Utrecht slechts één mannenabdij geweest. Deze werd door bisschop Bernold omstreeks het jaar 1040 hierheen gehaald en aan de heilige Paulus gewijd. Aanvankelijk was de abdij door Ansfreid, eveneens bisschop, op de Heiligenberg, bijna 40 jaren eerder, gesticht ter ere van de heilige maagd Maria. De plaats van dit klooster werd Hohorst genoemd, volgens sommigen een eigen goed van het geslacht van Lockhorst (bron: RAU, Momenta van Buchel, pag. 131).

Toen bisschop Boudewijn van Utrecht gestorven was heeft de Duitse koning aan Ansfried die bisschopszetel aangeboden. Deze stribbelde eerst tegen door aan te voeren dat hij al oud was en zijn gehele leven had gewijd aan de krijgsdienst en dat het hem geen pas gaf om nu een geestelijk ambt te aanvaarden. De koning bleef echter aandringen en na overleg met zijn vazallen stemde hij toe en werd hij de 18e bisschop van Utrecht.
Voor de plechtige wijding tot bisschop in de Munsterkerk te Aken in 995, deed hij zijn zwaard af en legde het op het altaar van Maria en sprak: ,,Tot nu toe heb ik hiermee aardse roem verworven; nu wijd ik het voortaan aan mijn gebiedster Maria, om door deze vrome daad eer en heil voor mijn ziel te verwerven.â?Âť  Bij deze woorden barsten alle aanwezigen in tranen uit. Nadat hij aldus symbolisch afstand had gedaan van zijn wereldlijke waardigheid, werden hem de tekenen van de bisschoppelijke waardigheid verleend. Aanvankelijk droeg Bisschop Ansfried het kostbare kanunnikengewaad omdat het in die tijd de gewoonte was, later verruilde hij dit gewaad voor een eenvoudig monnikenhabijt.
Een kanunnik in deze context is Domheer. Een wereldlijke geestelijke, die deel uitmaakt van het kapittel van een kathedrale kerk. Rond het jaar 1000 koos bisschop Ansfried de heuvel Hohorst uit als retraite-oord. De berg behoorde oorspronkelijk toe aan Adam van Lockhorst, die de grond voor het klooster schonk aan Ansfried. (Kerkplein Amersfoort).


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan