Website van Cees Hagenbeek
Margriet Aertsdr
in
Kwartierstaat van Anneke Romeijn
Kwartierstaat van Henk de Snoo

Margriet Aertsdr1,2.

tr. voor 1484
met

Jan Jacobsz Snoeck1,2, zn. van Jacob Hendricksz Snoeck en Maria Evertsdr. Loeff, ovl. circa 1567 (3 jul 1469).

 


Jan Jacobsz Snoeck.
hij behoorde tot een Gorcumse patriciërsfamilie en moet al jong een succesvol zakenman en waarschijnlijk ook riviertolbeambte zijn geweest. Op zijn baret zit zit een broche met de letters IAS, die zouden verwijzen naar de Latijnse versie van zijn lijfspreuk "In Aquis Sternuus" ('Int Water Clouc', oftewel Dapper in het water, wat verwijst naar zijn achternaam). Achter hem jangen bundels brieven en manuscripten om zijn geletterdheid te onderstrepen. Bron: Rijksmuseum Amsterdam, tentoonstelling 'Vergeet me niet' september 2021.

Hij woonde aan het Marktveld te Gorinchem, secretaris van Gorinchem en het Land van Arkel (1501), Heilige-Geestmeester van Gorinchem (1519/20).

Hij was reeds gehuwd in1484 en werd in 1501 aangesteld tot secretaris van de stad.
Gorinchem en den lande van Arkel, welk ambt hij bekleed heeft tot 1517. Hij woonde aan het Marktveld en was in 1519 en '20 Heilige-Geestmeester; omstreeks 1527 is hij overleden. Hij was gehuwd met Margriet Aertsdr. en deelde 19 Dec. 1517 met zijne zwagers de goederen, nagelaten door zijne schoonouders Aert Adriaensz. en Aleyt, alsmede door zijn zwager Heer Adriaen Aertsz, priester; bij die verdeeling verkreeg Jan een rentebrief van 7 schilden 'sjaars, terwijl bovendien aan zijn zoon Jacop eene jaarlijksche rente van 6 rijnsgulden werd verzekerd. Deze Jacop beloofde in 1524 aan zijne ouders levenslang 4 rijnsgulden maandelijks, welke uitkeering, wanneer een hunner zou komen te overlijden, verminderd zou worden tot 3 rijnsgulden ten behoeve van den langstlevende.
was reeds gehuwd in 1484 en werd in 1501 aangesteld tot secretaris van de stad.
Gorinchem en den lande van Arkel, welk ambt hij bekleed heeft tot 1517. Hij woonde aan het Marktveld en was in 1519 en 1620 Heilige-Geestmeester; omstreeks 1527 is hij overleden. Hij was gehuwd met Margriet Aertsdr. en deelde 19 Dec. 1517 met.
zijne zwagers de goederen, nagelaten door zijne 0schoonouders Aert Adriaensz. en Aleyt, alsmede door zijn zwager Heer Adriaen Aertsz, priester; bij die verdeeling verkreeg Jan een rentebrief van 7 schilden 'sjaars, terwijl bovendien aan zijn zoon.
Jacop eene jaarlijksche rente van 6 rijnsgulden werd verzekerd. Deze Jacop beloofde in 1524 aan zijne ouders levenslang 4 rijnsgulden maandelijks, welke.
uitkeering, wanneer een hunner zou komen te  overlijden, verminderd zou worden t o t 3 rijnsgulden ten behoeve van den langstlevende.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aert*1486 Gorinchem †1543 Gorinchem 56
Jacob  †1530 Gorinchem  



Bronnen:
1.Nederlands Patriciaat, van 1937 tot 1997 (NP 002)
2.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Aert Adriaensz
in
Kwartierstaat van Anneke Romeijn
Kwartierstaat van Henk de Snoo

Aert Adriaensz1,2.

tr.
met

Aleyt Aertsdr1,2.

Uit dit huwelijk een dochter:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margriet     



Bronnen:
1.Nederlands Patriciaat, van 1937 tot 1997 (NP 002)
2.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Aleyt Aertsdr
in
Kwartierstaat van Anneke Romeijn
Kwartierstaat van Henk de Snoo

Aleyt Aertsdr1,2.

tr.
met

Aert Adriaensz1,2.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margriet     



Bronnen:
1.Nederlands Patriciaat, van 1937 tot 1997 (NP 002)
2.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Jacob Hendricksz Snoeck
 
in
Kwartierstaat van Anneke Romeijn
Kwartierstaat van Henk de Snoo

Jacob Hendricksz (Jacob) Snoeck1,2, ovl. Gorinchem op 29 mei 1466.


Jacob Hendricksz Snoeck.
laagdijkheemraad van den Lande van Arkel, wellicht secretaris van Gorinchem overleed, blijkens de aanteekening van zijn zoon, op 29 Mei 1466. Dat hij ook.
secretaris van Gorinchem zou zijn geweest is mij niet gebleken, doch zeer wel mogelijk. Zijn weduwe Maria, dochter van Evert Loeff, overleefde hem vele jaren en overleed omstreeks 1515, in  April van welk jaar Jan Snoeck Jacobsz. en Roelof Melsersz. (een schoonzoon ?) als hare testamentaire erfgenamen.
optreden.

tr.
met

Maria Evertsdr. (Maria Evertsdr) Loeff1,2, ovl. Gorinchem circa 1515.

Uit dit huwelijk een zoon:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan  †1567   



Bronnen:
1.Nederlands Patriciaat, van 1937 tot 1997 (NP 002)
2.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Maria Evertsdr. Loeff
in
Kwartierstaat van Anneke Romeijn
Kwartierstaat van Henk de Snoo

Maria Evertsdr. (Maria Evertsdr) Loeff1,2, ovl. Gorinchem circa 1515.

tr.
met

Jacob Hendricksz (Jacob) Snoeck1,2, zn. van Hendrick Jansz Snoeck, ovl. Gorinchem op 29 mei 1466.

 


Jacob Hendricksz Snoeck.
laagdijkheemraad van den Lande van Arkel, wellicht secretaris van Gorinchem overleed, blijkens de aanteekening van zijn zoon, op 29 Mei 1466. Dat hij ook.
secretaris van Gorinchem zou zijn geweest is mij niet gebleken, doch zeer wel mogelijk. Zijn weduwe Maria, dochter van Evert Loeff, overleefde hem vele jaren en overleed omstreeks 1515, in  April van welk jaar Jan Snoeck Jacobsz. en Roelof Melsersz. (een schoonzoon ?) als hare testamentaire erfgenamen.
optreden.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan  †1567   



Bronnen:
1.Nederlands Patriciaat, van 1937 tot 1997 (NP 002)
2.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Hendrick Jansz Snoeck
in
Kwartierstaat van Anneke Romeijn
Kwartierstaat van Henk de Snoo

Hendrick Jansz (Henric Jansz) Snoeck1,2.

Hendrick Jansz Snoeck.
vermoedelijk nog een zoon Jan Snoeck, woonde die i n het laatst der vijftiende.
eeuw te Oosterwijk en nog in 1505 i n leven was. Van Henric's dochter Anna,.
gehuwd met Adriaen Ghijsbrechtsz geworden,  die na haar dood kanunnink te gorinchem zou zijn gewordemn is in authentieke stukken geen melding gemaakt.

  • Vader:
    Jan Snoeck1,2, schepen van Gorinchem, ovl. in 1469.


Hij krijgt een zoon:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob  †1466 Gorinchem  



Bronnen:
1.Nederlands Patriciaat, van 1937 tot 1997 (NP 002)
2.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Jan Snoeck
in
Kwartierstaat van Anneke Romeijn
Kwartierstaat van Henk de Snoo

Jan Snoeck1,2, schepen van Gorinchem, ovl. in 1469.

Jan Snoeck.
inwoner van Gorinchem (1404) en de oudst bekenden stamvader Jan Snoeck die in 1404 als inwoner van Gorinchem wordt vermeld, en zijne twee zonen Henric en Adriaen, die.
beiden schepen hunner vaderstad waren, zijn geene nadere bijzonderheden gevonden, hetgeen niet te verwonderen is, wanneer men bedenkt, dat van  het tijdperk vóór 1480 geen Gorinchemsche registers meer voorhanden zijn. Alleen bleek uit eene aanteekening.
op den omslag van een in 1510 door den stadssecretaris Jan Snoeck gehouden register, dat  Adriaen, die in 1466 voor het laatst als schepen voorkomt.
denoudst bekenden stamvader Jan Snoeck die in 1404 als inwoner van Gorinchem .
wordt vermeld, en zijne twee zonen Henric en Adriaen, die beiden schepen hunner vaderstad waren, zijn geene nadere bijzonderheden gevonden, hetgeen niet.
te verwonderen i s, wanneer men bedenkt, dat van het tijdperk vóór 1480 geen Gorinchemsche registers meer voorhanden zijn. Alleen bleek uit eene aanteekening.
op den omslag van een i n 1510 door den stadssecretaris Jan Snoeck .
gehouden register, dat Adriaen, die i n 1466 voor het laatst als schepen voorkomt, i n 1469 overleed.


Hij krijgt een zoon:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrick     



Bronnen:
1.Nederlands Patriciaat, van 1937 tot 1997 (NP 002)
2.De Nederlandsche Leeuw, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (NL)

Boote Helbada
in
Kwartierstaat van Anneke Romeijn
Kwartierstaat van Henk de Snoo

Boote Helbada, geb. Warga circa 1330.


Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Tjaeck*1355 Warga †1450 Ferwerderadeel 95


Taecke Keimpeszn Cammingha
Taecke Keimpeszn Cammingha, geb. Ferwerderadeel circa 1325.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerrolt*1350 Ferwerd †1415 Leeuwarden 65


Keijmpe Binnertszn Cammingha
Keijmpe Binnertszn Cammingha, geb. Ferwerderadeel circa 1300, ovl. aldaar in 1330.

Keijmpe Binnertszn Cammingha.
ook genaamd Keijmp,Keijmpe en Kempo en Camminga.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Taecke*1325 Ferwerderadeel    


Binnert Ernsteszn Cammingha
Binnert Ernsteszn Cammingha, geb. Ferwerd circa 1270.

Binnert Ernsteszn Cammingha.
Camminghaburg bij Leeuwarden.

De Camminghaburg stond ten noordoosten van Leeuwarden.

Ontstaan Het slot wordt voor het eerst in de 14e eeuw vermeld.

Geschiedenis In het jaar 1200 worden de Cammingha's al genoemd en zij waren de machtigste familie van Leeuwarden. Nog herinneren veel straat- en wijknamen aan hen. De Camminghaburg stond iets ten westen van het tegenwoordige Cambuurplein. Het kasteel kende een dubbele omgrachting en een versterkte voorpoort en werd omringd door nog andere verdedigingswerken.
Begin 14e eeuw wordt het slot bewoond door Regnerus Cammingha en in 1398 door Gerrit Cammingha. Gerrit was bondgenoot van Albrecht van Beieren, graaf van Holland. Door zijn bondgenootschap had hij zijn stins van een Hollandse bezetting voorzien, waardoor hij de woede van het volk op zijn hals haalde. Het kasteel werd belegerd en na de inname werd de bezetting deels gedood en deels op de vlucht gedreven.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Keijmpe*1300 Ferwerderadeel †1330 Ferwerderadeel 30


Ernst Kempeszn Cammingha
Ernst Kempeszn Cammingha, geb. circa 1240.

  • Moeder:
    Haxedis , geb. Rinsumageest circa 1215, ovl. Ferwerd circa 1250.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Binnert*1270 Ferwerd    


Kempo Doedeszn Cammingha
Kempo Doedeszn Cammingha, geb. Rinsumageest Klaarkamp te Rinsumageest, Leeuwarden circa 1210, ovl. Ferwerd circa 1240.

tr.
met

Haxedis , geb. Rinsumageest Klaarkamp circa 1215, ovl. Ferwerd circa 1250.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ernst*1240     


Dodo Wibrandszoon Cammingha
Dodo Wibrandszoon Cammingha, geb. Rinsumageest Klaarkamp circa 1175, kruisvaarder, ovl. Rinsumageest Klaarkamp circa 1215.

Dodo Wibrandszoon Cammingha.
Het klooster stond op een terp van vier meter hoog, met daarop de huizen en een soort beschermingsmuur. Het klooster was verder beveiligd door een gracht. In deze omgeving hebben honderden jaren lang monniken en lekenbroeders gewoond. Lekenbroeders zijn monniken die vooral handenarbeid doen. Ze dragen grijze kappen en doen het werk op de uithoven zoals de Schierstins. De kloosterregels voor de lekenbroeders zijn minder streng dan die van de monniken.

De monniken van Klaarkamp handelden in graan, wol, hout, turf, stenen, zout vlees, boter en kaas. Ook handelden ze in stenen, waarvan ze er duizenden moeten hebben gebakken. Die stenen noemen we kloostermoppen of 'oude Friezen'. Het zijn vrij grote, geelrode bakstenen, die gebruikt werden voor het bouwen van kerken in de buurt. Voor het bakken van al die stenen hadden de monniken klei nodig. Door het afgraven van de klei is waarschijnlijk het Klaarkampstermeer ontstaan. In de loop der jaren polderden de monniken ook heel veel land in. Hun schepen gingen via Dokkum zelfs naar de Oostzee en naar steden in Vlaanderen.

Hierboven zie je het terrein van Klaarkamp volgens een oude kadasterkaart. De twee boerderijen van het kaartje staan er nu nog (langs de Klaarkampsterweg). Als je goed kijkt naar de kaart, dan kun je aangeven hoe de grachten en vaarten rondom Klaarkamp gelopen moeten hebben. Ik heb met een blauwe kleur aangegeven wat volgens mij water was.

Hard leven.

Waarom wordt iemand monnik? Het leven van deze monniken lijkt immers erg zwaar. De dag begon 's ochtends al heel vroeg, met de eerste van zeven korte kerkdiensten. De kerk was niet verwarmd en tot aan de veertiende eeuw zaten er ook geen ramen in. Na deze eerste dienst begon het werk, afgewisseld met de overige kerkdiensten; 7 diensten op een dag; 7 dagen per week; week in week uit een leven lang. 's Middags om één uur werd er pas voor het eerst gegeten. De monniken waren dan al vele uren uit bed.

Het werk werd zwijgend gedaan. Dat werk kon van alles zijn, want er moest veel gebeuren in zo'n groot klooster. Klaarkamp had zo'n 4000 hectare grond. Een deel daarvan werd verhuurd aan zo'n 80 boeren en de rest werd bewerkt door het klooster zelf, net als de uithoven van het klooster. De monniken haalden turf uit Veenwouden, ze hadden schepen, gaven les, schreven boeken, polderden land in, en ga zo maar door. Het ene werk was populairder dan het andere werk. Een monnik schreef: "De meeste monniken houden meer van handenarbeid dan van studeren.".

Bij monniken denken wij aan vrome, rustige broeders. Maar het kloosterleven in Klaarkamp verliep niet altijd even rustig. Er waren periodes van bloei en achteruitgang. Bij een ruzie tussen het klooster van Ferwerd en Klaarkamp werden vier monniken van Klaarkamp gedood. In 1524 werd de abt van Klaarkamp doodgestoken door een monnik. De abt ergerde zich aan het drankgebruik van de man. De monnik vluchtte naar Leeuwarden, maar werd gevangen genomen en in Klaarkamp opgesloten in een cel die bijna volledig dichtgemetseld was.

tr.
met

Soror van Klaarkamp, geb. Rinsumageest abdij Klaarkamp circa 1175, ovl. aldaar circa 1215.

Soror van Klaarkamp.
zuster van de abt Sidach van Klaarkamp.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Kempo*1210 Rinsumageest †1240 Ferwerd 30


Soror van Klaarkamp
Soror van Klaarkamp, geb. Rinsumageest abdij Klaarkamp circa 1175, ovl. aldaar circa 1215.

Soror van Klaarkamp.
zuster van de abt Sidach van Klaarkamp.

tr.
met

Dodo Wibrandszoon Cammingha, zn. van Wibrand Kampengaburen, geb. Rinsumageest Klaarkamp circa 1175, kruisvaarder, ovl. Rinsumageest Klaarkamp circa 1215.

Dodo Wibrandszoon Cammingha.
Het klooster stond op een terp van vier meter hoog, met daarop de huizen en een soort beschermingsmuur. Het klooster was verder beveiligd door een gracht. In deze omgeving hebben honderden jaren lang monniken en lekenbroeders gewoond. Lekenbroeders zijn monniken die vooral handenarbeid doen. Ze dragen grijze kappen en doen het werk op de uithoven zoals de Schierstins. De kloosterregels voor de lekenbroeders zijn minder streng dan die van de monniken.

De monniken van Klaarkamp handelden in graan, wol, hout, turf, stenen, zout vlees, boter en kaas. Ook handelden ze in stenen, waarvan ze er duizenden moeten hebben gebakken. Die stenen noemen we kloostermoppen of 'oude Friezen'. Het zijn vrij grote, geelrode bakstenen, die gebruikt werden voor het bouwen van kerken in de buurt. Voor het bakken van al die stenen hadden de monniken klei nodig. Door het afgraven van de klei is waarschijnlijk het Klaarkampstermeer ontstaan. In de loop der jaren polderden de monniken ook heel veel land in. Hun schepen gingen via Dokkum zelfs naar de Oostzee en naar steden in Vlaanderen.

Hierboven zie je het terrein van Klaarkamp volgens een oude kadasterkaart. De twee boerderijen van het kaartje staan er nu nog (langs de Klaarkampsterweg). Als je goed kijkt naar de kaart, dan kun je aangeven hoe de grachten en vaarten rondom Klaarkamp gelopen moeten hebben. Ik heb met een blauwe kleur aangegeven wat volgens mij water was.

Hard leven.

Waarom wordt iemand monnik? Het leven van deze monniken lijkt immers erg zwaar. De dag begon 's ochtends al heel vroeg, met de eerste van zeven korte kerkdiensten. De kerk was niet verwarmd en tot aan de veertiende eeuw zaten er ook geen ramen in. Na deze eerste dienst begon het werk, afgewisseld met de overige kerkdiensten; 7 diensten op een dag; 7 dagen per week; week in week uit een leven lang. 's Middags om één uur werd er pas voor het eerst gegeten. De monniken waren dan al vele uren uit bed.

Het werk werd zwijgend gedaan. Dat werk kon van alles zijn, want er moest veel gebeuren in zo'n groot klooster. Klaarkamp had zo'n 4000 hectare grond. Een deel daarvan werd verhuurd aan zo'n 80 boeren en de rest werd bewerkt door het klooster zelf, net als de uithoven van het klooster. De monniken haalden turf uit Veenwouden, ze hadden schepen, gaven les, schreven boeken, polderden land in, en ga zo maar door. Het ene werk was populairder dan het andere werk. Een monnik schreef: "De meeste monniken houden meer van handenarbeid dan van studeren.".

Bij monniken denken wij aan vrome, rustige broeders. Maar het kloosterleven in Klaarkamp verliep niet altijd even rustig. Er waren periodes van bloei en achteruitgang. Bij een ruzie tussen het klooster van Ferwerd en Klaarkamp werden vier monniken van Klaarkamp gedood. In 1524 werd de abt van Klaarkamp doodgestoken door een monnik. De abt ergerde zich aan het drankgebruik van de man. De monnik vluchtte naar Leeuwarden, maar werd gevangen genomen en in Klaarkamp opgesloten in een cel die bijna volledig dichtgemetseld was.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Kempo*1210 Rinsumageest †1240 Ferwerd 30


Wibrand Kampengaburen
Wibrand Kampengaburen, geb. Rinsumageest Klaarkamp circa 1145, ovl. aldaar Klaarkamp.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dodo*1175 Rinsumageest †1215 Rinsumageest 40


Haxedis
Haxedis , geb. Rinsumageest Klaarkamp circa 1215, ovl. Ferwerd circa 1250.

tr.
met

Kempo Doedeszn Cammingha, zn. van Dodo Wibrandszoon Cammingha (kruisvaarder) en Soror van Klaarkamp, geb. Rinsumageest Klaarkamp te Rinsumageest, Leeuwarden circa 1210, ovl. Ferwerd circa 1240.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ernst*1240     


Jan Gijse van der Horst
Jan Gijse (Jan Geijse) van der Horst, ged. Lisse op 2 nov 17381 (getuige: Treijntje Stellingwerf).

otr. Lisse op 16 apr 1768, tr.
met

Neeltje Arisse Raaphorst, dr. van Aart Jacobs Raaphorst en Trijntje Ariens van Heijningen, ged. Warmond op 4 sep 1746 (getuige: Antje Jacobs Raaphorst).

Uit dit huwelijk 8 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arij~1782 Lisse    
Gijsbert~1768 Lisse †1847 Lisse 78
Japik~1780 Lisse    
Antje~1779 Lisse    
Trijntje~1774 Lisse    
Franssijntje~1773 Lisse    
Franssijntje~1771 Lisse    
Aart~1770 Lisse    



Bronnen:
1.Doopboek Lisse, RA Leiden, DTB Lisse, 3.II, NH, Lisse, van 1735 tot 1781 (D 036) (2 nov 1738 blz. 81)

Neeltje Arisse Raaphorst
Neeltje Arisse Raaphorst, ged. Warmond op 4 sep 1746 (getuige: Antje Jacobs Raaphorst).

otr. Lisse op 16 apr 1768, tr.
met

Jan Gijse (Jan Geijse) van der Horst, zn. van Gijs Aartse van der Horst en Seijntje Jochems Stellingwerf, ged. Lisse op 2 nov 17381 (getuige: Treijntje Stellingwerf).

Uit dit huwelijk 8 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arij~1782 Lisse    
Gijsbert~1768 Lisse †1847 Lisse 78
Japik~1780 Lisse    
Antje~1779 Lisse    
Trijntje~1774 Lisse    
Franssijntje~1773 Lisse    
Franssijntje~1771 Lisse    
Aart~1770 Lisse    



Bronnen:
1.Doopboek Lisse, RA Leiden, DTB Lisse, 3.II, NH, Lisse, van 1735 tot 1781 (D 036) (2 nov 1738 blz. 81)

Gijsbert van der Horst
Gijsbert van der Horst, geb. Lisse, ged. aldaar op 5 feb 1768 Arij Gijse van der Horst en Jaapje Gijse van der Horst, ovl. aldaar op 8 jan 1847.

tr.
met

Wilhelmina van Houwelingen.


Bronnen:

1.Doopboek Lisse, RA Leiden, DTB Lisse, 3.II, NH, Lisse, van 1735 tot 1781 (D 036) (2 nov 1738 blz. 81)