HAGENBEEK
genealogie

 

 

 

 

 

Wetenswaardigheden van het geslacht Mezach

Omstreeks het einde van de 18e eeuw, in een tijd dat Amerika zijn eerste president kreeg namelijk George Washington en in Frankrijk de revolutie losbarstte, waarna Napoleon Bonaparte de kans kreeg de Nederlanden te veroveren en zich zelf kroonde als keizer van zijn wereldrijk, in die tijd is een zekere Mesag Hindriks(oon) gehuwd met Margretha Klazens uit Winschoten.
Hij was zeeman van beroep en had een waladres in de omgeving van de Oude Pekel A.
Hun huwelijk werd op 7 december 1792 ingezegend in de Hervormde kerk.

Verdere gegevens van deze mensen zijn in het Groninger Archief niet te vinden. Dit is niet zo verwonderlijk omdat er in die tijd geen vaste familie-achternamen bestonden en de bureaucratie zich in Noord-Nederland nog niet zo druk maakte met het optekenen en bijhouden van bijv. Mesagsonen, Hindriksonen en Willemsonen. Aangenomen mag worden dat de ambtenaar van de burgerlijke stand, in een tijd waarin lezen en schrijven alleen maar bestond voor de rijken en deftigen, bij aangifte van een geboorte de naam schreef zoals hij door de betreffende aangever werd uitgesproken. Vandaar dat er van één en dezelfde familie in het register namen kunnen voorkomen met een verschillende letterzetting zoals Mesag-Mesach-Mezach en Hindrik-Hendrik. Ook is het vrijwel zeker dat mensen met de huidige familienaam van Mezach, Willems, Hindriks en Hendriks toch nakomelingen zijn, of beter gezegd, kunnen zijn van één en dezelfde voorouder.

Om nu terug te komen op het verhaal van Mesag en Margretha, deze kregen op 29 oktober 1191 een zoon die volgens zijn geboorteakte werd ingeschreven als Hendrik Willems Mesachs.
Toen tijdens de Franse overheersing Lodewijk Napoleon tot koning van Nederland werd gepromoveerd en die zich intensief ging bezighouden met een verbeterde versie van de burgerlijke stand, kreeg Hendrik Willem de vaste achternaam van Mezach.
In zijn jonge jaren heeft deze Hendrik Willem zich veel bezig gehouden met landontginning en akkerbouw.
Na het overlijden van zijn ouders is hij op 45 jarige leeftijd en wel op 16 mei 1843 getrouwd met een 22 jarig ouderloos meisje, genaamd Geertruida Noorman.
Zij kwam, evenals hij, voort uit een familie van zeevarenden. Haar geboorteakte vermeld nog dat zij destijds is aangegeven door de heel en vroedmeester dokter K.ten Berge terwijl haar vader buitengaats was.
Later werd Geertruida opgenomen in het gezin van Johan Carel Wilhelm Fleürken. Deze had een schoenmakerij in Oude Pekela.
Van deze man heeft Hendrik Willem het schoenmakersvak geleerd, waarna hij na verloop van tijd diens werkplaats overnam. Volgens akte is op 31 december 1843 's nachts om 01.00 uur hun huwelijk bekroond met de geboorte van een zoon die genoemd werd Mezach Hendriks Mezach.

Deze Mezach Hendrik had evenals zijn vader vroeger een voorliefde voor het boerenbedrijf. Hij was een pientere jongen die zoals later zou blijken ook nog een koopmansgeest bezat.

Doordat in die tijd de turfafgraving van economisch belang was werden steeds meer afgegraven gronden ter pachting aangeboden. Een uitdaging voor jonge ondernemende mannen die na deze gronden bouwrijp te hebben gemaakt hier op een boerderij zouden kunnen beginnen.

Ook Mezach zag hierin wel toekomst. Maar om dit resultaat te bereiken zocht hij het eerst in een andere richting. Hij verhuurde zich als gruttersknecht bij een koopman in de omgeving van Stadskanaal. Daar leerde hij de kunst om door handel en ruiling van goederen meer te verdienen dan met het ruwe harde grondwerk.
Toen hij 25 jaar oud geworden was trouwde hij met de 31 jarige Harmina Moolhuyzen.
Deze Harmina had tot haar 12ejaar met haar moeder in Muntendam gewoond. Door het huwelijk van haar moeder met Coenraad Moolhuyzen een timmerman, kreeg zij diens achternaam en verhuisden ze naar Stadskanaal.
Mezach en Harmina trouwden op 20 mei 1869. Bij deze plechtigheid was een zekere Lukas Dopper (logementhouder te Stadskanaal) aanwezig die in het gemeentehuis optrad als hun getuige.
Op 10 december 1870 werd hun eerste kind geboren. Een jongen die de naam van zijn vader kreeg Mezach Mezach. Hij bleek echter weinig levenskansen te hebben want die zelfde dag nog is hij nog overleden.
Verder vermeld het geboorteregister dat er uit dit huwelijk nog drie jongens zijn geboren. Hendrik op 5 juli 1871, Coenraad op 7  maart 1814 en Willem op 2 december 1817.

Vader Mezach Hendrik die inmiddels voor zich zelf was begonnen met een winkel in grutten en koloniale waren maakte in het zelfde pand ruimte vrij voor een café waar een sterke borrel geschonken kon worden. De arbeiders die zijn grond bouwrijp maakten konden in het vervolg nu geheel bij hem terecht voor hun natje en hun droogje.

Zoon Hendrik die zich ook meer koopman voelde dan boer ging met paard en wagen de wijde omgeving af om zijn grutten en allerlei andere waren aan de man, of als het zo uitkwam aan de vrouw te brengen.

Coenraad en Willem bleven echter dichter bij huis. Ze waren boer in hun hart en als zodanig dan ook steeds bezig op de akkers met ploegen, zaaien, maaien en oogsten.

Coenraad en Willem konden goed met elkaar samenwerken.
Zo goed zelfs dat ze afspraken om de vrije weekeinden er samen op uit te gaan om een paar lieve meisjes te verschalken. En zo kon het gebeuren dat de twee broers omgang kregen met de twee zusjes Deuring uit Ter Apel. Dochters van de Tolmeester.

Coenraad had zijn oog laten vallen op Pietertje de oudste en Willem kon het heel goed vinden met Hillegien.
De ouders van weerskanten hadden er echter wel wat problemen mee. Namelijk het verschil in geloofsovertuiging. De jongens waren Nederlands Hervormd, terwijl de meisjes het Gereformeerde geloof beleden.
Vader en moeder Deuring waren dan ook heel stellig en standvastig in hun opvatting dat, wilden de jongens met hun dochters trouwen ze zich eerst dienden te bekeren en over te gaan naar de groep der Gereformeerden.
De beide broers tilden hieraan niet zo zwaar en vonden het best samen met hun geliefden één te worden ook in het geloof.
En zo gebeurde het dat de dames Deuring in het huwelijk traden met de heren Mezach. Coenraad ging wonen in Ter Apel en pachtte daar een boerderij van zijn schoonvader.

Willem en Hillegien trouwden op 1 augustus 1906 en pachtten een boerderij ,van vader Mezach in de Tweede Exloërmond.
Uit hun huwelijk werden vier kinderen geboren. Hendrik op 28 mei 1901, Harm op 10 juli 1908. Deze overleed echter weer na twee jaren op 14 juni 1910. Harmina op 4 juli 1909 en Harm op 27 maart 1911.

In hetzelfde jaar dat de kleine Harm geboren werd heeft vader Willem een ongeluk gehad.
Hij was van een wipkar af gesprongen die getrokken werd door een op hol geslagen paard. Hierbij is hij erg ongelukkig terecht gekomen tegen één der watertrappen van het kanaal.
In volle vaart kreeg hij hierbij de leuning tegen zijn buik gedrukt.
Het is vrijwel zeker dat er niet tijdig de juiste aandacht is besteed aan dit inwendig letsel.
Toen na verloop van tijd de pijn steeds erger werd liet hij zich opnemen in het Groninger ziekenhuis. Hier werd hem gezegd dat hij alleen door absolute rust weer kon genezen.
Het mocht echter niet zo zijn. Op 12 februari 1912 is hij overleden.

Moeder Hillegien bleef toen eenzaam met haar drie kleine kinderen achter op de hoeve in het wijdse land van de Tweede Ex1oërmond. Dit kon zij dan ook niet lang volhouden.
Een maand later is ze met haar kinderen vertrokken naar haar ouders in Ter Apel. Na een kleine verbouwing kon ze inwoning verkrijgen bij vader en moeder Deuring.

In het voorjaar van 1921 is er nog iets gedenkwaardigs gebeurd in de familie.
Coenraad en Pietertje die inmiddels gezegend waren met schare kinderen gingen per 1 mei verhuizen naar de Tweede Exloërmond en werden boer en boerin op de landplaats van vader Mezach.
Hillegien kon toen met haar opgroeiende jongens de vrijgekomen boerderij aan de Kloosterveenseweg innemen. Hun inboedel werd met een praam(boot) door het kanaal overgevaren. Met hulp van haar broer Jan heeft zij op deze boerderij, die eens haar eigendom is geworden, geboerd tot haar jongens, Hendrik en Harm, oud genoeg waren om het van haar over te nemen.

In haar 55e levensjaar heeft ze de boerderij vaarwel gezegd.
In een burgerwoning naast haar dochter en schoonzoon heeft ze nog ruim dertig jaren mogen genieten van een wel verdiende rust.

© Henk Mezach te Emmen.

 

2015 Cees Hagenbeek, Amsterdam | E: hagenbeekbeekgenealogie@hetnet.nl | W: www.hagenbeekgenealogie.nl