Genealogische website van Cees Hagenbeek
Vrij Vrij
Vrij Vrij.


Jan van Waesberghe de Oude
Jan van Waesberghe de Oude, geb. Antwerpen [BelgiŽ] in 1556, begr. Rotterdam in de Grote Kerk op 25 feb 1626,
, wonende op de Markt), lid van het St. Lucasgilde te Antwerpen (1577), in 1583 nog vermeld als boekdrukker in "De Waekenden Haen", vroeger "Het Schild van Vlaenderen" in de Korte Kammerstraat te Antwerpen, boekdrukker en boekverkoper te Rotterdam op de Markt in "De Fame"("De Faam" had voordien nog als stadhuis dienst gedaan) (1590-1624), en in het Westnieulant in "De Leeu" te Rotterdam (1590-1626), drukker der Admiraliteit op de Maze en stadsdrukker (1587-1626). Hij gaf ruim 120 werken uit, waaronder theologische, stichtelijke en letterkundige, maar vooral schoolboeken. Via zijn familie had hij ook veel contacten in boekdrukkers en onderwijskringen : zijn schoonzuster Barbara van Bracht was gehuwd met Philips de Grave, boekdrukker, zijn dochter Elisabeth was getrouwd met Felix(II) van Sambix, boekdrukker, en zijn dochter Catharina met Abraham Elsevier, boekdrukker. Zijn schoonzuster Maria van Bracht was gehuwd met Jan van den Velde van Antwerpen, beroemd Frans schoolmeester en calligraaf. "Rotterdam werd decennia lang gedomineerd door het Antwerpse drukkersgeslacht van Waesberghe (1587-1661) dat zich vooral bezighield met het drukken en uitgeven van letterkundige werken en schoolboeken." Hij is reeds ca. 1587 naar Rotterdam vertroken, aangezien de gereformeerden na de verovering van Antwerpen in 1585 door Parma de stad moesten verlaten.
Jan van Waesberghe betrekt typografisch materiaal van o.a. de Rotterdamse lettergieter Gabriel Guyot (werkzaam 1591-1610), onder meer voor het drukken van "de Psalmen in francois, hebbende daertoe expresse de noten doen gyetten tzijnen grooten costen" (jan. 1611) en voor een Frans-Nederlands woordenboek "met goede bescheydelicke letteren, (..) welke letteren hij Suppliant mede tot synen grooten coste heeft laten maken" (1611/12) [547]. Hij had blijkbaar ook financiŽle belangen bij de lettergieterij van Guyot, want toen Dirck Fransz op 15-12-1610 deze lettergieterij van de nabestaanden van Gabriel Guyot overnam stelde Jan van Waesberghe zich borg voor de betaling van de koopsom É 500,10,--, tot zekerheid waarvan hij stelt " syn huys ende erve genaempt de Fame staende ende gelegen aen de Marckt deser stede int Westnieulant, belegen van Joosgen Jansdr houtcraemster vooren, de stege van de craenpart van Coolen achter, tsamen aende Oostsyde ende van de stege leggende tusschen dese huysinge ende thuijs van Jan van Deutecom aende Westsijde, streckende voor van de straet tot achter aen Jan Pietersz Dubien, voorts syne andere goederen roerende en onroerende, etc."
De Van Waesberghe's gaven in de loop der jaren talloze schoolboeken uit getuige o.a. Jan van Waesberghe's eigen uitspraak (1611) : "Dat hij suppliant ende synen vader zal. de ghene syn die de fransoische talen met het drucken der Fransoischer ende Nederduytsscher schoelboecken tot behelp aller scholen 40 oft 50 jaeren continuelyck in dese Nederlanden met groote moeyte ende meerder oncosten vervoordert hebben, zoo doer het maecken, vernyeuwinge, verbeteringe ende correctie der zelver boecken".
Op 22-7-1591 verklaart Pieter Cornelisz, schipper, wonende te Delffshaeven, 40 jaar, op verzoek van Jan van Waesbergen, boeckdrucker, uit naam van Hans Soolmans, coopman te Amsterdam, dat hij ongeveer zeven weken geleden met zijn schip genaamd de Fortuijne, komende van Lixbona, tussen Heijssant en de Sourdels, acht Engelse schepen van oorlog is tegengekomen. De overste daarvan werd door het scheepsvolk Millord Kummerlandt genoemd. Deze overste is met wat volk bij hem aan boord gekomen en heeft enige goederen uit zijn schip gehaald. Daaronder twee zakken peepers die door een zekere Jan Vell in Lixbona waren ingescheept om gebracht te worden aan Hans Soolmans.
Op 23-7-1591 verklaart Claes Jacobsz, schipper, wonende te Schijedamme, 30 jaar, op verzoek van Jan van Waesbergen, boockdrucker, uit naam van Hans Soolmans, coopman te Amsterdam, dat hij ongeveer zeven weken geleden met zijn schip, een vlijboote genaamd St. Jacob, komende van Lixbona, tussen Heijssant en de Sourdels, acht engelse schepen van oorlog is tegengekomen. De overste daarvan werd door het scheepsvolk Millord Kummerlandt genoemd. Deze overste is met wat volk bij hem aan boord gekomen en heeft daar enige goederen uit gelicht. Daaronder waren twee zacken peepers en een tonneken gember. Deze waren te Lixbona ingescheept door een zekere Jean Vell, om gebracht te worden naar Hans Soolmans. Ook de brieven en geschriften die door de coopluijden en facteurs te Lixbona waren meegegeven werden in beslag genomen.

tr. Antwerpen [BelgiŽ] op 30 jun 1585 ingezegend door Mr. Isebrandt Balckius, predikant in het "Huis van Aken", Op 3-7-1596 compareren Jan van Waesberge, boekverkoper, en echtgenote Margareta van Bracht om te testeren. De akte is niet voltooid, wegens "haastig vertrek van Waesbergen".
Op 27-7-1596 testeren ten derden male "Jan van Waesbergen, boekvercoeper ende Margareta van Bracht, geechte man ende wijff, woenende aen Tmercktvelt Inde Fame binnen deser stede van Rotterdam". Getuige is Jan Janssz, boekvercoeper .
Op 17-2-1598 compareren "Jan van Waesberghe, boekverkooper ende Margrieta van Bracht, zijne vrouw, Philips de Grave, boeckverkooper, met Barbara van Bracht, zijne vrouw, ende Jan van den Velde, schoolmeester, met Maria van Bracht, allen woonende tot Rotterdam voor henselven ende hen sterck makende voor Pieter van Bracht, haer broeder, alle kinderen van Pieter van Bracht ende Heyltgen Matheusdr. van Postele, ende oversulcx erffgenamen van Goyvaert van Postele, haer grootvader". Zij machtigen Jan van Eijck, wonende in de Vryheyt van Thurnhout, om voor hen over te nemen het hun competerende gedeelte "in de hoeve, landen, heyde ende weyde daaraen behoorende, genaempt de groote Hoeve, gelegen bij Thurnhout".
Op 8-11-1600 zijn Mr. Hans van den Velde en Philips de Grave "geordonneert voochden over de naegelatene kinderen van Margriete van Bracht, daer vader aff is Jan van Waesbergen, boeckvercoeper alhier".
In 1611 komt Jan van Waesbergen in conflict met Abraham Migoen, "fransoissche schoelmeester" te Rotterdam, die beweert een "nyeuwe aenwysinge van letteren" te hebben "geÔnventeert ende gecomponeert" voor de boeken "die in de fransoische scholen der voorsz. Landen geleert wordden" en daaraan het recht meent te ontlenen deze boeken te laten drukken. Jan van Waesberge echter meent allang het octrooi voor het drukken van deze boeken in zijn bezit te hebben, en toont aan dat Migoen's methode helemaal niet nieuw is. Hij herhaalt enkele malen zijn verzoek aan de Staten Generaal om hem voor 10 jaren een dergelijk octrooi te verlenen.
Op 13-4-1615 testeren "Jan van Waesbergen den Ouden, boeckvercooper ende Catharina du Piere Jansdr, geechte man ende wijff". Zijn voorkinderen bij Margriete van Bracht te weten Jan de Jonge, Elisabeth, Margriete, Catheline en Pieter ontvangen 3000 Car. gld eens. Universeel erfgenaam zijn zijn nakinderen bij Catherina du Piere : Abraham, Sara, Ysaack, Rebecca, Jacob en Lia.
Op 27-8-1616 compareren te Rotterdam Jan van Waesbergen de Jonge, Felix van Sambix als man ende voocht van Elisabeth van Waesbergen, beyde woenende binnen deser stede Rotterdam, d'eersame David van Hogenhuysen, woenende tot Enchuysen, als man ende voocht van Margareta van Waesbergen. Zij ontvangen als kinderen van Jan van Waesbergen de Oude en Margaretha van Bracht uit handen van Jan van Waesbergen de Oude elk 3600 Car. gld "tsuck xx groten Vlaems" conform bovenstaand testament van 1596, en elk nog hun aandeel in de goederen die Sara van Waesbergen, hun zuster, hen nagelaten heeft. Bovendien heeft Jan van Waesbergen de Oude hun elk nog meer dan 300 gld. "tsuck te xl groten Vlaems" gegeven, waarna zij allen verklaren voldaan te zijn. Getuigen zijn Jacques Bornmersom en Jan van Duetekum, plaatsnijder, beide wonende te Rotterdam.
Op 3-6-1626 heeft Catarina de Piere (tekent als Caterine du Pire of Dupire), wed. van Jan van Waesbergen den Ouden, een geschil over de verdeling van de nalatenschap van Van Waesbergen den Ouden met Jan van Waesbergen den Jongen, Pieter van Waesbergen, Davidt van Hogenhuysen, man van Margarita van Waesbergen, mede namens Phelix van Sambix, man van Elisabeth van Waesbergen en Abraham Elsevier, man van Catarina van Waesbergen. Hiertoe worden als arbiters benoemd: mr. Antony Willemss, Jan Pieterss van Risoort, mr. Dirck van den Wolff en Leonard Berewouts. Voor deze acte staat een inventaris vermeld ( blz. 158 ), waarin de admiraliteyt, het huis de Turk, het huis de Faem, Abraham Waesbergen en Jan Robbertsen zijn genoemd.
Op 4-6-1626 wordt de boedelinventaris opgemaakt van Jan van Waesbergen de Oude in aanwezigheid van Jan van Waesbergen de Jongen, Pieter van Waesbergen en Davidt van Hogehuysen, echtgenoot van Margaretha van Waesbergen. Erfgenamen zijn Catarina de Piere, zijn weduwe, Jan, Pieter en David van Waesbergen, die gemachtigd zijn, Felix van Sambix, echtgenoot van Elisabeth van Waesbergen en Abraham Elsevier, echtgenoot van Catharina van Waesbergen.
Op 12-8-1628 bekent Johannis van Vucht, wonende in de Nieupoort, 300 gld schuldig te zijn aan Catarina du Piere, weduwe van Jan van Waesbergen den Ouden, welk geld hij van Abraham van Waesbergen ontvangen heeft. Als borg treedt Grietge Corssen, schoonmoeder van Van Vucht, op. [563]
Op 30-6-1631 draagt Catrina Dupiere, weduwe van Jan van Waesbergen, alle uitstaande schulden in Brabant en Vlaenderen over, aan haar zoon Pieter van Waesbergen. Volgens machtiging gepasseerd voor Hendrick van Groynbergen, notaris d.d. 8 april verleden. Uitgezonderd is een aanspraak op Pieter van de Manacker.
Op 6-7-1633 benoemt Guilliame van Waesberge, tegenwoordig wonend in Den Briele, tot universeel erfgenaam zijn moeder Catarina Dupier, weduwe van Jan Jansz van Waesbergen.
Op 11-11-1633 machtigt Catharina Dupier, weduwe van Johan van Waesbergen, haar zoon Abraham Waesbergen om voor schepenen alhier aan Hendrick van den Heuvell, coopman, een custingrentebrief van 3.500 gulden haar d.d. 17-5-1631 getransporteerd door Jan Jansz, glaesvercooper, over te dragen.
Op 7-12-1633 machtigt Catharina Dupier, weduwe van Jan van Waesbergen, haar schoonzoon Guilliame de Vijl, zijdeverwer te Amsterdam, om zich garant te stellen voor een borgtocht die Samuel de Nimey, suyckerbacker voor Guilliame de Vijl heeft gesteld t.b.v. 1.500 gulden wegens koop van couchenillie(?).
Kroniekje Cleyburgh 1582-1663:
Aantekening van Sara van Waasbergen: "Ao. 1661 Den 31 Mert is mijn Grootmoeder Catherijna de Pyer weduwe van Zalr. Jan van Waesbergen mijn Grootvader dese wereld overleeft op woensdag avond tot Rotterdam nadatse 8 dagen ziek hadde geweest en was aan haer Eene Zy en haer tong geslagen en is te Rotterdam in de groote Kerk begraven op den 4 april en was 2 maenden jonger als 80 Jaer en heeft al veel in dese bedroefde weereld overbragt."
met

Marguerite van Bracht (van Brecht), dr. van Pieter van Bracht en Heyltgen Matteusdr van Postelle, geb. Turnhout, West-Vlaanderen, BelgiŽ, WD, ovl. Rotterdam op 9 jul 1600, begr. Rotterdam Grote Kerk "in den hooghen choor" op 11 jul 1600,
, als wed. van Niclaes Soolmans, boekvercoper, vermeld met zwagers en schoonzuster, tr. 1o voor 1585 Nicolaas Soolmans, ovl. 1584/85, drukker te Turnhout, aangenomen in 1572 als boekverkoper in het St.-Lucasgilde te Antwerpen, drukker te Antwerpen, woonachtig op onser vrouwen Kerchof bij de Lynwaetmerct in Den Gulden Leeu, (1578-1583), vermeld als eigenaar en bewoner (1584) op de Cleyn Kerckhofstraete, boekbinder en poorter, tevens eigenaar van het huis ernaast, tr. (2) met Nicolaas Soolmans. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter~1599 Rotterdam 1661 Rotterdam 62


Marguerite van Bracht
Marguerite van Bracht (van Brecht), geb. Turnhout, West-Vlaanderen, BelgiŽ, WD, ovl. Rotterdam op 9 jul 1600, begr. Rotterdam Grote Kerk "in den hooghen choor" op 11 jul 1600,
, als wed. van Niclaes Soolmans, boekvercoper, vermeld met zwagers en schoonzuster, tr. 1o voor 1585 Nicolaas Soolmans, ovl. 1584/85, drukker te Turnhout, aangenomen in 1572 als boekverkoper in het St.-Lucasgilde te Antwerpen, drukker te Antwerpen, woonachtig op onser vrouwen Kerchof bij de Lynwaetmerct in Den Gulden Leeu, (1578-1583), vermeld als eigenaar en bewoner (1584) op de Cleyn Kerckhofstraete, boekbinder en poorter, tevens eigenaar van het huis ernaast.

tr. (1) Antwerpen [BelgiŽ] op 30 jun 1585 ingezegend door Mr. Isebrandt Balckius, predikant in het "Huis van Aken", Op 3-7-1596 compareren Jan van Waesberge, boekverkoper, en echtgenote Margareta van Bracht om te testeren. De akte is niet voltooid, wegens "haastig vertrek van Waesbergen".
Op 27-7-1596 testeren ten derden male "Jan van Waesbergen, boekvercoeper ende Margareta van Bracht, geechte man ende wijff, woenende aen Tmercktvelt Inde Fame binnen deser stede van Rotterdam". Getuige is Jan Janssz, boekvercoeper .
Op 17-2-1598 compareren "Jan van Waesberghe, boekverkooper ende Margrieta van Bracht, zijne vrouw, Philips de Grave, boeckverkooper, met Barbara van Bracht, zijne vrouw, ende Jan van den Velde, schoolmeester, met Maria van Bracht, allen woonende tot Rotterdam voor henselven ende hen sterck makende voor Pieter van Bracht, haer broeder, alle kinderen van Pieter van Bracht ende Heyltgen Matheusdr. van Postele, ende oversulcx erffgenamen van Goyvaert van Postele, haer grootvader". Zij machtigen Jan van Eijck, wonende in de Vryheyt van Thurnhout, om voor hen over te nemen het hun competerende gedeelte "in de hoeve, landen, heyde ende weyde daaraen behoorende, genaempt de groote Hoeve, gelegen bij Thurnhout".
Op 8-11-1600 zijn Mr. Hans van den Velde en Philips de Grave "geordonneert voochden over de naegelatene kinderen van Margriete van Bracht, daer vader aff is Jan van Waesbergen, boeckvercoeper alhier".
In 1611 komt Jan van Waesbergen in conflict met Abraham Migoen, "fransoissche schoelmeester" te Rotterdam, die beweert een "nyeuwe aenwysinge van letteren" te hebben "geÔnventeert ende gecomponeert" voor de boeken "die in de fransoische scholen der voorsz. Landen geleert wordden" en daaraan het recht meent te ontlenen deze boeken te laten drukken. Jan van Waesberge echter meent allang het octrooi voor het drukken van deze boeken in zijn bezit te hebben, en toont aan dat Migoen's methode helemaal niet nieuw is. Hij herhaalt enkele malen zijn verzoek aan de Staten Generaal om hem voor 10 jaren een dergelijk octrooi te verlenen.
Op 13-4-1615 testeren "Jan van Waesbergen den Ouden, boeckvercooper ende Catharina du Piere Jansdr, geechte man ende wijff". Zijn voorkinderen bij Margriete van Bracht te weten Jan de Jonge, Elisabeth, Margriete, Catheline en Pieter ontvangen 3000 Car. gld eens. Universeel erfgenaam zijn zijn nakinderen bij Catherina du Piere : Abraham, Sara, Ysaack, Rebecca, Jacob en Lia.
Op 27-8-1616 compareren te Rotterdam Jan van Waesbergen de Jonge, Felix van Sambix als man ende voocht van Elisabeth van Waesbergen, beyde woenende binnen deser stede Rotterdam, d'eersame David van Hogenhuysen, woenende tot Enchuysen, als man ende voocht van Margareta van Waesbergen. Zij ontvangen als kinderen van Jan van Waesbergen de Oude en Margaretha van Bracht uit handen van Jan van Waesbergen de Oude elk 3600 Car. gld "tsuck xx groten Vlaems" conform bovenstaand testament van 1596, en elk nog hun aandeel in de goederen die Sara van Waesbergen, hun zuster, hen nagelaten heeft. Bovendien heeft Jan van Waesbergen de Oude hun elk nog meer dan 300 gld. "tsuck te xl groten Vlaems" gegeven, waarna zij allen verklaren voldaan te zijn. Getuigen zijn Jacques Bornmersom en Jan van Duetekum, plaatsnijder, beide wonende te Rotterdam.
Op 3-6-1626 heeft Catarina de Piere (tekent als Caterine du Pire of Dupire), wed. van Jan van Waesbergen den Ouden, een geschil over de verdeling van de nalatenschap van Van Waesbergen den Ouden met Jan van Waesbergen den Jongen, Pieter van Waesbergen, Davidt van Hogenhuysen, man van Margarita van Waesbergen, mede namens Phelix van Sambix, man van Elisabeth van Waesbergen en Abraham Elsevier, man van Catarina van Waesbergen. Hiertoe worden als arbiters benoemd: mr. Antony Willemss, Jan Pieterss van Risoort, mr. Dirck van den Wolff en Leonard Berewouts. Voor deze acte staat een inventaris vermeld ( blz. 158 ), waarin de admiraliteyt, het huis de Turk, het huis de Faem, Abraham Waesbergen en Jan Robbertsen zijn genoemd.
Op 4-6-1626 wordt de boedelinventaris opgemaakt van Jan van Waesbergen de Oude in aanwezigheid van Jan van Waesbergen de Jongen, Pieter van Waesbergen en Davidt van Hogehuysen, echtgenoot van Margaretha van Waesbergen. Erfgenamen zijn Catarina de Piere, zijn weduwe, Jan, Pieter en David van Waesbergen, die gemachtigd zijn, Felix van Sambix, echtgenoot van Elisabeth van Waesbergen en Abraham Elsevier, echtgenoot van Catharina van Waesbergen.
Op 12-8-1628 bekent Johannis van Vucht, wonende in de Nieupoort, 300 gld schuldig te zijn aan Catarina du Piere, weduwe van Jan van Waesbergen den Ouden, welk geld hij van Abraham van Waesbergen ontvangen heeft. Als borg treedt Grietge Corssen, schoonmoeder van Van Vucht, op. [563]
Op 30-6-1631 draagt Catrina Dupiere, weduwe van Jan van Waesbergen, alle uitstaande schulden in Brabant en Vlaenderen over, aan haar zoon Pieter van Waesbergen. Volgens machtiging gepasseerd voor Hendrick van Groynbergen, notaris d.d. 8 april verleden. Uitgezonderd is een aanspraak op Pieter van de Manacker.
Op 6-7-1633 benoemt Guilliame van Waesberge, tegenwoordig wonend in Den Briele, tot universeel erfgenaam zijn moeder Catarina Dupier, weduwe van Jan Jansz van Waesbergen.
Op 11-11-1633 machtigt Catharina Dupier, weduwe van Johan van Waesbergen, haar zoon Abraham Waesbergen om voor schepenen alhier aan Hendrick van den Heuvell, coopman, een custingrentebrief van 3.500 gulden haar d.d. 17-5-1631 getransporteerd door Jan Jansz, glaesvercooper, over te dragen.
Op 7-12-1633 machtigt Catharina Dupier, weduwe van Jan van Waesbergen, haar schoonzoon Guilliame de Vijl, zijdeverwer te Amsterdam, om zich garant te stellen voor een borgtocht die Samuel de Nimey, suyckerbacker voor Guilliame de Vijl heeft gesteld t.b.v. 1.500 gulden wegens koop van couchenillie(?).
Kroniekje Cleyburgh 1582-1663:
Aantekening van Sara van Waasbergen: "Ao. 1661 Den 31 Mert is mijn Grootmoeder Catherijna de Pyer weduwe van Zalr. Jan van Waesbergen mijn Grootvader dese wereld overleeft op woensdag avond tot Rotterdam nadatse 8 dagen ziek hadde geweest en was aan haer Eene Zy en haer tong geslagen en is te Rotterdam in de groote Kerk begraven op den 4 april en was 2 maenden jonger als 80 Jaer en heeft al veel in dese bedroefde weereld overbragt."
met

Jan van Waesberghe de Oude, zn. van Jan Janssone van Waesberghe de Oude en Elisabet Jansdr Roelandts, geb. Antwerpen [BelgiŽ] in 1556, begr. Rotterdam in de Grote Kerk op 25 feb 1626,
, wonende op de Markt), lid van het St. Lucasgilde te Antwerpen (1577), in 1583 nog vermeld als boekdrukker in "De Waekenden Haen", vroeger "Het Schild van Vlaenderen" in de Korte Kammerstraat te Antwerpen, boekdrukker en boekverkoper te Rotterdam op de Markt in "De Fame"("De Faam" had voordien nog als stadhuis dienst gedaan) (1590-1624), en in het Westnieulant in "De Leeu" te Rotterdam (1590-1626), drukker der Admiraliteit op de Maze en stadsdrukker (1587-1626). Hij gaf ruim 120 werken uit, waaronder theologische, stichtelijke en letterkundige, maar vooral schoolboeken. Via zijn familie had hij ook veel contacten in boekdrukkers en onderwijskringen : zijn schoonzuster Barbara van Bracht was gehuwd met Philips de Grave, boekdrukker, zijn dochter Elisabeth was getrouwd met Felix(II) van Sambix, boekdrukker, en zijn dochter Catharina met Abraham Elsevier, boekdrukker. Zijn schoonzuster Maria van Bracht was gehuwd met Jan van den Velde van Antwerpen, beroemd Frans schoolmeester en calligraaf. "Rotterdam werd decennia lang gedomineerd door het Antwerpse drukkersgeslacht van Waesberghe (1587-1661) dat zich vooral bezighield met het drukken en uitgeven van letterkundige werken en schoolboeken." Hij is reeds ca. 1587 naar Rotterdam vertroken, aangezien de gereformeerden na de verovering van Antwerpen in 1585 door Parma de stad moesten verlaten.
Jan van Waesberghe betrekt typografisch materiaal van o.a. de Rotterdamse lettergieter Gabriel Guyot (werkzaam 1591-1610), onder meer voor het drukken van "de Psalmen in francois, hebbende daertoe expresse de noten doen gyetten tzijnen grooten costen" (jan. 1611) en voor een Frans-Nederlands woordenboek "met goede bescheydelicke letteren, (.) welke letteren hij Suppliant mede tot synen grooten coste heeft laten maken" (1611/12) [547]. Hij had blijkbaar ook financiŽle belangen bij de lettergieterij van Guyot, want toen Dirck Fransz op 15-12-1610 deze lettergieterij van de nabestaanden van Gabriel Guyot overnam stelde Jan van Waesberghe zich borg voor de betaling van de koopsom É 500,10,--, tot zekerheid waarvan hij stelt " syn huys ende erve genaempt de Fame staende ende gelegen aen de Marckt deser stede int Westnieulant, belegen van Joosgen Jansdr houtcraemster vooren, de stege van de craenpart van Coolen achter, tsamen aende Oostsyde ende van de stege leggende tusschen dese huysinge ende thuijs van Jan van Deutecom aende Westsijde, streckende voor van de straet tot achter aen Jan Pietersz Dubien, voorts syne andere goederen roerende en onroerende, etc."
De Van Waesberghe's gaven in de loop der jaren talloze schoolboeken uit getuige o.a. Jan van Waesberghe's eigen uitspraak (1611) : "Dat hij suppliant ende synen vader zal. de ghene syn die de fransoische talen met het drucken der Fransoischer ende Nederduytsscher schoelboecken tot behelp aller scholen 40 oft 50 jaeren continuelyck in dese Nederlanden met groote moeyte ende meerder oncosten vervoordert hebben, zoo doer het maecken, vernyeuwinge, verbeteringe ende correctie der zelver boecken".
Op 22-7-1591 verklaart Pieter Cornelisz, schipper, wonende te Delffshaeven, 40 jaar, op verzoek van Jan van Waesbergen, boeckdrucker, uit naam van Hans Soolmans, coopman te Amsterdam, dat hij ongeveer zeven weken geleden met zijn schip genaamd de Fortuijne, komende van Lixbona, tussen Heijssant en de Sourdels, acht Engelse schepen van oorlog is tegengekomen. De overste daarvan werd door het scheepsvolk Millord Kummerlandt genoemd. Deze overste is met wat volk bij hem aan boord gekomen en heeft enige goederen uit zijn schip gehaald. Daaronder twee zakken peepers die door een zekere Jan Vell in Lixbona waren ingescheept om gebracht te worden aan Hans Soolmans.
Op 23-7-1591 verklaart Claes Jacobsz, schipper, wonende te Schijedamme, 30 jaar, op verzoek van Jan van Waesbergen, boockdrucker, uit naam van Hans Soolmans, coopman te Amsterdam, dat hij ongeveer zeven weken geleden met zijn schip, een vlijboote genaamd St. Jacob, komende van Lixbona, tussen Heijssant en de Sourdels, acht engelse schepen van oorlog is tegengekomen. De overste daarvan werd door het scheepsvolk Millord Kummerlandt genoemd. Deze overste is met wat volk bij hem aan boord gekomen en heeft daar enige goederen uit gelicht. Daaronder waren twee zacken peepers en een tonneken gember. Deze waren te Lixbona ingescheept door een zekere Jean Vell, om gebracht te worden naar Hans Soolmans. Ook de brieven en geschriften die door de coopluijden en facteurs te Lixbona waren meegegeven werden in beslag genomen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter~1599 Rotterdam 1661 Rotterdam 62

tr. (2) voor 1584
met

Nicolaas Soolmans, ovl. tussen 1584 en 1585,
, drukker te Turnhout, aangenomen in 1572 als boekverkoper in het St.-Lucasgilde te Antwerpen, drukker te Antwerpen, woonachtig op onser vrouwen Kerchof bij de Lynwaetmerct in Den Gulden Leeu, (1578-1583),[540] vermeld als eigenaar en bewoner (1584) op de Cleyn Kerckhofstraete, boekbinder en poorter, tevens eigenaar van het huis ernaast


Nicolaas Soolmans
Nicolaas Soolmans, ovl. tussen 1584 en 1585,
, drukker te Turnhout, aangenomen in 1572 als boekverkoper in het St.-Lucasgilde te Antwerpen, drukker te Antwerpen, woonachtig op onser vrouwen Kerchof bij de Lynwaetmerct in Den Gulden Leeu, (1578-1583),[540] vermeld als eigenaar en bewoner (1584) op de Cleyn Kerckhofstraete, boekbinder en poorter, tevens eigenaar van het huis ernaast.

tr. voor 1584
met

Marguerite van Bracht (van Brecht), dr. van Pieter van Bracht en Heyltgen Matteusdr van Postelle, geb. Turnhout, West-Vlaanderen, BelgiŽ, WD, ovl. Rotterdam op 9 jul 1600, begr. Rotterdam Grote Kerk "in den hooghen choor" op 11 jul 1600,
, als wed. van Niclaes Soolmans, boekvercoper, vermeld met zwagers en schoonzuster, tr. 1o voor 1585 Nicolaas Soolmans, ovl. 1584/85, drukker te Turnhout, aangenomen in 1572 als boekverkoper in het St.-Lucasgilde te Antwerpen, drukker te Antwerpen, woonachtig op onser vrouwen Kerchof bij de Lynwaetmerct in Den Gulden Leeu, (1578-1583), vermeld als eigenaar en bewoner (1584) op de Cleyn Kerckhofstraete, boekbinder en poorter, tevens eigenaar van het huis ernaast, tr. (1) met Jan van Waesberghe de Oude. Uit dit huwelijk een zoon


Cent Jansz Bakker
Cent Jansz Bakker.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelis     


FranÁois Cornelisz la Vie
FranÁois Cornelisz la Vie (de la Via, de la Vya, Lavia, Delavia), bank van leninghouder te Enkhuizen, ovl. Enkhuizen op 27 mei 1652,
, Francois de la Via, bank van leninghouder te Enkhuizen, verzoekt in 1624 in een tot de Gereformeerde Synode gericht verzoekschrift om te worden toegelaten tot het Heilig Avondmaal (zijn verzoek is illustratief voor de geÔsoleerde kerkelijke positie die de bank-van-leninghouders in de 17e eeuwse Noordelijke Nederlanden innamen.
Enerzijds wordt op de Algemene Synode te Middelburg (1581) op de vraag of het stichtelijk was dat de huisvrouwen en dienstknechten der Lombarden tot het Avondmaal zouden worden toegelaten, door de Synode geantwoord dat de huisvrouwen mogen worden toegelaten, indien zij verklaren dat de handel van hun echtgenoot hen mishaagt en indien zij "eenvoudig en vroom" zijn, maar de dienstknechten zullen niet worden toegelaten zolang zij in dienst van de Lombard blijven, aangezien zij de vrijheid hebben om een andere betrekking te kiezen.
Anderzijds zijn er rond 1600 in vrijwel alle nederlandse steden banken van lening gevestigd met al dan niet openlijke goedkeuring van de plaatselijke magistratuur. Er speelde zich in de 17e eeuw vervolgens een juridisch-theologisch debat af over politieke gewenstheid en de juridische toelaatbaarheid van de banken van lening en over de kerkelijke status van de lombardhouders (van oorsprong meestal Italianen uit Lombardije). Met name het rentepeil - oorspronkelijk tussen ca. 50 en 100 % per jaar, later op last van de locale overheden teruggebracht naar 10 tot 20 % - was voorwerp van een uitvoerige strijd, die tegen het eind van de 17e eeuw in het voordeel van de tafelhouders eindigde). Hij motiveert dit o.a. met de omstandigheid dat hij de surplusgelden(surplusgeld = verkoopgeld van een pand - lening - rente - kosten van de verkoop) aan de eigenaars uitkeerde of zo deze niet opkwamen aan de armen. Deze bedragen liepen soms op tot É 800,--. In 1625 wordt op zijn verzoek afwijzend beschikt op grond van regels uitgevaardigd in 1581 te Middelburg.

tr. voor 1602, Op 25-4-1630 bevestigen Pieter van Waesbergen en zijn vrouw Catharina La Via of Lavia of Delavia, schuldig te zijn aan mr. David van Hoogenhuyse een bedrag van 1.200 gulden en verbinden als zekerheid hun vordering groot 3.000 gulden op Franchois Cornelisz de La Via te Enckhuysen.
Op 26-1-1647 compareerde te Schiedam Charel Lavia, Tafelhouder in de bank van lening binnen Schiedam, en verleende acte van procuratie aan Johan Wilsoets, notaris en procureur binnen Schiedam, om uit zijn comparants naam zich te begeven naar Purmerent, en aldaar te lichten en te vorderen copie authentyeq van de testamente bij zijn comparants vader en moeder, Francisco Lavia en juff. Cornelia Batibois, op 2-11-1642 gepasseerd voor notaris Jan Jacobsz. Grebber tot Purmerend.
Op 22-10-1660 compareerde te Schiedam Francoijs la Via, wonende binnen Schiedam, zoon van wijlen Charles la Via, met nog andere erfgenamen, en verleenden acte van procuratie aan notaris Jacob Bollaert, die zich terstond moet begeven naar Enkhuizen, en daar te innen en te ontfangen een vijfde part van de somma van 2400 pond (f), aan hen comparanten gelegateerd volgens het testament van wijlen Francoijs la Via en Cornelia Batibois, hun grootvader en grootmoeder
met

Cornelia Batibois (Battibois), ovl. na feb 1628,
, volgens andere bronnen zou zij heten Cornelia FERRARIS sic!. Er zou een geslacht Battibois bestaan van bank van leninghouders te Hoei (Belgie).

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Catharina*1602 Enkhuizen Ü1659 Rotterdam 56


Cornelia Batibois
Cornelia Batibois (Battibois), ovl. na feb 1628,
, volgens andere bronnen zou zij heten Cornelia FERRARIS sic!. Er zou een geslacht Battibois bestaan van bank van leninghouders te Hoei (Belgie).

tr. voor 1602, Op 25-4-1630 bevestigen Pieter van Waesbergen en zijn vrouw Catharina La Via of Lavia of Delavia, schuldig te zijn aan mr. David van Hoogenhuyse een bedrag van 1.200 gulden en verbinden als zekerheid hun vordering groot 3.000 gulden op Franchois Cornelisz de La Via te Enckhuysen.
Op 26-1-1647 compareerde te Schiedam Charel Lavia, Tafelhouder in de bank van lening binnen Schiedam, en verleende acte van procuratie aan Johan Wilsoets, notaris en procureur binnen Schiedam, om uit zijn comparants naam zich te begeven naar Purmerent, en aldaar te lichten en te vorderen copie authentyeq van de testamente bij zijn comparants vader en moeder, Francisco Lavia en juff. Cornelia Batibois, op 2-11-1642 gepasseerd voor notaris Jan Jacobsz. Grebber tot Purmerend.
Op 22-10-1660 compareerde te Schiedam Francoijs la Via, wonende binnen Schiedam, zoon van wijlen Charles la Via, met nog andere erfgenamen, en verleenden acte van procuratie aan notaris Jacob Bollaert, die zich terstond moet begeven naar Enkhuizen, en daar te innen en te ontfangen een vijfde part van de somma van 2400 pond (f), aan hen comparanten gelegateerd volgens het testament van wijlen Francoijs la Via en Cornelia Batibois, hun grootvader en grootmoeder
met

FranÁois Cornelisz la Vie (de la Via, de la Vya, Lavia, Delavia), bank van leninghouder te Enkhuizen, ovl. Enkhuizen op 27 mei 1652,
, Francois de la Via, bank van leninghouder te Enkhuizen, verzoekt in 1624 in een tot de Gereformeerde Synode gericht verzoekschrift om te worden toegelaten tot het Heilig Avondmaal (zijn verzoek is illustratief voor de geÔsoleerde kerkelijke positie die de bank-van-leninghouders in de 17e eeuwse Noordelijke Nederlanden innamen.
Enerzijds wordt op de Algemene Synode te Middelburg (1581) op de vraag of het stichtelijk was dat de huisvrouwen en dienstknechten der Lombarden tot het Avondmaal zouden worden toegelaten, door de Synode geantwoord dat de huisvrouwen mogen worden toegelaten, indien zij verklaren dat de handel van hun echtgenoot hen mishaagt en indien zij "eenvoudig en vroom" zijn, maar de dienstknechten zullen niet worden toegelaten zolang zij in dienst van de Lombard blijven, aangezien zij de vrijheid hebben om een andere betrekking te kiezen.
Anderzijds zijn er rond 1600 in vrijwel alle nederlandse steden banken van lening gevestigd met al dan niet openlijke goedkeuring van de plaatselijke magistratuur. Er speelde zich in de 17e eeuw vervolgens een juridisch-theologisch debat af over politieke gewenstheid en de juridische toelaatbaarheid van de banken van lening en over de kerkelijke status van de lombardhouders (van oorsprong meestal Italianen uit Lombardije). Met name het rentepeil - oorspronkelijk tussen ca. 50 en 100 % per jaar, later op last van de locale overheden teruggebracht naar 10 tot 20 % - was voorwerp van een uitvoerige strijd, die tegen het eind van de 17e eeuw in het voordeel van de tafelhouders eindigde). Hij motiveert dit o.a. met de omstandigheid dat hij de surplusgelden(surplusgeld = verkoopgeld van een pand - lening - rente - kosten van de verkoop) aan de eigenaars uitkeerde of zo deze niet opkwamen aan de armen. Deze bedragen liepen soms op tot É 800,--. In 1625 wordt op zijn verzoek afwijzend beschikt op grond van regels uitgevaardigd in 1581 te Middelburg.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Catharina*1602 Enkhuizen Ü1659 Rotterdam 56


Willem Adriaens van Dijck
Willem Adriaens van Dijck,
, mogelijk verwant aan Merrigen Ariaen van Dijcksdr, tr. Utrecht RK St. Jacob juni 1560 Pons Splintersz?

tr.
met

Rijckgen Pietersdr van Noort,
, mogelijk is zij verwant aan :
Alidt Fredericksdr van Noort, overluid ten Dom Utrecht 22-1-1593, ex patre Frederick van Noort, pander in den hove van Utrecht, woonde bij Clarenburch ald, ovl. na 15-7-1597, tr. (1) voor 17-10-1562 Antonie Antonis Schaeyendr, ovl 1575, beg. Utrecht Buurk.
Dirck Aelbertsz van Noort woont te Utrecht, tr. voor 1586 Sophia Gijsberts.
Jan Willemsz van Schayck, bakker te Utrecht, ovl. na 1535, tr. 1o Hubertge Willemsdr van Noort, vol voor 1529, dr. van Willem van Noort, ovl 1503/04 en Alijt NN, ovl. voor 1525, tr 2) voor 1535 Hannigen NN, ovl na 1560.[1084] Op 9-9-1529 begeert Jan Willemsz van Schayck scheiding van Hubertgen zijn vrouw's zaliger erfgenamen.[1085] Op 5-11-1532 vertegen Willem Jansz van Schayck en Aert Jansz vanSchayck van de erfenis van zaliger hun moeder Hubertgen ten bate van Jan Willem van Schayck, hun vader.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerridt Utrecht 1664 Rotterdam  


Rijckgen Pietersdr van Noort
Rijckgen Pietersdr van Noort,
, mogelijk is zij verwant aan :
Alidt Fredericksdr van Noort, overluid ten Dom Utrecht 22-1-1593, ex patre Frederick van Noort, pander in den hove van Utrecht, woonde bij Clarenburch ald, ovl. na 15-7-1597, tr. (1) voor 17-10-1562 Antonie Antonis Schaeyendr, ovl 1575, beg. Utrecht Buurk.
Dirck Aelbertsz van Noort woont te Utrecht, tr. voor 1586 Sophia Gijsberts.
Jan Willemsz van Schayck, bakker te Utrecht, ovl. na 1535, tr. 1o Hubertge Willemsdr van Noort, vol voor 1529, dr. van Willem van Noort, ovl 1503/04 en Alijt NN, ovl. voor 1525, tr 2) voor 1535 Hannigen NN, ovl na 1560.[1084] Op 9-9-1529 begeert Jan Willemsz van Schayck scheiding van Hubertgen zijn vrouw's zaliger erfgenamen.[1085] Op 5-11-1532 vertegen Willem Jansz van Schayck en Aert Jansz vanSchayck van de erfenis van zaliger hun moeder Hubertgen ten bate van Jan Willem van Schayck, hun vader.

tr.
met

Willem Adriaens van Dijck,
, mogelijk verwant aan Merrigen Ariaen van Dijcksdr, tr. Utrecht RK St. Jacob juni 1560 Pons Splintersz?

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerridt Utrecht 1664 Rotterdam  


Harmen Harmensz van Ramsdonck
Harmen Harmensz van Ramsdonck, ovl. Utrecht in nov 1618.

otr. Utrecht op 24 sep 1603 schepenen, kerk.huw. (RK) Utrecht op 1 okt 1603
met

Sophia Willems Aerts Soest, RK, begr. Utrecht op 14 apr 1665,
, woont te Utrecht (1603).

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Meijntje Utrecht Ü1644   


Sophia Willems Aerts Soest
Sophia Willems Aerts Soest, RK, begr. Utrecht op 14 apr 1665,
, woont te Utrecht (1603).

otr. Utrecht op 24 sep 1603 schepenen, kerk.huw. (RK) Utrecht op 1 okt 1603
met

Harmen Harmensz van Ramsdonck, ovl. Utrecht in nov 1618.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Meijntje Utrecht Ü1644   


Jan de Ridder
Jan de Ridder, ovl. circa 1616,
, afkomstig van Brugge (1590), kammer (1590), drapier (1591), is op 16-11-1591 een van de ondertekenaars van een verzoek van een aantal "schamele drapiers" aan het gerecht van Leiden om de "loydaegen van de saeyen ende greynen" te wijzigen.

otr. Leiden op 13 jan 1590 (getuigen: bruidegom Jan Date, zijn bekende, afkomstig van Iperen en Jan Clavijs, zijn bekende, afkomstig van Doornic, getuige van de bruid Grietgen Roelensdr, haar bekende)
met

Jannetje , begr. Leiden (Pieterskerk) op 6 mrt 1609,
, de huisvrouw van Jan de Ridder op Levendaal, afkomstig van Cassel (1590).

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacobus*1594 Leiden Ü1663 Middelharnis 69


Jannetje
Jannetje , begr. Leiden (Pieterskerk) op 6 mrt 1609,
, de huisvrouw van Jan de Ridder op Levendaal, afkomstig van Cassel (1590).

otr. Leiden op 13 jan 1590 (getuigen: bruidegom Jan Date, zijn bekende, afkomstig van Iperen en Jan Clavijs, zijn bekende, afkomstig van Doornic, getuige van de bruid Grietgen Roelensdr, haar bekende)
met

Jan de Ridder, ovl. circa 1616,
, afkomstig van Brugge (1590), kammer (1590), drapier (1591), is op 16-11-1591 een van de ondertekenaars van een verzoek van een aantal "schamele drapiers" aan het gerecht van Leiden om de "loydaegen van de saeyen ende greynen" te wijzigen.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacobus*1594 Leiden Ü1663 Middelharnis 69


Frans Jansz Pythius
Ds. Frans Jansz (Franciscus) Pythius (Pit, Pithius, Piteus, Pierens, Pieters), geb. Gent [BelgiŽ] circa 1565, ovl. tussen 15 dec 1599 en 3 jul 1600 ,
, wordt beroepen naar Moerkerke (B) in Vlaanderen maar dat zal of van korte duur geweest zijn of niet doorgegaan, woont te Sandwich (GB) (1581), ingeschreven als student letterkunde aan de Universiteit van Leiden 15-11-1581 ("Franciscus Pythius", Gandavensis"), wordt als eerste predikant in 1584 beroepen te Alphen aan de Rijn, woont te Alphen aan den Rijn, (remonstrants) predikant aldaar (1584-1600), (1585 tot zijn dood in 1597).
De houding van Franciscus Pythius tegenover Petrus Hyperphragmus of Pieter Overhage anders gezegd: Pieter de Zuttere, die in 1595 naar Alphen is gevlucht, komt hem op een ernstige vermaning te staan van de Zuid-Hollandse synode van 1596, omdat hij de afgezette predikant te Alphen heeft laten prediken. In 1598 protesteert de kerkenraad van Alphen tegen het omstreden beroep van de Alphense predikant Franciscus Pythius naar Woerden.

tr. circa 1583, op 15-12-1599 testeren Frans Jansz Pit, predikant te Alphen, ziek zijnde, en zijn huisvrouw Machteltgen Christoffelsdr van Langerak. De langstlevende zal alles erven, zowel de goederen in Holland als in Vlaanderen. De langstlevende zal wel gehouden zijn hun kinderen te onderhouden. Bij hertrouwen van de langstlevende gaat de helft van de goederen over op de kinderen. Een oude vrouw, genaamd Machtelt Rochusdr, zal haar leven lang bij hen mogen blijven women in het kleine huisje bij de dijk
met

Machtelt Christoffelsdr van Langerak, dr. van Christoffel van Langerak (goudsmid (1535, 1542)) en Elisabeth Adriaensdr Schrieck, geb. voor 1565, ovl. na 8 apr 1611,
, Op 3-7-1600 verkoopt Machteltgen Christoffelsdr van Langerak, weduwe van Frans Jansz Pit, in zijn leven predikant te Alphen, met haar voogd Dirck Jansz, schoolmeester te Alphen, aan Huibert Roelen, wonende te Alphen bij de Gouwsluis, een koopbrief van 6 morgen land in Alphen, gelegen tussen het dorp en Gouwesluis.
Op 19-2-1601 transporteert Machteltgen Christoffelsdr van Langerak, aan Jan Lijclaesz, wonende te Koudekerk, een koopbrief met zes transfixen van een huis en erf, gelegen in het Zuideinde van Alphen.
Op 19-8-1601 verkoopt Machteltgen Christoffelsdr van Langerak aan Dirck Jansz Mulder, schoolmeester te Alphen, een schuur met een erf, gelegen achter het huis van Dirck Jansz, voor 77 gld. 10 st.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna*1600 Leiden Ü1638  38


Machtelt Christoffelsdr van Langerak
Machtelt Christoffelsdr van Langerak, geb. voor 1565, ovl. na 8 apr 1611,
, Op 3-7-1600 verkoopt Machteltgen Christoffelsdr van Langerak, weduwe van Frans Jansz Pit, in zijn leven predikant te Alphen, met haar voogd Dirck Jansz, schoolmeester te Alphen, aan Huibert Roelen, wonende te Alphen bij de Gouwsluis, een koopbrief van 6 morgen land in Alphen, gelegen tussen het dorp en Gouwesluis.
Op 19-2-1601 transporteert Machteltgen Christoffelsdr van Langerak, aan Jan Lijclaesz, wonende te Koudekerk, een koopbrief met zes transfixen van een huis en erf, gelegen in het Zuideinde van Alphen.
Op 19-8-1601 verkoopt Machteltgen Christoffelsdr van Langerak aan Dirck Jansz Mulder, schoolmeester te Alphen, een schuur met een erf, gelegen achter het huis van Dirck Jansz, voor 77 gld. 10 st.

tr. circa 1583, op 15-12-1599 testeren Frans Jansz Pit, predikant te Alphen, ziek zijnde, en zijn huisvrouw Machteltgen Christoffelsdr van Langerak. De langstlevende zal alles erven, zowel de goederen in Holland als in Vlaanderen. De langstlevende zal wel gehouden zijn hun kinderen te onderhouden. Bij hertrouwen van de langstlevende gaat de helft van de goederen over op de kinderen. Een oude vrouw, genaamd Machtelt Rochusdr, zal haar leven lang bij hen mogen blijven women in het kleine huisje bij de dijk
met

Ds. Frans Jansz (Franciscus) Pythius (Pit, Pithius, Piteus, Pierens, Pieters), geb. Gent [BelgiŽ] circa 1565, ovl. tussen 15 dec 1599 en 3 jul 1600 ,
, wordt beroepen naar Moerkerke (B) in Vlaanderen maar dat zal of van korte duur geweest zijn of niet doorgegaan, woont te Sandwich (GB) (1581), ingeschreven als student letterkunde aan de Universiteit van Leiden 15-11-1581 ("Franciscus Pythius", Gandavensis"), wordt als eerste predikant in 1584 beroepen te Alphen aan de Rijn, woont te Alphen aan den Rijn, (remonstrants) predikant aldaar (1584-1600), (1585 tot zijn dood in 1597).
De houding van Franciscus Pythius tegenover Petrus Hyperphragmus of Pieter Overhage anders gezegd: Pieter de Zuttere, die in 1595 naar Alphen is gevlucht, komt hem op een ernstige vermaning te staan van de Zuid-Hollandse synode van 1596, omdat hij de afgezette predikant te Alphen heeft laten prediken. In 1598 protesteert de kerkenraad van Alphen tegen het omstreden beroep van de Alphense predikant Franciscus Pythius naar Woerden.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna*1600 Leiden Ü1638  38


David Jansz Capermans
David Jansz Capermans, geb. voor 1575, ovl. tussen 1627 en 1628,
, treedt op als borg voor zijn broer Dirk (1598.1606) en voor anderen (1623.1627), schepen van Geervliet (1599.1608), binnenlands hoogheemraad van Putten (1607), belender te Geervliet (1607), bij de Herenstraat (1614), met bruikwaar (1616), borgemr. van Geervliet (1624.1627).
Op 12-2-1599 bekent David Jansz Caperman, schepen, aan zijn schoonvader Cornelis Maartensz een schuld van £ 1000 wegens koop van een huis (belend o. Cornelis Maartensz huis en erf, w. het gasthuis met het stadhuis, n. 's heren weg). Geroyeerd in 1615.
Op 15-12-1605 verzekert David Jansz Caperman pp. voor ? t.b.v. Paulus van Beresteijn te Delft een schuld van É 4000 op: - het gerechte part van land in Guldeland, zijnde 11 G tiendvrij; - 5 G aan de Deurlo (belend het erf van Cornelis Cornelisz Bakker); - een derde part van 16 G in het Noordeland, belast met 17 tot 18 stv. erfpacht per gemet en per jaar; - 3 G wei aan de Zeugeweg; - 3 Ĺ G aan de Dankertseweg; - 5 G genaamd de Lange Vijf Meten (belend: Leendert Pietersz); - 2 G in de Indercamp (belend de Bronckhorsten); - 4 G 100 R aan de Polderweg (belend de jonge Baertwijk); - 2 G (belend het weeshuis in Den Haag); - ? aan de Conijndijk - ? - 6 G 57 R in Oud Hoenderhoek (belend de Hoenderhoeksedijk), belast met een erfpacht van de helft in É 50 en nog met 7 stv. en een blank per gemet per jaar; - een derde van een vierde part in 6 G 269 R in Nieuw Hoenderhoek met de gevolgen (belend de jonge Jacob Jacobsz) en van 1 G 95 R (belend Herman Jacobsz); - ? - ? Aan het slot van de akte vermeld Floris van Rijn en Joost van Rijn.
Op 5-8-1606 transporteren Hendrik Jansz wonende op de Conijndijk en Philip Huijgen wonende te Spijkenisse aan David Jansz Caperman twee delen van 4 G land in het Noordelandeken.
Op 7-5-1608 transporteert David Jansz Caperman, mede-schepen, aan Paulus van Beresteijn zijn twee delen in dijk en gors, gemeen met Hendrik Jansz, eertijds behorende tot de gevolgen van 4 G toekomende deels de erfgenamen van Aartje Cuijpers, deels aan Leendert Pietersz Romeijn.
Op 7-5-1608 transporteert Hendrik Jansz wonende aan de Conijndijk aan Paulus van Beresteijn zijn derde deel in dijk en gors, gemeen met David Jansz Caperman, als in voorgaande akte.
Op 7-5-1608 transporteert Hendrik Jansz wonende aan de Conijndijk aan David Jansz Caperman 4 lijnen land in Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. de weeskinderen van David Jansz, n. de achterdijk, o. verkoper). In marge: niet gepasseerd.
Op 7-5-1608 transporteert Hendrik Jansz aan de Conijndijk met Pieter Harmensz mede aldaar als borg aan David Jansz Caperman 4 lijnen in het Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. de weeskinderen van David Jansz, n. de Achterdijk, o. koper). Land is belast met 20 stv. per gemet en per jaar t.b.v. de Grafelijkheid en Arie van Egmond. [1163]
In de periode 1616-1619 komen voor in ORA Geervliet:[1164] Lenaert Adriaens, gehuwd met Aerjaentje Pieters en Davit Janse Caperman, gehuwd met Nelligje Pieters.
Op 28-3-1624 transporteert Jacob Boot als curator in de boedel van Frans Cornelisz Bakker aan (de kinderen van) David Jansz Caperman geprocreŽerd bij Ariaantje Pieters en die van Lenaart Ariens geprocreŽerd bij Nelletje Pieters(•) - 2 Ĺ G teelland in Oud Markenburg op kaartnr. 141 (belend z. en n. voornoemde kinderen, w. de Hogelandseweg, o. de vronen) - 8 Ĺ G land met gevolgen in Nieuw Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. Crijn Dirksz, n. de nieuwe dijk met aanwas en de Maas, o. de kinderen voornoemd).
(De formulering van de familierlaties is hier nogal onduidelijk. Bovendien zijn de echtgenoten hier andersom dan in de hiervoorgaande akte.)
Op 16-8-1628 bekent Jacob Cornelisz Cuijper, timmerman te Geervliet, aan de weduwe van David Jansz Caperman een schuld van É 230 wegens koop van een huis en erf buiten de Landpoort te Geervliet. Borgen Cornelis Jansz burgemeester en Jan Cornelisz wagenmaker.
Op 12-10-1629 bekent Jacob Ariens Coelbier, tegenwoordig te Geervliet, schepen, aan de weduwe van David Jansz Caperman een schuld van É 3400 wegens koop van een huis, schuur en berge aan de Hoogstraat (belend n. de straat, o. huis en erf van Claasje Pieters, z. 's heren weg, w. het stadhuis) met nog een grote schuur en berg in de Kerkstraat (belend o. de straat, z. huis en erf van Jan Joosten, raaiende 'van den duijsendrop ter halven sloope opten roosenboom en so regt op naar 's Herenpad en weg ten westen', n. weg en straat). Belasting op het huis 15 stv. erfpacht t.b.v. de grafelijkheid. Van een belasting van É 3 rente op het woonhuis van Jan Joosten en de schuur in de Kerkstraat komt een derde deel ten laste van koper.
Op 18-8-1630 bekent Jacob Ariens Coelbier, schepen, aan de erfgenamen van David Jansz Caperman een schuld van É 133 wegens koop van de helft in een schuur, berg en wel terzijde de Nieuwstraat, belast met É 2.10.- op de halve schuur en recht van doorgang naar de wel voor Dirk Jansz Caperman.

tr. (1) voor 1599
met

Machtelt Cornelis, geb. voor 1580, ovl. voor 28 jul 1608.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1605  Ü1630  25

tr. (2)
met

Ariaentje Pieters.

tr. (3)
met

Claesje Pieters, ovl. na 1638,
, geref. lidmaat op belijdenis te Geervliet 28-12-1625, belendster (1631), woont als zijn weduwe (1638) op de Kay te Geervliet


Machtelt Cornelis
Machtelt Cornelis, geb. voor 1580, ovl. voor 28 jul 1608.

tr. voor 1599
met

David Jansz Capermans, zn. van Capermans, geb. voor 1575, ovl. tussen 1627 en 1628,
, treedt op als borg voor zijn broer Dirk (1598.1606) en voor anderen (1623.1627), schepen van Geervliet (1599.1608), binnenlands hoogheemraad van Putten (1607), belender te Geervliet (1607), bij de Herenstraat (1614), met bruikwaar (1616), borgemr. van Geervliet (1624.1627).
Op 12-2-1599 bekent David Jansz Caperman, schepen, aan zijn schoonvader Cornelis Maartensz een schuld van £ 1000 wegens koop van een huis (belend o. Cornelis Maartensz huis en erf, w. het gasthuis met het stadhuis, n. 's heren weg). Geroyeerd in 1615.
Op 15-12-1605 verzekert David Jansz Caperman pp. voor ? t.b.v. Paulus van Beresteijn te Delft een schuld van É 4000 op: - het gerechte part van land in Guldeland, zijnde 11 G tiendvrij; - 5 G aan de Deurlo (belend het erf van Cornelis Cornelisz Bakker); - een derde part van 16 G in het Noordeland, belast met 17 tot 18 stv. erfpacht per gemet en per jaar; - 3 G wei aan de Zeugeweg; - 3 Ĺ G aan de Dankertseweg; - 5 G genaamd de Lange Vijf Meten (belend: Leendert Pietersz); - 2 G in de Indercamp (belend de Bronckhorsten); - 4 G 100 R aan de Polderweg (belend de jonge Baertwijk); - 2 G (belend het weeshuis in Den Haag); - ? aan de Conijndijk - ? - 6 G 57 R in Oud Hoenderhoek (belend de Hoenderhoeksedijk), belast met een erfpacht van de helft in É 50 en nog met 7 stv. en een blank per gemet per jaar; - een derde van een vierde part in 6 G 269 R in Nieuw Hoenderhoek met de gevolgen (belend de jonge Jacob Jacobsz) en van 1 G 95 R (belend Herman Jacobsz); - ? - ? Aan het slot van de akte vermeld Floris van Rijn en Joost van Rijn.
Op 5-8-1606 transporteren Hendrik Jansz wonende op de Conijndijk en Philip Huijgen wonende te Spijkenisse aan David Jansz Caperman twee delen van 4 G land in het Noordelandeken.
Op 7-5-1608 transporteert David Jansz Caperman, mede-schepen, aan Paulus van Beresteijn zijn twee delen in dijk en gors, gemeen met Hendrik Jansz, eertijds behorende tot de gevolgen van 4 G toekomende deels de erfgenamen van Aartje Cuijpers, deels aan Leendert Pietersz Romeijn.
Op 7-5-1608 transporteert Hendrik Jansz wonende aan de Conijndijk aan Paulus van Beresteijn zijn derde deel in dijk en gors, gemeen met David Jansz Caperman, als in voorgaande akte.
Op 7-5-1608 transporteert Hendrik Jansz wonende aan de Conijndijk aan David Jansz Caperman 4 lijnen land in Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. de weeskinderen van David Jansz, n. de achterdijk, o. verkoper). In marge: niet gepasseerd.
Op 7-5-1608 transporteert Hendrik Jansz aan de Conijndijk met Pieter Harmensz mede aldaar als borg aan David Jansz Caperman 4 lijnen in het Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. de weeskinderen van David Jansz, n. de Achterdijk, o. koper). Land is belast met 20 stv. per gemet en per jaar t.b.v. de Grafelijkheid en Arie van Egmond. [1163]
In de periode 1616-1619 komen voor in ORA Geervliet:[1164] Lenaert Adriaens, gehuwd met Aerjaentje Pieters en Davit Janse Caperman, gehuwd met Nelligje Pieters.
Op 28-3-1624 transporteert Jacob Boot als curator in de boedel van Frans Cornelisz Bakker aan (de kinderen van) David Jansz Caperman geprocreŽerd bij Ariaantje Pieters en die van Lenaart Ariens geprocreŽerd bij Nelletje Pieters(•) - 2 Ĺ G teelland in Oud Markenburg op kaartnr. 141 (belend z. en n. voornoemde kinderen, w. de Hogelandseweg, o. de vronen) - 8 Ĺ G land met gevolgen in Nieuw Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. Crijn Dirksz, n. de nieuwe dijk met aanwas en de Maas, o. de kinderen voornoemd).
(De formulering van de familierlaties is hier nogal onduidelijk. Bovendien zijn de echtgenoten hier andersom dan in de hiervoorgaande akte.)
Op 16-8-1628 bekent Jacob Cornelisz Cuijper, timmerman te Geervliet, aan de weduwe van David Jansz Caperman een schuld van É 230 wegens koop van een huis en erf buiten de Landpoort te Geervliet. Borgen Cornelis Jansz burgemeester en Jan Cornelisz wagenmaker.
Op 12-10-1629 bekent Jacob Ariens Coelbier, tegenwoordig te Geervliet, schepen, aan de weduwe van David Jansz Caperman een schuld van É 3400 wegens koop van een huis, schuur en berge aan de Hoogstraat (belend n. de straat, o. huis en erf van Claasje Pieters, z. 's heren weg, w. het stadhuis) met nog een grote schuur en berg in de Kerkstraat (belend o. de straat, z. huis en erf van Jan Joosten, raaiende 'van den duijsendrop ter halven sloope opten roosenboom en so regt op naar 's Herenpad en weg ten westen', n. weg en straat). Belasting op het huis 15 stv. erfpacht t.b.v. de grafelijkheid. Van een belasting van É 3 rente op het woonhuis van Jan Joosten en de schuur in de Kerkstraat komt een derde deel ten laste van koper.
Op 18-8-1630 bekent Jacob Ariens Coelbier, schepen, aan de erfgenamen van David Jansz Caperman een schuld van É 133 wegens koop van de helft in een schuur, berg en wel terzijde de Nieuwstraat, belast met É 2.10.- op de halve schuur en recht van doorgang naar de wel voor Dirk Jansz Caperman, tr. (2) met Ariaentje Pieters. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (3) met Claesje Pieters. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1605  Ü1630  25


Ariaentje Pieters
Ariaentje Pieters.

tr.
met

David Jansz Capermans, zn. van Capermans, geb. voor 1575, ovl. tussen 1627 en 1628,
, treedt op als borg voor zijn broer Dirk (1598.1606) en voor anderen (1623.1627), schepen van Geervliet (1599.1608), binnenlands hoogheemraad van Putten (1607), belender te Geervliet (1607), bij de Herenstraat (1614), met bruikwaar (1616), borgemr. van Geervliet (1624.1627).
Op 12-2-1599 bekent David Jansz Caperman, schepen, aan zijn schoonvader Cornelis Maartensz een schuld van £ 1000 wegens koop van een huis (belend o. Cornelis Maartensz huis en erf, w. het gasthuis met het stadhuis, n. 's heren weg). Geroyeerd in 1615.
Op 15-12-1605 verzekert David Jansz Caperman pp. voor ? t.b.v. Paulus van Beresteijn te Delft een schuld van É 4000 op: - het gerechte part van land in Guldeland, zijnde 11 G tiendvrij; - 5 G aan de Deurlo (belend het erf van Cornelis Cornelisz Bakker); - een derde part van 16 G in het Noordeland, belast met 17 tot 18 stv. erfpacht per gemet en per jaar; - 3 G wei aan de Zeugeweg; - 3 Ĺ G aan de Dankertseweg; - 5 G genaamd de Lange Vijf Meten (belend: Leendert Pietersz); - 2 G in de Indercamp (belend de Bronckhorsten); - 4 G 100 R aan de Polderweg (belend de jonge Baertwijk); - 2 G (belend het weeshuis in Den Haag); - ? aan de Conijndijk - ? - 6 G 57 R in Oud Hoenderhoek (belend de Hoenderhoeksedijk), belast met een erfpacht van de helft in É 50 en nog met 7 stv. en een blank per gemet per jaar; - een derde van een vierde part in 6 G 269 R in Nieuw Hoenderhoek met de gevolgen (belend de jonge Jacob Jacobsz) en van 1 G 95 R (belend Herman Jacobsz); - ? - ? Aan het slot van de akte vermeld Floris van Rijn en Joost van Rijn.
Op 5-8-1606 transporteren Hendrik Jansz wonende op de Conijndijk en Philip Huijgen wonende te Spijkenisse aan David Jansz Caperman twee delen van 4 G land in het Noordelandeken.
Op 7-5-1608 transporteert David Jansz Caperman, mede-schepen, aan Paulus van Beresteijn zijn twee delen in dijk en gors, gemeen met Hendrik Jansz, eertijds behorende tot de gevolgen van 4 G toekomende deels de erfgenamen van Aartje Cuijpers, deels aan Leendert Pietersz Romeijn.
Op 7-5-1608 transporteert Hendrik Jansz wonende aan de Conijndijk aan Paulus van Beresteijn zijn derde deel in dijk en gors, gemeen met David Jansz Caperman, als in voorgaande akte.
Op 7-5-1608 transporteert Hendrik Jansz wonende aan de Conijndijk aan David Jansz Caperman 4 lijnen land in Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. de weeskinderen van David Jansz, n. de achterdijk, o. verkoper). In marge: niet gepasseerd.
Op 7-5-1608 transporteert Hendrik Jansz aan de Conijndijk met Pieter Harmensz mede aldaar als borg aan David Jansz Caperman 4 lijnen in het Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. de weeskinderen van David Jansz, n. de Achterdijk, o. koper). Land is belast met 20 stv. per gemet en per jaar t.b.v. de Grafelijkheid en Arie van Egmond. [1163]
In de periode 1616-1619 komen voor in ORA Geervliet:[1164] Lenaert Adriaens, gehuwd met Aerjaentje Pieters en Davit Janse Caperman, gehuwd met Nelligje Pieters.
Op 28-3-1624 transporteert Jacob Boot als curator in de boedel van Frans Cornelisz Bakker aan (de kinderen van) David Jansz Caperman geprocreŽerd bij Ariaantje Pieters en die van Lenaart Ariens geprocreŽerd bij Nelletje Pieters(•) - 2 Ĺ G teelland in Oud Markenburg op kaartnr. 141 (belend z. en n. voornoemde kinderen, w. de Hogelandseweg, o. de vronen) - 8 Ĺ G land met gevolgen in Nieuw Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. Crijn Dirksz, n. de nieuwe dijk met aanwas en de Maas, o. de kinderen voornoemd).
(De formulering van de familierlaties is hier nogal onduidelijk. Bovendien zijn de echtgenoten hier andersom dan in de hiervoorgaande akte.)
Op 16-8-1628 bekent Jacob Cornelisz Cuijper, timmerman te Geervliet, aan de weduwe van David Jansz Caperman een schuld van É 230 wegens koop van een huis en erf buiten de Landpoort te Geervliet. Borgen Cornelis Jansz burgemeester en Jan Cornelisz wagenmaker.
Op 12-10-1629 bekent Jacob Ariens Coelbier, tegenwoordig te Geervliet, schepen, aan de weduwe van David Jansz Caperman een schuld van É 3400 wegens koop van een huis, schuur en berge aan de Hoogstraat (belend n. de straat, o. huis en erf van Claasje Pieters, z. 's heren weg, w. het stadhuis) met nog een grote schuur en berg in de Kerkstraat (belend o. de straat, z. huis en erf van Jan Joosten, raaiende 'van den duijsendrop ter halven sloope opten roosenboom en so regt op naar 's Herenpad en weg ten westen', n. weg en straat). Belasting op het huis 15 stv. erfpacht t.b.v. de grafelijkheid. Van een belasting van É 3 rente op het woonhuis van Jan Joosten en de schuur in de Kerkstraat komt een derde deel ten laste van koper.
Op 18-8-1630 bekent Jacob Ariens Coelbier, schepen, aan de erfgenamen van David Jansz Caperman een schuld van É 133 wegens koop van de helft in een schuur, berg en wel terzijde de Nieuwstraat, belast met É 2.10.- op de halve schuur en recht van doorgang naar de wel voor Dirk Jansz Caperman, tr. (1) met Machtelt Cornelis. Uit dit huwelijk een zoon, tr. (3) met Claesje Pieters. Uit dit huwelijk geen kinderen


Claesje Pieters
Claesje Pieters, ovl. na 1638,
, geref. lidmaat op belijdenis te Geervliet 28-12-1625, belendster (1631), woont als zijn weduwe (1638) op de Kay te Geervliet.

tr.
met

David Jansz Capermans, zn. van Capermans, geb. voor 1575, ovl. tussen 1627 en 1628,
, treedt op als borg voor zijn broer Dirk (1598.1606) en voor anderen (1623.1627), schepen van Geervliet (1599.1608), binnenlands hoogheemraad van Putten (1607), belender te Geervliet (1607), bij de Herenstraat (1614), met bruikwaar (1616), borgemr. van Geervliet (1624.1627).
Op 12-2-1599 bekent David Jansz Caperman, schepen, aan zijn schoonvader Cornelis Maartensz een schuld van £ 1000 wegens koop van een huis (belend o. Cornelis Maartensz huis en erf, w. het gasthuis met het stadhuis, n. 's heren weg). Geroyeerd in 1615.
Op 15-12-1605 verzekert David Jansz Caperman pp. voor ? t.b.v. Paulus van Beresteijn te Delft een schuld van É 4000 op: - het gerechte part van land in Guldeland, zijnde 11 G tiendvrij; - 5 G aan de Deurlo (belend het erf van Cornelis Cornelisz Bakker); - een derde part van 16 G in het Noordeland, belast met 17 tot 18 stv. erfpacht per gemet en per jaar; - 3 G wei aan de Zeugeweg; - 3 Ĺ G aan de Dankertseweg; - 5 G genaamd de Lange Vijf Meten (belend: Leendert Pietersz); - 2 G in de Indercamp (belend de Bronckhorsten); - 4 G 100 R aan de Polderweg (belend de jonge Baertwijk); - 2 G (belend het weeshuis in Den Haag); - ? aan de Conijndijk - ? - 6 G 57 R in Oud Hoenderhoek (belend de Hoenderhoeksedijk), belast met een erfpacht van de helft in É 50 en nog met 7 stv. en een blank per gemet per jaar; - een derde van een vierde part in 6 G 269 R in Nieuw Hoenderhoek met de gevolgen (belend de jonge Jacob Jacobsz) en van 1 G 95 R (belend Herman Jacobsz); - ? - ? Aan het slot van de akte vermeld Floris van Rijn en Joost van Rijn.
Op 5-8-1606 transporteren Hendrik Jansz wonende op de Conijndijk en Philip Huijgen wonende te Spijkenisse aan David Jansz Caperman twee delen van 4 G land in het Noordelandeken.
Op 7-5-1608 transporteert David Jansz Caperman, mede-schepen, aan Paulus van Beresteijn zijn twee delen in dijk en gors, gemeen met Hendrik Jansz, eertijds behorende tot de gevolgen van 4 G toekomende deels de erfgenamen van Aartje Cuijpers, deels aan Leendert Pietersz Romeijn.
Op 7-5-1608 transporteert Hendrik Jansz wonende aan de Conijndijk aan Paulus van Beresteijn zijn derde deel in dijk en gors, gemeen met David Jansz Caperman, als in voorgaande akte.
Op 7-5-1608 transporteert Hendrik Jansz wonende aan de Conijndijk aan David Jansz Caperman 4 lijnen land in Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. de weeskinderen van David Jansz, n. de achterdijk, o. verkoper). In marge: niet gepasseerd.
Op 7-5-1608 transporteert Hendrik Jansz aan de Conijndijk met Pieter Harmensz mede aldaar als borg aan David Jansz Caperman 4 lijnen in het Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. de weeskinderen van David Jansz, n. de Achterdijk, o. koper). Land is belast met 20 stv. per gemet en per jaar t.b.v. de Grafelijkheid en Arie van Egmond. [1163]
In de periode 1616-1619 komen voor in ORA Geervliet:[1164] Lenaert Adriaens, gehuwd met Aerjaentje Pieters en Davit Janse Caperman, gehuwd met Nelligje Pieters.
Op 28-3-1624 transporteert Jacob Boot als curator in de boedel van Frans Cornelisz Bakker aan (de kinderen van) David Jansz Caperman geprocreŽerd bij Ariaantje Pieters en die van Lenaart Ariens geprocreŽerd bij Nelletje Pieters(•) - 2 Ĺ G teelland in Oud Markenburg op kaartnr. 141 (belend z. en n. voornoemde kinderen, w. de Hogelandseweg, o. de vronen) - 8 Ĺ G land met gevolgen in Nieuw Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. Crijn Dirksz, n. de nieuwe dijk met aanwas en de Maas, o. de kinderen voornoemd).
(De formulering van de familierlaties is hier nogal onduidelijk. Bovendien zijn de echtgenoten hier andersom dan in de hiervoorgaande akte.)
Op 16-8-1628 bekent Jacob Cornelisz Cuijper, timmerman te Geervliet, aan de weduwe van David Jansz Caperman een schuld van É 230 wegens koop van een huis en erf buiten de Landpoort te Geervliet. Borgen Cornelis Jansz burgemeester en Jan Cornelisz wagenmaker.
Op 12-10-1629 bekent Jacob Ariens Coelbier, tegenwoordig te Geervliet, schepen, aan de weduwe van David Jansz Caperman een schuld van É 3400 wegens koop van een huis, schuur en berge aan de Hoogstraat (belend n. de straat, o. huis en erf van Claasje Pieters, z. 's heren weg, w. het stadhuis) met nog een grote schuur en berg in de Kerkstraat (belend o. de straat, z. huis en erf van Jan Joosten, raaiende 'van den duijsendrop ter halven sloope opten roosenboom en so regt op naar 's Herenpad en weg ten westen', n. weg en straat). Belasting op het huis 15 stv. erfpacht t.b.v. de grafelijkheid. Van een belasting van É 3 rente op het woonhuis van Jan Joosten en de schuur in de Kerkstraat komt een derde deel ten laste van koper.
Op 18-8-1630 bekent Jacob Ariens Coelbier, schepen, aan de erfgenamen van David Jansz Caperman een schuld van É 133 wegens koop van de helft in een schuur, berg en wel terzijde de Nieuwstraat, belast met É 2.10.- op de halve schuur en recht van doorgang naar de wel voor Dirk Jansz Caperman, tr. (1) met Machtelt Cornelis. Uit dit huwelijk een zoon, tr. (2) met Ariaentje Pieters. Uit dit huwelijk geen kinderen


Pieter Goverts van Wijn
Pieter Goverts van Wijn,
, "coorencooper" wonende "in den Dorpe van Maeslant", benoemde bij zijn testament van 23-3-1623 (bekrachtigd met een pentagram), [54] tot zijn erfgenamen zijn beide zoons.
Vooralsnog onduidelijk is of de volgende vermeldingen met hem in verband staan :
Govert van Wijn, raad in het Hof van Holland, gehuwd met de enige dr. van jonkheer Henrick Crusinck, heer van Benthuysen (1586).
Pieter Govertsz, beg. Naaldwijk 1-6-1641 (Rekeningen. kerkmr. É 4,--) in een oud graf, 5 x luiden.
Pieter Govertsz, schuytvoerder, betaalt 10 gld/jaar wegens huur van 16 hond vlietland tussen de Vlieten, vermaakt door Maertgen Jansdr, wed. van Dirck Anthonisz, volgens testament van 5-1-1590 aan de Heilige Geestmrs. te Maassluis [58].
Pieter Govertsz pacht voor 4 sc. de henneptiende te Vlaardingen (1536).
Govert Pietersz, brouwer te Delft, wordt op 10-3-1557 beleend met 2 1/2 morgen in een perceel van 7 morgen 4 1/2 hond land te Maasland in het ambacht Dorp in Buytenveen, leenroerig aan de hofstede Hodenpijl .
Thijs Govertsz, voor É 3,-- (1544)[61], £ 6,-- (1553)[62] en £ 4,-- en £ 6,-- (1559)[63], en £ 9,--,-- (1561) [64] getaxeerd voor de tiende penning te Maassluis,
Goverts Aertsz, voor É 3,-- getaxeerd voor de tiende penning te Maassluis (1544).
Govert Pietersz, voor É 3,-- (1544)[66] en £ 3,--,-- (1561)[67] getaxeerd voor de tiende penning te Maassluis.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Govert*1574  Ü1642  68