Genealogische website van Cees Hagenbeek
Vrij
Vrij.


Lutter van Vlodorp
Lutter van Vlodorp, ovl. op 14 dec 1598,
, 1560 mit der Vogtei von Roermond belehnt.

tr.
met

Wilhelmina de Ruyter, ovl. na 1592.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan  †1608   


Wilhelmina de Ruyter
Wilhelmina de Ruyter, ovl. na 1592.

tr.
met

Lutter van Vlodorp, zn. van Gerhard van Vlodorp en Elise von Stamheim, ovl. op 14 dec 1598,
, 1560 mit der Vogtei von Roermond belehnt.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan  †1608   


Johan van Vlodorp
Johan van Vlodorp, ovl. na 17 mei 1608,
, 1592 auf dem Ritterzettel im geldrischen Oberquartier, 30.6.1599 Belehnung mit der Erbvogtei Roermond.

tr.
met

Elisabeth von Hanxler.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Lucia     


Elisabeth von Hanxler
Elisabeth von Hanxler.

tr.
met

Johan van Vlodorp, zn. van Lutter van Vlodorp en Wilhelmina de Ruyter, ovl. na 17 mei 1608,
, 1592 auf dem Ritterzettel im geldrischen Oberquartier, 30.6.1599 Belehnung mit der Erbvogtei Roermond.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Lucia     


Lucia van Vlodorp
Lucia van Vlodorp.

tr.
met

Wirich von Binsfeld, zn. van Werner von Binsfeld en Agnes Gräfin von Nesselrode, ovl. in sep 1616


Maria Laarmans
Maria Laarmans.

tr.
met

Willem Adolf Bertram van Wachtendonck, zn. van Johan Arnold van Wachtendonck (drost te Oedt) en Elisabeth von Binsfeld, regeerde van 1682 tot 1731 over de heerlijkheid Wijlre,
, Johan Arnold werd opgevolgd door zijn zoon Willem Adolf Wijlre was een heerlijkheid binnen het Heilige Roomse Rijk. De heerlijkheid was niet bij een kreits ingedeeld.
Wijlre, nu een deel van Gulpen-Wittem, wordt omstreeks 1040 vermeld. Sinds de twaalfde eeuw zijn er heren van Wijlre bekend. Omstreeks 1350 komt de halve heerlijkheid in het bezit van Frederik van Millendonk. Omstreeks 1400 is Hendrik Scheiffart van Merode de bezitter.
Gerard Scheiffart van Merode verkocht de heerlijkheid in 1489 aan Hendrik van Nesselrode, die in 1492 werd opgevolgd door Adriaan van Nesselrode. Vervolgens kwam de heerlijkheid aan Werner van Binsfeld (overleden in 1557). In 1652 stierf de familie Binsfeld met Willem Arnold uit, waarna Johan Arnold van Wachtendonk de eerlijkheid erft.
Bertram, die regeerde van 1682 tot 1731. Vervolgens kwam diens dochter aan het bewind, Anna Catharina Elizabeth (1731-1735).
Anna werd opgevolgd door haar zoon Johan Hendrik van Bodden. De opvolging werd aangevochten door Herman Arnold van Wachtendonk, die door het rijkskamergerecht de heerlijkheid in 1755 kreeg toegewezen, waarna de macht moest worden overgedragen. Herman Arnold werd in 1768 opgevolgd door de zoon van zijn zuster: Lodewijk Antoon Joseph van Blanckart.
Willem Adolf Bertram van Wachtendonck, 1682-1731
Het is deze telg uit het roemrijke geslacht van de Wachtendoncks, die door zijn later aangevochten en zelfs onwettig verklaarde huwelijk tot ver na zijn dood voor heel wat deining zal zorgen. Hier zij over hem slechts vermeld, dat hij uit zijn huwelijk met zekere Maria Laarmans een dochter had: Anna Catharine Elizabeth. Deze wordt na de dood van Willem
Adolf Bertram in 1731 Vrouwe van Wijlre.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna  †1735   


Johann Wilhelm von Winkelhausen
Johann Wilhelm Freherr von Winkelhausen.

een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna  †1682   


Bonaventura van Wachtendonck
Jonker Bonaventura van Wachtendonck.

tr.
met

Anna van Groelst, dr. van Michiel van Groelst en Josine van Immerseel


Anna van Groelst
Anna van Groelst.

tr.
met

Jonker Bonaventura van Wachtendonck, zn. van Rombout van Wachtendonck en Aleyde de Cock van Beusecom


Michiel van Groelst
Michiel van Groelst.

tr.
met

Josine van Immerseel.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna     


Josine van Immerseel
Josine van Immerseel.

tr.
met

Michiel van Groelst.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna     


Barbara Catharina van Wachtendonck
Barbara Catharina van Wachtendonck,
, eerder dat jaar had ze per testament al haar goederen aan haar echtgenoot vermaakt.

tr. voor 1669, zij krijgen 7 kinderen
met

Jan Helman, geb. Den Haag in 1631, ovl. op 2 feb 1711, tr. (2) circa 1655 met Elisabeth Thérèse van der Wiele van de Werve, ovl. Brussel [België] op 30 nov 1656,
, dochter van heer Guillaume van der Wiele, de heer van Werve en Nieuwkerke, en van Elisabeth Poppe. Uit dit huwelijk geen kinderen


Jan Helman
Jan Helman, geb. Den Haag in 1631, ovl. op 2 feb 1711.

tr. (1) voor 1669, zij krijgen 7 kinderen
met

Barbara Catharina van Wachtendonck, dr. van Engelbrecht van Wachtendonck (burgemeester van Mechelen 1647-1661) en Catharina van Vlierden,
, eerder dat jaar had ze per testament al haar goederen aan haar echtgenoot vermaakt.

tr. (2) circa 1655
met

Elisabeth Thérèse van der Wiele van de Werve, ovl. Brussel [België] op 30 nov 1656,
, dochter van heer Guillaume van der Wiele, de heer van Werve en Nieuwkerke, en van Elisabeth Poppe


Elisabeth Thérèse van der Wiele van de Werve
Elisabeth Thérèse van der Wiele van de Werve, ovl. Brussel [België] op 30 nov 1656,
, dochter van heer Guillaume van der Wiele, de heer van Werve en Nieuwkerke, en van Elisabeth Poppe.

tr. circa 1655
met

Jan Helman, geb. Den Haag in 1631, ovl. op 2 feb 1711, tr. (1) met Barbara Catharina van Wachtendonck. Uit dit huwelijk geen kinderen


Johan Frederik van en tot Schaesberg
Johan Frederik baron van en tot Schaesberg, geb. op 2 dec 1598, ovl. in feb 1671,
, hij werd op 22-jarigen leeftijd, toen hij reeds als ambtman van Bruggen fungeerde, door den paltsgraaf Wolfgang Willem tot kamerheer en geheimraad benoemd (31 Aug. 1621), beleend met Schaesberg 28 Juni 1619. Hij huwde 19 Febr. 1623 te Brüggen, waar hij als ambtman verblijf hield, met Ferdinanda,
[p. 966]dochter van Arnold van Wachtendonck, raad van den keurvorst van Keulen en ambtman van Kempen, en van Anna Salome van Holthuysen, erfvrouwe van Krickenbeck. Hij werd beschreven ter bijwoning van de vergaderingen der Staten van het Overkwartier te Roermond, wegens het huis Broek te Wankum en het huis Kriekenbeek (Krickenbeck) te Hinsbeek (Hinsbeck) op 31 Mei 1625-1656. In 1631 werd hij als geheimraad van den paltsgraaf Willem Wolfgang naar het kerkspel Hückeswagen afgevaardigd, om daar een godsdienstigen opstand te bedwingen. 2 Dec. 1633 werd hij met de hoeve de Kaekert onder Schaesberg beleend. In 1635 kwam hij in het volle bezit van de heerlijkheid en het huis van Mertzenich (in het ambt Aldenhoven), waarmede hij reeds 18 Maart 1631 was beleend en waar hij in 1637 met zijn gemalin Ferdinanda de huldiging der onderdanen in ontvangst nam en den eed van trouw zwoer. In 1635 reeds trachtte de paltsgraaf Willem Wolfgang de landen Kerpen en Lommersum neutraal te maken en onderhandelde hierover (1632-44) met het spaansche gouvernement, om deze door het hertogdom Gulik ingesloten heerlijkheid door koop of pandschap in zijn bezit te brengen. Johan Frederik van Schaesberg kreeg van hem opdracht naar het leger van den stadhouder Frederik Hendrik, dat voor Maastricht lag, te reizen, om in dezen zin de onderhandelingen te voeren. Den 3. Oct. 1637 werd hij, door tusschenkomst van hertog Willem Wolfgang, door keizer Ferdinand III in den erfelijken vrijheeren- of baronnenstand verheven. Genoemde hertog stelde hem ook aan als president van de hertogelijke hofkamer te Düsseldorf en als drost van het ambt Dahlen. 1 Dec. 1644 werd hij landhofmeester van het hertogdom Gulik, terwijl de ridderschap van Gulik hem tot hun president benoemde. Het oude stamhuis Schaesberg liet hij geheel verbouwen en uitbreiden. De groote voorburcht en de gebouwen voor het landbouwbedrijf dateeren van 1650 zooals blijkt uit een gedenksteen met het volgende opschrift:
Joannes FreDer ICVs Me fIerI
IVsslt. PaX VtrIqVe. IpsIqVe ReqVIes.

tr. (1) Brüggen [Duitsland] op 19 feb 1623, uit hun huwelijk werden acht kinderen geboren, o.a.: Anna Salome (geb. 31 Maart 1626, overl. 11 Dec. 1677), huwde 19 Oct. 1652 met Godfried van Steinen tot Leerbach, heer van Scherven, raad van den vorst van Palts-Neuburg, raad, kamerheer, hofmeester, voormalig overste luitenant van het hertogelijke lijfregiment, ambtman te Misenlohe, (overl. te Düsseldorf in 1675); Frederik Arnold
met

Ferdinanda van Wachtendonck, dr. van Arnold van Wachtendonck zu Bruch (keurvorstelijk Keuls raads en ambtman te Kempen) en Anna Salomé van Holthusen (erfvrouwe van Krickenbeck), ovl. Walbeck [Duitsland] op 22 aug 1646.

tr. (2) Düsseldorf [Duitsland] op 9 mei 1662
met

Maria van Heimbach genaamd Hoen tot Loevenich, ovl. op 9 mei 1662.

tr. (3) op 10 jul 1663
met

Isabella Clara van Blankart vrijvrouw tot Altorff


Ferdinanda van Wachtendonck
Ferdinanda van Wachtendonck, ovl. Walbeck [Duitsland] op 22 aug 1646.

tr. Brüggen [Duitsland] op 19 feb 1623, uit hun huwelijk werden acht kinderen geboren, o.a.: Anna Salome (geb. 31 Maart 1626, overl. 11 Dec. 1677), huwde 19 Oct. 1652 met Godfried van Steinen tot Leerbach, heer van Scherven, raad van den vorst van Palts-Neuburg, raad, kamerheer, hofmeester, voormalig overste luitenant van het hertogelijke lijfregiment, ambtman te Misenlohe, (overl. te Düsseldorf in 1675); Frederik Arnold
met

Johan Frederik baron van en tot Schaesberg, zn. van Friedrich II von Schaesberg en Maria von Binsfeld, geb. op 2 dec 1598, ovl. in feb 1671,
, hij werd op 22-jarigen leeftijd, toen hij reeds als ambtman van Bruggen fungeerde, door den paltsgraaf Wolfgang Willem tot kamerheer en geheimraad benoemd (31 Aug. 1621), beleend met Schaesberg 28 Juni 1619. Hij huwde 19 Febr. 1623 te Brüggen, waar hij als ambtman verblijf hield, met Ferdinanda,
[p. 966]dochter van Arnold van Wachtendonck, raad van den keurvorst van Keulen en ambtman van Kempen, en van Anna Salome van Holthuysen, erfvrouwe van Krickenbeck. Hij werd beschreven ter bijwoning van de vergaderingen der Staten van het Overkwartier te Roermond, wegens het huis Broek te Wankum en het huis Kriekenbeek (Krickenbeck) te Hinsbeek (Hinsbeck) op 31 Mei 1625-1656. In 1631 werd hij als geheimraad van den paltsgraaf Willem Wolfgang naar het kerkspel Hückeswagen afgevaardigd, om daar een godsdienstigen opstand te bedwingen. 2 Dec. 1633 werd hij met de hoeve de Kaekert onder Schaesberg beleend. In 1635 kwam hij in het volle bezit van de heerlijkheid en het huis van Mertzenich (in het ambt Aldenhoven), waarmede hij reeds 18 Maart 1631 was beleend en waar hij in 1637 met zijn gemalin Ferdinanda de huldiging der onderdanen in ontvangst nam en den eed van trouw zwoer. In 1635 reeds trachtte de paltsgraaf Willem Wolfgang de landen Kerpen en Lommersum neutraal te maken en onderhandelde hierover (1632-44) met het spaansche gouvernement, om deze door het hertogdom Gulik ingesloten heerlijkheid door koop of pandschap in zijn bezit te brengen. Johan Frederik van Schaesberg kreeg van hem opdracht naar het leger van den stadhouder Frederik Hendrik, dat voor Maastricht lag, te reizen, om in dezen zin de onderhandelingen te voeren. Den 3. Oct. 1637 werd hij, door tusschenkomst van hertog Willem Wolfgang, door keizer Ferdinand III in den erfelijken vrijheeren- of baronnenstand verheven. Genoemde hertog stelde hem ook aan als president van de hertogelijke hofkamer te Düsseldorf en als drost van het ambt Dahlen. 1 Dec. 1644 werd hij landhofmeester van het hertogdom Gulik, terwijl de ridderschap van Gulik hem tot hun president benoemde. Het oude stamhuis Schaesberg liet hij geheel verbouwen en uitbreiden. De groote voorburcht en de gebouwen voor het landbouwbedrijf dateeren van 1650 zooals blijkt uit een gedenksteen met het volgende opschrift:
Joannes FreDer ICVs Me fIerI
IVsslt. PaX VtrIqVe. IpsIqVe ReqVIes, tr. (2) met Maria van Heimbach genaamd Hoen tot Loevenich. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (3) met Isabella Clara van Blankart vrijvrouw tot Altorff. Uit dit huwelijk geen kinderen


Maria van Heimbach genaamd Hoen tot Loevenich
Maria van Heimbach genaamd Hoen tot Loevenich, ovl. op 9 mei 1662.

tr. Düsseldorf [Duitsland] op 9 mei 1662
met

Johan Frederik baron van en tot Schaesberg, zn. van Friedrich II von Schaesberg en Maria von Binsfeld, geb. op 2 dec 1598, ovl. in feb 1671,
, hij werd op 22-jarigen leeftijd, toen hij reeds als ambtman van Bruggen fungeerde, door den paltsgraaf Wolfgang Willem tot kamerheer en geheimraad benoemd (31 Aug. 1621), beleend met Schaesberg 28 Juni 1619. Hij huwde 19 Febr. 1623 te Brüggen, waar hij als ambtman verblijf hield, met Ferdinanda,
[p. 966]dochter van Arnold van Wachtendonck, raad van den keurvorst van Keulen en ambtman van Kempen, en van Anna Salome van Holthuysen, erfvrouwe van Krickenbeck. Hij werd beschreven ter bijwoning van de vergaderingen der Staten van het Overkwartier te Roermond, wegens het huis Broek te Wankum en het huis Kriekenbeek (Krickenbeck) te Hinsbeek (Hinsbeck) op 31 Mei 1625-1656. In 1631 werd hij als geheimraad van den paltsgraaf Willem Wolfgang naar het kerkspel Hückeswagen afgevaardigd, om daar een godsdienstigen opstand te bedwingen. 2 Dec. 1633 werd hij met de hoeve de Kaekert onder Schaesberg beleend. In 1635 kwam hij in het volle bezit van de heerlijkheid en het huis van Mertzenich (in het ambt Aldenhoven), waarmede hij reeds 18 Maart 1631 was beleend en waar hij in 1637 met zijn gemalin Ferdinanda de huldiging der onderdanen in ontvangst nam en den eed van trouw zwoer. In 1635 reeds trachtte de paltsgraaf Willem Wolfgang de landen Kerpen en Lommersum neutraal te maken en onderhandelde hierover (1632-44) met het spaansche gouvernement, om deze door het hertogdom Gulik ingesloten heerlijkheid door koop of pandschap in zijn bezit te brengen. Johan Frederik van Schaesberg kreeg van hem opdracht naar het leger van den stadhouder Frederik Hendrik, dat voor Maastricht lag, te reizen, om in dezen zin de onderhandelingen te voeren. Den 3. Oct. 1637 werd hij, door tusschenkomst van hertog Willem Wolfgang, door keizer Ferdinand III in den erfelijken vrijheeren- of baronnenstand verheven. Genoemde hertog stelde hem ook aan als president van de hertogelijke hofkamer te Düsseldorf en als drost van het ambt Dahlen. 1 Dec. 1644 werd hij landhofmeester van het hertogdom Gulik, terwijl de ridderschap van Gulik hem tot hun president benoemde. Het oude stamhuis Schaesberg liet hij geheel verbouwen en uitbreiden. De groote voorburcht en de gebouwen voor het landbouwbedrijf dateeren van 1650 zooals blijkt uit een gedenksteen met het volgende opschrift:
Joannes FreDer ICVs Me fIerI
IVsslt. PaX VtrIqVe. IpsIqVe ReqVIes, tr. (1) met Ferdinanda van Wachtendonck, dr. van Arnold van Wachtendonck zu Bruch (keurvorstelijk Keuls raads en ambtman te Kempen) en Anna Salomé van Holthusen (erfvrouwe van Krickenbeck). Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (3) met Isabella Clara van Blankart vrijvrouw tot Altorff. Uit dit huwelijk geen kinderen


Isabella Clara van Blankart vrijvrouw tot Altorff
Isabella Clara van Blankart vrijvrouw tot Altorff.

tr. op 10 jul 1663
met

Johan Frederik baron van en tot Schaesberg, zn. van Friedrich II von Schaesberg en Maria von Binsfeld, geb. op 2 dec 1598, ovl. in feb 1671,
, hij werd op 22-jarigen leeftijd, toen hij reeds als ambtman van Bruggen fungeerde, door den paltsgraaf Wolfgang Willem tot kamerheer en geheimraad benoemd (31 Aug. 1621), beleend met Schaesberg 28 Juni 1619. Hij huwde 19 Febr. 1623 te Brüggen, waar hij als ambtman verblijf hield, met Ferdinanda,
[p. 966]dochter van Arnold van Wachtendonck, raad van den keurvorst van Keulen en ambtman van Kempen, en van Anna Salome van Holthuysen, erfvrouwe van Krickenbeck. Hij werd beschreven ter bijwoning van de vergaderingen der Staten van het Overkwartier te Roermond, wegens het huis Broek te Wankum en het huis Kriekenbeek (Krickenbeck) te Hinsbeek (Hinsbeck) op 31 Mei 1625-1656. In 1631 werd hij als geheimraad van den paltsgraaf Willem Wolfgang naar het kerkspel Hückeswagen afgevaardigd, om daar een godsdienstigen opstand te bedwingen. 2 Dec. 1633 werd hij met de hoeve de Kaekert onder Schaesberg beleend. In 1635 kwam hij in het volle bezit van de heerlijkheid en het huis van Mertzenich (in het ambt Aldenhoven), waarmede hij reeds 18 Maart 1631 was beleend en waar hij in 1637 met zijn gemalin Ferdinanda de huldiging der onderdanen in ontvangst nam en den eed van trouw zwoer. In 1635 reeds trachtte de paltsgraaf Willem Wolfgang de landen Kerpen en Lommersum neutraal te maken en onderhandelde hierover (1632-44) met het spaansche gouvernement, om deze door het hertogdom Gulik ingesloten heerlijkheid door koop of pandschap in zijn bezit te brengen. Johan Frederik van Schaesberg kreeg van hem opdracht naar het leger van den stadhouder Frederik Hendrik, dat voor Maastricht lag, te reizen, om in dezen zin de onderhandelingen te voeren. Den 3. Oct. 1637 werd hij, door tusschenkomst van hertog Willem Wolfgang, door keizer Ferdinand III in den erfelijken vrijheeren- of baronnenstand verheven. Genoemde hertog stelde hem ook aan als president van de hertogelijke hofkamer te Düsseldorf en als drost van het ambt Dahlen. 1 Dec. 1644 werd hij landhofmeester van het hertogdom Gulik, terwijl de ridderschap van Gulik hem tot hun president benoemde. Het oude stamhuis Schaesberg liet hij geheel verbouwen en uitbreiden. De groote voorburcht en de gebouwen voor het landbouwbedrijf dateeren van 1650 zooals blijkt uit een gedenksteen met het volgende opschrift:
Joannes FreDer ICVs Me fIerI
IVsslt. PaX VtrIqVe. IpsIqVe ReqVIes, tr. (1) met Ferdinanda van Wachtendonck. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (2) met Maria van Heimbach genaamd Hoen tot Loevenich. Uit dit huwelijk geen kinderen


Wolter van Wachtendonk
Wolter van Wachtendonk,
, Wolter van Wachtendonk Godfriedzoon en zijn broer Sweder
van Vachtendonk, gevangene te Kempen, zweren oorvede jegens de aartsbisschop van Keulen. Medezegelaar o.a. Hendrik van Wachtendonk. Regesten EB Koln IX p 236.