Genealogische website van Cees Hagenbeek
Fernando I de León Castilla de León y Galicia Emperador de España
Don Fernando I Rey de León Castilla de León y Galicia Emperador de España, ovl. Leon [Spanje] op 27 dec 1065,
, el Magno, 1033/1035 Rey de Castilla, 22.6.1037/1038 Rey de Leon. erhielt bei dessen Tode 1035 die Grafschaft Kastilien. Durch seinen Schwager, König Bermudo von Leon, angegriffen, schlug er diesen am Carrion 1037, bemächtigte sich hierauf des Königreichs Leon nebst Asturien und Galicien und gründete aus allen diesen Provinzen das Königreich Kastilien. Hier und in Leon that er viel zur Ordnung der Zustände, besonders durch Sammlung der alten Rechte und Satzungen und durch Hebung der Wehrkraft des Landes. Seinen Bruder Garcia IV, König von Navarra, der, auf Ferdinands Macht neidisch, mit maurischen Hilfsvölkern 1054 in Kastilien einbrach, schlug er 1. Sept. bei Atapuerta unweit Burgos in einer Schlacht, die Garcia das Leben kostete, und verleibte den rechts vom Ebro liegenden Teil Navarras seinem Reiche ein. Seit 1058 unternahm er eine Reihe glücklicher Feldzüge gegen die Mauren, denen er die Festungen Cea, Viseo, Lamego und Coimbra entriss. Vor seinem Tode teilte er seine Staaten unter seine drei Söhne so, dass Sancho Kastilien, Alfons Leon und Asturien, Garcia Galicien und Portugal erhalten sollten. Nach einem abermaligen Zuge gegen die Mauren starb er.

tr.
met

Dona Sancha Infanta Y Reina de León de Oviedo y de Galicia, dr. van Don Alfonso V de Bermudez Rey de León, ovl. tussen 7 nov 1067 en 13 dec 1067 ,
, Erbin von Leon, 1037 Reina, 22.6.1037 coronado.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Alfonso VI*1036  †1109  73


Sancha Infanta Y de León de Oviedo y de Galicia
Dona Sancha Infanta Y Reina de León de Oviedo y de Galicia, ovl. tussen 7 nov 1067 en 13 dec 1067 ,
, Erbin von Leon, 1037 Reina, 22.6.1037 coronado.

tr.
met

Don Fernando I Rey de León Castilla de León y Galicia Emperador de España, ovl. Leon [Spanje] op 27 dec 1065,
, el Magno, 1033/1035 Rey de Castilla, 22.6.1037/1038 Rey de Leon. erhielt bei dessen Tode 1035 die Grafschaft Kastilien. Durch seinen Schwager, König Bermudo von Leon, angegriffen, schlug er diesen am Carrion 1037, bemächtigte sich hierauf des Königreichs Leon nebst Asturien und Galicien und gründete aus allen diesen Provinzen das Königreich Kastilien. Hier und in Leon that er viel zur Ordnung der Zustände, besonders durch Sammlung der alten Rechte und Satzungen und durch Hebung der Wehrkraft des Landes. Seinen Bruder Garcia IV, König von Navarra, der, auf Ferdinands Macht neidisch, mit maurischen Hilfsvölkern 1054 in Kastilien einbrach, schlug er 1. Sept. bei Atapuerta unweit Burgos in einer Schlacht, die Garcia das Leben kostete, und verleibte den rechts vom Ebro liegenden Teil Navarras seinem Reiche ein. Seit 1058 unternahm er eine Reihe glücklicher Feldzüge gegen die Mauren, denen er die Festungen Cea, Viseo, Lamego und Coimbra entriss. Vor seinem Tode teilte er seine Staaten unter seine drei Söhne so, dass Sancho Kastilien, Alfons Leon und Asturien, Garcia Galicien und Portugal erhalten sollten. Nach einem abermaligen Zuge gegen die Mauren starb er.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Alfonso VI*1036  †1109  73


Alfonso V de Bermudez Rey de León
Don Alfonso V de Bermudez Rey de León, geb. in 996, ovl. op 5 mei 1028,
, el Noble, 999 Rey de Léon, Galicia y Oviedo.

een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sancha  †1067   


Bermudo II Ordonez Rey de León
Don Bermudo II Ordonez Rey de León, ovl. in 999,
, el Gotoso, Rey de Léon, Oviedo i Galicia, madre: Elvira Gonzalez? Guntroda?

tr. (1)
met

Doña Elvira García, dr. van Don García Fernández Conde de Castilla en Abba ? , ovl. in dec 1017.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Alfonso V*996  †1028  32

tr. (2)
met

Velasquita Ramirez.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cristina     


Elvira García
Doña Elvira García, ovl. in dec 1017.

tr.
met

Don Bermudo II Ordonez Rey de León, zn. van Ordono III Ramírez Rey de León en Doña Urraca Fernández, ovl. in 999,
, el Gotoso, Rey de Léon, Oviedo i Galicia, madre: Elvira Gonzalez? Guntroda?, tr. (2) met Velasquita Ramirez. Uit dit huwelijk een dochter.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Alfonso V*996  †1028  32


Ordono III Ramírez Rey de León
Ordono III Ramírez Rey de León, ovl. in aug 956.

tr.
met

Doña Urraca Fernández, dr. van Don Fernán González Conde soberano de Castilla en Infanta Dona Sancha Sanchez Condesa Soberana de Castilla, tr. (1) met haar neef Don Sancho II Garces Rey de Navarra y de Pamplona. Uit dit huwelijk een zoon.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bermudo II  †999   


Wladislaw II van Polen
Wladislaw II van Polen, geb. in 1105, ovl. tussen 30 mei 1159 en 2 jun 1159 ,
, Wygnaniec, aus Polen vertrieben, 1139 Herzog v. Schlesien (Ksiaz Krakowski), 1142/1146 abgesetzt.

tr.
met

Agnes van Oostenrijk, dr. van Leopold III van Oostenrijk von Boll en Agnes van Waiblingen der Salier, geb. voor 1113, ovl. op 25 jan 1157,
, begraben in Pforta, +(24./25).1.[1160,1163]?

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Richza*1135 Krakau [Poland] †1185 Everstein [Duitsland] 50


Agnes van Oostenrijk
Agnes van Oostenrijk, geb. voor 1113, ovl. op 25 jan 1157,
, begraben in Pforta, +(24./25).1.[1160,1163]?

tr.
met

Wladislaw II van Polen, zn. van Boleslaw III van Polen en Sbyslawa Swjatopolkowna Nowgorodskaja?, geb. in 1105, ovl. tussen 30 mei 1159 en 2 jun 1159 ,
, Wygnaniec, aus Polen vertrieben, 1139 Herzog v. Schlesien (Ksiaz Krakowski), 1142/1146 abgesetzt.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Richza*1135 Krakau [Poland] †1185 Everstein [Duitsland] 50


Sbyslawa Swjatopolkowna Nowgorodskaja?
Sbyslawa Swjatopolkowna Nowgorodskaja?, geb. tussen 1085 en 1090, ovl. voor 1114,
, bei Schwennicke aus Konkubinat.

tr.
met

Boleslaw III van Polen (Krol Polski), zn. van Wladyslaw I Herman van Polen en Judith van Bohemen, geb. op 20 aug 1086, ovl. op 28 okt 1138,
, Krzywousty, 1102 ksiaze polski, Krol?, Herr von Breslau, Krakau und Sentomir, führte wiederholt Kriege gegen die Pommern, welche er grösstenteils zur Unterwerfung und zur Annahme des durch Otto von Bamberg eingeführten Christentums zwang, schlug 1109 einen Angriff Kaiser Heinrichs V. zurück, unterwarf sich aber demselben 1110 und huldigte 1134 dem Kaiser Lothar. Als sein Bruder der Zbygniew sich wiederholt gegen ihn empörte, liess er ihn 1111 ermorden. Die Einheit des Reiches suchte er durch ein Senioratsgesetz zu sichern, tr. (1) met Salome von Berg-Schelklingen. Uit dit huwelijk 2 kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wladislaw II*1105  †1159  54


Otto II van Buren
Otto II van Buren, vermeld 1263-1313,
, De nieuwe heer in 1263, Otto, wordt dan uitdrukkelijk 'nobilis vir' en 'dominus (= heer) de Buren' genoemd. Ridder was hij in januari 1281 zeker nog niet, te oordelen naar een verklaring van de elect Jan van Nassau, en ook nog niet op 22 september 1287, maar in ieder geval wèl op 22 januari 1288 als hij zelf optreedt. Heer van Buren is hij nog op 12 maart 1300, op 3 mei 1313 is dat zijn zoon Alardus, die dan met zijn vaders toestemming twee hoeven te Tricht aan Mariënweerd verkoopt.
In de tussenliggende tijd komt hij zeer veel voor en niet altijd in rust. Vanaf 1287 procedeerde Otto met het kapittel van St. Pieter over de eigendom van tienden te Buurmalsen, waarover pas in 1315 een compromis gesloten werd, én tevens met de abdij Mariënweerd over tienden te Trichterveld en Beesd. Ernstiger waren de problemen met de graven van Gelre en Holland. Van de eerste is hij in 1281 nog borg bij een lombard, maar op 17 april 1298 erkennen Otto en zijn zoon Alard hun kasteel te Buren te hebben verbeurd aan graaf Reinald wegens door hen aangerichte schade, en het nu als leen te hebben terug ontvangen om er een 'open huis' voor de graaf van te maken. Zijn zoon Alard van wie de problemen vermoedelijk uitgingen, laat op 17 juni 1297 aan graaf Jan van Holland de uitspraak over inzake van hem te vorderen boeten en breuken. Eveneens op 17 april 1298 was heer Otto borg voor heer Arnt van Arkel, die dan als voogd optreedt van de dochter van wijlen heer Otto van Zoelen bij diens belening door graaf Reinald met het huis te Zoelen. Was hij een gewezen bondgenoot?

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Allard III*1240  †1315  75


Allard II van Buren
Allard II van Buren, ridder, nobilis vir 1253-1259, vermeld 1248-1262,
, Van de acht in 1248 genoemde broeders hebben alleen Alard, Hubert, Otto (alléén in 1249) en Steven meerdere sporen nagelaten. Van een door Alard in 1262 veroorkonde ruiling van land te Erichem met de abdij van Oostbroek waren Wilhelmus en Wenemarus getuige. En als bloedverwant van Steven van Beusinchem, deken en proost van St. Pieter, treedt in 1278 een Wenemarus van Redichem op. Deze verklaart dan met de vorige abt van Mariënweerd, d.w.z. vóór 1272, drie weren in 'Ascherweert' te hebben geruild tegen even zovele in 'Solemunderbroec', en hij laat dat bezegelen door zijn oom (avunculus) de proost en zijn neef (cognatus) Hubertus Schenck de Redinchem (lees: van Beusinchem). Deze Wenemarus behoorde dus tot een volgende generatie, maar of hij een van Buren was en zo ja, wiens zoon, valt bij gebrek aan nadere gegevens niet meer uit te maken.
Hubert en Steven en hun nakroost besprokenna eerst hun oudste broeder Alard en zijn nakomelingen te hebben behandeld. Deze Alard verschijnt als heer van Buren tot 30 april 1262. In 1263 nam een Otto van Buren zijn plaats in. Van graaf Otto van Gelre, wiens getuige hij ook in 1253 is, wordt Alard op 5 mei 1258 'fidelis noster' genoemd. Met een of meer van zijn broeders was hij in 1249 getuige van de Domproost, in 1255 van heer Hendrik van der Leek als deze goederen van St. Marie in erfpacht neemt, in 1262 bij het huwelijkscontract van een dochter van Sweder van Beusinchem (van Vianen) en bij zijn laatste optreden beoorkondt hij - tezamen met zijn broeders Wilhelmus en Wenemarus - de boven vermelde ruiling met Oostbroek.

2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Otto II     
Arnold     


Arnold van Buren
Arnold van Buren.


Alard I van Buren
Alard I van Buren, vermeld 1220-1243,
, De Burens waren echter niet eenkennig op standsgebied. Na Otto komt in de jaren 1210 tot vermoedelijk 1243 een Alardus de Buren, 'nobilis vir' voor, doorgaans in relatie tot de abdij van Mariënweerd en/of de bisschop van Utrecht Otto (II) van Lippe. Naar hem verwijst wel de schenking van 12 maart 1248, van het collatierecht van de kerk van Ingen aan het Johannieter hospitaal te Utrecht door zijn zoon Alardus heer van Buren, met instemming van diens broeders Hubertus en Otto, ridders, Stephanus, Wilhelmus, Wenemarus, Gerardus en Henricus, knapen, met hun oom Stephanus Pincerna (van Beusinchem) en diens zonen Hubert en Sweder, voor het gezamenlijke zieleheil hunner overleden ouders en van hemzelf, zijn vrouw en kinderen. De moeder van deze Alard blijkt dus een van Beusinchem te zijn geweest, uit een geslacht van bisschoppelijke ministerialen. Of deze ministerialen alle ook inderdaad uit de 'laten' (=grondhorigen) of zelfs slaven omhoog gekomen waren, zoals vroeger heersende leer was, betwijfel ik. In de in abdij-archieven bewaard gebleven "chartae", waarbij het wastijnzig worden van doorgaans weduwen met of zonder wezen wordt geboekstaafd, vallen naast de vele vrouwen van "libera (=vrije) conditio" degenen op, wier stand als 'nobilis' wordt aangeduid. Aan het einde der dertiende eeuw, als het standsonderscheid door de opkomst van de ridderschap inmiddels naar het al dan niet ridderboortig zijn is verschoven, treft het grote aantal overgangen in de stand der ministerialen (dienst-mannen) - met name als borgman - door jongere zonen uit vrije edele geslachten. In dit geval houd ik het niet voor onmogelijk dat vroegere bisschoppen van hun overmacht gebruik hebben gemaakt om potentieel gevaarlijke potentaatjes te onderwerpen en tot hun dienstmannen te maken, zodat tenslotte binnen afzienbare afstand van Utrecht alleen in het rivierengebied nog enkele edelen (van der Leek, van der Leede/Arkel, van Buren en van Kuyck) waren overgebleven, min of meer op de wip tussen de naburige landsheerlijkheden.

tr.
met

Nn Hubrechtsdr van Bosinchem, dr. van Hubert van Bosinchem,
, De moeder van Alard II blijkt dus een van Beusinchem te zijn geweest, uit een geslacht van bisschoppelijke ministerialen. Of deze ministerialen alle ook inderdaad uit de 'laten' (=grondhorigen) of zelfs slaven omhoog gekomen waren, zoals vroeger heersende leer was, betwijfel ik. In de in abdij-archieven bewaard gebleven "chartae", waarbij het wastijnzig worden van doorgaans weduwen met of zonder wezen wordt geboekstaafd, vallen naast de vele vrouwen van "libera (=vrije) conditio" degenen op, wier stand als 'nobilis' wordt aangeduid. Aan het einde der dertiende eeuw, als het standsonderscheid door de opkomst van de ridderschap inmiddels naar het al dan niet ridderboortig zijn is verschoven, treft het grote aantal overgangen in de stand der ministerialen (dienst-mannen) - met name als borgman - door jongere zonen uit vrije edele geslachten. In dit geval houd ik het niet voor onmogelijk dat vroegere bisschoppen van hun overmacht gebruik hebben gemaakt om potentieel gevaarlijke potentaatjes te onderwerpen en tot hun dienstmannen te maken, zodat tenslotte binnen afzienbare afstand van Utrecht alleen in het rivierengebied nog enkele edelen (van der Leek, van der Leede/Arkel, van Buren en van Kuyck) waren overgebleven, min of meer op de wip tussen de naburige landsheerlijkheden.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Allard II     


Nn Hubrechtsdr van Bosinchem
Nn Hubrechtsdr van Bosinchem,
, De moeder van Alard II blijkt dus een van Beusinchem te zijn geweest, uit een geslacht van bisschoppelijke ministerialen. Of deze ministerialen alle ook inderdaad uit de 'laten' (=grondhorigen) of zelfs slaven omhoog gekomen waren, zoals vroeger heersende leer was, betwijfel ik. In de in abdij-archieven bewaard gebleven "chartae", waarbij het wastijnzig worden van doorgaans weduwen met of zonder wezen wordt geboekstaafd, vallen naast de vele vrouwen van "libera (=vrije) conditio" degenen op, wier stand als 'nobilis' wordt aangeduid. Aan het einde der dertiende eeuw, als het standsonderscheid door de opkomst van de ridderschap inmiddels naar het al dan niet ridderboortig zijn is verschoven, treft het grote aantal overgangen in de stand der ministerialen (dienst-mannen) - met name als borgman - door jongere zonen uit vrije edele geslachten. In dit geval houd ik het niet voor onmogelijk dat vroegere bisschoppen van hun overmacht gebruik hebben gemaakt om potentieel gevaarlijke potentaatjes te onderwerpen en tot hun dienstmannen te maken, zodat tenslotte binnen afzienbare afstand van Utrecht alleen in het rivierengebied nog enkele edelen (van der Leek, van der Leede/Arkel, van Buren en van Kuyck) waren overgebleven, min of meer op de wip tussen de naburige landsheerlijkheden.

tr.
met

Alard I van Buren, zn. van Otto I van Buren, vermeld 1220-1243,
, De Burens waren echter niet eenkennig op standsgebied. Na Otto komt in de jaren 1210 tot vermoedelijk 1243 een Alardus de Buren, 'nobilis vir' voor, doorgaans in relatie tot de abdij van Mariënweerd en/of de bisschop van Utrecht Otto (II) van Lippe. Naar hem verwijst wel de schenking van 12 maart 1248, van het collatierecht van de kerk van Ingen aan het Johannieter hospitaal te Utrecht door zijn zoon Alardus heer van Buren, met instemming van diens broeders Hubertus en Otto, ridders, Stephanus, Wilhelmus, Wenemarus, Gerardus en Henricus, knapen, met hun oom Stephanus Pincerna (van Beusinchem) en diens zonen Hubert en Sweder, voor het gezamenlijke zieleheil hunner overleden ouders en van hemzelf, zijn vrouw en kinderen. De moeder van deze Alard blijkt dus een van Beusinchem te zijn geweest, uit een geslacht van bisschoppelijke ministerialen. Of deze ministerialen alle ook inderdaad uit de 'laten' (=grondhorigen) of zelfs slaven omhoog gekomen waren, zoals vroeger heersende leer was, betwijfel ik. In de in abdij-archieven bewaard gebleven "chartae", waarbij het wastijnzig worden van doorgaans weduwen met of zonder wezen wordt geboekstaafd, vallen naast de vele vrouwen van "libera (=vrije) conditio" degenen op, wier stand als 'nobilis' wordt aangeduid. Aan het einde der dertiende eeuw, als het standsonderscheid door de opkomst van de ridderschap inmiddels naar het al dan niet ridderboortig zijn is verschoven, treft het grote aantal overgangen in de stand der ministerialen (dienst-mannen) - met name als borgman - door jongere zonen uit vrije edele geslachten. In dit geval houd ik het niet voor onmogelijk dat vroegere bisschoppen van hun overmacht gebruik hebben gemaakt om potentieel gevaarlijke potentaatjes te onderwerpen en tot hun dienstmannen te maken, zodat tenslotte binnen afzienbare afstand van Utrecht alleen in het rivierengebied nog enkele edelen (van der Leek, van der Leede/Arkel, van Buren en van Kuyck) waren overgebleven, min of meer op de wip tussen de naburige landsheerlijkheden.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Allard II     


Eberhard III van Eberstein
Eberhard III Graf van Eberstein, geb. voor 1181, graaf in 1195, ovl. voor 1219.

tr.
met

Kunigunde van Istrië, dr. van Berthold II/V Markgraaf van Andechs (markgraaf Istrië) en Hedwig van Wittelsbach, ovl. circa 10 feb 1207.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Agnes*1221  †1251  30


Kunigunde van Istrië
Kunigunde van Istrië, ovl. circa 10 feb 1207.

tr.
met

Eberhard III Graf van Eberstein, geb. voor 1181, graaf in 1195, ovl. voor 1219.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Agnes*1221  †1251  30


Luitgard van Denemarken
Luitgard van Denemarken.

tr.
met

Berthold II/V Markgraaf van Andechs, zn. van Berthold I/IV Graf von Diessen Stein Plassenburg und Andechs (graaf van Andechs) en Sophia van Istrië, geb. voor 1125, markgraaf Istrië, ovl. op 14 dec 1188, begr. Diessen, tr. (1) met Hedwig van Wittelsbach. Uit dit huwelijk 2 kinderen


Dietrich von Kempenich
Dietrich von Kempenich, geb. voor 1158, ovl. na 1181.

tr.
met

Jutta von Müllenark, dr. van Gerhard von Müllenark.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hedwig     


Jutta von Müllenark
Jutta von Müllenark.

tr.
met

Dietrich von Kempenich, zn. van Sigenus von Kempenich, geb. voor 1158, ovl. na 1181.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hedwig     


Gerhard von Müllenark
Gerhard von Müllenark, geb. voor 1129, ovl. na 1145.

een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jutta