GensDataPro persoonskaarten 2820-2839
Herman II van Cavelage-Ravensberg

Herman II van Cavelage-Ravensberg, Graf von Calvelage, ovl. vanaf 1082.

tr. (1) na 1070
met

Ethelinde van Nordheim, von Northeim, dr. van Otto II Graf von Northeim Herzog von Baiern (hertog van Beieren, graaf in Rittegau) en Richenza von Schwaben, ovl. na 1071, tr. (2) met Welf IV hertog van Beieren, (Welf IV tr. (1) met Judith van Vlaanderen.).
Dochter van Konrad II von Werl-Arnsberg en Mechtild von Northeim.

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Otto  †1170   
Hedwig  †1168   


Ethelinde van Nordheim

Ethelinde van Nordheim, von Northeim, ovl. na 1071.

tr. (1) na 1070
met

Herman II van Cavelage-Ravensberg, zn. van Herman I van Cavelage en (mog.) Judith van Zutphen, Graf von Calvelage, ovl. vanaf 1082,
Dochter van Konrad II von Werl-Arnsberg en Mechtild von Northeim.

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Otto  †1170   
Hedwig  †1168   

tr.(2), (gesch. in 1071)
met

Welf IV hertog van Beieren, zn. van Alberto Azzo II d' Este Markgraf in Ligurien Graf v. Luni en Kunigunde (Cuniza) von Altdorf, geb. tussen 1030 en 1040, hertog van Beieren 1096-1077, ovl. (hoogstens 71 jaar oud) te Paphos [Cyprus] op 9 nov 1101, tr. (1) met Judith van Vlaanderen


Hedwig van Ravensberg

Hedwig van Ravensberg, erfdochter van Dalen, ovl. na 1168.

relatie
met

Gerard I graaf van Dalen van Henegouwen, zn. van Boudewijn III graaf van Henegouwen (graaf van Henegouwen) en Jolante van Gelre (regentes Henegouwen 1120-1125), geb. in 1110, leenman, bisschop Utrecht graaf van Dale en heer van Dodewaard, ovl. (ongeveer 56 jaar oud) in 1166.

Uit deze relatie:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik  †1217 Markelo  


Berengaria de Navarra

Berengaria de Navarra, geb. circa 1175, ovl. (ongeveer 55 jaar oud) in 1230.

tr. (resp. ongeveer 16 en ongeveer 33 jaar oud) te Cypres in 1191
met

Richard Leeuwenhart, zn. van Hendrik II 'Curlmantle' Plantagenet (koning van Engeland 1154-1189) en Eleonore hertogin Aquitanië-Poitou (koningin van Frankrijk en Engeland), geb. te Oxford Beaumont Palace op 9 aug 1157, koning van Engeland 1189-1199, ovl. (41 jaar oud) te Chalus [Frankrijk] op 6 apr 1199,
In het omsloten het kamp dat op de vlakte buiten de muren van Acre opgeslagen was, aan de kust van Palestina, had een Europees leger een tweede winter moeten doorstaan waarin honger en gebrek heersten en 'de regen onophoudelijk viel'. Nu speurden de strijders de horizon af naar zeilen van bevriende schepen. Zij waren kruisvaarders en velen van hen hadden het Christelijke Koninkrijk Jeruzalem nog meegemaakt. De weergaloze Saracenen -aanvoerder Saladin had Egypte, Damascus en Aleppo tegen hen verenigd. Hij liep hun koninkrijk onder de voet en veroverde de Heilige Stad. Toen de christenen in augustus 1189 de uiterst belangrijke haven van Acre hadden geprobeerd te heroveren, had Saladin zijn troepen verspreid over de er achtergelegen heuvels opgesteld, zodat de belegeraars aan de voet van de stadsmuren klem zaten. Bij dit alles kwam nog dat verpletterend nieuws het kamp der kruisvaarders bereikt had. Frederik Barbarossa, Heilig Rooms Keizer, was in een rivier in Silicië verdronken, toen hij door Klein-Azië trok om hen te hulp te komen. Slechts een gedeelte van zijn leger wist zuidwaarts Acre te bereiken. In de lente van 1191 kwamen echter nieuwe troepen aan onder leiding van Filips II van Frankrijk, die een kroniekschrijver Filips Augustus zou noemen. Hoewel hij nog maar 25 jaar oud was, had hij reeds tien jaar over Frankrijk geregeerd. Hij was koel en sluw, had ruig haar en was aan één oog blind; hij liet zich door niemand iets wijs maken en had maar weinig vrienden . Tenslotte vertoonden zich in juni Engelse galeien, die manschappen aan land brachten. Hun koning was 33 jaar en in de kracht van zijn leven. Hij was langen knap, kende geen vrees en was onvermoeibaar, hij was driftig maar tevens grootmoedig van aard.- een leider met wie de manschappen zich konden verstaan. Zijn troubadours noemden hem al Richard Cocur de Lion - Richard Leeuwenhart. De ridders van Europa waren al een eeuw bezield door de Kruistochten. Deze leidden de aandacht af van de onophoudelijke onderlinge strijd en richtten deze op meer gewijde doelstellingen. Krijgslieden zochten hun heil door wraak te nemen op de ongelovigen die de volgelingen van Christus vervolgd en de Heilige Stad onteerd hadden. Nieuwe deugden zoals opofferingsgezindheid en toewijding deden hun intrede in een ruwe maatschappij in de vorm van een adellijke plicht, die ridderlijkheid genoemd werd. Het zonder meer tot ridder geslagen worden door een leenheer maakte plaats voor een ritueel reinigingsbad, een nachtwake in een kerk, het aantrekken van een wit linnen kleed en een scharlaken mantel, en het afleggen van de eed dat het zwaard ten bate van Christus gebruikt zou worden. Niemand verpersoonlijkte beter het ridderideaal van het ondernemen van waagstukken in dienst van het Kruis dan Richard Leeuwenhart. Hij was in Engeland, te Oxford geboren, maar opgegroeid in Aquitanië, een uitgestrekte landstreek in zuidwest Frankrijk tussen de Loire en de Pyreneeën. Hij sprak geen Engels maar de taal van de chevalerie en het Chanson de Roland. Hij voelde zich in zijn hart minder thuis in het kille en mistige noorden dan in een zuidelijk, zonnig en romantisch land, waar het leven nu eens onstuimig, dan weer loom was, en waar de mensen, zoals een Engels kroniekschrijver opmerkte,'wanneer zij besloten om de trots van hun vijanden te bedwingen, dit in volle ernst deden; en wanneer de beproevingen van de strijd achter de rug waren. zich geheel aan hun geneugten.overgaven'. Het landschap in Aquitanië gaat van de landes (zandvlakten) aan de kust en de rijke wijngaarden rond Bordeaux over in de heuvels van Limousin. Eikenbossen riemen in de herfst een roodbruine kleur aan en weerspiegelen zich in vele rivieren. De streek telt vele kerken - in het oosten de koepels van Périgueux en Angouléme en de vlakke, wijde gewelven over de brede kerken zonder beuken van Poitou, waar iedere nis in de voorgevel gevuld is met romaans beeldhouwwerk. De landstreek telt ook vele kastelen - door Hendrik II gebouwde torens en muren zijn nog te zien in Niort, Loches en Chinon. Richard had in zijn jeugd vele mogelijkheden om aan de bouwwerken van zijn vader zijn levenslange belangstelling voor vestingen te ontlenen. Maar zijn moeder heeft in zijn levensloop de grootste invloed op hem gehad. Eleanora, hertogin van Aquitanië en zowel koningin van Engeland als Frankrijk, werd meer dan tachtig jaar en bleef tot aan haar dood één van de centrale persoonlijkheden van haar tijd. Haar voorliefde, en die van Richard, voor de liederen der troubadours had zij van haar grootvader geërfd, een kruisvaarder die legendarisch werd door zijn onstuimigheid, zijn vele maîtresses en zijn gedichten, die rondtrekkende jongleurs op ridderfeesten zongen. Cynisch, liederlijk en oneerbiedig als hij was, schreef hij liederen over de krijg, hoerenlopen en soms ook over de ijdelheid des levens: Ik ken het gesternte waaronder ik geboren ben niet, Ik die noch vrolijk, noch droevig ben De een of andere geest maakte mij tot wat ik ben Eens 's nachts op een bergtop. Eleanora droeg op haar eigen manier bij tot de beschaving van haar tijd. Terwijl zij Richards leidsvrouw was te Poitiers, verzamelde zij een groep jonge mensen om zich heen, die allen vol geestdrift waren voor de nieuwe dichtkunst en de nieuwe vrijheid van spreken. Haar 'Liefdeshoven' kwamen bijeen in de grote zaal van het kasteel, waarvan nog één muur overeind staat en waar de herinnering aan Eleanora levend blijft. Haar oudste kind Maria, 'de levenslustige en vrolijke gravin' ván Champagne, zat soms voor. De hoofsheid van de Liefdeshoven verleende vrouwen een nieuwe status en bracht enige elegance in de stijve gewoonten van die tijd. Dames werden nu het onderwerp van gedichten en zaten hoofse debatten voor - evenzo zaten zij ook toernooien voor, wat ook een middel was om de hartstocht voor oorlog om te buigen van een strijd tot de dood naar een wedstrijd. Op zekere dag was het onderwerp van gesprek aan het 'hof' of liefde in een huwelijk kon overleven en men was van oordeel dat dit niet zo was. Feodale huwelijken lieten er inderdaad weinig ruimte voor. Troubadours zongen van liefde voor dames, die reeds gehuwd waren of 'reeds beloofd waren aan anderen, wat vaak al in hun jeugd gebeurd was. Gewoonlijk was het onmogelijk onwettige relaties met deze dames aan te gaan. Daar ook landbezit ermee gemoeid was, werden adellijke vrouwen zorgvuldig in de gaten gehouden. Zeker is dat liefde nauwelijks een rol speelde toen Eleanora op haar vijftiende voor de eerste keer in het huwelijk trad. Na de dood van haar vader die stierf tijdens een pelgrimstochtnaar Compostela had Eleanora Aquitanië geërfd. Drie maanden later had Lodewijk, de erfgenaam van de Franse troon, zich in het gezelschap van een indrukwekkend aantal ridders naar het zuiden gespoed om dit uiterst belangrijke leen voor het Capetingische rijk veilig te stellen. Hij trad met de erfgename van dit gebied in het huwelijk in de kathedraal van St. Andreas in Bordeaux. Nog voor het paar Parijs had bereikt, stierf de oude koning, en was koning Lodewijk VII Eleanora's echtgenoot. Het was onvermijdelijk dat er spanningen zouden ontstaan tussen het beeldschone, levendige meisje en haar echtgenoot, die in een klooster was opgevoed en die zij 'meer een monnik dan een koning' noemde. Boze tongen beweerden zelfs dat zij een verhouding had met haar oom, Raymond van Poitiers, vorst van Antiochië, toen zij in 1147 Lodewijk op de Tweede Kruistocht vergezelde. Omdat hij ontevreden was over het feit dat Eleanora hem twee dochters in plaats van de door hem gewenste zoon had geschonken, stemde Lodewijk uiteindelijk toe in een nietigverklaring van hun huwelijk op grond van de van pas komende reden van een te nauwe bloedverwantschap. Nog geen twee maanden later deed Eleanora de feodale wereld versteld staan door met Hendrik van Anjou te trouwen, die zo'n tien jaar jonger was; deze energieke, wilskrachtige hertog van Normandië was eveneens erfgenaam van de Engelse kroon. Bij hun huwelijk bracht zij Aquitanië in en aldus werd het rijk der Anjou's, dat Engeland en het grootste gedeelte van Frankrijk omvatte, gegrondvest. En om Lodewijks ergernis nog groter te maken, schonk Eleanora Hendrik II vijf zonen en drie dochters. Hun derde kind, Richard, werd op 8 september 1157 geboren. Hun oudste zoon Willem stierf op jonge leeftijd. De tweede zoon, Hendrik, werd tot' zijn vaders opvolger aangewezen. Richard werd voorbestemd om in het moederlijke erfdeel Aquitanië op te volgen; Godfried kreeg Bretagne en Jan kreeg de bijnaam 'Zonder Land', omdat er voor hem niets overgebleven was. Toen hij nog geen twaalf was kwam Richard als leenman Lodewijk van Frankrijk eer bewijzen voor het graafschap Poitou en het hertogdom Aquitanië. Hoewel zij fel gebeten waren op hun onafhankelijkheid vielen de domeinen van de Anjou's toch nog onder het leenheerschap van de Franse kroon. Drie jaar later werd Richard, met de gewijde lans en banier in de hand, in de kerk van St. Hilarius te Poitiers geïnstalleerd als hertog van Aquitanië. Dit is een van de meest nobele romaanse kerken van Frankrijk en kijkt tegenwoordig triest uit op spoorwegloodsen en bushaltes. Aquitanië kwam in verzet toen Hendrik van Anjou de teugels in handen nam en het op zijn gebruikelijke strenge en ordelijke manier probeerde te besturen. Zelfs Eleanora ontkwam maar net aan enkele aanslagen. De jonge ridder Willem Marshal, die haar eens te voet en in zijn eentje tegen 60 vijanden verdedigde,' 'vocht als een door honden aangevallen wild zwijn'. Hij werd gewond en gevangen genomen. Eleanora betaalde zijn losgeld en beloonde hem vorstelijk. In zo'n gewelddadige omgeving groeide Richard op tot man. Op eenentwintigjarige leeftijd vestigde hij zijn reputatie dooi het strategisch inzicht en het elan dat hij bij de inname van Taillebourg aan de dag legde. Toen de verdedigers een uitval naar hem deden, daartoe verlokt door de plundering van hun landerijen, dreef Richard hen in verwarring door de poort de stad weer in, die hij vervolgens afbrandde. Binnen twee dagen gaf de citadel op de erboven gelegen klip zich over. Een kroniekschrijver tekende aan dat 'nimmer tevoren een vijandige macht zelfs ook maar een blik op het kasteel had kunnen werpen'. Maar de grove belediging die Christus' naam werd aangedaan liet zelfs Hendrik niet onberoerd. Hij nam zelf ook het Kruis op, evenals de bejaarde Duitse keizer Frederik Barbarossa en de behoedzame Filips van Frankrijk. Het verlies van Jeruzalem leek Europa vrede te brengen. Maar niet onmiddellijk. Opnieuw brak onenigheid uit en toen de oude koning uit zijn brandende geboortestad Le Mans vluchtte, zat Richard hem dicht op de hielen. Hij zou zijn vader misschien gevangen genomen hebben als Will Marshal, die zijn vorst trouw was gebleven, hem niet de weg had versperd en Richards paard had neergeslagen. 'Ik zal u niet doden', snauwde hij, 'maar ik hoop dat de duivel dat zal doen'. Spoedig daarna overleed Hendrik in Chinon: Hendrik, de grote heerser en wetgever van noordwest Europa, de hartstochtelijke, rusteloze man, die even onhandig was in zijn persoonlijke verhoudingen als bekwaam in staatszaken. Richard was nu koning van Engeland. 'Koningin Eleanora', zoals een kroniekschrijver ons mededeelt, 'verplaatste haar koninklijke hof nu van stad naar stad en van kasteel naar kasteel. en zond naar alle streken van Engeland de boodschap dat alle gevangenen vrijgelaten moesten worden ter nagedachtenis aan de ziel van Hendrik, haar heer en meester, want zij had door eigen ondervinding geleerd hoe onaangenaam gevangenschap voor de mens is en dat het een zeer welkome verkwikking voor de geest is om er uit bevrijd te worden'. Richard kwam zelf al spoedig in Engeland aan om het bestuur gedurende zijn afwezigheid te regelen en om geld voor zijn Kruistocht bijeen te brengen. Sommigen scheen het toe dat 'de koning alles 'dat hij had te koop aan bood'. In een verslag staat vermeld dat hij zei. 'Ik zou zelfs Londen verkopen als ik er maar een koper voor kon vinden'. Richard en Eleanora reden deze stad in - die door een kroniekschrijver als 'een der meest edele en vermaarde steden ter wereld' werd geroemd - voor de meest overdadige kroning die tot dan toe bekend was en die nog eeuwen als voorbeeld genomen zou worden. Maar het feest dat gehouden werd in de grote zaal van Westminster, die door Willem Rufus, de zoon van Willem de Veroveraar, gebouwd was werd bedorven door een tragische gebeurtenis. Een afvaardiging van de joodse gemeenschap kwam de koning geschenken aanbieden. De menigte viel hen aan. Een algehele aanval op de joodse wijk volgde en er vielen vele doden. In geheel Engeland kwamen dergelijke slachtpartijen voor. Weliswaar strafte koning Richard de aanstichters, maar de kruisvaardersmentaliteit kweekte bitterheid jegens de joden aan. 'Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen', de verschrikkelijke roep van het volk bij de Kruisiging, had men niet vergeten. Ook werd het de joden kwalijk genomen dat zij welgestelde handelaren waren, die het goed ging dankzij de, woeker die de christenen verboden was. Na vier maanden in zijn koninkrijk verbleven te hebben, vertrok Richard in 1189 voor zijn reis naar het oosten. In Tours kreeg hij een pelgrimsstaf, 'en toen hij erop leunde brak deze', een onheilspellend voorteken. Hij scheepte zich te Marseille in, en Rogier van Hoveden, die de havens beschreef die Richard aan de Italiaanse kust aandeed, vermeldt hoe de koning in Ostia aan land ging, en verhaalt van zeeroversnesten, van Romeinse wegen, van het eiland Ponza, 'waar Pilatus was geboren', van het rokende Stromboli en van een verblijf. te Napels en Salerno, alwaar een beroemde medische school gevestigd was. Vanuit Engeland bereikte hem nu zijn vloot, zodat Richard de haven van Messina binnenvoer aan het hoofd van 114 schepen. 'Zo edel was het geschat der schalmeien en klaroenen dat de stad er van trilde en grotelijks verbaasd was .' De Siciliaanse cultuur, die sterk door de Moren en de Byzantijnen beïnvloed was, zal de bezoekers uit het noorden wel vreemd toegeschenen hebben. Toch had Engeland vele banden met Sicilië, waarvan de Normandische dynastie de Middellandse Zee, die beheerst werd door de Moslims, weer voor de christenen heroverd had. Deze banden waren nog versterkt door het feit dat Richards jongste zuster Johanna, een rijke bruidsschat meebrengend, Willem II van Sicilië gehuwd had. Richard trof haar als weduwe en zonder erfgenaam aan. De troon was bezet door Tancred van Lecce, de onwettige kleinzoon van Rogier II, die de Normandische heerschappij over Sicilië gevestigd had. Tancred had zich meester gemaakt van Johanna's bruidsschat en haar in Palermo opgesloten, terwijl hij met Filips, die al eerder met de Franse kruisvaarders aangekomen was, tegen Richard samenspande. Dit was een kolfje naar Leeuwenharts hand. Hij nam Messina sneller in dan een priester zijn metten kon zeggen' en zijn zuster en de bruidsschat werden aan hem uitgeleverd. Op dat moment kwam kwam Eleanora in Messina aan, na de Alpen 's winters te hebben overgestoken. Zij bracht Berengaria van Navarra met zich mee, een prinses van wie bekend was dat zij Richards aandacht had getrokken; Eleanora vond het tijd worden dat Richard een erfgenaam kreeg. Hij was lang verloofd geweest met Alicia, de halfzuster van Filips, die aan het hof van Engeland was opgevoed. Het huwelijk was keer op keer uitgesteld. Toen Filips hierop aandrong, vertelde Richard hem botweg dat zijn zuster door Hendrik 11 verleid was en dat hij niet van zins was met de maîtresse van zijn vader te trouwen. Berengaria voer met Johanna uit naar het Heilige Land. Zij zochten voor een storm beschutting in de haven van Limassol op Cyprus, waar Richard zich later bij hen voegde. Cyprus was het enige dat Richard zou zien van de Byzantijnse wereld, die zijn moeder door haar luister had verblind toen zij aan het Byzantijnse hof verkeerd had. Toen hij aan land ging, raakte hij slaags met Isaac Comnenus, een tiran die zijn vloot wilde plunderen. Richard kreeg dit eiland vol kastelen snel in handen door ze één voor één in te nemen. Toen hij zich overgaf smeekte Isaac dat hij niet in ijzeren boeien geslagen zou worden, waarop Richard zilveren kettingen voor hem liet maken. Dit was het soort grimmige humor waar de koning van hield. Onderzijn oorlogsbuit bevond zich Isaacs schitterende paard Fauvel, dat Richard gedurende de gehele Kruistocht bereed. Tussen al deze gebeurtenissen in huwde Richard met Berengaria. Soms wordt de kapel van het kasteel aangewezen als de plaats waar dit plaatsvond, maar niets uit Richards tijd is in Limassol overgebleven. Acre staat op een landtong, die een van de weinige natuurlijke havens van Palestina vormt. Richards geoefende oog overzag de haven, die aan zeezijde met een grote ijzeren ketting, en aan landzijde met machtige wallen en een gracht was afgesloten. Filips, die al eerder aangekomen was, verwelkomde hem en de beide koningen verlieten gezamenlijk de haven en bejegenden elkaar op bijzonder vleiende manier', vertelt een kroniekschrijver. 'Koning Richard trok zich vervolgens terug in zijn tent. en begon voorbereidingen te treffen voor de belegering, want hij was er zeer op gebrand uit te zoeken hoe, met welke kunstgrepen en werktuigen, zij de stad zonder tijdverlies zouden kunnen innemen.' Een aanval werd voorbereid, maar de beide koningen werden geveld door de in het kamp heersende koorts, die gedurende het tweejarige beleg al een zware tol had geëist. Richard, die reeds door intermitterende koorts geplaagd werd, herstelde minder snel dan Filips. Maar hij liet zich, in zijden dekens gewikkeld, door zijn mannen naar een schuilplaats dragen. die zich binnen schootsafstand bevond van de grootste toren springend om halfaangekleed te paard een aanval af te slaan. Zijn uit elkaar gevallen leger baande zich onder winterse regen- en hagelbuien een weg over de heuvels van Judea tot op enkele mijlen van Jeruzalem. Maar de stad was nu stevig in handen van Saladin en een lang beleg was onmogelijk. Een kroniek- schrijver vertelt hoe Richard zijn ogen bedekte en uitriep: 'Here God, ik smeek U niet te dulden dat ik Uw Heilige Stad aanschouw, daar ik deze niet uit de handen van Uw vijanden kan verlossen.' Deze kreet van teleurstelling spreekt boekdelen voor de eerbied waarmee de ruwe, onbehouwen krijgslieden tegenover hun geloof stonden. De terugkeer uit Palestina bracht onvoorziene avonturen met zich mee.Terwijl Berengaria en Johanna behouden in Marseille aan land gingen, werd Richard tot twee keer toe door stormen in de Adriatische Zee naar land gedreven. Hij vermomde zich en zette zijn tocht over land voort - zelfs voor hém een doldriest waagstuk. Immers, hij doorkruiste het land van Leopold van Oostenrijk, wiens woede hij te Acre had gewekt door zijn hertogelijke banier neer te halen van een paleis, waar Richard recht op meende te hebben. Het was onvermijdelijk dat hij ontdekt werd en Leopold zette hem in het slot Dürnstein, in de buurt van Wenen, gevangen. Dit slot vormt nog steeds een romantisch silhouet boven de middeleeuwse stad. In Engeland deed het gerucht razendsnel de ronde: de koning, de held van de Kruistocht, was verdwenen. Twee abten gingen naar het keizerrijk om hem door middel van het kerkelijk netwerk op te speuren - want het nieuws verspreidde zich van klooster naar klooster, waar reizigers hun reis onderbraken. De legende wil dat de troubadour Blondel Richard in het kasteel Dürnstein hoorde zingen en met een lied dat hun beiden bekend was antwoordde. Maar keizer Hendrik VI, Leopolds leenheer en Richards vijand, hield Leeuwenhart nu gevangen in Duitsland. Richards moeder werkte aan zijn vrijlating. Zij schreef de paus teneinde zijn hulp in te roepen, en ondertekende haar brief met 'Eleanora koningin van Engeland, bij de wrake Gods'. Het losgeld werd tenslotte vastgesteld op het duizelingwekkende bedrag van 100.000 zilveren marken - hetgeen meer was dan de koning jaarlijks uit Engeland en Normandië ontving. Toen het tenslotte bij elkaar was gebracht, nam Eleanora, die nu over de 70 was en 'nog onvermoeibaar aan iedere onderneming begon', zelf het geld mee op haar reis de Rijn op naar het hof van de keizer te Spiers terwijl zij de schat met haar prestige beschermde. Richard werd bij zijn terugkomst in Engeland als een held verwelkomd, maar hij moest optreden tegen zijn trouweloze broer Jan, die met Filips had samengezworen. Hij vergaf het hem maar al te makkelijk. De verbeeldingskracht van het volk, dat in sommige opzichten vaak dichter bij de waarheid is dan de geschiedschrijvers, merkte de vermetelheid in beider karakters op, die een ontmoeting tussen Richard en Robin Hood passend maakte. Het was kenmerkend voor Richard dat hij toernooien - onder de regering van zijn vader nog verboden - in Engeland introduceerde; hij verleende een vergunning overigens slechts tegen een hoog bedrag. Gedurende de rest van zijn regering werd hij geplaagd door een tekort aan geld, en door het feit dat de Fransen voortdurend Normandië bedreigden. Boven alles wilde hij Filips gevangen nemen, om zo een groot losgeld te verkrijgen en zijn oude schulden te kunnen aflossen. Vermetele strooptochten en schermutselingen leverden niets op. Eens galoppeerde Filips, met Richard op zijn hielen, over de brug bij Gisors, die instortte, waardoor de Franse koning in het water viel. 'Hij slikte wat water', maar ontkwam. Filips verstevigde zijn greep op de weg door de vallei van de Seine tussen Parijs en de Normandische hoofdstad Rouaan. Richard besloot deze weg af te sluiten. Hoog boven een bocht in de rivier bouwde hij bij Les Andelys zijn opmerkelijke Château Gaillard. Hiervoor gebruikte hij al hetgeen hij geleerd had van zijn vaders kastelen en de kastelen die hij in Palestina had gezien. En hier daagde hij Filips uit. Er kwam op een merkwaardig onbeduidende manier een einde aan het leven van Richard Leeuwenhart. Een boer, die in de buurt van Chalüs, in Aquitanië, aan het ploegen was, groef een gouden 'tafel' op, naar alle waarschijnlijkheid een Romeins schild, en enige goudstukken. Op grond van het leenrecht had de leenheer recht op een dergelijke vondst, maar de heer van Chalûs weigerde het te overhandigen en vluchtte toen Richard verscheen. Het tussen eiken- en kastanjebossen gelegen Chalûs is maar weinig veranderd. De nauwe, bochtige Rue de Coeur-de-Lion voert naar het kasteel, en dorpelingen wijzen nog de heuveltjes aan de andere kant van de vallei aan, waar Richard zijn laatste kamp opsloeg. Het zou slechts een paar dagen hoeven duren om dit kleine kasteel tot overgave te dwingen. Toen Richard roekeloos, zonder zijn volle wapenrusting te dragen, dicht bij de muren reed, schoot een kruisboogschutter, die naar men zegt zichzelf met een braadpan beschermde, zijn pijl af. De koning hield stil om zijn bewondering over het schot uit te spreken, alvorens zijn schild op te heffen. De pijl raakte juist onder de nek zijn schouder. Toen Richard de pijl er uit trok, brak deze, waardoor de punt in de wond bleef zitten. Een operatie veroorzaakte ontstekingen. Het kasteel werd bestormd en de verdedigers allen opgehangen, met uitzondering van Bertran de Gourdon,die het - zo zou blijken dodelijke - schot had gelost. Toen hij voor Richard gevoerd werd beroemde hij zich op zijn verrichting: 'U vermoordde mijn vader en mijn twee broers, nu mag u wat voor martelingen dan ook voor mij bedenken.'Richard schonk de soldaat genade en 100 schellingen, het soort gebaar waar hij zo makkelijk toe kwam kwam Eleanora in Messina aan, na de Alpen 's winters te hebben overgestoken. Zij bracht Berengaria van Navarra met zich mee, een prinses van wie bekend was dat zij Richards aandacht had getrokken; Eleanora vond het tijd worden dat Richard een erfgenaam kreeg. Hij was lang verloofd geweest met Alicia, de halfzuster van Filips, die aan het hof van Engeland was opgevoed. Het huwelijk was keer op keer uitgesteld. Toen Filips hierop aandrong, vertelde Richard hem botweg dat zijn zuster door Hendrik 11 verleid was en dat hij niet van zins was met de maîtresse van zijn vader te trouwen. Berengaria voer met Johanna uit naar het Heilige Land. Zij zochten voor een storm beschutting in de haven van Limassol op Cyprus, waar Richard zich later bij hen voegde. Cyprus was het enige dat Richard zou zien van de Byzantijnse wereld, die zijn moeder door haar luister had verblind toen zij aan het Byzantijnse hof verkeerd had. Toen hij aan land ging, raakte hij slaags met Isaac Comnenus, een tiran die zijn vloot wilde plunderen. Richard kreeg dit eiland vol kastelen snel in handen door ze één voor één in te nemen. Toen hij zich overgaf smeekte Isaac dat hij niet in ijzeren boeien geslagen zou worden, waarop Richard zilveren kettingen voor hem liet maken. Dit was het soort grimmige humor waar de koning van hield. Onderzijn oorlogsbuit bevond zich Isaacs schitterende paard Fauvel, dat Richard gedurende de gehele Kruistocht bereed. Tussen al deze gebeurtenissen in huwde Richard met Berengaria. Soms wordt de kapel van het kasteel aangewezen als de plaats waar dit plaatsvond, maar niets uit Richards tijd is in Limassol overgebleven. Acre staat op een landtong, die een van de weinige natuurlijke havens van Palestina vormt. Richards geoefende oog overzag de haven, die aan zeezijde met een grote ijzeren ketting, en aan landzijde met machtige wallen en een gracht was afgesloten. Filips, die al eerder aangekomen was, verwelkomde hem en de beide koningen verlieten gezamenlijk de haven en bejegenden elkaar op bijzonder vleiende manier', vertelt een kroniekschrijver. 'Koning Richard trok zich vervolgens terug in zijn tent. en begon voorbereidingen te treffen voor de belegering, want hij was er zeer op gebrand uit te zoeken hoe, met welke kunstgrepen en werktuigen, zij de stad zonder tijdverlies zouden kunnen innemen.' Een aanval werd voorbereid, maar de beide koningen werden geveld door de in het kamp heersende koorts, die gedurende het tweejarige beleg al een zware tol had geëist. Richard, die reeds door intermitterende koorts geplaagd werd, herstelde minder snel dan Filips. Maar hij liet zich, in zijden dekens gewikkeld, door zijn mannen naar een schuilplaats dragen. die zich binnen schootsafstand bevond van de grootste toren springend om halfaangekleed te paard een aanval af te slaan. Zijn uit elkaar gevallen leger baande zich onder winterse regen- en hagelbuien een weg over de heuvels van Judea tot op enkele mijlen van Jeruzalem. Maar de stad was nu stevig in handen van Saladin en een lang beleg was onmogelijk. Een kroniek- schrijver vertelt hoe Richard zijn ogen bedekte en uitriep: 'Here God, ik smeek U niet te dulden dat ik Uw Heilige Stad aanschouw, daar ik deze niet uit de handen van Uw vijanden kan verlossen.' Deze kreet van teleurstelling spreekt boekdelen voor de eerbied waarmee de ruwe, onbehouwen krijgslieden tegenover hun geloof stonden. De terugkeer uit Palestina bracht onvoorziene avonturen met zich mee.Terwijl Berengaria en Johanna behouden in Marseille aan land gingen, werd Richard tot twee keer toe door stormen in de Adriatische Zee naar land gedreven. Hij vermomde zich en zette zijn tocht over land voort - zelfs voor hém een doldriest waagstuk. Immers, hij doorkruiste het land van Leopold van Oostenrijk, wiens woede hij te Acre had gewekt door zijn hertogelijke banier neer te halen van een paleis, waar Richard recht op meende te hebben. Het was onvermijdelijk dat hij ontdekt werd en Leopold zette hem in het slot Dürnstein, in de buurt van Wenen, gevangen. Dit slot vormt nog steeds een romantisch silhouet boven de middeleeuwse stad. In Engeland deed het gerucht razendsnel de ronde: de koning, de held van de Kruistocht, was verdwenen. Twee abten gingen naar het keizerrijk om hem door middel van het kerkelijk netwerk op te speuren - want het nieuws verspreidde zich van klooster naar klooster, waar reizigers hun reis onderbraken. De legende wil dat de troubadour Blondel Richard in het kasteel Dürnstein hoorde zingen en met een lied dat hun beiden bekend was antwoordde. Maar keizer Hendrik VI, Leopolds leenheer en Richards vijand, hield Leeuwenhart nu gevangen in Duitsland. Richards moeder werkte aan zijn vrijlating. Zij schreef de paus teneinde zijn hulp in te roepen, en ondertekende haar brief met 'Eleanora koningin van Engeland, bij de wrake Gods'. Het losgeld werd tenslotte vastgesteld op het duizelingwekkende bedrag van 100.000 zilveren marken - hetgeen meer was dan de koning jaarlijks uit Engeland en Normandië ontving. Toen het tenslotte bij elkaar was gebracht, nam Eleanora, die nu over de 70 was en 'nog onvermoeibaar aan iedere onderneming begon', zelf het geld mee op haar reis de Rijn op naar het hof van de keizer te Spiers terwijl zij de schat met haar prestige beschermde. Richard werd bij zijn terugkomst in Engeland als een held verwelkomd, maar hij moest optreden tegen zijn trouweloze broer Jan, die met Filips had samengezworen. Hij vergaf het hem maar al te makkelijk. De verbeeldingskracht van het volk, dat in sommige opzichten vaak dichter bij de waarheid is dan de geschiedschrijvers, merkte de vermetelheid in beider karakters op, die een ontmoeting tussen Richard en Robin Hood passend maakte. Het was kenmerkend voor Richard dat hij toernooien - onder de regering van zijn vader nog verboden - in Engeland introduceerde; hij verleende een vergunning overigens slechts tegen een hoog bedrag. Gedurende de rest van zijn regering werd hij geplaagd door een tekort aan geld, en door het feit dat de Fransen voortdurend Normandië bedreigden. Boven alles wilde hij Filips gevangen nemen, om zo een groot losgeld te verkrijgen en zijn oude schulden te kunnen aflossen. Vermetele strooptochten en schermutselingen leverden niets op. Eens galoppeerde Filips, met Richard op zijn hielen, over de brug bij Gisors, die instortte, waardoor de Franse koning in het water viel. 'Hij slikte wat water', maar ontkwam. Filips verstevigde zijn greep op de weg door de vallei van de Seine tussen Parijs en de Normandische hoofdstad Rouaan. Richard besloot deze weg af te sluiten. Hoog boven een bocht in de rivier bouwde hij bij Les Andelys zijn opmerkelijke Château Gaillard. Hiervoor gebruikte hij al hetgeen hij geleerd had van zijn vaders kastelen en de kastelen die hij in Palestina had gezien. En hier daagde hij Filips uit. Er kwam op een merkwaardig onbeduidende manier een einde aan het leven van Richard Leeuwenhart. Een boer, die in de buurt van Chalüs, in Aquitanië, aan het ploegen was, groef een gouden 'tafel' op, naar alle waarschijnlijkheid een Romeins schild, en enige goudstukken. Op grond van het leenrecht had de leenheer recht op een dergelijke vondst, maar de heer van Chalûs weigerde het te overhandigen en vluchtte toen Richard verscheen. Het tussen eiken- en kastanjebossen gelegen Chalûs is maar weinig veranderd. De nauwe, bochtige Rue de Coeur-de-Lion voert naar het kasteel, en dorpelingen wijzen nog de heuveltjes aan de andere kant van de vallei aan, waar Richard zijn laatste kamp opsloeg. Het zou slechts een paar dagen hoeven duren om dit kleine kasteel tot overgave te dwingen. Toen Richard roekeloos, zonder zijn volle wapenrusting te dragen, dicht bij de muren reed, schoot een kruisboogschutter, die naar men zegt zichzelf met een braadpan beschermde, zijn pijl af. De koning hield stil om zijn bewondering over het schot uit te spreken, alvorens zijn schild op te heffen. De pijl raakte juist onder de nek zijn schouder. Toen Richard de pijl er uit trok, brak deze, waardoor de punt in de wond bleef zitten. Een operatie veroorzaakte ontstekingen. Het kasteel werd bestormd en de verdedigers allen opgehangen, met uitzondering van Bertran de Gourdon,die het - zo zou blijken dodelijke - schot had gelost. Toen hij voor Richard gevoerd werd beroemde hij zich op zijn verrichting: 'U vermoordde mijn vader en mijn twee broers, nu mag u wat voor martelingen dan ook voor mij bedenken.'Richard schonk de soldaat genade en 100 schellingen, het soort gebaar waar hij zo makkelijk toe kwam.

 


Geoffrey V 'Plantagenet' van Anjou

Geoffrey V 'Plantagenet' van Anjou1,2, geb. op 24 aug 1113, graaf van Anjou, ovl. (38 jaar oud) te Chateau - Du - Loir [Frankrijk] op 7 sep 1151, begr. te Le Mans [Frankrijk].

tr. (resp. 14 en 26 jaar oud) te Le Mans [Frankrijk] op 17 jun 1128
met

Mathilde(Aethelic) van Engeland1,2, dr. van Hendrik I van Normandië (koning van Engeland) en Mathilde (Eadgyth) van Schotland (koningin), geb. te Winchester (E) op 7 feb 1102, koningin van Duitsland, ovl. (65 jaar oud) te Notre-Dame-Des-Prés op 10 sep 1167, begr. te Bec (abdij) in 1167, tr.(2) met Kaiser Heinrich V , zn. van Keizer Hendrik IV von Schwaben der Salier (Rooms Koning-Keizer) en Keizerin Bertha van Suza de Turin (keizerin), geb. op 8 jan 1086, ovl. (39 jaar oud) te Utrecht op 23 mei 1125, begr. te Speyer.
13/5.4.1111-23.5.1125.
1098 Ernennung H.s. zum Nachfolger. Im Alter von 18 Jahren erhob er sich gegen den Vater. Nach erzwungener Abdankung seines Vaters wurde H. am 6.Januar 1106 in Mainz zum König ausgerufen. Allgemeine Anerkennung erst nach Tod Heinrich IV. Herstellung des Friedens in Deutschland. Fehlschlagen des Versuchs, die deutsche Lehnshoheit über Böhmen, Ungarn und Polen zu erneuern. Nach Sieg in Oberitalien -> Verhandlungen über Bedingungen der Kaiserkrönung. Kompromiss, da schwacher Papst. Erfolge bei Verhandlungen für Heinrich: Vergrösserung des Besitzes des Königs, Beseitigung der weltlichen Macht der Kirche, Zerstörung der theokratischen Einheit von Kaisertum, Kirche und Reich. Vor der Kaiserkrönung am 12.Februar kam es wegen dieser Bedingungen zu Gemetzel zwischen Römern und Deutschen. H. verliess Rom mit Papst als Gefangenem. 13.August Kaiserkrönung H.s. Rückkehr nach Deutschland. Lateransynode 1122 erklärte Zugeständnisse des Papstes für ungültig. H. wurde mit Bann belegt. Auflehnung der dt. Fürsten gegen die rigorose Hausmachtpolitik des Kaisers. Schwere Niederlage des Kaisers am Rhein und in Sachsen. Frieden mit Fürsten unter dem Vorwand, sich mit Papst zu versöhnen. Zug Heinrichs nach Italien. Hintergrund: Heinrich entriss Papst die reiche Erbschaft der Markgräfin Mathilde von Tuszien. Vertreibung des Papstes Paschalis II. aus Rom, Einsetzung eines Gegenpapstes durch H. Tod Paschalis II. 1118 Rückkehr H.s. nach Deutschland. 1119 Frieden der Fürsten mit Kaiser, Bedingung: Regelung des Investiturstreits. 23.9.1122 Konkordat, Beilegung des Investiturstreits. Weiter offene Machtfrage zwischen weltlicher und geistlicher Gewalt.
Overl. 23.5.1125 in Utrecht an einem Krebsleiden. Beigesetzt in Speyer.

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik~1133 Le Mans (kathedraal Saint Julien) [Frankrijk] †1189 Chinon 56
Geoffroy*1134  †1158 Nantes [Frankrijk] 24



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XV), Type: boek, (blz. 85)
2.Ons Voorgeslacht (OV nieuw), Type: Periodiek, Type: Periodiek (OV), Samensteller: Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Uitgever: Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Plaats: Rotterdam, Uitgegeven: vanaf 1946 (blz. 308)


Mathilde(Aethelic) van Engeland

Mathilde(Aethelic) van Engeland1,2, geb. te Winchester (E) op 7 feb 1102, koningin van Duitsland, ovl. (65 jaar oud) te Notre-Dame-Des-Prés op 10 sep 1167, begr. te Bec (abdij) in 1167.

  • Vader:
    Hendrik I van Normandië, zn. van Willem I de Veroveraar hertog van Normandië (koning van Engeland) en Mathilde van Vlaanderen, geb. te Selby (Yorkshire) [Groot Brittanië] in 1068, koning van Engeland, ovl. (ongeveer 67 jaar oud) te Saint-Denis-Le-Fermont (bij Gisors) [Frankrijk] hij was na een jachtpartij in Normandië hongerig aangevallen op een bord lampreien.Een soort vissen waar hij dol op was, maar die hem altijd slecht bekwamen. Herhaaldelijk was hij gewaarschuwd om er af te blijven, maar hij wilde niet luisteren. Hij smulde er van en stierf twee dagen later op 1 dec 1135, begr. te Reading op 4 jan 1136, tr. (resp. ongeveer 32 en ongeveer 21 jaar oud) (1) te Westminster op 11 nov 1100.
 

tr. (resp. 26 en 14 jaar oud) (1) te Le Mans [Frankrijk] op 17 jun 1128
met

Geoffrey V 'Plantagenet' van Anjou1,2, zn. van Fulco V (de Jonge) van Anjou (koning van Jeruzalem) en Eremburge van Maine (erfdochter van Maine), geb. op 24 aug 1113, graaf van Anjou, ovl. (38 jaar oud) te Chateau - Du - Loir [Frankrijk] op 7 sep 1151, begr. te Le Mans [Frankrijk].

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik~1133 Le Mans (kathedraal Saint Julien) [Frankrijk] †1189 Chinon 56
Geoffroy*1134  †1158 Nantes [Frankrijk] 24

tr.(2)
met

Kaiser Heinrich V , zn. van Keizer Hendrik IV von Schwaben der Salier (Rooms Koning-Keizer) en Keizerin Bertha van Suza de Turin (keizerin), geb. op 8 jan 1086, ovl. (39 jaar oud) te Utrecht op 23 mei 1125, begr. te Speyer.
13/5.4.1111-23.5.1125.
1098 Ernennung H.s. zum Nachfolger. Im Alter von 18 Jahren erhob er sich gegen den Vater. Nach erzwungener Abdankung seines Vaters wurde H. am 6.Januar 1106 in Mainz zum König ausgerufen. Allgemeine Anerkennung erst nach Tod Heinrich IV. Herstellung des Friedens in Deutschland. Fehlschlagen des Versuchs, die deutsche Lehnshoheit über Böhmen, Ungarn und Polen zu erneuern. Nach Sieg in Oberitalien -> Verhandlungen über Bedingungen der Kaiserkrönung. Kompromiss, da schwacher Papst. Erfolge bei Verhandlungen für Heinrich: Vergrösserung des Besitzes des Königs, Beseitigung der weltlichen Macht der Kirche, Zerstörung der theokratischen Einheit von Kaisertum, Kirche und Reich. Vor der Kaiserkrönung am 12.Februar kam es wegen dieser Bedingungen zu Gemetzel zwischen Römern und Deutschen. H. verliess Rom mit Papst als Gefangenem. 13.August Kaiserkrönung H.s. Rückkehr nach Deutschland. Lateransynode 1122 erklärte Zugeständnisse des Papstes für ungültig. H. wurde mit Bann belegt. Auflehnung der dt. Fürsten gegen die rigorose Hausmachtpolitik des Kaisers. Schwere Niederlage des Kaisers am Rhein und in Sachsen. Frieden mit Fürsten unter dem Vorwand, sich mit Papst zu versöhnen. Zug Heinrichs nach Italien. Hintergrund: Heinrich entriss Papst die reiche Erbschaft der Markgräfin Mathilde von Tuszien. Vertreibung des Papstes Paschalis II. aus Rom, Einsetzung eines Gegenpapstes durch H. Tod Paschalis II. 1118 Rückkehr H.s. nach Deutschland. 1119 Frieden der Fürsten mit Kaiser, Bedingung: Regelung des Investiturstreits. 23.9.1122 Konkordat, Beilegung des Investiturstreits. Weiter offene Machtfrage zwischen weltlicher und geistlicher Gewalt.
Overl. 23.5.1125 in Utrecht an einem Krebsleiden. Beigesetzt in Speyer.

Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XV), Type: boek, (blz. 85)
2.Ons Voorgeslacht (OV nieuw), Type: Periodiek, Type: Periodiek (OV), Samensteller: Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Uitgever: Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Plaats: Rotterdam, Uitgegeven: vanaf 1946 (blz. 308)


Hendrik II 'Curlmantle' Plantagenet

Hendrik II 'Curlmantle' Plantagenet, ged. te Le Mans (kathedraal Saint Julien) [Frankrijk] op 25 mrt 1133, koning van Engeland 1154-1189, ovl. (ongeveer 56 jaar oud) te Chinon op 6 jul 1189, begr. te Fontevrault (F).

tr. (resp. ongeveer 19 en ongeveer 30 jaar oud) (1) te Poitiers (F) op 18 mei 1152
met

Eleonore hertogin Aquitanië-Poitou, dr. van Willem X hertog van Aquitanië-Poitou (hertog van Aquitanië en graaf van Poitou) en Eleonora de Châtellerault, geb. te Nieul-sur-l'Autrec (F) circa 1122, koningin van Frankrijk en Engeland, hertogin van Acquitanië in 1137, ovl. (ongeveer 82 jaar oud) te Poitiers (F) op 31 mrt 1204, begr. te Fontevrault (F), tr. (1) met Lodewijk VII van Frankrijk, (Lodewijk VII tr. (2) met Constance van Castilië.), (Lodewijk VII tr. (3) met Adelheid van Blois-Champagne.).
Zij was zowel koningin van Engeland als van Frankrijk, werd meer dan tachtig jaar en bleef tot aan haar dood één van de centrale persoonlijkheden van haar tijd. Haar voorliefde, en die van haar zoon Richard, voor de liederen der troubadours had zij van haar grootvader geërfd, een kruisvaarder die legendarisch werd door zijn onstuimigheid, zijn vele maîtresses en zijn gedichten, die rondtrekkende jongleurs op ridderfeesten zongen. Eleanora droeg op haar eigen manier bij tot de beschaving van haar tijd. Terwijl zij Richards leidsvrouw was te Poitiers, verzamelde zij een groep jonge mensen om zich heen, die allen vol geestdrift waren voor de nieuwe dichtkunst en de nieuwe vrijheid van spreken. Haar 'Liefdeshoven' kwamen bijeen in de grote zaal van het kasteel, waarvan nog één muur overeind staat en waar de herinnering aan Eleanora levend blijft. Haar oudste kind Maria, 'de levenslustige en vrolijke gravin' van Champagne, zat soms voor. De hoofsheid van de Liefdeshoven verleende vrouwen een nieuwe status en bracht enige elegance in de stijve gewoonten van die tijd. Dames werden nu het onderwerp van gedichten en zaten hoofse debatten voor - evenzo zaten zij ook toernooien voor, wat ook een middel was om de hartstocht voor oorlog om te buigen van een strijd tot de dood naar een wedstrijd. Op zekere dag was het onderwerp van gesprek aan het 'hof' of liefde in een huwelijk kon overleven en men was van oordeel dat dit niet zo was. Feodale huwelijken lieten er inderdaad weinig ruimte voor. Troubadours zongen van liefde voor dames, die reeds gehuwd waren of 'reeds beloofd waren aan anderen, wat vaak al in hun jeugd gebeurd was. Gewoonlijk was het onmogelijk onwettige relaties met deze dames aan te gaan. Daar ook landbezit ermee gemoeid was, werden adellijke vrouwen zorgvuldig in de gaten gehouden. Zeker is dat liefde nauwelijks een rol speelde toen Eleanora op haar vijftiende voor de eerste keer in het huwelijk trad. Na de dood van haar vader die stierf tijdens een pelgrimstochtnaar Compostela had Eleanora Aquitanië geërfd. Drie maanden later had Lodewijk, de erfgenaam van de Franse troon, zich in het gezelschap van een indrukwekkend aantal ridders naar het zuiden gespoed om dit uiterst belangrijke leen voor het Capetingische rijk veilig te stellen. Hij trad met de erfgename van dit gebied in het huwelijk in de kathedraal van St. Andreas in Bordeaux. Nog voor het paar Parijs had bereikt, stierf de oude koning, en was koning Lodewijk VII Eleanora's echtgenoot. Het was onvermijdelijk dat er spanningen zouden ontstaan tussen het beeldschone, levendige meisje en haar echtgenoot, die in een klooster was opgevoed en die zij 'meer een monnik dan een koning' noemde. Boze tongen beweerden zelfs dat zij een verhouding had met haar oom, Raymond van Poitiers, vorst van Antiochië, toen zij in 1147 Lodewijk op de Tweede Kruistocht vergezelde. Omdat hij ontevreden was over het feit dat Eleanora hem twee dochters in plaats van de door hem gewenste zoon had geschonken, stemde Lodewijk uiteindelijk toe in een nietigverklaring van hun huwelijk op grond van de van pas komende reden van een te nauwe bloedverwantschap. Nog geen twee maanden later deed Eleanora de feodale wereld versteld staan door met Hendrik van Anjou te trouwen, die zo'n tien jaar jonger was; deze energieke, wilskrachtige hertog van Normandië was eveneens erfgenaam van de Engelse kroon. Bij hun huwelijk bracht zij Aquitanië in en aldus werd het rijk der Anjou's, dat Engeland en het grootste gedeelte van Frankrijk omvatte, gegrondvest. En om Lodewijks ergernis nog groter te maken, schonk Eleanora Hendrik II vijf zonen en drie dochters. Hun derde kind, Richard, werd op 8 september 1157 geboren. Hun oudste zoon Willem stierf op jonge leeftijd. De tweede zoon, Hendrik, werd tot' zijn vaders opvolger aangewezen. Richard werd voorbestemd om in het moederlijke erfdeel Aquitanië op te volgen; Godfried kreeg Bretagne en Jan kreeg de bijnaam 'Zonder Land', omdat er voor hem niets overgebleven was.
Eleonora werd geboren op Chateau de Belin. Er wordt ook een andere overlijdensdatum vermeld: 26 juni 1202 l'Abbaye de Fontevraul. Tijdens de 2e kruistocht van 1147-1149 ontstond verwijdering tussen de echtelieden en Eleonoor drong aan op een scheiding. Na de dood van haar vader die stierf tijdens een pelgrimstocht naar Compostella had Eleonora Aquitanië geërfd. Drie maanden later had Lodewijk, de erfgenaam van de Frankische troon, zich in het gezelschap van van een indrukwekkend aantal ridders naar het zuiden gespoed om dit uiterst belangrijke leen voor het Capetingische rijk veilig te stellen. Binnen 3 maanden hertrouwde zij met Hendrik II graaf van Anjou, hertog van Normandië in de kathedraal van St. Andreas in Bordeaux. Hendrik en Eleonora werden op 19 december 1154 in de Westminster Abbey gekroond als koning en koningin van Engeland.

 

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1153  †1156 Wallingford Castle [Groot Brittanië] 2
Hendrik*1155 Bermondsey Palace, Surrey [Groot Brittanië] †1183 Martel in Quercy [Frankrijk] 28
Mathilde*1156  †1189 Braunschweig 33
Richard*1157 Oxford †1199 Chalus [Frankrijk] 41
Godfried*1158  †1186 Parijs [Frankrijk] 27
Eleonora*1161 Domfront †1214 Las Huelgas 53
Johanna*1164  †1199  34
Jan*1166 Beaumont †1216 Newark Castle, Lincolnshire [Groot Brittanië] 49

tr.(2)
met

Alix van Frankrijk, dr. van Lodewijk VII van Frankrijk (koning 1137 van Frankrijk) en Adelheid van Blois-Champagne (mede-regentes), geb. circa 1170, ovl. (hoogstens 56 jaar oud) voor 1226, tr. (1) met Guillaume III de Ponthieu et de Montreuil.

tr.(3)
met

Ikenai ? .

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Godfried*1151  †1212  61



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XV), Type: boek, (blz. 85)
2.Ons Voorgeslacht (OV nieuw), Type: Periodiek, Type: Periodiek (OV), Samensteller: Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Uitgever: Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Plaats: Rotterdam, Uitgegeven: vanaf 1946 (blz. 308)


Albert III van Namen

Albert III van Namen, geb. voor 10 aug 1035, graaf van Namen 1064, ovl. (minstens 66 jaar oud) op 22 jun 1102.

tr. (resp. minstens 31 en ongeveer 32 jaar oud) circa 1067
met

Ida van Saksen, dr. van Bernhard II hertog van Saksen (graaf uit huis Billing, hertog van Saksen in 1011) en Eilica van Schweinfurt, geb. circa 1035, weduwe van Frederik v. Luxemburg, ovl. (ongeveer 67 jaar oud) op 31 jul 1102.

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Godfried*1067  †1139 Floreffe 72
Henri*1070  †1135  65
Adelheid*1068  †1124  56


Ida van Saksen

Ida van Saksen, geb. circa 1035, weduwe van Frederik v. Luxemburg, ovl. (ongeveer 67 jaar oud) op 31 jul 1102.

tr. (resp. ongeveer 32 en minstens 31 jaar oud) circa 1067
met

Albert III van Namen, zn. van Albert II graaf van Namen (graaf, voogd van Andenne) en Regelinde van Neder-Lotharingen, geb. voor 10 aug 1035, graaf van Namen 1064, ovl. (minstens 66 jaar oud) op 22 jun 1102.

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Godfried*1067  †1139 Floreffe 72
Henri*1070  †1135  65
Adelheid*1068  †1124  56


Arnulf I (II) van Chiny

Arnulf I (II) graaf van Chiny, graaf van Warcq 1055-1064, ovl. te Saint-Hubert op 16 apr 1106.

tr.
met

Adelheid van Ramerupt, dr. van Hilduin IV van Ponthieu-Montdidier (heer van Ramerupt, Acris en Breteuil, graaf van Roucy) en Adelheid van Roucy (bur Abbaye de Liessies), ovl. tussen 1068 en 1069.

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Otto  †1131   


Gebhard II van Sulzbach

Gebhard II graaf van Sulzbach, geb. in 1065, vermeld als graaf 1071, ovl. (minstens 20 jaar oud) tussen 1085 en 1088.

tr. (ongeveer 14 jaar oud) in 1079
met

Irmingard von Rott und Vohburg, dr. van Kuno I van Rott en Vohburg (paltsgraaf) en Uta van Diessen, ovl. op 14 jun 1101, begr. te Kastl [Duitsland].

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Berengarius*1080  †1125 Michelsberg [Duitsland] 45


Irmingard von Rott und Vohburg

Irmingard von Rott und Vohburg, ovl. op 14 jun 1101, begr. te Kastl [Duitsland].

tr. (Gebhard ongeveer 14 jaar oud) in 1079
met

Gebhard II graaf van Sulzbach, zn. van Gebhard I Graf von Sulzbach en NN Berengarius, geb. in 1065, vermeld als graaf 1071, ovl. (minstens 20 jaar oud) tussen 1085 en 1088.

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Berengarius*1080  †1125 Michelsberg [Duitsland] 45


Otto II van Wolfratshausen

Otto II van Wolfratshausen, graaf van Thanning 1070, ovl. circa 24 apr 1120.

tr. circa 1070
met

Adelheid van Regensburg, dr. van Heinrich I van Regensburg (burggraaf) en Liutgard .
1070 Graf v.Thanning, 1078-1093/1101 v.Ambras, im Pustertal, 1098-1116 Graf v.Wolfratshausen, 1100-1107 Graf v.Diessen.

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adelheid  †1126   


Adelheid van Regensburg

Adelheid van Regensburg.

tr. circa 1070
met

Otto II van Wolfratshausen, zn. van Berthold II Graf von Diessen en NN von Hohenwarth, graaf van Thanning 1070, ovl. circa 24 apr 1120.
1070 Graf v.Thanning, 1078-1093/1101 v.Ambras, im Pustertal, 1098-1116 Graf v.Wolfratshausen, 1100-1107 Graf v.Diessen.

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adelheid  †1126   


Adalbart van Saffenberg

Adalbart van Saffenberg, heer van Nörvenich, ovl. te Saffenberg op 16 dec 1109, begr. te Rolduc.

tr.
met

Mathilde , ovl. te Burg Hollende [Duitsland] op 4 dec 1110, begr. te Wetter, tr. (2) met Giso graaf van Hollende.

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adolf*1098  †1152  54


Mathilde

Mathilde , ovl. te Burg Hollende [Duitsland] op 4 dec 1110, begr. te Wetter.

tr.(1)
met

Adalbart van Saffenberg, zn. van Herman IV von Saffenburg Graf von Nörvenich (1064 Vogt von Cornelimünster, 1081 Graf, 1083- Vogt von Gross St.Martin in Köln) en Gepa van Werl, heer van Nörvenich, ovl. te Saffenberg op 16 dec 1109, begr. te Rolduc.

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adolf*1098  †1152  54

tr.(2)
met

Giso graaf van Hollende, geb. voor 1049, Herr von Hollenden 1049, Graf im Oberlahngau, ovl. (minstens 24 jaar oud) te Burg Hollende [Duitsland] in 1073


Engelbert van Schwartzenburg

Engelbert van Schwartzenburg, vermeld vanaf 1108, ovl. na 1125.

tr.
met

N. van Müllenark.

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha     
Margarete?     


N. van Müllenark

N. van Müllenark.

tr.
met

Engelbert van Schwartzenburg, zn. van Berthold I van Schwartzenburg en Richardis von Sponheim, vermeld vanaf 1108, ovl. na 1125.

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha     
Margarete?     


Robert II 'le Diable' van Normandië

Robert II 'le Diable' hertog van Normandië, geb. circa 1000, hertog van Normandië, ovl. (ongeveer 35 jaar oud) te Nicaea op 22 jul 1035.

relatie(1)
met

Herlève Salburpyr, dr. van Fulbert (leerlooier te Falaise), leerlooiersdochter uit Falaise, tr. (2) met Herluin Vicomte de Conteville.
hij overleed op de terugweg van een pelgrimstocht naar Jeruzalem. Robert werd ervan verdacht zijn oudere broer te hebben vergiftigd om zelf hertog te worden. Hij was een afstammeling van Rollo. Deze Rollo was een Noormannenleider, ondernam strooptochten in Walcheren en Friesland, belegerde Parijs in 892 (tevergeefs) en vestigde zich tenslotte in Rouen. Door Karel de Eenvoudige in 911 erkend als "Hertog van Normandië", waarna Rollo een trouwe vazal was. Hij had een relatie met Herlève (of Arlette), waarsch. een leerlooiersdochter uit Falaise. Zij trouwde niet met Robert I, maar werd uitgehuwelijkt aan een burggraaf.

Uit deze relatie:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1028 Falaise [Frankrijk] †1087 Rouen (F) 59
Adelheid*1030  †1084  54
Herleva  †1027   

tr.(2)
met

Estrid (Margarete) van Denemarken


Herlève Salburpyr

Herlève Salburpyr, leerlooiersdochter uit Falaise.

relatie(1)
met

Robert II 'le Diable' hertog van Normandië, zn. van Richard II van Normandië (hertog van Normandië 1015) en Judith van Bretagne, geb. circa 1000, hertog van Normandië, ovl. (ongeveer 35 jaar oud) te Nicaea op 22 jul 1035, tr. (2) met Estrid (Margarete) van Denemarken.
hij overleed op de terugweg van een pelgrimstocht naar Jeruzalem. Robert werd ervan verdacht zijn oudere broer te hebben vergiftigd om zelf hertog te worden. Hij was een afstammeling van Rollo. Deze Rollo was een Noormannenleider, ondernam strooptochten in Walcheren en Friesland, belegerde Parijs in 892 (tevergeefs) en vestigde zich tenslotte in Rouen. Door Karel de Eenvoudige in 911 erkend als "Hertog van Normandië", waarna Rollo een trouwe vazal was. Hij had een relatie met Herlève (of Arlette), waarsch. een leerlooiersdochter uit Falaise. Zij trouwde niet met Robert I, maar werd uitgehuwelijkt aan een burggraaf.

Uit deze relatie:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1028 Falaise [Frankrijk] †1087 Rouen (F) 59
Adelheid*1030  †1084  54
Herleva  †1027   

tr. (2) op 28 okt 1030
met

Herluin Vicomte de Conteville.

Uit dit huwelijk:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Robert*1031  †1091  60
Emme     
Odo